Posts tonen met het label Gouden Eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gouden Eeuw. Alle posts tonen

dinsdag 23 februari 2021

Een dijk vaneen kunstwijf, die Rachel Ruysch

 

Rachel Ruysch, schilderij gemaakt op 20-jarige leeftijd (1684)

Tijdens het creëren van een prachtig oeuvre aan schilderijen ook nog tien kinderen op de wereld zetten en bouwen aan een levensverhaal om u tegen te zeggen. Dat had Rachel Ruysch (1664-1750) allemaal gedaan  toen ze op 86-jarige leeftijd stierf. Terecht is ze nu een historisch kunsticoon. Want haar naam zul je tegenwoordig telkens weer tegenkomen als 't gaat over de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Een geschiedenis over de maar zeer weinige vrouwen die hun mannetje stonden in de kunstwereld maar in de pikorde van de mannelijke kunsthistorici in de 19e en 20e eeuw werden weggelaten .

Vorige week eindigde ik ermee om Rachel een hybride voorbeeld van zo'n kunstvrouw te noemen. Want vrouwelijke schilders waren destijds bijna altijd óf van rijke en vaak adellijke afkomst óf ze groeiden op in een kunstenaarsfamilie. Laat nou dat óf óf voor Rachel Ruysch min of meer én én zijn!  Moeder stamde namelijk uit een familie waarin het kunstgen rijkelijk aanwezig was en vader was een bekend en beslist niet onbemiddeld wetenschapper uit de gegoede burgerij.

moeder Maria Post, rond 1710 geschilderderd door
Juriaen Pool (II)

 Eerst moeder Maria Post. Met een vader, Pieter Post, die bouwmeester was voor de Oranjes en bijvoorbeeld de interieuraankleding verzorgde van het Mauritshuis in Den Haag. Nu een beroemd museum, toen de pracht-en-praal-villa van graaf en koopman Johan Maurits van Nassau-Siegen. Als ex-gouverneur-generaal van de West Indische Compagnie in Brazilië, met dus suikerrietplantages en slavenhandel onder zich, kon zijn vermogen wel wat lijden. Aan hem is nu trouwens sinds vorig jaar een hele zaal gewijd in zijn eigen pronkhuis. Geheel in de geest van onze politiek correcte tijd. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal.

Voor diezelfde Johan Maurits verbleef de broer van Rachels opa, Frans Post, een aantal jaren in dat door de WIC op de Portugezen veroverde stukje Brazilië. Om er landschap en leven in schetsen en uiteindelijk ook op schildersdoek vast te leggen. Had Rachel ooit kunnen bedenken dat ze samen met haar oud-oom nu op maar een paar meter afstand van het 'torentje van Rutte' hangt?

 

Frans Post, Braziliaans landschap met huis in aanbouw, hangend in Mauritshuis

En vader Frederik Ruysch? Die zal, denk ik, vanwege zijn financiële positie letterlijk best aardig wat duiten in het zakje hebben kunnen doen voor Rachels opvoeding. Want befaamd wetenschapper, bioloog, chirurgijn/lijkensnijder, beheerder van de botanische tuin van de Amsterdamse universiteit en nog zo een en ander.

portret van Frederik Ruysch

De anatomische les door dr.Ruysch, Adriaen Backer (1670)

Zoals bezitter van een in heel wetenschappelijk Europa bekend biologisch kabinet in hun eigen grote huis. Vijf kamers volledig ingericht met bijvoorbeeld gebalsemde kinderlijkjes en menselijke lichaamsonderdelen. Naast allerlei soorten dieren en zeldzame insecten. Dat alles dan weer gecombineerd met een grote diversiteit aan flora van heel ver tot dichtbij. Zodanig geprepareerd met een door Ruysch zelf ontwikkelde methode dat bloemen en blaadjes er nog net zo fris uitzagen als in de vaas. En de presentatie? Vernieuwend en curieus zou je kunnen zeggen! Zie een paar van tekeningen die daarvan bewaard zijn gebleven.


Wanneer je als kind dan een groot tekentalent blijkt te hebben, is zo'n huis natuurlijk een onuitputtelijke bron voor verwondering en inspiratie. Het verhaal gaat dan ook dat Rachel haar vader op een bepaald moment heeft kunnen leren hoe hij dat soort tekeningen van hierboven zelf kon maken. Maar daarvoor had ze eerst wel les gehad. Van niet de minste. Want Willem van Aelst (1627-1683) nam haar onder zijn hoede toen ze 14 was. En laat die van Aelst nou destijds de bekendste  stillevenschilder van Amsterdam zijn geweest. En laat van hem nou ook weer werk in de collectie van het Mauritshuis zitten!

Willem van Aelst, bloemstilleven uit 1663 (Mauritshuis)
 
Willem van Aelst, jachtstilleven uit 1658 (Rijksmuseum)

Rachels passie werd het schilderen van bloemen en insecten. Voorbeelden genoeg thuis.Net zoals trouwens van dat kunstgen in de familie Post. Want ook jongere zus Anna Ruysch (1666-1741) bleek een aardig potje te kunnen schilderen. Met vermoedelijk ook weer Willem van Aelst als leraar.

schilderijen van Anna Ruysch


Maar Anna stopte al snel met de kunst. Of dat te maken heeft met haar op 21-jarige leeftijd introuwen in een nogal stijf gereformeerde familie of gewoon omdat ze trouwde en dus huisvrouw werd? Geen idee. Maar ach, hoe lang is 't geleden dat bij ons een vrouw die trouwde geacht werd te stoppen met haar baan? Toen ik trouwde in 1971 werd mij door de ongetrouwde directrice van de Dordrechtse school waar ik lesgaf nog gesuggereerd dat ik nu eigenlijk moest stoppen. Dan kon de man van een gezin met kinderen mijn plek wel overnemen. Nooit niet natuurlijk! Hoe dan ook, van Anna Ruysch bestaan dus maar weinig schilderijen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven uit 1686 (National Museum
of Women in the Art, Washington)

 Rachel echter had, zo schat ik in, een behoorlijk koppig karaktertje. Zo trouwde ze pas op haar 29ste. Best laat voor die tijd. En met nog wel een schilder! Ook ze bleef lekker doorgaan met haar bloemstillevens. Tussen het kinderen krijgen door. Of kreeg ze kinderen tussen het schilderen door? Maar ik heb mijn A4-tax alweer bereikt. Die Rachel is toch maar een onverwacht inspiratierijke schrijfbron. Komende keer meer dus. Tot volgende week.

TOOS

woensdag 17 februari 2021

Niet heel veel, maar ze waren er: Gouden Eeuwse 'Konstschilderessen'

Portret van Rachel Ruysch door Godfried
Schalcken (1706?)

 Noem het volgende maar eens geen toeval! Ik liep er al aan te denken om op korte termijn Rachel Ruysch (1664-1750) eens uitgebreid in het winterzonnetje te zetten. Eén van de weinige vrouwelijke Nederlandse kunsticonen uit onze Gouden Eeuw. Bij Judith Leyster en Maria van Oosterwijck heb ik dat vorig jaar al eens gedaan. Toch kwam ik aan de laatste van dit beroemde Gouden-Eeuw- drietal steeds niet toe. Er was elke keer wel iets anders om over te schrijven. Maar na mijn stukjes over de Italiaanse Artemisia van een paar weken geleden dacht ' Kom op Toos, nu eindelijk eens die Amsterdamse Rachel Ruysch'. Ook net als Artemisia zo'n konstighe topper die werk verkocht door heel Europa.

Goed, dat vorige week maandag besloten hebbende, mijn blog voor die week was af, kwam het toeval om de hoek kijken. Want waarover bleek op dinsdag het tv-programma 'Het geheim van de meester' te gaan? Juist ja, over een schilderij van Rachel Ruysch. Ik was toch wel even flabbergasted! Een heerlijk Engels woord, dat flabbergasted. Voor mij toch wel veel sterker in gevoelswaarde dan ons 'verbaasd'.

het team van 'Het geheim van de meester'

Ken je dat programma? Echt een moetje voor kunstliefhebbers. Waarin van een beroemde, vrijwel altijd dooie Nederlandse  kunstenaar een schilderij uit een Nederlands museum centraal staat. Dat wordt dan wetenschappelijk onderzocht, historisch toegelicht en …… zo goed mogelijk nageschilderd. Om te kunnen ontdekken hoe de 'meester' dat schilderij van begin tot eind heeft opgezet. Dit seizoen heeft Lisa Wiersma de taak op zich genomen om als schilder/onderzoeker stijl en techniek van diverse 'meesters' onder de knie te krijgen. En daarvoor kan ik alleen maar mijn denkbeeldige petje afnemen en heel diep buigen. Als je dat hele proces volgt en uiteindelijk het echte en nageschilderde werk naast elkaar ziet, rest alleen bewondering. Vooral ook omdat ik dat zelf nooit niet van z'n leven zou kunnen.

Lisa Wiersma bezig aan de kopie van het schilderij van Rachel Ruysch

Ik krijg wel eens de vraag of ik een al verkocht schilderij van mij nog eens opnieuw zou willen maken omdat het bij een kunstfan heel erg in de smaak valt. Maar dat kan ik dus gewoonweg niet. Als ik aan het schilderen ben, zit ik in een soort trance. Of, om bijdetijds correct Nederlands te gebruiken, in een flow. Dan komt de ene streek met het paletmes of penseel voort uit de andere, een nieuwe kleur uit de voorgaande, een volgende verflaag uit de onderliggende. In een proces dat door kennis, kunde en ervaring zowel bewust als onbewust plaats vindt. Ben ik op een bepaald moment links bovenaan bezig om iets toch maar weer helemaal weg te schilderen of te veranderen, dan merk ik een poosje later plotseling dat ik linksonder ben aanbeland om daar iets te wijzigen. Omdat anders het geheel niet meer klopt. 

schilderend in mijn atelier

Nou, probeer zo'n proces later nog maar eens te reconstrueren en bij een nieuw op te zetten werk te herhalen. Dat gaat me dus echt niet lukken, dan raak ik echt letterlijk geblokkeerd. Wat wel gaat is zo'n schilderij in alle vrijheid min of meer dezelfde opzet te geven. Maar stel dat je uiteindelijk de eerste versie naast de tweede kon zetten, dan zou je echt een groot aantal grote detailverschillen zien.

Daarom vind ik het zo razend knap wat die Lisa Wiersma in deze nieuwe serie van 'Het geheim van de meester' presteert. Zoals bij 'Het Melkmeisje' (1660) van Vermeer en 'Amo te ama me' (1881) van Alma Tadema. 

Alma Tadema, Amo te ama me

En nu dus vorige week met 'Vaas met bloemen' (1700) van Rachel Ruysch. Een schilderij dat ik een paar jaar geleden al eens fotografeerde in het Mauritshuis toen ik op zoek was naar schilderijen daar van vrouwelijke kunstenaars.

'Vaas met bloemen' van Rachel Ruysch, zoals ik het een poos
geleden in het Mauritshuis fotografeerde

de echte en de kopie naast elkaar, maar welke is welke?

Van die weinige vrouwen had je, door heel Europa, eigenlijk maar twee soorten. Óf komend uit schilderfamilies óf uit een rijke omgeving. Artemisia is van de eerste categorie een sprekend voorbeeld, Sofonisba Anguisola (zie deze aflevering) als kind van een adellijk geslacht van de tweede. Het interessante bij Rachel Ruysch is dat ze daarin min of meer hybride is. Want haar moeder kwam uit een familie die een duidelijk ......Oeps, merk ik plotseling in de flow van het schrijven dat ik zo'n beetje aan mijn voorgenomen tax zit: de grootte van een A4'tje. Dat is dus al net zo als bij het schilderen. Ben ik linksboven begonnen, zit ik ineens al weer rechtsonder. Maar maak je geen zorgen. 't Is net als bij een schilderij, ook dit komt af. En die uitzending van 'Het geheim van de meester'? Die valt hier op NPO Start terug te zien. Tot volgende week.

TOOS  

dinsdag 18 februari 2020

Schandalige Vergetelheid



Maria van Oosterwijck, geschilderd door
Wallerant Vaillant, Rijksmuseum
 In Dresden, Wenen, Augsburg, Kopenhagen, in de Royal Collection van het Britse koningshuis, in Kroatië, Montreal en diverse musea van de Verenigde Staten, op al die plaatsen vind je schilderijen van de Nederlandse kunstenaar Maria van Oosterwyck (1630-1693). En in ons eigen land? Alleen het Mauritshuis heeft een bloemstilleven van haar in bezit. Eentje! Dat hangt dan nog niet eens in het Mauritshuis zelf, maar in de Galerij Prins Willem V. De wat? De Galerij Prins Willem V, schertsend wel eens de verborgen parel van Den Haag genoemd. Vanuit het Mauritshuis rechtsaf over het Binnenhof naar het Buitenhof en daar ligt schuin rechts aan de overkant die in 1774 gebouwde Galerij. Feitelijk het eerste museum van Nederland dat stadhouder Willem V destijds een paar dagen per week open stelde om een ieder zich aan zijn grote collectie kunst te laten vergapen. Hutje mutje hangen de wanden daar nu weer vol met een deel van de Mauritshuis-collectie. Net als toen. Met dus ook dat ene schilderij van Maria van Oosterwyck in onze nationale collectie. Eigenlijk te gek voor woorden. Maar dat heeft natuurlijk een oorzaak.
 
deel van de Prins Willen V Galerij met links in het midden tegen
het grote schilderij aan dat enige werk van Maria van Oosterwijck
in de Nederlandse collectie
dat enige schilderij
Domineesdochter Maria schilderde eigenlijk alleen fabelachtig goeie bloemstillevens. Net zoals die paar andere nationaal en internationaal doorgebroken vrouwelijke Gouden Eeuw kunstenaars, die ik een paar blogs geleden al noemde, zich vooral in stillevens specialiseerden. Met de genreschilderijen van Judith Leyster als uitzondering (lees hier maar). Dat vrouwen vooral stillevens schilderden heeft natuurlijk ook weer een oorzaak. Maar dat is een ander verhaal.
 
een vanitas stilleven, 1668
Haar schildertalent kon Maria van Oosterwyck, dankzij de connecties van haar domineesvader,  ontwikkelen in de ateliers van Abraham van Beijeren (1620/1-1690) en Jan Davidsz.de Heem (1606-1683/4). Beiden al bekende stillevenschilders. Dat ze dichter, diplomaat, reiziger, geleerde en kunstliefhebber Constantijn Huygens ook goed kende, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan haar internationale doorbraak. Want nadat keizer Leopold I van Oostenrijk en de Florentijnse prins Cosimo III de'Medici werk van haar hadden gekocht, zong haar naam goed rond aan de grote Europese hoven.
 
een werk dat eerst was toegeschreven aan Jan van Huysum.
Iets dat veel vrouwelijke kunstenaars overkwam, dat je werk
later aan mannen werd toegeschreven
De zaken gingen zelfs zo lekker dat ze zich een duur eigen grachtenpand in Amsterdam kon veroorloven. En het bleef haar door al die adellijke buitenlandse aankopen voor de wind gaan toen de economische malaise toesloeg in en na het zogenaamde Rampjaar 1672. De gebroeders De Witt vermoord, strijd tussen de Orangisten en Republikeinen, Lodewijk XIV die met zijn Franse troepen zelfs Utrecht brandschatte, verloren zeeslagen met de Engelsen en Bommen Berend, de bisschop van Münster, die Groningen aanviel, dat was iets teveel voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zelfs al was die tijd van de Gouden Eeuw een heel bijzondere. Een tijd waarin de bloeiende economie ook aan velen uit de lagere klasse van boeren en arbeiders ten goede kwam. In een land met een voor die tijd relatief laag analfabetisme. En, ook belangrijk, een verbeterde positie van de vrouw door grote vraag naar arbeid. Maar ja, al die tegenslagen in een land afhankelijk van internationale handel, dat was toch iets teveel. Dan kon je ineens ook weer arm en berooid zijn.
 
Bloemstilleven
Maar Maria floreerde. Ze kon 't zich zelfs veroorloven ongetrouwd te blijven wat op zich al bijzonder is. Daarover staat in het naslagwerk 'De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen' van Arnold Houbraken nog een leuke roddel.
In haar atelier in Amsterdam keek ze uit op het atelier van de stillevenschilder en levensgenieter Willem van Aelst bij wie ze eerst nog assistent was geweest. Deze  kreeg, zo valt te lezen, op een bepaald moment wel ‘bevallen in haar'. Maria echter,'zedig en buiten gemeen godsdienstig en bijzonder yverig in 't voortzetten van haar Konst' (zoals het een vrouw natuurlijk betaamt!), zag dit absoluut niet zitten, maar liet 't niet blijken. Zij maakte met Willem de afspraak dat, wanneer hij een jaar lang elke dag een aantal vastgestelde uren zou schilderen, zij hem wel te woord wilde staan ‘om van minnery te spreken'. Als zij op die vastgestelde uren naar hem riep in zijn atelier en hij niet antwoordde, zette ze een streepje met krijt. Na een jaar stonden er evenveel streepjes ‘als er staan op de Schuldly van een Antwerpsche Herberg, die rykelijk is beneeringt met Schilders kalanten'. Van Aelst kon het dus wel schudden en berustte in zijn lot. 


Is 't eigenlijk niet heel erg beschamend dat er over zo'n in Europa beroemde 17e eeuwse Nederlandse vrouwelijke kunstenaar nooit een behoorlijke tentoonstelling is georganiseerd? Kom op museumcuratoren, doe er wat aan! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 4 februari 2020

Konstighe Wereldwijven van Toen

in een museum ben ik altijd op zoek naar werk van
vrouwelijke kunstenaars

Eerst even een tamelijk afschrikwekkend citaat uit het politiereglement van Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). Voor alle duidelijkheid, uit 1444. 'Een man mach sijn wijf slaen ende steken, upsniden, splitten van beneden tot boven ende waermen zijn voeten in haer bloet'. Wel op voorwaarde dat ze bleef leven. Maar dat is natuurlijk vanzelfsprekend.
Dit komt uit het nieuwe boek 'Oefeningen in Genot. Liefde en lust in de late Middeleeuwen' van Herman Pleij. Misschien zeg je nu 'oh ja, die Pleij uit DWDD met zijn heerlijke, enthousiaste geschiedenisverhalen'. Ja, die dus.

Nog wat citaten, maar dan van begin 20e eeuw. Bij de invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht in 1919. 'Maar wat blijft er dan over van de huisvrouw, wier hooge plicht het is zich bezig te houden met dagelijksche dingen' (A.F. de Savornin Lohman, fractievoorzitter CHU). En 'Deze beweging die bedoelt is de vrouw minstens als gelijk met den man te stellen en, zoo mogelijk hooger, acht ik in strijd met Gods Woord' (E.J.Beumer, kamerlid ARP).
Er veranderde in de tussenliggende eeuwen dus best wel iets qua toonzetting. Maar kun je 't een echt fundamentele verandering noemen in het beeld over de vrouw bij deze mannen?

En toch zijn er zelfstandige vrouwelijke kunstenaars geweest in de tussenliggende eeuwen.  Ik schreef er een paar weken geleden al over en noemde i.v.m. de Gouden Eeuw Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck (lees hier maar). Dat moeten beslist dijken van wijven zijn geweest. Echte wereldwijven. Oké, je had wel dat bekende zaklantaarntje nodig, maar toch! Rond 1720 verscheen het bekende, drie delen tellende overzichtswerk 'De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen' van Arnold Houbraken. En die schreef, zoals de titel al aangeeft, de kunstvrouwen niet weg. Zoals later in de 19e en 20e eeuw wel is gebeurd. Je moet er echt naar zoeken tussen de vele honderden mannennamen, maar hoe dan ook, ze zijn er.

Dat daarbij wat haar op de vrouwentanden heel nuttig kon zijn, bewijst Judith Leyster (1609-1660). Absoluut een eigenzinnig en ondernemend typje. In Haarlem werd ze in 1633 als meesterschilder, en als enige vrouw, ingeschreven bij het gilde voor de kunstschilders, de vakbond van toen. Als ongetrouwde vrouw zelfs! Dat zegt wel iets over haar omdat je dan een eigen atelier moest hebben en leerlingen mocht aannemen.
links haar beroemde zelfportret rond 1630, rechts een recent
ontdekt zelfportret van rond 1650
Ze ging ook conflicten met mannelijke collega's niet uit de weg. Dat blijkt uit een juridisch akkefietje van haar met de beroemde Haarlemse schilder Frans Hals bij wie ze vermoedelijk zelf eerst nog in de leer was geweest. Een leerling uit haar atelier liep over naar Frans Hals terwijl Judith nog leergeld van hem te goed had. Dat pikte ze niet en dus stelde ze Hals daarvoor aansprakelijk. En ze won! Maar zelf kreeg ze weer een boete omdat ze die leerling, toen die bij haar kwam, niet bij het gilde had aangemeld. Want gilderegels waren er natuurlijk wel om nageleefd te worden.

Dat ze bij Frans Hals in de leer is geweest, staat niet voor 100% vast, maar wordt afgeleid uit de overeenkomsten tussen haar en zijn schilderijen. Beiden waren ze namelijk heel goed in de zogenaamde genrestukken, afbeeldingen uit het dagelijks leven. Een typisch Lage Landen genre dat heel populair was in de 17e eeuw en daarom door veel kunstenaars werd beoefend. Allemaal mannen. De enige uitzondering in Holland? Judith Leyster.
 
hier een aantal van die genreschilderijen,
'Vrolijk gezelschap', 1629
Twee kinderen met een poes, 1629

Een gelukkig koppel, 1630

1635

De laatste druppel, 1639

Dat is vermoedelijk ook, afgezien van haar vrouwzijn, een reden geweest om in de eeuwen daarna schilderijen van haar aan Hals toe te schrijven. Tja, onder die naam bracht een werk nu eenmaal veel meer op en hun stijl was gelijkwaardig. Wat natuurlijk wel weer iets zegt over haar kwaliteiten.
 
kwaliteiten die Judith Leyster ook toont in
 'muziekwerken' en portretten, zoals hier
in 'Serenade', 1629

jonge fluitspeler, rond 1635

meisje met luit, 1631

portret van man met baard

portret van een vrouw

Die lagen trouwens ook op het zakelijk vlak. Met haar man Jan Miense Molenaer, ook schilder,woonde ze op verschillende plekken waarbij zij hun woonhuizen kocht en zij hun kunsthandel bestierde. Tussendoor kreeg ze nog even vijf kinderen. 't Zou heel goed kunnen dat er daardoor van haar na 1640 maar weinig schilderijen bekend zijn. Nog steeds een bekend euvel trouwens voor veel vrouwelijke kunstenaars die kinderen krijgen en daardoor minder aandacht kunnen geven aan hun carrière. Maar 't zou natuurlijk ook heel goed kunnen dat er in de toekomst meer werken van haar worden ontdekt die nu nog aan anderen zijn toegeschreven. Een verschijnsel dat veel vrouwelijke kunstenaars is overkomen. Maar dat is weer een ander verhaal.
haar beroemde 'Het voorstel', 1631,
gefotografeerd
in het Mauritshuis
aquarel van een tulp, 1643
'Blompotje', 1654
En die andere konstighe wereldwijven als Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck? Die schuiven gewoon door naar een volgend blog. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 14 januari 2020

Mannelijk Chauvinisme en Vrouwen in de Kunst

National Museum of Women in Arts, Washington

In Washington gebeuren ook best wel goeie dingen. Want naast die 'grab them by the pussy' president met zijn dikke-vinger-tweets vind je min of meer om de hoek bij het Witte Huis sinds 1987 het National Museum of Women in the Arts. Zo zie je dat God toch best wel een beetje straft. Net dit weekeinde sloot daar  de expositie 'Women Artists of the Dutch Golden Age'. Over vrouwelijke kunstenaars dus in onze 'eigen' Gouden Eeuw. Die overigens in het Amsterdams Museum sinds kort niet meer zo mag heten vanwege doorgeslagen politieke correctheid. Maar dat weten ze dus in Amerika blijkbaar nog niet.

zelfportret van Judith Leyster
 Hadden we in de Gouden Eeuw dan ook bekende vrouwelijke kunstenaars buiten Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Vermeer en nog zo wat beroemde schilders? Ja, natuurlijk hadden we die. Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, om er maar een paar te noemen. 
Maar ja, ze werden in de kunstgeschiedenis heel gewoontjes weggeschreven. Door mannen, om te beginnen in de 19e eeuw. Als gevolg van bijvoorbeeld de Verlichtings-filosoof  Immanuel Kant (1724-1804) die, een beetje voor zich uit filosoferend, stelde dat alleen mannen een genie konden zijn omdat de vrouw te weinig controle zou hebben over haar emoties. En zo wist die andere beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) ook zeker dat vrouwen over te weinig passie zouden beschikken. Laten dat nou net een paar interessante eigenschappen zijn die in de 19e eeuw aan het geromantiseerde, mythische en geniale kunstenaarschap werden toegeschreven.
mogelijk een zelfportret van Clara Peeters
zelfportret van Maria van  Oosterwijck
 Gevolg? Vrouwen exit in boeken over de kunstwereld. Zoals in twee heel belangrijke 20ste eeuwse kunstbijbels waarin geen vrouw voorkomt. The Story of Art (1950) van kunstpaus en kunsthistoricus Ernst Gombrich. En Janson's History of Art (1962) dat bij elke academiedocent op het nachtkastje lag. Vrouwen? Nada, niente! Kun je nagaan hoeveel nog steeds in de kunstwereld functionerende leraren en academici zijn opgevoed zonder ook maar enige kennis over vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Judith Leyster, portret van een vrouw
 Maar het tij keert. Vooral omdat in de USA begin jaren 70 vorige eeuw de feministische beweging zich met die kunstgeschiedenis begon te bemoeien. Heel langzaam aan is het besef gegroeid dat er iets goed mis was in die door mannen geschreven historie. Met als gevolg dat er nu de laatste paar jaar ineens de ene na de andere grote expositie over juist die volstrekt genegeerde kunsthoek wordt gelanceerd. Je zou 't een soort MeToo-beweging kunnen noemen maar dan met vergeten, verwaarloosde en ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars.
Ga maar na. Het oude, beroemde Prado Museum in Madrid toont, let wel, al hun tweede expositie over vrouwen. Maar daar hebben ze dan wel tweehonderd jaar voor nodig gehad.  Onderwerp zijn Sofonisba Anguissola en Lavinia Fontana, kunstenaars over wie ik een poosje geleden al eens schreef (lees maar hier). In datzelfde stukje viel ook de naam van Artemisia Gentileschi, mijn eigen rockstar uit de kunstgeschiedenis. Laat die nu in april een grote overzichtstentoonstelling krijgen in The National Gallery in Londen. En wat doet het Centraal Museum in Utrecht binnenkort? Daar komt een tentoonstelling over surrealisme met, quote, 'voor het eerst veel ruimte voor vrouwelijke surrealisten als Leonora Carrington en Leonor Fini'. Zoals gezegd, het tij keert: de kunstgeschiedenis wordt terecht herschreven.
 
ArtemisiaGentileschi, schilderij waarin ze zichzelf heeft
afgebeeld als de heilige Catharina, te zien in Londen
werk van Leonore Fini
Daarom wordt 't eigenlijk best wel tijd dat het Rijksmuseum of Mauritshuis die tentoonstelling van ver weg in Washington als voorbeeld nemen. 't Is toch eigenlijk van de gekke dat je in Nederland met een zaklantarentje moet zoeken naar werk van onder anderen die Judith Leijster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck. Alleen als je heel goed oplet, zie je er wel eens wat van hangen.
 
stilleven van Clara Peeters, foto gemaakt in het Mauritshuis
bloemstilleven van Rachel Ruysch, uitleen van
het Mauritshuis aan het Rijksmuseum voor de
expositie Rembrandt-Velazquez
schilderij van Judith Leyster, gefotografeerd in
het Mauritshuis
Een goeie reden dus om er zelf zo af en toe maar eens wat blogs over die vrouwen tegenaan te gooien. Leve de Gouden Eeuw en de vrouwelijke kunstenaars van toen! Tot volgende week.
TOOS