Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2020

Caravaggio en zijn Corona-perikelen

Caravaggio, Narcissus, nu in het Rijksmuseum

't Zou hier nu opnieuw gaan over mijn Buitenkunst, zo verkondigde ik vorige week. Maar ja, ik kan ook niet buiten kunst. Vandaar een onvoorziene interruptie. De musea mochten namelijk weer open op  1 juni en daar wilde ik dus héééél snel gebruik van maken. Samen met levensgezel trouwens. Die ook zowel binnen als buiten niet buiten kunst kan. Dus zat hij 's morgens 21 mei, de eerste dag dat er weer kaartjes online geregeld konden worden voor het Rijksmuseum, binnen paraat voor zijn pc-scherm. Want we wilden nog snel naar de expositie 'Caravaggio-Bernini, Barok in Rome', die  op 7 juni zou eindigen. En ja! Het lukte om met onze Rembrandtpassen twee gratis toegangsbewijzen te scoren voor dinsdag 2 juni. Binnen het tijdslot van 14.15-14.30 uur. Want zo zijn tegenwoordig de regels in het corona-museumspel en zo moet 't gespeeld worden. Online met een tijdslot en niet anders.
Bernini, Medusa, nu in het Rijksmuseum
Wij lopen dus op 2 juni om 14.14 uur het Rijksmuseum binnen. Dat soort logistiek vernuft laat ik altijd met een gerust hart aan levensgezel over! Kaartjes worden gescand, Rembrandtpas getoond, handjes ontsmet en doorlopen naar die expositie. Ja, had je dus gedacht! In de grote hal stond al een soortement rij. Want 'rij' is tegenwoordig met die 1,5 meter toch wel een wat diffuser en ongeregelder begrip geworden.

 Enigszins in twijfel sluiten we aan. Maar die twijfel verdween snel toen een museummedewerker, laat ik die nr.1 noemen, aan ons een verzoek had. Of we wilden kijken hoe laat 't nu was en hoe laat we de expositie binnen konden lopen opdat we onze wachttijd aan een aldaar geposteerde andere medewerker  konden doorgeven. Dat was voor hun nuttige informatie. Nou, natuurlijk! Wel begonnen we toen enige figuurlijke nattigheid te voelen. Dat was helemaal het geval toen we zo'n 6 à 7 minuten later en na een aantal meters terreinwinst een nogal nonchalant tegen een muur geplaatst Efteling-achtig bordje tegen kwamen. 'Vanaf hier een uur'. Hè? Maar een langslopende medewerker, zeg maar nr.2, wist bij navraag te melden dat dit wel ongeveer klopte.

 De diffuse rij met die grote afstandsgaten schoof inderdaad tergend langzaam op. Medewerker nr.3 kwam langs met klapstoeltjes voor wachtenden die knikkende knieën en vervelende voeten begonnen te krijgen. Levensgezel, die een praatje aanknoopte met medewerker 4 die de klapstoeltjes bij inleveren gelijk weer ontsmette, leerde dat het Rijksmuseum eigenlijk ook in een leerproces zat. Want hoeveel bezoekers kan je in zo'n tijdslot binnenlaten en hoe snel stromen die door in de zalen waar maar weer een beperkt aantal mensen te gelijkertijd mag verkeren? In feite waren we proefkonijnen in een logistiek experiment. Dat Eftelingbordje klopte trouwens. Het duurde inderdaad een uur voor we aan medewerker 5 volgens belofte konden vertellen dat het beloofde uur inderdaad een uur was. Zo bleek de Cruyffiaanse uitspraak 'dat elk nadeel zo ze voordeel heb' toch weer op te gaan. Want hadden we in de tussentijd niet in alle rust met diverse museumsuppoosten gezellig een praatje kunnen maken? Iets wat er anders nooit zo snel van komt.
één groot voordeel van het beperkte aantal toegestane bezoekers:
 je kunt in alle rust kijken
Caravaggio, De doornenkroning, 1603
Bernini, buste van Thomas Baker, rond 1637
En die expositie? Hier tussendoor heb ik al met foto's gestrooid. Interessant, maar geen echte topper. Dat komt ook omdat de allerbeste werken van Caravaggio gewoon vast gespijkerd zitten aan kerkmuren in Italië en op Malta. En omdat Bernini alle Rome-bezoekers natuurlijk al helemaal heeft afgebluft met zijn beroemde, grootse barokfonteinen en beeldengroepen. Daar kom je in 't museum echt niet meer overheen. Wel was voor mij opnieuw duidelijk dat toch maar enkele Caravaggistische schilders in kwaliteit in de buurt komen van hun grote meester. Zelfs al hingen de topwerken van Caravaggio er dus niet.
Orazio Gentileschi (1563-1639) Judith en haar dienstmeid
met het hoofd van Holofernes, rond 1608
dochter Artemisia Gentileschi (1593-1654),
De extase van Maria Magdalena

Annibale Caracci (1560-1609), De bewening van Christus 1604
Maar toch mooi dat Nederlander  Hendrick ter Brugghen (1588-1629) daar zeker  bij hoort.
Hendrick ter Brugghen, De ongelovige Thomas 1622
Hendrick ter Brugghen, Jonge vrouw die een luit stemt 1627
Hoe dan ook, ik liep toch maar lekker rond  in het net weer geopende Rijksmuseum. En dat 's avonds op de 21e juni, dus nadat levensgezel 's morgens die tickets had vastgelegd, bekend werd dat de expositie met alle uitlenen erbij verlengd had kunnen worden tot 13 september? Ach, dat is eigen aan deze telkens opnieuw verrassende coronatijden. Nu hebben anderen ook nog de gelegenheid. Bij een, naar ik hoop, beter logistiek ingespeeld Rijksmuseum. En die Buitenkunst van mij? Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 12 mei 2020

Gekkenwerk in een gekkenhuis



Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Klik eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik 't heb.
Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, 't spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.
 
deel van de oude stad van Gubbio
Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.
 
met Giampietro in overleg in zijn atelier
Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van 'jede Konsequenz führt zum Teufel'.
 
voor de winkel en het atelier van Ceramiche Rampini
met op de 2e etage mijn tijdelijke woonruimte en op
de 1e etage de woonruimte van 'mama'
Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die 'ceri' met daarop de heiligen Sant'Ubaldo, San Giorgio en Sant'Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo'n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.





 
bezig in het atelier
Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de 'ceri' oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is 't hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ....... Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.
 
een hoek in het museum met enkele van de kruiken
waarover ik hierboven schrijf
Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.
de overhandiging van dat bord op het Piazza Grande

op datzelfde Piazza Grande op het terras daar: la dolce far niente
In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de 'Ceri'. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!


Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 17 september 2019

Kunstenaars leven van de lucht. Toch?


Heel recent kreeg ik tot twee keer toe het bewijs dat ik als kunstenaar wel heel bijzondere eigenschappen krijg toegedicht. Dat iedereen zuurstof nodig heeft om te kunnen ademen, mag ik toch wel als bekend veronderstellen. Anders heb je vroeger op school echt zitten slapen. Maar dat je van alleen de lucht ook kunt leven? Zelfs als je flink heb doorgeleerd is dat al heel wat moeilijker te begrijpen . Maar voor kunstenaars schijnt dat toch iets anders te liggen. Hierbij wat ondersteuning voor die gedachte.

Tijdens mijn kunstverblijf in het Italiaanse Gubbio in augustus, kwam er een mailtje binnen van een  Nederlands bedrijf voor interieurbouw. Voor een klant van hun had een interieurarchitect een groot gordijn ontworpen met daarop een print van een werk van mij.
 
de aquarel die gebruikt zou worden voor het gordijn
De vraag was of dat van mij mocht. Op zich dus heel netjes. Terug antwoordend, meldde ik dat ik van dat werk een goede foto kon leveren. Maar dat ik ook van al mijn schilderijen te allen tijde het beeldrecht bezit. En dat 't heel normaal is een vergoeding te zetten tegenover het gebruik daarvan.
Oeps, dit was toch wel even een heel vreemd idee voor dat interieurbedrijf. Na wat heen en weer gemail werd duidelijk dat 't hier een gordijn van vele meters bij vele meters betrof ter waarde van enkele duizenden euro's. Maar er moest nog wel even worden overlegd met de opdrachtgever of die bereid was de door mij gevraagde vergoeding van enkele honderden euro's te betalen. Dat is nu drie weken geleden. Niets meer over gehoord natuurlijk!  Kunstenaars leven van de lucht, toch? Dat in de uitgeverswereld wel wordt betaald voor het gebruik van afbeeldingen op een boekomslag mag dus best ontzettend stom genoemd worden. Bezuinig toch op die kunstenaars!

Nog een voorbeeldje. Ook van afgelopen maand. Bij de opening van de tentoonstelling 'Arte incontro Artigianato' in Gubbio trok mijn installatie veel aandacht.
 
deel van mijn installatie
al heel snel werd mijn installatie gebruikt om er modefoto's bij te maken
De aanwezige bestuursleden van een in Spoleto gevestigde kunststichting waren zelfs zodanig onder de indruk dat een paar weken later een tussenpersoon contact met me opnam. Of ik er voor voelde om die installatie ook te exposeren in Leonessa, een stadje in de buurt van Spoleto. Nou, was mijn reactie aan tussenpersoon, geef eerst maar wat informatie over hoe, wat, waar en wie. Altijd handig om te weten hoe zoiets in elkaar steekt, nietwaar? Uiteindelijk kreeg ik alleen een lijst met deelnemende kunstenaars per mail doorgestuurd.

levensgezel bezig met de afbraak van de installatie
Aan het eind van de expositie in Gubbio, toen alles al was afgebroken en ingepakt, trof levensgezel één van die bovengenoemde bestuursleden. Deze signora, ik zal haar M noemen, was uit Spoleto komen aanwaaien en liep wat verbijsterd rond. Want hoe zat dat nou met mijn installatie voor de tentoonstelling in Leonessa die volgende week begon? Volgende week? Dat levensgezel, geheel verbaasd door deze vraag, een groot vraagteken boven zijn hoofd kreeg, spreekt voor zich. Maar niet voor één gat te vangen, wist hij subiet de verbijstering bij signora M nog wat te vergroten. Had ze, afgezien van het feit dat we niets over dat openingweekeinde wisten, zich wel afgevraagd wie onze autokilometers naar Leonessa ging vergoeden en hoe alle onderdelen van de installatie daar zouden komen? Die pasten namelijk niet in levensgezels auto. En, klein detail, wie nam onze verblijfskosten daar op zich? Oh ja, en wat kreeg Toos ervoor betaald? Het wat rudimentaire Engels van signora M werd ineens prehistorisch! Kunstenaars leven van de lucht, toch?

Terug in Nederland is er natuurlijk een vriendelijke e-mail richting M om uit te leggen hoe ik, als professioneel kunstenaar, tegen dit soort zaken aankijkt. Het antwoord gaf aan dat ze hoe dan ook open stonden voor samenwerking. Maar hoe precies? Dat werd me nog niet echt duidelijk. Ik ben benieuwd. De Italiaanse lucht ademt namelijk prima, maar er hoort toch echt wel pasta bij. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 13 augustus 2019

De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop

Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio
Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland.
In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling 'Arte incontra Artigianato' hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt 
de affiche bij de expositie
niet toestaan. Dan kun je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.
Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.
de banner begint uit de pers te komen
Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro's moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fixen en vrijdagmorgen was alles klaar.
helemaal geprint!
 
de banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats
Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.
Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.
 
het bevestigen van de banner


Giampietro en de verbaasde Martin bekijken het resultaat

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.
Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

dinsdag 6 augustus 2019

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan ........



de wandelgangen van de Middelburgse Abdij
In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:
Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemlijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

 Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:
Ik wou dat ik twee Toosjes was,
Dan had ik me kunnen delen.

Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling 'Omarm Vrijheid'. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.
 
afscheid van de voorzitter Jan Kiewiet
bezoekers bij mijn bijdrage aan de expositie

expositie 'Omarm Vrijheid' in de crypten
mijn bijdrage aan 'Omarm Vrijheid'
 Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.
Mij leek 't een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo'n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo'n uitspraak. Die van mij? 'For me peace is not only the absence of war but the absence of fear'. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

 Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo'n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de 'Mostra Internazionale d'arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos. 
overleg met Giampietro
aan het beschilderen

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 30 juli 2019

Het leggen van een kunstei in Gubbio

de bovenstad van Gubbio

Ik hoorde eens beweren dat als alle vrijwilligers in Nederland een paar dagen zouden staken heel ons land direct volledig op z'n gat ligt. Nou zal dat wel niet gaan gebeuren, maar 't is wel een interessante gedachte. Stel nou eens, op dezelfde manier, dat overal ter wereld alle stichtingen, foundations, fondaziones, Stiftungen, fundações, of hoe ze ook maar heten, plotseling met hun bezigheden zouden stoppen. Zouden we dan met z'n allen niet heel snel wanhopig met de handjes in onze wel of niet kalende kruinen zitten?
bij een van de toegangsdeuren naar de expositiezalen
levensgezel en Giampietro Rampini bezig met mijn 'Greek tragedy'
 Ik weet in ieder geval zeker dat ik dan nu niet in het Italiaanse Gubbio zou verkeren. Want daar hebben de stichting 'Grenze(N)loze Kunst' en de fondazione 'Aion Arte Cultura' voor gezorgd. Dan was er nu geen 'Mostra Internazionale d'arte e artigianato', geen 'Art meets Craftmanship' in deze prachtige oude stad in Umbrië, ook bekend door zijn keramisten. En had ik niet als uitgenodigd kunstenaar de eeuwenoude Sala degli Arconi onder mijn hoede mogen nemen. Maar stichtingen staken niet. Vorige week kon ik me dus helemaal uitleven. Met vanzelfsprekend de hulp van mijn 'mano di tutti'. Maar ook met die van keramist Maestro Giampietro Rampini en een behulpzame medewerker van de gemeente. Die 't totaal geen probleem vond om ergens in de hoogte mijn lange banners aan het plafond te bevestigen.

uitpakken samen met de Nederlandse curator Martin Impelmans

scherven brengen geluk, zeker die van keramist Rampini

overleg met Rampini over zijn opstelling



Afgelopen zaterdag was in het stadhuis aan het prachtige Piazza Grande de opening. Op z'n Italiaans natuurlijk. Wat dat betekent? Een opening om 18 uur waarbij het getal achttien natuurlijk best wel rekbaar blijkt. Waarbij de burgemeester en minimaal 4 tot 5 andere verantwoordelijken in het Italiaans 't een en ander mooi dienen te verwoorden. En waarbij natuurlijk een geschenk wordt overhandigd aan de stad. In dit geval mijn steendruk 'Fiësta'. Toch een heel leuke eer dat ik dit zelf mocht doen. Wel in het Engels. Want Italiaans hoort, jammer genoeg, niet tot mijn actief taalbeheer.
 
opening in het middeleeuwse stadhuis

overhandiging van mijn steendruk aan de burgemeester

het doorknippen van het lint

de bezoekers in 'mijn' zaal



Daarna volgde een optocht door dalende en slingerende middeleeuwse straatjes en dito trappen naar de expositiezalen. Al waar de burgemeester eerst nog even het traditionele lint moest doorknippen. Bij 'mijn' zaal nog wel! En toen mocht de prosecco gaan bruisen. Nou, zeg daar maar eens nee tegen.

Was er dan geen Italiaans diner,Toos ? Ja, allicht was dat er! Maar dan op zondagavond. In aanwezigheid van heel wat deelnemende kunstenaars. Ook weer zoiets waar geen nee bij hoort. Want die Italiaanse keuken? Daar lust ik wel pasta van!

Dus is het absoluut geen straf hier nog een aantal weken te 'moeten' verblijven. Onder andere om samen te werken met
 al genoemde Giampietro Rampini in zijn keramiekatelier. Een nieuw kunstavontuur waar ik echt naar uit kijk. Reken dan ook maar op meer Italiaans nieuws de komende tijd in de 'Corriere della Toos'. Tot volgende week.
TOOS