Posts tonen met het label Nice. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nice. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2020

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland

Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

kunststadje Saint-Paul-de-Vence met in de verte de kust van de Côte d'Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d'Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij

Leonor Fini
 Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo'n twintig Perzische katten op nahield. 

Leonor Fini rechts met links de
wereldberoemde filmster Brigitte Bardot
Leonor Fini, olieverf

Leonor Fini met een van haar katten

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt 't al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ....... Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

links Jean-Paul en rechts zijn compagnon 
Pierre Cottalorda
 
Leonor Fini, steendruk

olieverfschilderijen van Leonor Fini


Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst 'live' olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman 'Histoire d'O' niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken 'De 120 dagen van Sodom' en 'Justine' van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo'n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie 'De Tranen van Eros' in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo'n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over ...... Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendrukken van Leonor Fini bij 'De Tranen van Eros' in het Centraal Museum in Utrecht
Leonor Fini, steendruk in de Nederlandse uitgave van 'Justine' van Marquis de Sade

steendruk van Leonor Fini in de Histoire d'O

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen

Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 5 mei 2020

Én een dijk van een wijf én one of the boys, Niki de Saint Phalle


Vrijdag de 13e een ongeluksdag? Hoezo! Donderdag 12 maart kom ik aan in Nice, vrijdag 13 maart loop ik daar met mijn Nicoise vrijkaart gratis het Mamac binnen, het museum voor de moderne kunst, en zaterdag 14 maart sluit dat plotsklaps voor onbepaalde tijd. Parijse corona-beslissing! Ik had dus gewoon dikke mazzel op die vrijdag de dertiende. Want ik wilde in de week dat ik in Nice zou zitten hoe dan ook absoluut beslist per se naar dat Mamac. Dat zit zo.
in het Mamac bij een 'schietschilderij' van Niki de Saint Phalle

Niki de Saint Phalle
Als ik in Nice ben, ga ik sowieso altijd wel een keer. Voor de speciale tijdelijke tentoonstelling én zeker ook voor de zalen gereserveerd voor de ruime collectie van het museum zelf. Met meestal werk van kunstenaars uit de zogenaamde École de Nice.  Maar die zogenaamde School van Nice komt nog wel eens. Dit keer ging ik gericht voor Niki de Saint Phalle (1930-2002), een vrouwelijke kunstenaar die ik steeds meer ben gaan waarderen. En dan niet zozeer vanwege al haar kleurige, rondborstige, dijïge, reuzengrote en ook kleine Nana's die je over de hele wereld kunt vinden. Nee, veel meer vanwege de kunst die ze maakte in aanloop naar die aaibare, vrolijke Nana's. Kunst die ik leerde kennen juist in het Mamac. Want uit die periode waarin ze zich ontwikkelde als feministe, als een vrouw die zich niet weg liet blazen in de kunstwereld van de mannen, als iemand die duidelijk succes wilde hebben, als een dijk van een wijf dus, heeft het Mamac een grote verzameling. Honderd en negentig kunstwerken. Door Niki, Française van geboorte, in 2001 aan het museum geschonken bij een grote overzichtsexpositie van haar.
 
werk uit de schenking

Maar waarom wilde ik hoe dan ook absoluut beslist per se gaan kijken in die week in maart? Omdat ik niet lang daarvoor een grote tentoonstelling van haar werk had gezien in het Scheveningse ´Beelden aan Zee´. Een prachtig aan de boulevard gelegen en toch verscholen in de duinen gebouwd museum. Met een teleurstellende expositie. In mijn ogen dan. Want heel veel andere bezoekers vermaakten zich uitstekend met al die vrolijke Nana´s en met de gekleurde fantasiekatten, slangen en andersoortige fabeldieren. Die zelfs op carrouselachtige platforms alsmaar aan het ronddraaien waren.
de expositie in museum Beelden aan Zee


beelden op een binnenplaats van het museum
één van de oer-nana's, geleend van het Mamac

Juist dat irriteerde me. Net zoals het feit dat 't vooral om die welbekende Nana´s draaide, letterlijk dus, en veel te weinig over de aangrijpende, intrigerende kunst die ze eerder maakte. Zoals de oer-nana's en haar schietschilderijen uit de jaren 60/70 waar juist in het Mamac de nadruk op ligt. Zonder kermistoestanden er omheen. Kunst ook met een achtergrond.


Geboren in Frankrijk, opgegroeid in de USA, als kind misbruikt door haar vader, van een katholieke school weggestuurd, een paar jaar in een meisjesinternaat, daar het feminisme ontdekt, fotomodel, op 19-jarige leeftijd getrouwd, twee kinderen, naar Frankrijk om daar al snel te scheiden waarbij de kinderen aan de vader worden toegewezen, zonder opleiding met kunst begonnen en juist in de kunstwereld je levenspartner, de opkomende ster Jean Tinguely, tegengekomen. Zoiets vormt natuurlijk je karakter. Ze werd daardoor ook, zoals ik dat interpreteer, one of the boys. Kijk alleen maar naar onderstaande foto's. Gemaakt toen ze meedeed met een expositie in het Amsterdamse Stedelijk Museum, nog onder leiding van de legendarische directeur Sandberg. Die beelden spreken voor zich.
 
Niki in Amsterdam met links van haar Jean Tinguely
in Amsterdam met zittend Sandberg
Of haar oer-nana's mogelijk uit dat misbruik in haar jeugd voortkomen? Zou heel goed kunnen. Maar zoiets duiden laat ik liever aan de Freuds in onze wereld over. In ieder geval zijn ze uniek.
oer-nana's in het Mamac met rechts de nana die ook in
Beelden aan Zee hing (zie hierboven)
 Net zoals haar schietschilderijen, de zogenaamde Tirs. Kijk maar eens naar dit filmpje.

Sommigen zullen 't niks vinden, ik geniet ervan. In het Mamac hangt onderstaande. En op internet kwam ik nog een foto tegen dat ze juist op dit werk aan het schieten is.



Aaibaar zoals de latere Nana's? Nou nee, niet direct! Dat geldt trouwens ook voor een reeks altaren die ze maakte. Misschien iets vanwege haar niet in dank afgenomen katholieke opvoeding?
 
een klein altaar in Beelden aan Zee
een groot altaar met wapens erop in het Mamac
Maar uiteindelijk stroomde door het wereldwijde succes van haar Nana's de bankrekening zodanig over dat ze in Toscane een droom kon realiseren. Haar nu beroemde Giardino dei Tarocchi, gebaseerd op figuren van Tarotkaarten. Twintig jaar werk zit daarin. Hier vind je een uitgebreide documentaire over die tuin die ooit op NPO2 werd uitgezonden.



Ik moet er nog trouwens steeds heen, echt een lacune in mijn kunstontwikkeling. Maar wie weet lukt dat in het jaar 1 n.C. van onze nieuwe jaartelling. Het jaar 1 na Corona. Tot volgende week.
TOOS  

dinsdag 28 april 2020

Waarom een cholera-epidemie de Côte d'Azur groot maakte

op een door het coronavirus hallucinant lege Promenade
des Anglais in Nice moet een wandelaar zijn bewijs tonen
waarom hij daar loopt

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?
Matisse, Promenade des Anglais, 1917
 En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?
 
deel van het Mamac in Nice
Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z'n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo'n soort opmerking komt als 'als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?'. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham
 Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo'n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.
Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet 't maar, toen wisten ze er ook al van.
het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes
In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.
 
Promenade des Anglais in 1886
La Régina in Nice, het zeer luxueuze complex waarvan
Queen Victoria de helft in beslag nam als ze er verbleef
Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.
Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais
Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle op
het plein ervoor
 Is 't gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?
 Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ....? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.
TOOS 

dinsdag 24 maart 2020

To Art or not to Art, Kunst in Corona-tijden



'To be or not to be, that is the question', de overbekende woorden  die Shakespeare Hamlet in de mond legde. In deze door het coronavirus onvoorspelbare tijden heeft die zin ineens een heel nieuwe lading gekregen. Bovenstaande foto vind ik daarvoor heel sprekend . Want wie kent niet dit kunstwerk van de Florentijnse renaissancekunstenaar Sandro Botticelli  (1445-1510)? 'De geboorte van Venus'. Alleen zijn Venus, godin van de liefde, en haar entourage even weg. Gewoon naar huis, in quarantaine, net als al die andere miljoenen Italianen. En wanneer ze  weer terugkeren naar het nu hermetisch gesloten Uffizi Museum om hun vertrouwde plek opnieuw in te nemen? Daar durven betrokken wetenschappers nog geen zinnig woord over te zeggen in deze surrealistische tijden.
Venus in haar volle glorie
 Zelf ervoer ik dat surrealisme heel goed toen ik nog maar zo'n anderhalve week geleden voor, dacht ik, een week in Nice zou verkeren. Op zaterdag 14 maart zat ik 's middags op een steenworp afstand van de beroemde Promenade des Anglais heerlijk in de zon op een terras aan de Cours Saleya. DE plek om een toost uit te brengen op de ook al wereldberoemde schilder Matisse (1869-1954) die vele jaren woonde in het prachtig gelige pand op de achtergrond van onderstaande foto.



Maar met nog steeds heerlijk zonnig weer op zondag 15 maart?


Bij mij om de hoek van het Palais Venise, waar ik een atelier heb, barstte 't van de leegte op het terras dat normaal stampvol zou zitten met marktbezoekers. Van de Marché auf fruits et légumes de Libération. Elke dag, behalve op maandag, vol met kramen en inkopende Niçois. Die inkopen, waarbij een meter een zeer rekkelijke afstand bleek, werden overigens wel gedaan. Maar alle omringende restaurants en terrassen bleven overweldigend leeg. Gesloten vanwege het plotse regeringsbesluit op zaterdagavond.
 
de markt op zondag 15 maart direct bij mij voor de deur
Toen op zondag ook nog bekend werd dat Duitsland de grens met Frankrijk ging sluiten, begon bij levensgezel en mij enige onrust toe te slaan. Wat was wijsheid? Eerder terugvliegen of blijven tot de geplande donderdag 19 maart? 't Werd dus 'eerder terug'. En dat bleek inderdaad wijsheid. Want anders hadden we nog een aantal dagen alleen de straat op gemogen met een staatspapiertje op zak waarop je had aangekruist wat je ging doen. Supermarkt, hond uitlaten, bezoek aan dokter of apotheek of een noodzakelijke gezondheidswandeling. Wist je trouwens dat de Côte d'Azur zoals we die nu kennen te danken is aan een bacterie? Die van de cholera. Maar dat is een ander ziekteverhaal voor een andere keer.

Terug in Nederland op maandagavond 16 maart bleek ook hier de wereld in korte tijd sterk surrealistische trekken te hebben gekregen. Op Eindhoven Airport alle eetzaken dicht. De buschauffeur afgeschermd met rood-wit gevarenlint. En nog nooit zo'n rustige trein meegemaakt. Maar gelukkig hoefden we nog geen briefje op zak te hebben met dat Franse keuzemenu.
Wel kwam gelijk de vraag op 'wat te doen met de opening van mijn expositie 'The 70-Series and More' bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier' op 21 maart. Dat was natuurlijk gauw duidelijk, die zat er niet meer in. Terwijl de expositie door galerist Piet Vellekoop al helemaal was ingericht. En nog heel mooi ook, al zeg ik 't zelf. Eerst was Corona alleen maar een wat slap Mexicaans biertje, nu laat het ons hele leven sterk kantelen.
een deel van mijn expositie 'The 70-Series and More' bij
Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier
Maar kunst laat zich natuurlijk niet zomaar ringeloren door zo'n rottig virus.  Sowieso is de tentoonstelling nu tot eind april of misschien nog wel langer te bekijken op afspraak (06 5328 7567) of via een druk op de galeriebel. Daarnaast plaats ik voorlopig elke dag één van de in De Lier hangende werken uit 'The 70-Series' op Facebook en Instagram. Die70 betekent iets, dus voorlopig kan ik vooruit.
een mixed media werk van 25-25 cm  uit 'The 70-Series'
zoals ik dat al op facebook en Instagram plaatste
Zo komt de expositie stukje bij beetje bij je thuis. In het huis dat noodgedwongen voorlopig een nog centralere rol zal innemen in ons leven dan normaal al het geval is. En dat het virus voorlopig ook een rol zal blijven spelen in dit blog? Het zijn onzekere tijden maar dat lijkt me redelijk zeker. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 19 november 2019

Het al eeuwenoude glazen plafond voor de vrouw in de kunst

cover van het nieuwe nummer
'Holland Côte d'Azur Magazine'

 De Nederlandse Club aan de Côte d'Azur floreert al jaren. Niet zo raar want er wonen daar duizenden Nederlanders. Óf omdat ze er hun Fransgetinte euro's verdienen óf vanwege het azuurblauwe invullen van hun pensionadostatus. Zelf werd ik ergens in de jaren 90 lid van de club. Ik verkeerde toen ten slotte toch al regelmatig in die regio, zeker nadat ik er zelfs een atelier kon verwerven.

Zo'n vijftien jaar geleden werd ik door de redactie van het verenigingsblad 'Holland Côte d'Azur Magazine' gevraagd of ik in dat zeer verzorgde kwartaaltijdschrift de kunstpagina's wilde vullen. Nou, eens in de drie maanden drie pagina's met tekst en plaatjes, dat moest kunnen. Zeven achtereenvolgende jaren heb ik toen met veel plezier mijn zogenaamde 'Kunststukjes' gemaakt. Zowel gericht op de kunst aan de Côte als op algemenere items . Hoewel dus al weer wat jaartjes geleden valt dat alles nog steeds terug te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl.  Onder de knop 'Publicaties' en dan 'Kunststukjes'.
 
pagina met 'Kunststukjes' op www.toosvanholstein.nl 
Recht vanuit mijn kunsthart schreef ik daarbij ook over vrouwen in de kunst. Want ik was er, pas na mijn academietijd, achter gekomen dat die vrouw in de kunst in voorgaande eeuwen behoorlijk in het verdomhoekje had gezeten. En dat er in de 20e eeuw naast dat beruchte glazen plafond voor de vrouw ook nog steeds een heel laaghangend kunstplafond voor ons bestond. Niks geen probleem om daar zonder te springen je kop tegen te stoten. Iets dat trouwens nog steeds geldt.
Want ga maar na. Een van de belangrijkste dikke academiepillen die we als student moesten doorploeteren was het standaardwerk 'Wereldgeschiedenis van de kunst' van de Amerikaan Janson. Geen vrouwelijke kunstenaar in te bekennen! Geen enkele! Echt, Toos? Echt, geen enkele. Pas in de 5e en herziene druk van 1995 mochten ze er, bij de gratie van de mannelijke kunstgoden, mondjesmaat in. In nog zo'n modern standaardwerk, 'Eeuwige Schoonheid' van Gombrich, waren vrouwelijke kunstenaars ook de bekende naald in de hooiberg. Hoezo modern standaardwerk!

Ik vond 't dus heel logisch om als hedendaagse vrouwelijke kunstenaar over dat soort zaken te schrijven in die 'Kunststukjes'. Met o.a. als inspirerend voorbeeld de Guerrilla Girls. Een in 1985 opgerichte groep van Amerikaanse vrouwelijke kunstenaars. Van hen is onderstaande, onsterfelijke affiche.


Sinds die tijd is er best wel wat gebeurd. Maar of we er al zijn? Ter illustratie het volgende verhaaltje. Kunstgeschiedenisdocente Karin Haanappel groeit in Nederland steeds meer uit tot DE vrouw bij wie je moet zijn voor de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Onlangs gaf ze een lezing voor zo'n 120 kunstvakgenoten. Professoren, kunsthistorici en kunstgeschiedenis studenten. Niet het minst kunstige gezelschap dus. Maar drie aanwezigen bleken bekend met Sofonisba Anguissola, een beroemd vrouwelijk kunstenaar uit de 16e en begin 17e eeuw. Iets minder dan 30 kenden Berthe Morisot, schoonzuster van de wereldberoemde 19e eeuwse impressionist Manet. Maar mee daardoor ondergesneeuwd geraakt terwijl ze zelf een oeuvre bij elkaar schilderde dat kwalitatief niet voor dat van haar echtgenoot onderdoet. En op de vraag van Karin wie Natalja Gontsjarova kende, bleven alle vingertjes omlaag. Nota bene een beroemde Russische avant-gardist uit begin 20e eeuw en later lid van de in de kunstgeschiedenis overbekende Blaue Reiter groep.
 
zelfportret van Sofonisba Anguissola
Berthe Morisot, Le berceau
Natalja Gontsjarova

Valt er dus nog wat te winnen voor de vrouw in de kunst? Absoluut. Volop reden om daaraan hier zo af een stukje te wijden. Net zoals destijds in dat Magazine.
Oh ja, is 't de oplettende lezer misschien opgevallen dat ik het woord kunstenares helemaal niet gebruik? Vrouwelijke kunstenaar vind ik een veel betere benaming, zelfs eigenlijk nog het liefst zonder dat vrouwelijke. Hebben we 't ooit over een timmervrouw, een bakster, een ministeres, een Commissaresse van de Koning of een monteuse? Nou dan! Tot volgende week.
TOOS