Posts tonen met het label Jan Lievens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Lievens. Alle posts tonen

dinsdag 10 december 2019

Ooit was Rembrandt jong



Zou Rembrandt ooit kindertekeningen hebben gemaakt? Je weet wel, van die A4'tjes die trotse ouders en grootouders met een punaise ergens op prikken. Met van die abstracte strepen erop of van die zogenaamde kop-potelingen waarin het middenlichaam ontbreekt. En die dan jarenlang blijven hangen als de eerste uitingen van een artistiek talent in ontwikkeling.
Om op die beginvraag terug te komen,dat kan bijna niet anders. Maar hoe? Van A4'tjes had toen nog nooit iemand gehoord. Even achteloos een dik pak wit of gekleurd papier kopen in de winkel? In de 17e eeuw? Vast niet. Laat staan een set viltstiften in allerlei kleuren of die Caran d'Ache doos met een gigantische hoeveelheid kleurpotloden.
het vernieuwde museum De Lakenhal met een stoere Rembrandt ervoor
Toch moet Rembrandt als kind op de een of andere manier zijn tekentalent hebben kunnen uiten. Van mezelf weet ik nog dat ik als kind heel veel zat te tekenen. Lekker afgezonderd in mijn eigen hoekje op zolder. Helemaal in mijn eigen wereldje. Net zoals dat ik er in de tekenles behoorlijk bovenuit stak op de Middelbare Meisjesschool. Die onvolprezen MMS, de vrouwelijke pendant van de ook al heel lang verdwenen HBS. En dat ik van de tekenleraar toch nooit een hoger cijfer kreeg dan een 7 of 8. Gewoon omdat die docent vond dat het altijd beter kon. Iets waarin hij natuurlijk helemaal gelijk had. Hoe dat toen met de in 1606 geboren Leidse Rembrandt Harmenszoon van Rijn zat? Dat zal wel voor altijd in het geschiedenisduister verborgen blijven.

Maar op de expositie 'Jonge Rembrandt-Rising Star' in het prachtig verbouwde museum De Lakenhal in Leiden hangen gelukkig toch een paar werken uit zijn jonge jaren. Zoals 'De brillenverkoper', een schilderij dat hij maakte zo rond zijn 18e. Of die tekening van zijn vader, gedateerd ergens tussen 1625 en 1630.




En ook onderstaande twee olieverven van ergens rond zijn 20ste.
 
De doop van de kamerling, 1626
Historiestuk, 1626
Goeie schilderijen natuurlijk, zonder meer. Maar toch beslist nog niet de Rembrandt zoals we hem van later kennen. Ach, mag 't? Zo rond die leeftijd? Als je nog je weg en je stijl aan het vinden bent. En als je opbokst tegen je vriend Jan Lievens (1607-1674) met wie Rembrandt een atelier deelde.
Maar dan een paar jaar later!
Simeon in de tempel, 1631
 
De ontvoering van Proserpina, 1630-31
Daar is ie al, 'onze' Rembrandt. De kunstenaar die de wereld nog steeds verbaasd doet staan met zijn destijds zo innovatieve wereld. Het licht-donker met daarin prachtig geheimzinnige lichtaccenten die spaarzaam opflitsen. Die lossere manier van schilderen die toen helemaal 'in' werd, maar in zijn laatste levensfase weer 'uit' raakte. Ach, trends en mode in de kunst zijn van alle tijden, daar is nog steeds helemaal niks in veranderd.

Die ontwikkeling in Rembrandts stijl in zijn jonge jaren, dat is wat deze tentoonstelling zo interessant en aantrekkelijk maakt. Knap dat ze dit beeld kunnen schetsen in de na een grondige verbouwing zo mooi afgestofte Lakenhal. Dankzij heel veel uitlenen, dat wel. Want zelf bezitten ze daar niet veel van één van hun beroemdste inwoners. Zelfs zijn geboortehuis is in de 20e eeuw afgebroken.
 
Oosterse vorst, 1632
er hangen ook prachtige tekeningen
Nog een van die interessante facetten van de expositie vond ik een paar grote prenten van Rembrandt. Prenten gemaakt met een schilderij als basis. En in samenwerking met de Leidse prentmaker Jan Gillisz. van Vliet. 

Met natuurlijk de prent in spiegelbeeld ten opzichte van het schilderij. Dan moet je van te voren heel goed nadenken over de compositie. Vertel me wat, ik heb ten slotte een flink aantal steendrukken gemaakt in de loop van de tijd.

Tot begin februari kun je er nog heen. Wat mij betreft, doen!! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 8 december 2015

De on-Nederlandse Oranjezaal

Huis ten Bosch
"Hé, fijn dat jullie er zijn." Willem Alexander stond ons al op te wachten op dat beroemde bordes van Huis ten Bosch. "Ik had net al doorgekregen van de wacht dat jullie de poort waren gepasseerd. Zo werkt dat hier, korte lijnen." De marechaussee had ons inderdaad vlak daarvoor, na onze paspoortcontrole, al doorgestuurd. "Max is net bezig koffie te zetten. Dat leek me wel gezellig voordat ik jullie de Oranjezaal laat zien. Jij, Toos, een cappuccino geloof ik en levensgezel een dubbele espresso, is 't niet? Ja, je merkt, de koninklijke inlichtingendienst werkt voortreffelijk."
deel van de Oranjezaal
Leuk bedacht natuurlijk. Maar zo werkt het dus toch niet helemaal.  Al is de beroemde Oranjezaal in het Haagse paleis Huis ten Bosch voor een beperkt aantal Nederlanders nu wel te bezoeken. Dat op zich is beslist bijzonder want normaal is dat voorbehouden aan de hotemetoten van het hogere bestuurlijke en bedrijfsechelon, aan de machtigen der aarde. Maar Huis ten Bosch wordt gerenoveerd en gerestaureerd om het helemaal up to date te maken als residentie voor het koninklijk gezin. Want koningen hebben natuurlijk een residentie, niet zomaar een woonhuis.
Omdat zoiets een paar centen kost en die Oranjezaal al klaar is, vond men het van hoger hand een goed idee de zaal aan den volke te tonen. Helemaal mee eens! Uiteindelijk betalen we er toch met z'n allen via onze belastingen aan mee om dat 17de eeuwse paleis weer te laten stralen. Maar je kunt natuurlijk niet zomaar binnenlopen. Daarvoor is een website gemaakt waarop je kunt proberen kaartjes te bemachtigen uit het beperkte aantal dat beschikbaar is.En dat lukte wonderwel.


Dus gaven we op een morgen acte de présence. Twee keer paspoort tonen, ruim op tijd aanwezig zijn, keurig wachten tot de gids zijn groep van 15 mensen komt ophalen, wel de jassen uit want je weet natuurlijk nooit wat daarin of daaronder zit. Ook geen foto's, absoluut niet. Dan eerst een film over het paleis zien en daarna tien minuten voor die beroemde zaal, geen minuut langer. Het schema is heilig en de groepen volgen elkaar in strak tempo op. Maar het is de moeite waard. Vooral omdat de schilderkundige overdaad van de Oranjezaal zo on-Nederlands is. De protestante Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van de 17de eeuw met zijn, volgens de vele portretten, in zwarte kledij gehulde burgers is er in geen velden of wegen te bekennen. De grote stedendwinger Frederik Hendrik, prins van Oranje, met de verovering op de Spanjaarden van o.a. Oldenzaal, Maastricht, 's-Hertogenbosch, Hulst en Breda,moest na zijn dood in 1647 majestueus worden gehuldigd. 
Frederik Hendrik, Amalia van Solms en hun kinderen
Ook al was hij geen majesteit, maar slechts Stadhouder. Iets dat hem ongetwijfeld heel erg dwars heeft gezeten. Al tijdens zijn leven trachtten hij en zijn Duitse vrouw Amalia van Solms de pracht en praal van Duitse en Franse hoven te evenaren. Kastelen met grootse tuinen liet hij bouwen, magnifieke feesten werden georganiseerd, een prachtige kunstverzameling werd aangelegd. Alles om de uitstraling van een machtig vorst te creëren in een toen economisch zeer florerende republiek die geen koning wilde hebben.

Van die oude pracht en praal rest tegenwoordig niet heel veel meer. De kunstcollectie is na de dood van Frederik Hendrik en Amalia uit elkaar gevallen. De rijk gedecoreerde kastelen en paleizen zijn verdwenen, vergaan tot ruïnes en afgebroken. Behalve dat Huis ten Bosch.
Daar kregen we nu, dankzij de bezoekactie, een glimp mee van het uiterlijk vertoon van de Oranjefamilie in die tijd. Stel je voor! Frederik Hendrik die in een zegekar, omstuwd door bewonderaars en bejubelaars, die Oranjezaal inrijdt op de grootste schildering daar. 
deel van het schilderij met Frederik Hendrik op zijn zegekar
Je zou haast denken dat hij de Zonnekoning zelve was. Ongetwijfeld de bedoeling!De beroemde Vlaamse schilder Jacob Jordaens  mocht dit pièce de résistence uitvoeren. Maar ook toen bekende kunstenaars als Jan Lievens,Gerard van Honthorst en Salomon de Bray voerden delen uit. Net als Cesar van Everdingen die de "Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik" maakte. Een werk waaruit duidelijk wordt dat de toekomstige stedendwinger was voorbestemd tot grootse daden.
Allegorie op de geboorte van Frederik Hendrik
In Frankrijk en Italië zijn nog aardig wat van dit soort zalen te vinden met een overweldigende overdaad aan schildersversieringen. In Nederland is dat er in feite maar één. Die Oranjezaal! Daarom ook is het zo'n belangrijk monument, een bijna letterlijk gouden overblijfsel van de Gouden Eeuw. Daarom ook mag die restauratie van Huis ten Bosch van mij een aardige grijpstuiver kosten. Ondanks het gemauw daarover van sommige politici in de Tweede Kamer. Dit soort monumenten uit ons verleden moet je gewoon eren. Oh zo! 


Tot volgende week.

TOOS