Posts tonen met het label Umbrië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Umbrië. Alle posts tonen

woensdag 27 januari 2021

"Ik zal Uw Illustere Lordship laten zien wat een vrouw vermag"

 Wat rommelend in mijn atelier stuitte ik in een hoek op de stapel Fabriano-papier waarop ik nog steeds een steendruk moet maken. Afspraak met mijn galerie Quadrige in Nice. Maar ja, corona! Door die stapel zat ik, vanuit dat atelier, met een associatieve wereldrecord hink-stap-sprong  via Italië en Nederland ineens zomaar op Trafalgar Square in Londen. Lichamelijk ben ik nooit echt atletisch geweest, maar mijn brein blijkt in dat opzicht toch nog steeds aardig vooruit te kunnen. Met als gevolg dit stukje.

het centrale plein van Fabriano

nog zo'n mooi plein
Die stapel papier dus. Geproduceerd in Fabriano, het Italiaanse stadje dat al eeuwen bekend is juist vanwege dat papier. Iedere kunstenaar die serieus aquarelleert, zal zeggen 'o ja, natuurlijk, ken ik!'. Dus toen ik in september 2019 in de buurt van Fabriano verkeerde, was een bezoek eigenlijk een morele verplichting. Maar hoe zit dat nou met die hink-stap-sprong?

Hink: door die stapel dacht ik ineens aan een expositie in Fabriano in de Pinacoteca Civica. Met als centrale figuur Orazio Gentileschi (1563-1639).

Stap: de zaak-Andeweg die én in onze Nederlandse kunstwereld én in de pers de laatste tijd flink wat MeToo-stof doet opwaaien.

Sprong: de blockbuster  tentoonstelling 'Artemisia', voornaam van de befaamde schildersdochter van Orazio en begin 17e eeuw het middelpunt van een berucht geworden MeToo-geval avant la lettre. Een expositie in The National Gallery. Gelegen aan Trafalgar Square. In Londen dus. Maar dat komt straks.

The National Gallery aan Trafalgar Square

Nu eerst die 'hink', Orazio Gentileschi  in Fabriano. Zomer 2019 verkeerde ik voor de nodige kunstactiviteiten een maand lang in Gubbio in Umbrië. Een streek vol prachtige steden, stadjes en kunst. Een uur rijden vanuit Gubbio en ik zat in Perugia, de machtige middeleeuwse provinciehoofdstad. Ook op een uur: Assisi, de stad van de heilige Franciscus en de befaamde fresco's van Giotto (1267-1337). En wat dacht je van Urbino, geboortestad van de grote Rafaël (1483-1520). Of dus Fabriano. Vanaf de 13e eeuw rijk geworden met het produceren van kwaliteitspapier. Natuurlijk is daar een museum aan gewijd, in zo'n magnifiek middeleeuws klooster. Maar dat viel zwaar tegen. Niet het klooster, wel dat museum. Saai, oud, stoffig, weinig sprankelend, echt uit de tijd, moet een bezem door.  Nee, dan de Pinacoteca Civica Bruno Molajoli.

de Pinacoteca Civica

Absoluut een regionale museumparel. Met toen de tentoonstelling 'Het licht en de stiltes, Orazio Gentileschi en Caravaggesque schilderkunst in de Marche van de zeventiende eeuw'. Net geopend toen levensgezel en ik nog in Gubbio zaten. Zogezegd een mazzeltje en een 'must' te gelijkertijd. 

Ik had heus al wel eerder werk van hem gezien. Want wat wil je, de vader en leermeester van mijn schildersheld Artemisia Gentileschi. Maar een hele tentoonstelling met hem als spil? Dat ging ik in Nederland zeker en vast nooit niet beleven. Zo kon ik nu ook mooi zijn werk eens goed vergelijken met dat van dochterlief. 

deel van de expositie

Orazio Gentileschi, Rust van de Heilige familie tijdens de vlucht naar Egypte

Orazio Gentileschi, David met het hoofd van Goliath




afdeling met de middeleeuwse kunst, hier een fresco met Maria en Kind en mijn naamgeefster
Catharina van Alexandrië

Trouwens, niet alleen daar maar ook nog in de indrukwekkende barokke kerk tegenover het museum.


kapel van de Kruisiging, met een schilderij van Orazio

Kijk, Artemisia(1593-1653) blijft voor mij een 17e eeuwse superster en powerwoman. Maar Orazio is nu echt wel een paar plekken opgeschoven op mijn persoonlijke kunstenaarshitlijst. Als je in Pisa binnen je familie wordt opgeleid als goudsmid, verhuist naar Rome en er daar in slaagt een bloeiend schildersatelier op te zetten, heb je als kunstenaar echt iets in je mars. Want stel je voor, Rome in die tijd. De drukke en rijke pauselijke stad die stikte van de kunstenaars die er allemaal een carrière zochten. Net zoiets als het Parijs van voor en na 1900. Of het New York van na de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn dochter zeer talentvol bleek, veel meer dan zijn drie zonen, was daarbij in de concurrentieslag natuurlijk mooi meegenomen. Want als je 17 jaar bent en dit schilderij maakt, kun je best een beetje schilderen.

Artemisia Gentileschi, schilderij over het bekende Bijbelse
verhaal van Suzanna en de Ouderlingen (1610)

En toen gebeurde het! Zo'n jaar later werd Artemisia, bij afwezigheid van haar vader, in het ouderlijk huis verkracht door een ateliermedewerker. Door Agostino Tassi. Tja, en hoe ging dat dan in die tijd? Dan moest de verkrachter toch eigenlijk wel het slachtoffer trouwen. Maar omdat Tassi zijn belofte daarover negen maanden later nog steeds niet was nagekomen, klaagde Orazio hem aan. Dat is een befaamd proces geworden. Een 17e eeuwse MeToo-zaak. Vandaar dan ook die 'stap' in mijn hink-stap-sprong proces. Naar een hedendaags geval in Nederland. Maar die stap en sprong schuif ik nog even zeven nachtjes slapen door. Net zoals de verklaring van de titel bovenaan. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 12 mei 2020

Gekkenwerk in een gekkenhuis



Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Klik eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik 't heb.
Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, 't spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.
 
deel van de oude stad van Gubbio
Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.
 
met Giampietro in overleg in zijn atelier
Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van 'jede Konsequenz führt zum Teufel'.
 
voor de winkel en het atelier van Ceramiche Rampini
met op de 2e etage mijn tijdelijke woonruimte en op
de 1e etage de woonruimte van 'mama'
Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die 'ceri' met daarop de heiligen Sant'Ubaldo, San Giorgio en Sant'Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo'n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.





 
bezig in het atelier
Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de 'ceri' oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is 't hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ....... Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.
 
een hoek in het museum met enkele van de kruiken
waarover ik hierboven schrijf
Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.
de overhandiging van dat bord op het Piazza Grande

op datzelfde Piazza Grande op het terras daar: la dolce far niente
In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de 'Ceri'. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!


Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 3 september 2019

Een leuke KunstKlus: The 70-Series and More


Ook een balkon kan atelier zijn als je aan een tafeltje, papier, kleine doekjes , verf en penselen genoeg hebt. En als het weer meezit. Want een zonnetje met de bijbehorende juiste temperatuur kan dan natuurlijk helemaal geen kwaad. In Gubbio was dat allemaal het geval. Had ik ogen in mijn rug gehad, dan was zelfs nog de achtergrond inspirerend geweest.
Ik was in dat Gubbio dan wel een aantal weken bezig met keramiek beschilderen en het Italië-gevoel uit te buiten (lees voorgaande afleveringen), maar er moest ook nog een en ander meer gebeuren.

Zondag 6 oktober namelijk, en die dag komt eigenlijk al sneller in zicht dan ik had ingeschat, opent om 13.30 uur bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen een grote tentoonstelling van mij. Niet zomaar suggereert dat XL in de naam iets, 't is ook gewoon zo. Je kunt er niet alleen kunst kijken in diverse ruimtes, je kunt er bovendien overheerlijk Thais eten. Dat laatste weet ik vanuit ruime ervaring.
 
het complex van galerie Peter Leen XL in Breukelen
Ik heb met Peter, met wie ik al jaren samenwerk, afgesproken dat mijn tentoonstelling 'The 70-Series and More' bij hem in wereldpremière gaat. Ook die titel suggereert weer iets, maar sta me toe dat ik daar nu niet verder op inga. Maar hetgeen waar ik nu dus niet verder op inga, was wel aanleiding voor een idee. Minimaal  70 nieuwe werken maken.  Kleinere werken, dat wel. Volgens plan 35 olieverfschilderijtjes van 20 bij 20 cm met nog een mooie lijst er omheen en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Een materiaal waarop je in combinatie kunt drukken en schilderen.
Zoiets vergt natuurlijk vooruit denken en je tijd goed gebruiken. Want 70 van zulke werken flats ik toch echt niet  op een achternamiddag even bij elkaar. Niet echt mijn stijl. Vandaar dus dat Gubbiaanse buitenatelier. Maar vandaar ook onderstaande foto.


Die is in de lente gemaakt in Nice. Geen balkon dus, maar een echt atelier in mijn appartement van dat heerlijke Niçoise Palais de Venise. Een zalige plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken als ik even een ontkoppeling nodig heb van alle drukte in Nederland.
 
de achterkant van het Palais de Venise
Daar werd dus ook al aan die 70-Series gewerkt. Net zoals aan 'More' trouwens. Dat staat niet voor niets zo suggestief in de expositietitel. Naast die 70 kleinere werken komt er een hele serie nieuwe, grotere schilderijen. Hier al vast een enkel voorproefje.


Zo'n nieuwe reeks ben ik eigenlijk ook wel moreel verplicht aan alle kunstfans die opnieuw  hun stem op mij hebben uitgebracht bij de nog lopende verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020. Daar kun je nog stemmen tot 15 september. Kijk maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/ .
Van én 'The 70-Series and More' én die verkiezing houd ik jullie de komende tijd allicht op de hoogte. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 27 augustus 2019

Kunst die een verkeersfile veroorzaakt? Het bestaat!


Dit verhaal begint in juli in de Franse Var en eindigt vorige week bij het Waalse Wanlin. Of nee, eigenlijk begint 't al in Nice. In het Mamac, het museum voor de moderne kunst daar. Een aantal jaren geleden alweer liep ik daar tegen een expositie aan van ene Bernar Venet. Nog nooit van gehoord, maar wel afkomstig uit het gebied boven Nice. Ik was direct geïntrigeerd door zijn monumentale, abstracte sculpturen. Heel eenvoudig, heel afgewogen, heel esthetisch. 
sculptuur van Venet in Nice
 Weer wat jaren later ontdekte ik een enigszins verstopt, huizenhoog werk van hem dat sinds kort een nieuwe, veel prominentere plek heeft aan de bekende Promenade des Anglais in Nice. Steeds meer drong 't tot me door dat hij eigenlijk behoorlijk beroemd was en in diverse landen grote sculpturen had staan in de openbare ruimte.
Een paar jaar geleden pas las ik een piepklein berichtje over de Venet Foundation, opgericht in 2014. Best curieus. Een in New York gevestigde stichting met een kunstpark bij Le Muy in de Var. Het gebied dat je vanuit het westen doorkruist voordat je via het Massif de l'Esterel afdaalt naar Cannes en Nice. Daar moest ik natuurlijk heen, naar dat kunstpark. Maar ja, 't was slechts open in de zomermaanden op donderdag en vrijdag. En dan mocht je 't ook nog alleen met een gids groepsgewijs betreden als je alles van te voren via internet had geregeld. Oh ja, ook heel merkwaardig, de toegangsprijs was in dollars. Iets belastingtechnisch? Vast wel!

Een vriendin, woonachtig in de Var, was ook heel nieuwsgierig naar die toch behoorlijk verstopte Foundation. Zij zorgde dus voor kaartjes op een vrijdagmiddag in juli. We waren toen toch onderweg vanuit Nederland naar Nice om van daaruit richting Gubbio te trekken (zie vorige afleveringen). Gewoon even een klein ommetje, meer niet. Maar wel een geweldige ervaring.
 
bij de parkeerplaats van het complex
Een prachtig onderhouden groot park aan een riviertje waar die grote sculpturen van Venet optimaal uitkomen. Een grote hal waar de cortenstaal elementen die hij gebruikt geheel esthetisch verantwoord liggen opgestapeld. Grote galerieruimten waar zijn eigen 2-dimensionale werk hangt en waar ook tijdelijke exposities van kunstvrienden van hem worden georganiseerd. Zoals nu van Claude Viallat, een oude kunstenaar waarmee mijn galerie Quadrige in Nice ook samenwerkt. En in dat alles liepen we in alle rust rond met een steeds weer uitzwermend groepje van maar zes personen.
 
de hal waarin elementen zijn  opgeslagen




de expositie van Claude Viallat op het complex
Over smaak valt te twisten, dus 't kan heel goed zijn dat Venet's kunst niet jouw piece of cake blijkt te zijn. Maar dan nog kan de ambiance van het geheel je overdonderen.



Overigens hoef je binnenkort helemaal niet meer zo ver te rijden om werk van hem te kunnen aanschouwen. Want nu komt het Waalse Wanlin in beeld. Enkele weken geleden stuurde die vriendin uit de Var een mailtje over iets dat gaat gebeuren bij de E411. Die saaie, vrijwel recht toe recht aan weg tussen Brussel en Luxemburg. Die gaat nu wat minder saai worden met een kunstwerk van 250 ton staal en 60 meter hoog bij Wanlin. Al zichtbaar van kilometers afstand. En wie maakt dat? Bernar Venet! Wij natuurlijk nieuwsgierig naar waar dat dan wel zou zijn.

Afgelopen week, op de terugweg uit Gubbio in Wallonië aangeland, hadden we elkaar al aangekeken. Waar oh waar? Opeens reden we een volstrekt onverwachte file in. Eentje van anderhalve kilometer, zo werd aangegeven. Wegwerkzaamheden zeker. Het enige wat je dan kunt doen, is je aan dat frustrerende fileleed overgeven. Tot we plots ver vooruit een bruin getint, gebogen stuk staal de lucht in zagen pieken. 't Zou toch niet dat ... Ja, dat zou dus wel.
 
bezigheden om de Arc Majeur te plaatsen


Ze waren al bezig om Venet's Arc Majeur te verankeren in de benodigde 1000 ton cement. Daarvoor was één rijbaan afgezet. Een file dus voor en door de kunst. Daar konden we wel vrede mee hebben. Een animatiefoto laat zien hoe je straks van ver die Arc Majeur al kunt ervaren. Nu maar hopen dat nieuwsgierige en daardoor afremmende automobilisten er niet een permanente kunstfile gaan veroorzaken.
 
zoals 't er uit moet komen te zien
't Kan bijna niet anders, dit gaat een icoon worden. Hoger dan het Jezusbeeld in Rio de Janeiro, hoger dan het Vrijheidsbeeld van New York. Hier kan het noodlijdende Wallonië mee scoren. En dat voor 'maar' 2,5 miljoen. Ook nog geschonken door een Belgische industriebedrijf. Tot volgende week.
TOOS   

dinsdag 20 augustus 2019

Bijna al beroemd in Gubbio


'Toos, zou jij willen meewerken aan de eerste prijs voor het Torneo dei Quartieri?' 'Vertel Giampietro, wat is dat?' Want dat moest gastheer en keramist Giampietro Rampini me wel eventjes uitleggen. Nou, dat bleek dus het op één na grootste jaarfeest van de stad te zijn. Altijd op de avond van 14 augustus. Met direct daarop volgend het Ferragosta, Maria Hemelvaart, één van de belangrijkste vieringen in gans Italië. Logisch dus, die 14e augustus, want dan kun je 's avonds en 's nachts lekker doorhalen. Hoe je de 15e dan uit bed komt is een andere zorg. Maar daarover straks meer.
 
ver na middernacht wordt er nog druk feest gevierd voor de kerk van je eigen stadskwartier

Eerst de opzet van dat Torneo dei Quartieri. Een groots opgezette manifestatie op het prachtige Piazza Grande. Waarbij de vier concurrerende wijken van de middeleeuwse stad tegen elkaar opboksen met een eigen enscenering rond een zelf gekozen historisch thema. Maar dat weet ik dus ook allemaal pas sinds kort. Daarna komt er nog een wedstrijd kruisboog schieten. Met, dat zal niet verbazen, weer vier teams uit die vier wijken. Bestaand uit stoere, middeleeuws geklede mannen Want het zijn vanzelfsprekend wel alleen mannen die schieten. Vrouwen deden zoiets nog niet in de middeleeuwen. En het feminisme in macho-Italië? Dan kan nog wel een inhaalslagje maken.
.
de kruisboogschieters voor de wedstrijd

in actie
Dat er bij zo'n festijn wat te winnen valt spreekt voor zich. De prijs waarover Giampietro sprak was die voor het beste middeleeuwse optocht-en-toneel spektakel. Een keramisch bord waarop ik eerst een deel zou schilderen waarna zijn vrouw Roseanna en hijzelf het zouden afmaken. Een echte coproductie Rampini/van Holstein. Of ik vereerd was met die uitnodiging? Wat dacht je! Want ik krijg na een paar weken dat keramiek beschilderen al wel in de vingers, maar het is technisch echt heel anders dan werken op een doek met olieverf. Dus als je dan als eerste buitenlandse kunstenaar aan zo'n belangrijke prijs voor de Gubbianen mag meewerken? Daar ga je van stuiteren. Mentaal gesproken dan. Want voor de lichamelijke variant is mijn lijf niet meer geschikt. Hier een foto van het prijsbord.


De afbeeldingen op de rand zijn van mij. Met daar tussendoor prachtig ingepast natuurlijke elementen van Roseanna. Giampietro schilderde het middendeel.

Die avond van het feest liepen hij en dochter Giulia ook mee in de optocht van zijn wijk San Giuliano. Want een wijk zonder eigen heilige, dat kan natuurlijk niet. Trommelaars voorop en het tableau de la troupe van bestuurders, notabelen, schone jonkvrouwen en gewoon voetvolk er achteraan. Prachtig om dat trommelgeluid uit de verschillende wijken te horen weerklinken in de smalle straten en tegen de steile helling waarop Gubbio ligt. Op de Piazza Grande werd dan de uiteindelijke onderlinge scenische strijd uitgevochten.





Maar afgezien van het daarop volgende kruisboogschieten ben je er nog niet. De balletschool van Gubbio kwam er ook nog aan te pas. En het spectaculaire vendelzwaaien. Dat alles gade geslagen door het publiek op de tribunes en een letterlijk en figuurlijk hooggeplaatst middeleeuws gezelschap op de indrukwekkende trap van het machtige Palazzo dei Consoli. Met natuurlijk een stel af en toe op lange trompetten blazende herauten achter zich.


dat vendelzwaaien en gooien is maar moeilijk scherp te krijgen in het donker

Daar mocht ik me later ook bij voegen, staand naast de burgemeester, om de eerste prijs uit te reiken aan de winnende wijk. Toevallig die van Giampietro. Waarbij van mijn kant van partijdigheid geen sprake kon zijn. Dat was het werk van een onpartijdige jury.
naast de burgemeester op het podium
 
de uitreiking
En daarna bleef het nog lang onrustig in de stad. Toen levensgezel en ik na inname van de nodige bubbels ruim na twaalven de steile straten afdaalden, kwamen we nog twee trommelbendes tegen die gebroederlijk al roffelend op hun instrumenten door de straten marcheerden. Vergezeld nog steeds van een aantal middeleeuwse dames. Dat trommelen klonk overigens wel iets onregelmatiger dan eerder op de avond. Een bijna magisch realistische scene.

Oh ja, en het grootste jaarfeest van Gubbio dan? Dat is het Festa dei Ceri, altijd op 15 mei. Ik heb met Giampietro afgesproken daar volgend jaar bij te zijn. Tot volgende week.
TOOS