Posts tonen met het label Rijksmuseum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rijksmuseum. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2020

Caravaggio en zijn Corona-perikelen

Caravaggio, Narcissus, nu in het Rijksmuseum

't Zou hier nu opnieuw gaan over mijn Buitenkunst, zo verkondigde ik vorige week. Maar ja, ik kan ook niet buiten kunst. Vandaar een onvoorziene interruptie. De musea mochten namelijk weer open op  1 juni en daar wilde ik dus héééél snel gebruik van maken. Samen met levensgezel trouwens. Die ook zowel binnen als buiten niet buiten kunst kan. Dus zat hij 's morgens 21 mei, de eerste dag dat er weer kaartjes online geregeld konden worden voor het Rijksmuseum, binnen paraat voor zijn pc-scherm. Want we wilden nog snel naar de expositie 'Caravaggio-Bernini, Barok in Rome', die  op 7 juni zou eindigen. En ja! Het lukte om met onze Rembrandtpassen twee gratis toegangsbewijzen te scoren voor dinsdag 2 juni. Binnen het tijdslot van 14.15-14.30 uur. Want zo zijn tegenwoordig de regels in het corona-museumspel en zo moet 't gespeeld worden. Online met een tijdslot en niet anders.
Bernini, Medusa, nu in het Rijksmuseum
Wij lopen dus op 2 juni om 14.14 uur het Rijksmuseum binnen. Dat soort logistiek vernuft laat ik altijd met een gerust hart aan levensgezel over! Kaartjes worden gescand, Rembrandtpas getoond, handjes ontsmet en doorlopen naar die expositie. Ja, had je dus gedacht! In de grote hal stond al een soortement rij. Want 'rij' is tegenwoordig met die 1,5 meter toch wel een wat diffuser en ongeregelder begrip geworden.

 Enigszins in twijfel sluiten we aan. Maar die twijfel verdween snel toen een museummedewerker, laat ik die nr.1 noemen, aan ons een verzoek had. Of we wilden kijken hoe laat 't nu was en hoe laat we de expositie binnen konden lopen opdat we onze wachttijd aan een aldaar geposteerde andere medewerker  konden doorgeven. Dat was voor hun nuttige informatie. Nou, natuurlijk! Wel begonnen we toen enige figuurlijke nattigheid te voelen. Dat was helemaal het geval toen we zo'n 6 à 7 minuten later en na een aantal meters terreinwinst een nogal nonchalant tegen een muur geplaatst Efteling-achtig bordje tegen kwamen. 'Vanaf hier een uur'. Hè? Maar een langslopende medewerker, zeg maar nr.2, wist bij navraag te melden dat dit wel ongeveer klopte.

 De diffuse rij met die grote afstandsgaten schoof inderdaad tergend langzaam op. Medewerker nr.3 kwam langs met klapstoeltjes voor wachtenden die knikkende knieën en vervelende voeten begonnen te krijgen. Levensgezel, die een praatje aanknoopte met medewerker 4 die de klapstoeltjes bij inleveren gelijk weer ontsmette, leerde dat het Rijksmuseum eigenlijk ook in een leerproces zat. Want hoeveel bezoekers kan je in zo'n tijdslot binnenlaten en hoe snel stromen die door in de zalen waar maar weer een beperkt aantal mensen te gelijkertijd mag verkeren? In feite waren we proefkonijnen in een logistiek experiment. Dat Eftelingbordje klopte trouwens. Het duurde inderdaad een uur voor we aan medewerker 5 volgens belofte konden vertellen dat het beloofde uur inderdaad een uur was. Zo bleek de Cruyffiaanse uitspraak 'dat elk nadeel zo ze voordeel heb' toch weer op te gaan. Want hadden we in de tussentijd niet in alle rust met diverse museumsuppoosten gezellig een praatje kunnen maken? Iets wat er anders nooit zo snel van komt.
één groot voordeel van het beperkte aantal toegestane bezoekers:
 je kunt in alle rust kijken
Caravaggio, De doornenkroning, 1603
Bernini, buste van Thomas Baker, rond 1637
En die expositie? Hier tussendoor heb ik al met foto's gestrooid. Interessant, maar geen echte topper. Dat komt ook omdat de allerbeste werken van Caravaggio gewoon vast gespijkerd zitten aan kerkmuren in Italië en op Malta. En omdat Bernini alle Rome-bezoekers natuurlijk al helemaal heeft afgebluft met zijn beroemde, grootse barokfonteinen en beeldengroepen. Daar kom je in 't museum echt niet meer overheen. Wel was voor mij opnieuw duidelijk dat toch maar enkele Caravaggistische schilders in kwaliteit in de buurt komen van hun grote meester. Zelfs al hingen de topwerken van Caravaggio er dus niet.
Orazio Gentileschi (1563-1639) Judith en haar dienstmeid
met het hoofd van Holofernes, rond 1608
dochter Artemisia Gentileschi (1593-1654),
De extase van Maria Magdalena

Annibale Caracci (1560-1609), De bewening van Christus 1604
Maar toch mooi dat Nederlander  Hendrick ter Brugghen (1588-1629) daar zeker  bij hoort.
Hendrick ter Brugghen, De ongelovige Thomas 1622
Hendrick ter Brugghen, Jonge vrouw die een luit stemt 1627
Hoe dan ook, ik liep toch maar lekker rond  in het net weer geopende Rijksmuseum. En dat 's avonds op de 21e juni, dus nadat levensgezel 's morgens die tickets had vastgelegd, bekend werd dat de expositie met alle uitlenen erbij verlengd had kunnen worden tot 13 september? Ach, dat is eigen aan deze telkens opnieuw verrassende coronatijden. Nu hebben anderen ook nog de gelegenheid. Bij een, naar ik hoop, beter logistiek ingespeeld Rijksmuseum. En die Buitenkunst van mij? Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 31 maart 2020

Pandemische Kunstgrepen óf hoe kunst deze Covid-19 tijden veraangenaamt

Wat heeft het enigszins scabreuze middeleeuwse verhaal waarin een wat suffige echtgenoot binnen in een heel groot wijnvat de wand schoonmaakt terwijl zijn aantrekkelijke jonge vrouw staand tegen de buitenkant met haar minnaar de liefde bedrijft, te maken met onze huidige Covid-19 tijden? Nou, flink wat!
Want dat verhaal staat in de 'Decamerone' van Giovanni Boccaccio (1313-1375). Het beroemde boek met als achtergrond de zogenaamde Zwarte Dood. De pest die in 1348 Italië teisterde, daarna oversloeg naar de rest van ons continent en uiteindelijk aan een derde deel van de Europese bevolking het leven kostte. Boccaccio verhaalt hoe tien jonge mensen voor een paar weken Florence en het pestgevaar ontvluchten om samen te verblijven in een villa op het platteland.
het gezelschap uit de Decamerone, illustratie bij een uitgave
 in  1492
Die periode komen ze door met het elkaar vertellen van verhalen. Tien per dag, tien dagen lang. Een van die honderd verhalen is dus dat over die vrijpartij. Op een of andere manier is 't altijd in mijn geheugen blijven hangen. Leer de werking van de menselijke geest maar eens te doorgronden!
beeld van het wijnvatverhaal uit de film Decamerone van Pasolini
Best logisch dus dat dit boek door mijn hoofd speelde toen ik enkele weken geleden nog in Nice verkeerde terwijl de coronacrisis op ons afstormde. Lees de vorige blogaflevering maar.
Ook weer logisch is dan natuurlijk dat als zoiets zich in mijn grijze hersencellen afspeelt, dit ook onder andere schedeldaken gebeurt. Terug in Nederland ontdekte ik dus een prachtig samenwerkingsproject. Tussen Het Nationaal Theater uit Den Haag, het Internationaal Theater Amsterdam en de VPRO. Sinds 23 maart leest elke dag een acteur een verhaal voor uit de Decamerone. Ze kunnen dus nog even vooruit. En waarmee werd begonnen? Met dat wijnvatverhaal van hierboven! Voorgelezen door Ramsey Nasr.
Ramsey Nasr leest voor
Toeval? Ja! Maar wel een heel leuk toeval. Deze link brengt je naar de video. En alle volgende afleveringen tot nu toe? Die staan hier.

De Decamerone heeft in de loop van de tijd natuurlijk heel wat beeldend kunstenaars geïnspireerd. Een paar voorbeelden.
Renaissance kunstenaar Botticelli n.a.v. een van de verhalen

John William Waterhouse, een van de kunstenaarsgroep de
 'Prerafaëlieten', maakte in 1916 dit schilderij van de groep
 jongelieden in de villa  
Maar ook cineasten hebben hun kans gegrepen. Zo verfilmde de beroemde en beruchte Pier Paolo Pasolini (1922-1975) in 1971 een aantal verhalen. Waaronder dat over een schilder. Een fragment daaruit, met Pasolini zelf in de hoofdrol, wil ik je natuurlijk niet onthouden.

Hier kun je trouwens de hele film bekijken, zij het zonder ondertiteling. Maar so what. De beelden alleen zijn al prachtig.

In deze surrealistische tijden ontstaan veel meer culturele initiatieven zoals dat van de toneelgezelschappen. Daardoor sprak een recente uitspraak van de Duitse minister van Cultuur Monika Grütters mij heel erg aan: 'In deze situatie erkennen we dat cultuur geen luxe is die men in goede tijden uitstraalt, maar dat we nu zien hoezeer we het missen als we het een bepaalde tijd zonder moeten doen.'
Ware woorden die me een associatie opleverden met een ver verleden. Met 'Kunstgrepen' van Pierre Janssen. Het legendarische kunstprogramma waarbij in de jaren 60 en 70 zo'n beetje half Nederland op zondagavond gekluisterd zat aan de buis. Enkele jaren geleden wijdde ik mijn blog nog aan een expositie over hem in het Stedelijk Museum Schiedam (lees hier maar).
een paar jaar geleden in het Stedelijk Museum Schiedam met
een grote foto van Pierre Janssen op de achtergrond
Nu, met alle musea dicht, galerieën vrijwel alleen op afspraak open, theaters met gesloten deuren en lege bioscoopzalen speelt dat tv-scherm plotsklaps opnieuw een onverwacht belangrijke culturele rol. Gewoon even wat voorbeelden.
- Een virtuele rondleiding in het gesloten Kunstmuseum Den Haag bij de expositie over Breitner en Israël https://www.kunstmuseum.nl/nl/museum/nieuws/virtuele-rondleiding-door-breitner-vs-israels .
- Of korte video's met het motto  #rijksmuseumfromhome. Gemaakt door curatoren van het Rijksmuseum vanuit hun werkkamer. Over bekende schilderijen. Zoals bijvoorbeeld 'Het vrolijke huisgezin' van Jan Steen.

- En wat dacht je van de Europese site operavision.eu waar je gratis volledige opera's kunt bekijken in ensceneringen vanuit beroemde operahuizen? Zoals Don Giovanni van Mozart door de Opera di Roma.


Zelf wil ik me op een eenvoudige manier ook niet onbetuigd laten. Vorige week vermeldde ik 't al. Coronagedwongen is mijn expositie 'The 70-Series and More' bij Vellekoop Kunsthandel in De Lier alleen op telefonische afspraak te bezoeken. Maar sinds 21 maart zet ik nu elke dag een schilderij uit 'The 70-Series' op mijn Facebook-pagina en Instagram-account. Daar zijn ze zelfs zomaar dag en nacht te bekijken.
een van de olieverfschilderijtjes van 20-20 cm uit 'The 70-Series'
een van de mixed media werken op alu-dibond uit 'The 70-Series'
Blijf gezond en tot volgende week.
TOOS

dinsdag 11 februari 2020

'Sesam open u' met de Rembrandtpas

voorkant van de Rembrandtpas 2020
 Ali Baba had in het bekende sprookje die toverspreuk 'Sesam open u' nodig om de schatkamer van de veertig rovers te openen. Ik heb in werkelijkheid alleen maar een pasje nodig om zomaar heel veel museale kunstschatkamers gratis voor niemandal te ontsluiten. De Rembrandtpas!

Ja maar, hoor ik al zeggen, dat kan ik met mijn Museumkaart ook. Klopt. Toch heeft de Rembrandtpas ideële en financiële voordelen waaraan de Museumkaart niet kan tippen. Maar dat komt straks. Eerst hoe ik hier op kom. Dat is omdat levensgezel en ik onze Rembrandtpassen de laatste tijd veelvuldig gebruikten. Ik had dit stukje namelijk ook als titel kunnen geven 'Wat ik zag en waarover ik nog niet schreef'. En dat is best veel.

Als ik naarstig naar een expositie heb toegewerkt, zoals mijn 'The 70-Series and More' die nu gaande is bij Galerie Persoon in Eersel, moet ik daarna even stevig afkicken. Met veel lezen en met kunst, hoe gek dat laatste dan misschien ook kan lijken. Maar ja, mijn kunstgenen zijn nu eenmaal sterk overheersend. Dus komen dan de tentoonstellingen aan de beurt waaraan ik niet toekwam tijdens mijn verblijf in die zelf verkozen isoleercel, mijn atelier. Zodoende zwaaiden wij de afgelopen tijd uitbundig met onze Rembrandtpassen op allerlei locaties.
het Prinsenhof in Delft
Bijvoorbeeld bij het Haagse Mauritshuis en het Delftse Prinsenhof, heilige grond voor onze 17e eeuwse Republiek met nog de kogelgaten in de muur van de moord op aartsvader Willem van Oranje. Want de tentoonstellingen 'Pieter de Hooch in Delft, uit de schaduw van Vermeer' en 'Nicolaes Maes- Rembrandts veelzijdige leerling' over tijdgenoten De Hooch (1629-1684) en Maes (1632-1675) moest ik natuurlijk zien. Beide prachtige en interessante exposities.  Waarbij voor mij die in Delft door de hele aanpak toch won. Het Prinsenhof, waar ik al veel te lang niet was geweest,  bleek ook nog eens een zeer aangename, architectonische metamorfose te hebben ondergaan. Heel goed gedaan.
Pieter de Hooch in het Prinsenhof
 
Nicolaes Maes in het Mauritshuis, Den Haag
Nog een paar van die museumstops? Beelden aan Zee in Scheveningen met 'Niki de Saint Phalle aan Zee'. Een prachtig in de duinen verstopt museum met dit keer een, naar mijn smaak, heel rommelige tentoonstelling. Niki de Saint Phalle is beter waard. Maar dat is een komend verhaal .
Beelden aan Zee, verscholen liggend aan de boulevard in
Scheveningen
 
een deel van de expositie over Niki de Saint Phalle
Singer Laren op dit moment
in Singer Laren de toren van de Catharinakerk in
Zoutelande door Mondriaan, die moest op de foto
want mijn officiële voornaam is ten slotte Catharina 
 In Singer Laren daarentegen werd ik blij verrast met twee heel afgewogen exposities: 'Spiegel van de Ziel, Toorop tot Mondriaan' en 'Van Barbizon tot Bergen'. Wat een heerlijk rustgevende lust voor het oog vergeleken met het kermisgedoe in Scheveningen.

Waar ik trouwens met mijn Rembrandtpas kon zwaaien tot ik een ons woog was bij Museum Voorlinden in Wassenaar. Maar dat wist ik van te voren. Want dit nieuwe museum is een particulier initiatief van de puissant rijke kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh. Gewoon betalen, € 17,50 pp! Niks geen vrije toegang met Rembrandtpas en Museumkaart. Maar absoluut de moeite waard
 
Museum Voorlinden met een beeld van Louise Bourgeois
Museum Voorlinden, een groot werk van de door mij zeer
 bewonderde Anselm Kiefer
En nu dan die ideële en financiële voordelen van de Rembrandtpas, een initiatief van de Vereniging Rembrandt.

Levensgezel en ik hebben er elk één, maar wel aan elkaar gekoppeld. Voor € 110 samen. Tweemaal een Museumkaart? € 140 incl. administratiekosten. Bij Pieter de Hooch in Delft € 5 extra toeslag voor Museumkaart-houders. Met de Rembrandtpas? Niets en niemandal. Bij Niki de Saint Phalle € 3,50 extra met de Museumkaart. Met de Rembrandtpas? Nada, niente.
Bij de Rembrandtpas minimaal twee keer per jaar een speciaal event. Bijvoorbeeld een preview van een komende blockbustertentoonstelling of een speciale avond ergens. Zoals vorig jaar bij 'Rembrandt en Velàzquez' in het Rijksmuseum voor alleen leden. Waardoor ik, door handig te zijn, af en toe Rembrandt bijna helemaal alleen voor mezelf had.
'Rembrandt en Velàzquez, vorig jaar in het Rijksmuseum
Daarnaast nog driemaal per jaar een speciaal  magazine. En, echt heel belangrijk, de Vereniging Rembrandt steunt regelmatig musea in Nederland bij aankopen voor hun kunstcollecties. Toevallig net de afgelopen weken nog met een belangrijk schilderij van Dirck van Baburen (1595-1624) voor het Centraal Museum in Utrecht.
 
het aangekochte schilderij van Utrechter Dirck van Baburen
En voor het Amsterdam Museum een collectie met werk van kunstenaar en uitvinder Jan van der Heyden (1637-1712), ook wel eens de Nederlandse Da Vinci genoemd.
Van der Heyden die ook  de brandspuit verbeterde
Daaraan mee te kunnen helpen met mijn Rembrandtpas geeft een prettig gevoel. Kijk maar eens bij https://www.verenigingrembrandt.nl/. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 14 januari 2020

Mannelijk Chauvinisme en Vrouwen in de Kunst

National Museum of Women in Arts, Washington

In Washington gebeuren ook best wel goeie dingen. Want naast die 'grab them by the pussy' president met zijn dikke-vinger-tweets vind je min of meer om de hoek bij het Witte Huis sinds 1987 het National Museum of Women in the Arts. Zo zie je dat God toch best wel een beetje straft. Net dit weekeinde sloot daar  de expositie 'Women Artists of the Dutch Golden Age'. Over vrouwelijke kunstenaars dus in onze 'eigen' Gouden Eeuw. Die overigens in het Amsterdams Museum sinds kort niet meer zo mag heten vanwege doorgeslagen politieke correctheid. Maar dat weten ze dus in Amerika blijkbaar nog niet.

zelfportret van Judith Leyster
 Hadden we in de Gouden Eeuw dan ook bekende vrouwelijke kunstenaars buiten Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Vermeer en nog zo wat beroemde schilders? Ja, natuurlijk hadden we die. Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, om er maar een paar te noemen. 
Maar ja, ze werden in de kunstgeschiedenis heel gewoontjes weggeschreven. Door mannen, om te beginnen in de 19e eeuw. Als gevolg van bijvoorbeeld de Verlichtings-filosoof  Immanuel Kant (1724-1804) die, een beetje voor zich uit filosoferend, stelde dat alleen mannen een genie konden zijn omdat de vrouw te weinig controle zou hebben over haar emoties. En zo wist die andere beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) ook zeker dat vrouwen over te weinig passie zouden beschikken. Laten dat nou net een paar interessante eigenschappen zijn die in de 19e eeuw aan het geromantiseerde, mythische en geniale kunstenaarschap werden toegeschreven.
mogelijk een zelfportret van Clara Peeters
zelfportret van Maria van  Oosterwijck
 Gevolg? Vrouwen exit in boeken over de kunstwereld. Zoals in twee heel belangrijke 20ste eeuwse kunstbijbels waarin geen vrouw voorkomt. The Story of Art (1950) van kunstpaus en kunsthistoricus Ernst Gombrich. En Janson's History of Art (1962) dat bij elke academiedocent op het nachtkastje lag. Vrouwen? Nada, niente! Kun je nagaan hoeveel nog steeds in de kunstwereld functionerende leraren en academici zijn opgevoed zonder ook maar enige kennis over vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Judith Leyster, portret van een vrouw
 Maar het tij keert. Vooral omdat in de USA begin jaren 70 vorige eeuw de feministische beweging zich met die kunstgeschiedenis begon te bemoeien. Heel langzaam aan is het besef gegroeid dat er iets goed mis was in die door mannen geschreven historie. Met als gevolg dat er nu de laatste paar jaar ineens de ene na de andere grote expositie over juist die volstrekt genegeerde kunsthoek wordt gelanceerd. Je zou 't een soort MeToo-beweging kunnen noemen maar dan met vergeten, verwaarloosde en ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars.
Ga maar na. Het oude, beroemde Prado Museum in Madrid toont, let wel, al hun tweede expositie over vrouwen. Maar daar hebben ze dan wel tweehonderd jaar voor nodig gehad.  Onderwerp zijn Sofonisba Anguissola en Lavinia Fontana, kunstenaars over wie ik een poosje geleden al eens schreef (lees maar hier). In datzelfde stukje viel ook de naam van Artemisia Gentileschi, mijn eigen rockstar uit de kunstgeschiedenis. Laat die nu in april een grote overzichtstentoonstelling krijgen in The National Gallery in Londen. En wat doet het Centraal Museum in Utrecht binnenkort? Daar komt een tentoonstelling over surrealisme met, quote, 'voor het eerst veel ruimte voor vrouwelijke surrealisten als Leonora Carrington en Leonor Fini'. Zoals gezegd, het tij keert: de kunstgeschiedenis wordt terecht herschreven.
 
ArtemisiaGentileschi, schilderij waarin ze zichzelf heeft
afgebeeld als de heilige Catharina, te zien in Londen
werk van Leonore Fini
Daarom wordt 't eigenlijk best wel tijd dat het Rijksmuseum of Mauritshuis die tentoonstelling van ver weg in Washington als voorbeeld nemen. 't Is toch eigenlijk van de gekke dat je in Nederland met een zaklantarentje moet zoeken naar werk van onder anderen die Judith Leijster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck. Alleen als je heel goed oplet, zie je er wel eens wat van hangen.
 
stilleven van Clara Peeters, foto gemaakt in het Mauritshuis
bloemstilleven van Rachel Ruysch, uitleen van
het Mauritshuis aan het Rijksmuseum voor de
expositie Rembrandt-Velazquez
schilderij van Judith Leyster, gefotografeerd in
het Mauritshuis
Een goeie reden dus om er zelf zo af en toe maar eens wat blogs over die vrouwen tegenaan te gooien. Leve de Gouden Eeuw en de vrouwelijke kunstenaars van toen! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 3 december 2019

Rembrandt 350 Jaar bijna verleden tijd

zo rustig zie je het Rijksmuseum niet vaak

Nog even en Rembrandt is al weer 351 jaar geleden overleden. Dus komend jaar is 't uit met de pret van al die speciale Rembrandt exposities van dit jaar. Maar als je snel bent, kun je er nog twee prachtige bezoeken. Tussen alle schildersdrukte door voor de volgende editie van mijn 'The 70-Series and More' half januari in Eersel wilde ik daarvoor absoluut tijd vrij maken.
Dus liep ik op een heel speciale donderdagavond rond in het Rijksmuseum bij 'Rembrandt-Velázquez' (nog tot 19 januari) en een paar dagen later bij 'Jonge Rembrandt-Rising Star' in Leiden (tot 9 februari). Alle twee om verschillende redenen meer dan de moeite waard.


Die donderdagavond was sowieso al bijzonder. Want heb ik op de foto hierboven het Rijksmuseum zomaar helemaal voor mijzelf? Nou, bijna! Levensgezel maakte deze foto terwijl we op dat moment echt de enigen waren in de beginzaal van 'Rembrandt-Velázquez'. Een kwestie van 'slim' rondlopen.
Het was een avond voor houders van de Rembrandtpas. Een soort Museumkaart, maar dan van de Vereniging Rembrandt. Met vergeleken bij de Museumkaart allerlei voordelen als vrij toegankelijke lezingen over kunst en cultuur, speciale toegangsdagen bij speciale exposities, een eigen magazine en nog zowat meer. Nu opende die donderdagavond het Rijksmuseum speciaal de deuren enkel en alleen voor Rembrandtpas-bezitters en kon je tot twee keer toe een boeiend verhaal aanhoren van de samensteller van 'Rembrandt-Velázquez'. Best aanleiding voor nog weer eens een ander verhaal, die Rembrandtpas. Nu terug naar die eerste zaal.
 
de beginzaal van 'Rembrandt-Velázquez'
Met 'De Vaandeldrager' waarin Rembrandt zelf in een lekker protserig pak stoer staat te wezen. Ik voelde me, heel eventjes maar trouwens, één van de Rothschilds. Want die niet echt onbemiddelde familie heeft daar al heel lang van kunnen genieten. Maar ze willen 't nu wel kwijt voor een leuk prijsje. Van de Franse regering echter mag 't de komende twee jaar het land nog niet uit. Cultureel erfgoed of zoiets. Behalve zoals nu voor zo'n speciale uitleen. Als in die tijd iemand daar minimaal 165 miljoen ophoest, blijft 't er. Lukt dat niet, dan, zo gaat het gerucht, wil het Rijksmuseum wel een poging wagen. Net zoals enkele jaren geleden bij Marten en Oopjen. Toen ook in het bezit van de Rothschilds. En nu als gemeenschappelijk bezit van het Rijksmuseum en het Louvre hangend naast een paar even grote  portretschilderijen van Velázquez.
 
alweer alle ruimte
Van Velázquez zag ik een aantal jaren geleden enkele van zijn beroemdste schilderijen hangen in het Prado in Madrid. Indrukwekkend! Maar nu met die twee portretten naast Rembrandt's Marten en Oopjen? In voetbaltermen, Ajax won overtuigend van Real Madrid. Ik zag het in vooral zwart geklede echtpaar nu voor de derde keer en ze worden steeds indrukwekkender. Zoals Rembrandt allerlei nuances zwart ongelooflijk levendig in de jurk van Oopjen heeft verwerkt is technisch echt ongelooflijk. Minimaal vijftig tinten zwart! Het zwart van Velázquez lijkt daarbij vergeleken zelfs saai en vlak. En dat zegt iets!
Zo worden Velázquez en Rembrandt meer met elkaar geconfronteerd.
 
en nog eens bij 'De Staalmeesters' van Rembrandt
en 'De smidse van Vulcanus' van Velázquez 
zelfportretten van Velázquez en Rembrandt
Velázquez 'Vrouwelijke figuur', Rembrandt 'Lezende oude vrouw'
zelfportret Rembrandt als apostel Paulus en 'Hofnar met
boeken' van Velázquez
Als je dat als een soort wedstrijd zou willen zien, vind ik dat over het geheel genomen Rembrandt wint. Hij schildert levendiger, menselijker, vriendelijker. Maar ja, ben ik wel objectief? De schilderkunst uit onze Gouden Eeuw (oeps, politiek correct niet meer helemaal de juiste term, geloof ik) heeft een heel andere basis dan de Spaanse kunst destijds. Even heel wit-zwart: protestantisme tegen katholicisme, burgerij tegen adel, grotere geestelijke vrijheid tegen strenge dogma's. En dat heeft invloed. Ik vond dit heel mooi geïllustreerd in onderstaande foto.

Eén van mijn lievelings-Rembrandts, Het Joodse Bruidje, naast 'Christus omhelst de heilige Bernardus' van Francisco Ribalta, een andere Spaanse grootmeester. Alle twee prachtige werken. Maar geef mij dan in plaats van de overgrote katholieke devotie en overgave toch maar die lieflijke tederheid in gebaar en blik.

En die Jonge Rembrandt in De Lakenhal in Leiden? Die komt er nog aan. Tot volgende week.
TOOS