Posts tonen met het label Haarlem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Haarlem. Alle posts tonen

woensdag 20 januari 2021

Zou de beroemde schilder John Constable (1776-1837) een Brexit voorstander zijn geweest?

 Wat hebben we er toch lekker veel natuurfanaten bij gekregen in deze coronatijd! Zo bleek een dikke week geleden wel. Want zeg nou zelf,dat moet je toch wel zijn als je met z'n allen uitgebreid in de file gaat staan om een flinterdun laagje sneeuw op het Drielandenpunt bij Vaals te gaan bewonderen. Hoezo het aantal verkeersbewegingen terugschroeven tijdens de lockdown? Bij zoveel overenthousiasme hadden ze eigenlijk ook nog even moeten doorrijden naar Madrid om daar op de veel dikkere sneeuwlaag te gaan langlaufen. Maar goed, door hun idolate gedrag moest ik ineens denken aan nog zo'n grote natuurliefhebber. Aan John Constable (1776-1837) en de expositie over hem in het prachtige Haarlemse  Teylers Museum. Die kon ik nog net bezoeken toen het flipperkastenbeleid  voor musea dat weer even toestond.

Bovenstaande foto met het Teylers Museum op de achtergrond maakte levensgezel deze zomer. Toen we met vrienden in hun sloep op de Spaarne in Haarlem voorbij dat gebouw voeren. Met de wind in de haren en natuurlijk een glas witte wijn in de hand. Helemaal dus zoals 't heurt volgens het Amsterdamse grachtengordel-sloep-reglement. Dat oudste museum van Nederland (1784) is ook absoluut een toost waard. Sowieso vanwege het oude gebouw zelf, met die magnifieke Ovalen Zaal middenin. Maar ook vanwege de wetenschappelijke verzameling fossielen, mineralen en oude natuurkundige instrumenten. Waar levensgezel, met zijn achtergrond, altijd even likkebaardend moet ronddwalen.  En natuurlijk door de voor Nederland unieke kunstexposities die er regelmatig te bewonderen zijn.

de beroemde Ovale Zaal



Zoals nu die  overzichtstentoonstelling van John Constable. Zelfs de eerste in Nederland. Eigenlijk heel raar. Want in Engeland heeft hij een sterrenstatus. Daar is hij voor zijn bewonderaars nog steeds een van de beste landschapsschilders ooit. Niet zomaar wordt Suffolk, het gebied waar Constable zijn beroemdste schilderijen maakte, Constable Country genoemd. Er wordt zelfs geprobeerd om plekken die hij ooit schilderde terug te transformeren naar de toestand van zo'n twee eeuwen geleden.

bomen worden omgehakt om het uitzicht, met de kerktoren op de achtergrond, 
weer Constable-like te maken


 't Moet er weer zoveel mogelijk uit gaan zien als op zijn schilderijen. In feite een vorm van omgekeerd photoshoppen. Idolatrie en idiotie? Hoezo! Zou onze goede vriend Obelix dan toch gelijk hebben met zijn uitspraak in de strip 'Asterix bij de Britten': Ils sont fous, ces Anglais, ze zijn gek, die Engelsen?

Maar waarom Constable zo speciaal is voor Engeland en voor de schilderkunst wordt heel prettig en kundig uitgelegd in onderstaande video over de expositie in Haarlem.

Persoonlijk vind ik de olieverfschilderijen die hij in zijn atelier maakte nogal braaf.

De Hooiwagen, het beroemdste schilderij van Constable, niet te zien op deze expositie

deze, net zoals de volgende, wel




een tekening van Constable, in het bezit van Tylers Museum

Maar de olieverfschetsen waarop in de tentoonstelling terecht veel nadruk ligt, zijn toch heel bijzonder. Want wie ging er in die tijd buiten zitten schilderen met olieverf? Waarom kennen we niet dergelijke olieverfschetsen van Rembrandt? Waarom maakte die buiten alleen snelle schetsen en mogelijk enkele  etsen om ze later in zijn atelier verder uit te werken? Heel simpel, Rembrandt en Constable kenden de verftube nog niet. Die o zo handige tinnen tube stamt namelijk pas van 1841. Daarna werd het buiten schilderen ineens  veel makkelijker. Met als gevolg de nu zo beroemde School van Barbizon, het impressionisme van bijvoorbeeld Monet en het expressionisme van ons aller Vincent. Maar dat zijn andere verhalen.

een aantal van Constable's olieverfschetsen zoals ze zijn te zien op de tentoonstelling



Wat nu dus een fluitje van een cent is, was in Constable's tijd een ware expeditie waarin hij als een echte pionier bepakt en bezakt op stap moest. Met bijvoorbeeld dichtgebonden varkensblazen waarin zijn thuis gefabriceerde olieverven niet uitdroogden. Naast ook nog de nodige glazen flesjes met medium en pigmenten. En dan moest hij met deze primitieve middelen maar even snel die prachtige momentane luchten met hun ingewikkelde lichte en donkere wolkenpartijen neerzetten. Vooral door die olieverfschetsen in Teylers ben ik hem meer gaan waarderen.

Want zoals hierboven al gezegd, ik vond hem altijd wat braaf. Altijd maar diezelfde soort olieverfschilderijen van diezelfde plaatsen, 't liefst in zijn geboortestreek Suffolk. Zelfs toen hij op latere leeftijd bekender werd en in Frankrijk zowaar meer schilderijen verkocht dan in eigen land weigerde hij het Kanaal over te steken. Liever arm in eigen land dan rijk daarbuiten, zo zei hij eens. Vandaar dus de titel van dit stukje. Een volstrekt irrelevante vraag natuurlijk. Maar, zo vond ik, wel een leuke opener.

nog een paar foto's van de expositie


Nu maar hopen dat de musea weer open kunnen voor 28 februari. Want tot dan staat de noodgedwongen al verlengde tentoonstelling gepland. As 't effe kan gewoon nog gaan. Tot volgende week.


TOOS





dinsdag 4 februari 2020

Konstighe Wereldwijven van Toen

in een museum ben ik altijd op zoek naar werk van
vrouwelijke kunstenaars

Eerst even een tamelijk afschrikwekkend citaat uit het politiereglement van Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). Voor alle duidelijkheid, uit 1444. 'Een man mach sijn wijf slaen ende steken, upsniden, splitten van beneden tot boven ende waermen zijn voeten in haer bloet'. Wel op voorwaarde dat ze bleef leven. Maar dat is natuurlijk vanzelfsprekend.
Dit komt uit het nieuwe boek 'Oefeningen in Genot. Liefde en lust in de late Middeleeuwen' van Herman Pleij. Misschien zeg je nu 'oh ja, die Pleij uit DWDD met zijn heerlijke, enthousiaste geschiedenisverhalen'. Ja, die dus.

Nog wat citaten, maar dan van begin 20e eeuw. Bij de invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht in 1919. 'Maar wat blijft er dan over van de huisvrouw, wier hooge plicht het is zich bezig te houden met dagelijksche dingen' (A.F. de Savornin Lohman, fractievoorzitter CHU). En 'Deze beweging die bedoelt is de vrouw minstens als gelijk met den man te stellen en, zoo mogelijk hooger, acht ik in strijd met Gods Woord' (E.J.Beumer, kamerlid ARP).
Er veranderde in de tussenliggende eeuwen dus best wel iets qua toonzetting. Maar kun je 't een echt fundamentele verandering noemen in het beeld over de vrouw bij deze mannen?

En toch zijn er zelfstandige vrouwelijke kunstenaars geweest in de tussenliggende eeuwen.  Ik schreef er een paar weken geleden al over en noemde i.v.m. de Gouden Eeuw Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck (lees hier maar). Dat moeten beslist dijken van wijven zijn geweest. Echte wereldwijven. Oké, je had wel dat bekende zaklantaarntje nodig, maar toch! Rond 1720 verscheen het bekende, drie delen tellende overzichtswerk 'De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen' van Arnold Houbraken. En die schreef, zoals de titel al aangeeft, de kunstvrouwen niet weg. Zoals later in de 19e en 20e eeuw wel is gebeurd. Je moet er echt naar zoeken tussen de vele honderden mannennamen, maar hoe dan ook, ze zijn er.

Dat daarbij wat haar op de vrouwentanden heel nuttig kon zijn, bewijst Judith Leyster (1609-1660). Absoluut een eigenzinnig en ondernemend typje. In Haarlem werd ze in 1633 als meesterschilder, en als enige vrouw, ingeschreven bij het gilde voor de kunstschilders, de vakbond van toen. Als ongetrouwde vrouw zelfs! Dat zegt wel iets over haar omdat je dan een eigen atelier moest hebben en leerlingen mocht aannemen.
links haar beroemde zelfportret rond 1630, rechts een recent
ontdekt zelfportret van rond 1650
Ze ging ook conflicten met mannelijke collega's niet uit de weg. Dat blijkt uit een juridisch akkefietje van haar met de beroemde Haarlemse schilder Frans Hals bij wie ze vermoedelijk zelf eerst nog in de leer was geweest. Een leerling uit haar atelier liep over naar Frans Hals terwijl Judith nog leergeld van hem te goed had. Dat pikte ze niet en dus stelde ze Hals daarvoor aansprakelijk. En ze won! Maar zelf kreeg ze weer een boete omdat ze die leerling, toen die bij haar kwam, niet bij het gilde had aangemeld. Want gilderegels waren er natuurlijk wel om nageleefd te worden.

Dat ze bij Frans Hals in de leer is geweest, staat niet voor 100% vast, maar wordt afgeleid uit de overeenkomsten tussen haar en zijn schilderijen. Beiden waren ze namelijk heel goed in de zogenaamde genrestukken, afbeeldingen uit het dagelijks leven. Een typisch Lage Landen genre dat heel populair was in de 17e eeuw en daarom door veel kunstenaars werd beoefend. Allemaal mannen. De enige uitzondering in Holland? Judith Leyster.
 
hier een aantal van die genreschilderijen,
'Vrolijk gezelschap', 1629
Twee kinderen met een poes, 1629

Een gelukkig koppel, 1630

1635

De laatste druppel, 1639

Dat is vermoedelijk ook, afgezien van haar vrouwzijn, een reden geweest om in de eeuwen daarna schilderijen van haar aan Hals toe te schrijven. Tja, onder die naam bracht een werk nu eenmaal veel meer op en hun stijl was gelijkwaardig. Wat natuurlijk wel weer iets zegt over haar kwaliteiten.
 
kwaliteiten die Judith Leyster ook toont in
 'muziekwerken' en portretten, zoals hier
in 'Serenade', 1629

jonge fluitspeler, rond 1635

meisje met luit, 1631

portret van man met baard

portret van een vrouw

Die lagen trouwens ook op het zakelijk vlak. Met haar man Jan Miense Molenaer, ook schilder,woonde ze op verschillende plekken waarbij zij hun woonhuizen kocht en zij hun kunsthandel bestierde. Tussendoor kreeg ze nog even vijf kinderen. 't Zou heel goed kunnen dat er daardoor van haar na 1640 maar weinig schilderijen bekend zijn. Nog steeds een bekend euvel trouwens voor veel vrouwelijke kunstenaars die kinderen krijgen en daardoor minder aandacht kunnen geven aan hun carrière. Maar 't zou natuurlijk ook heel goed kunnen dat er in de toekomst meer werken van haar worden ontdekt die nu nog aan anderen zijn toegeschreven. Een verschijnsel dat veel vrouwelijke kunstenaars is overkomen. Maar dat is weer een ander verhaal.
haar beroemde 'Het voorstel', 1631,
gefotografeerd
in het Mauritshuis
aquarel van een tulp, 1643
'Blompotje', 1654
En die andere konstighe wereldwijven als Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck? Die schuiven gewoon door naar een volgend blog. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 17 december 2019

"Schrijf op, Verwey voelt zich een miskend genie" en Rob Ruggenberg deed aldus

foto van Kees Verwey in zijn atelier in Haarlem
als jonkie in Dordrecht

Bij Dordrecht komen al eeuwen drie rivieren samen. Dat verklaart gelijk de ligging van deze ooit grootste stad van Holland. Maar ook voor mij knopen er zich in Dordrecht telkens opnieuw levenslijnen samen.
 Dat begon al toen ik er op 19-jarige leeftijd neerstreek. Met mijn op de academie in Tilburg behaalde MO-A  diploma deed ik er mijn eerste, niet licht te vergeten onderwijservaringen op. Maar ook, zoals dat gaat, nieuwe vrienden en een Dordtse stamkroeg. Nog zo'n echte bruine. Daar probeerde ik eens mijn oudste zus te koppelen aan de van oorsprong Franse Jean Boulanger. Hij leek me wel wat voor haar. Maar ik had me deerlijk vergist. Zij zag alleen maar de stralend blauwe ogen van Rob Ruggenberg. Destijds journalist en mijn beste vriend daar.
 
die stamkroeg destijds en een tekening die ik er toen van maakte 
De rest is historie. Rob bleef boezemvriend, werd zwager en katapulteerde zich in 2006 de kinderboekenwereld in met zijn eerste boek 'Het verraad van Waterdunen'. Nog zes andere historische jeugdromans en vele prijzen volgden. Zoals de door velen begeerde Thea Beckmanprijs en die van de Jonge Jury. Maar heel recent overleed Rob plotseling. Een heftige schok die ik nog steeds aan het verwerken ben. In dat proces paste mooi een bedevaart naar Dordrecht. Naar een expositie over schilder Kees Verwey in het Dordrechts Museum (zie de foto's tussendoor). De link?
 
Rob Ruggenberg in Groenland voor onderzoek voor zijn boek 'IJsbarbaar'
Hiervoor eerst een citaat uit de doorslag van een bijna 35 jaar oude brief van Rob aan de destijds beroemde, wat norse en ook provocerend ingestelde maestro Verwey (1900-1995). Zo'n met carbonpapier gemaakte pre-digitale doorslag, getikt op zijn journalisten-typemachine.
" Ik neem de vrijheid ook nog terug te komen op mijn telefonische vraag, vorige vrijdag. Ik zou echt heel graag een aquarel willen kopen, met name een die ik in de Vishal zag hangen en die mij in het hart trof. Daar U mij te verstaan heeft gegeven dat die mogelijkheid afhangt van de wijze waarop ik over U heb geschreven, buig ik thans het hoofd en wacht ootmoedig Uw oordeel af, Met gevoelens van hoogachting en bewondering, Uw dienstwillige dienaar, Rob Ruggenberg."
 
een aquarel van Verwey op de expositie in het Dordrechts Museum
Waar kom je dat soort brieven tegenwoordig nog tegen. Maar 't was wel de manier waarop je de toen 85 jaar oude Kees Verwey geacht werd te benaderen. Reactie en aquarel zijn er nooit gekomen. Niet ootmoedig genoeg geschreven? Wel jammer, geen 'Verwey' dus in de familie. Maar wel verscheen in diverse regionale dagbladen het grote interview van Rob met Verwey waarnaar het citaat indirect verwijst. Met als kop "Schrijf op, Verwey voelt zich een miskend genie".
Een aantal jaren geleden gaf Rob me een dikke ordner over Verwey.  Zo van 'lijkt me wel interessant voor jou'. Met daarin allerlei knipsels en kopieën  die hij had verzameld als voorbereiding op dat interview. Nu kwam dat mooi van pas voor mijn Dordtse bedevaart.
 
een stilleven met bloemen van Verwey
Verwey leek langzaam aan op weg naar de kunstvergetelheidshoek. Daar waar zich al heel veel kunstenaars hebben verzameld. Toen echter was hij nog steeds een NAAM. Met een rijk tentoonstellingsverleden. Het Stedelijk Museum in Amsterdam, Boymans in Rotterdam, Frans Hals Museum in Haarlem en het Van Abbe in Eindhoven. En dat ondanks het Cobrageweld dat hem vanaf de jaren 50 kwelde. Want eigenlijk vond de moderne kunstwereld toen al dat zijn stijl 'niet meer kon'. Stel je voor! Figuratief met, oké, af en toe wat abstractie, en dan ook nog een mix van impressionisme en expressionisme? Dat deed je voor je goeie kunstfatsoen niet meer. En toch bleef hij zijn unieke zelf. 'Een kunstenaar wiens toekomst ligt in zijn schitterend verleden' zoals hij zichzelf ooit eens typeerde.


In Dordrecht zag ik een mooie doorsnee van zijn werk. Met zijn befaamde aquarellen maar ook met die beroemde stillevens van zijn atelier. Het beroemde atelier waar in geen tientallen jaren was schoongemaakt en waarvan hij steeds opnieuw een aanzicht schilderde. Voortdurend onderzoekend hoe hij 't met compositie, stijl, licht en kleur anders kon doen.
een kijkje in het atelier van Verwey met daarin de op zijn
schilderijen steeds terugkerende gipsen Egyptische kop



Dat hij ook nog wat abstracte schilderijen maakte voor de overzichtsexpositie in Haarlem bij zijn 85e verjaardag? Even een heerlijk citaat uit het interview van Rob met hem bij die gelegenheid. "Abstract? Dát willen ze, anders tel je niet mee. Je moet eigentijds zijn. Dus heb ik speciaal voor deze tentoonstelling eens een paar abstracten gemaakt. Het is heel gemakkelijk. Grote penselen, dus gauw klaar. Een liniaal is het belangrijkste. Je begint met een stel lijnen te trekken en dan komt de rest ook wel. Bovendien hoef je het niet helemaal af te maken. Dat ziet toch geen mens." De provocateur Verwey ten top!

Het is bewonderenswaardig dat het Dordrechts Museum na zoveel jaren opnieuw een terechte ode brengt aan deze schilder en waarnemer pur sang (tot 5 januari). Voor mij is dit stukje trouwens ook een soort ode, een eerbetoon aan mijn grote vriend Rob. Zijn apotheose komt echter nog. Als in april volgend jaar zijn laatste historische jeugdroman verschijnt. Postuum dus. Ingeleverd bij uitgever Querido een paar dagen voor hij stierf.
Oh ja, en die Dordtse stamkroeg bestaat nog steeds, maar nu als restaurant.Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 15 januari 2019

Museum Musiom met ook mijn werk in de kerncollectie


Hoeveel van alle dode en nog levende Nederlandse kunstenaars zouden wereldwijd, of zelfs alleen maar in Nederland,  in een museum hangen? Werk van hun hand dan natuurlijk, niet zij zelf. Ik schat zo in dat dit maar een heel klein percentage is. Ga maar na. Tegenwoordig studeren er per jaar vele, vele honderden af aan de kunstacademies. Per jaar dus! Die komen echt niet allemaal in een museum terecht. Want daar gaat in de loop der tijden een selectie aan vooraf die o.a. sterk beheerst wordt door trends. Door de waan van de dag en die van museumdirecteuren en bijbehorende kunstcuratoren. Klein klassiek voorbeeldje? Frans Hals (1582-1666), wereldberoemd toch? Maar wel helemaal uit na zijn leven tot hij ineens een soort afgod werd voor de  Franse impressionisten in de tweede helft van de 19e eeuw. En nu? Zie het Frans Hals Museum in Haarlem.  


Daarom zijn een paar enthousiastelingen in Amersfoort een eigen museum begonnen. Het 'Musiom, huis voor hedendaagse kunst'. Een museum bedoeld voor kunstenaars geboren rond 1950. Want velen uit die tijd hebben zich nooit in een hokje laten stoppen, zich nooit aan heersende kunst en museumdirecteurentrends aangepast. Ze zijn gewoon helemaal hun eigenste gang gegaan, hebben door de kwaliteit van hun werk een mooie carrière opgebouwd maar zijn nooit doorgedrongen in het gesubsidieerde museale  circuit. Te on-Cobra of te weinig abstract expressionisme of veel te figuratief. Of geen verwantschap met min of meer onbegrijpelijke kunstperformances en installaties. Enzovoort. Niet passend dus in het aankoopbeleid van de grotere musea. Gewoon te eigenwijs en teveel werkend vanuit hun eigen fantasie, vanuit hun eigen beleving.
voorgevel van het Musiom
Op die manier is een kunstenaarsgeneratie die juist volwassen werd in de roerige jaren 60 en 70 en die zich niets aantrok van stromingen nooit museaal aan bod gekomen. Allemaal individualisten die zich niet lieten vangen in een kunsthokje. Nee, ze waren gewoon allemaal apart allemaal hun eigen kunststroming. Maar wel op zo'n manier dat een deel van hen nationaal en ook internationaal bekendheid kreeg. Met als gevolg dat ze bij heel veel particulieren hangen en staan met hun schilderijen en beelden. Omdat heel veel 'gewone' kunstliefhebbers wel wat zagen in hun werk.  En vergeet ook niet bepaalde bedrijfscollecties die eigenwijs hun gang gingen met verzamelen.
deel van de huidige expositie in het Musiom

samen met een van de kunstenaars, Hans Vanhorck
kijkend naar een werk van mij voor de kerncollectie
 Het Musiom (www.musiom.art) aan de Stadsring 137 in Amersfoort springt nu in dit museale gat. Waarbij ik mag meespringen. Want vorige week bracht ik er wat schilderijen heen die deel gaan uitmaken van de kerncollectie. Samen met werk van bijvoorbeeld Hans Vanhorck, Richard Smeets, Poen de Wijs, Saskia Pfaelzer, Sjer Jacobs, Ad Arma, Arvee en Jan van Lokhorst. Allemaal kunstenaars met een mooie carrière en vaak ook nog volop bezig in de kunst. Daar ben ik best een beetje trots op.

Elke drie à vier maanden is er in het Musiom weer een nieuwe expositie te zien van enkele van de Musiom-kunstenaars aangevuld met een keus uit die kerncollectie. Wanneer ik aan de beurt ben? Reken maar dat ik dat hier meld. Tot volgende week.
met Hans Vanhorck voor een schilderij van Richard Smeets

TOOS