Posts tonen met het label Picasso. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Picasso. Alle posts tonen

dinsdag 28 april 2020

Waarom een cholera-epidemie de Côte d'Azur groot maakte

op een door het coronavirus hallucinant lege Promenade
des Anglais in Nice moet een wandelaar zijn bewijs tonen
waarom hij daar loopt

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?
Matisse, Promenade des Anglais, 1917
 En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?
 
deel van het Mamac in Nice
Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z'n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo'n soort opmerking komt als 'als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?'. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham
 Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo'n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.
Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet 't maar, toen wisten ze er ook al van.
het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes
In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.
 
Promenade des Anglais in 1886
La Régina in Nice, het zeer luxueuze complex waarvan
Queen Victoria de helft in beslag nam als ze er verbleef
Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.
Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais
Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle op
het plein ervoor
 Is 't gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?
 Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ....? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.
TOOS 

dinsdag 14 april 2020

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci

Zelfportret da Vinci

 Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt 't gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.


Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z'n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent 'm niet. Vandaar dan ook die toevoeging 'beruchte' hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo'n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.


Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.
 
de abdij in Tongerlo
de zaal daar met 'Het Laatste Avondmaal' 
Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo's atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo's eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire 'The Search for the Last Supper'. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI  
Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo's beroemde muurschildering 'De slag bij Anghiari'. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo'n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.
 
studieschets van Leonardo voor 'De Slag bij Anghiari'
Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z'n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.
Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo'n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.


Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.


Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 3 maart 2020

Piketty op stoom en de kunstwereld volstrekt op hol


In 2013 werd Fransman Thomas Piketty met zijn 'Kapitaal in de 21ste eeuw' binnen de kortste keren wereldberoemd en dé rockstar onder de economen. Net een paar weken geleden kwam zijn nieuwe boek uit. 'Kapitalisme en ideologie'. En dan weet je dat het dringen wordt met opinies bij alle andere economen. Een aanval op de superrijken, zo heet 't! Ik moest daarom gelijk denken aan de kunstwereld. En dan specifiek aan dat volstrekt op hol geslagen en krankjoreme topsegment van wereldberoemde 20ste eeuwse namen en rijzende jonge kunststerren. Een doorgeslagen gekte, geheel te wijten aan die superrijken. Dat selecte groepje van miljardairs en de wat armere miljonairs. Wel de miljonairs natuurlijk flink boven de 100 miljoen. Anders tel je niet echt mee. Of dat dan in dollars of euro's is? Of in Britse ponden? Niet echt belangrijk, denk ik zomaar.

Zo las ik toevallig vorige week dat een voormalig casinomagnaat, Steve Wynn, al vast maar voor 105 miljoen dollar twee Picasso's heeft gekocht uit een particuliere kunstverzameling die pas over een paar maanden openbaar op de markt komt.
 
Picasso, Woman with beret and collar, 1937
Picasso, Femme assise (Jacqueline), 1962
En wat te denken van de 30 miljoen die een zogenaamd 'zwembadschilderij' van de nog levende David Hockney op een veiling moet gaan opbrengen.
 
David Hockney, The splash, 1966
Eigenlijk best een koopje als je beseft dat begin 2019 een ander werk in die reeks rond de $90 miljoen opbracht.
 
David Hockney, Portrait of an artist (pool with two figures), 1972
Wie kan nou zoiets betalen en wie is er daarbij ook nog zo gek om dat te doen? Die superrijken van Piketty dus! Denk bijvoorbeeld aan de rijkste 42 mensen in 2019 die volgens ontwikkelingsorganisatie Oxfam/Novib evenveel bezitten als de armste 3,7 miljard bewoners van onze globe. Om dit nog even verder in perspectief te zetten, in 2009 waren hiervoor nog 380 van die rijkste miljardairs nodig. Een gezonde ontwikkeling? Ach, bepaal dat maar voor jezelf.
Maar dat dit die volstrekt bezopen ontwikkeling in de kunstwereld veroorzaakt, spreekt voor mij voor zich. Want waar moet je in godsnaam met je geld heen als 't toch tegen en over de plinten klotst? Gebruik dan de moderne kunst maar als beleggingsvehikel. Want al heb je ruim voldoende voor een leuke oude dag, je geld moet per definitie natuurlijk wel renderen. As 't effe kan tot aan je doodskist toe en liefst ook nog daarna.
Dagobert Duck moet er voor mij toch wel even bij
Dus dan sluit je je aan bij dat heel selecte groepje van galeriehouders die deze speciale kunstwereld bestieren. Als zij heilig verklaren dat die veelbelovende jonge kunstenaar over een paar jaar het multivoudige waard zal zijn, geloof je hen direct op hun blauwe of bruine ogen. En soms komt dat door marktmanipulatie nog uit ook. Kassa! Op je spaarrekening lukt je zoiets niet. Een voorbeeldje? Dat stalen konijn van Jeff Koons.
Jeff Koons, Rabbit
 In 1986 in een oplage van vier verkocht voor $40.000 per stuk. Koopje toch? Vorig jaar werd er op een veiling meer dan 90 miljoen voor betaald. Door de rijke baas van een groot hedge fund. Of zo'n duur kunstwerk dan ooit nog eens ergens te zien zal zijn, is trouwens maar de vraag. Bij de vliegvelden van bijvoorbeeld Genève, Singapore en New York heb je zogenaamde freeports, kunstvrijhavens. Met streng beveiligde loodsen waar kunst in het diepe duister verborgen ligt zonder dat iemand er weet van heeft. Met daaromheen de sfeer van vermogensbelastingontduiking, zwart geld en witwassen. Zo zouden er bij Genève meer dan 1 miljoen kunstwerken opgeslagen liggen. Eigenlijk een gigantisch museum waarvan niemand weet wat er zich bevindt.

Zo'n wereld kan alleen bestaan bij de gratie van die zeer beperkte groep superrijken waarvoor Piketty voorstelt om daar belastingtechnisch maar eens iets aan te gaan doen. Van mij mag dat. Want als er van de wereldvermogenstoename van 9.000 miljard dollar in 2016 en 2017 meer dan 80% bij de 1% rijksten ter wereld terechtkomt (weer Oxfam/Novb), is er iets goed mis. En de hier beschreven kunstwereld is daarvan een wel heel sprekende illustratie. Maar wie weet valt er wel een parallel te trekken met de beruchte tulpenmanie in de jaren 1634-37 in onze eigen Republiek der Verenigde Nederlanden. Ook een zeepbel die plots klapte. Erg? Mwah.
Trouwens, er is ook best iets goedkopere kunst te vinden. Bijvoorbeeld binnenkort bij Kunsthandel Vellekoop & Vellekoop in De Lier. Want wat kosten de werken uit mijn 'The 70-Series' die daar dan komen te hangen? €250 per stuk. 
in mijn atelier: deel van 'The 70-Series' voor Kunsthandel Vellekoop
Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 29 oktober 2019

Drie kunstvliegen in één Antibense klap




Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht 'waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is', dan ken je nu één van de redenen.


Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië. 
in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo'n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.
in Venetië in de Chiesa diSan Maggiore
En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.
 
afgelopen zomer in Beelden aan Zee
Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo'n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi's die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.
 
het Musée Picasso in Antibes
In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.
zelf bezig in Gubbio
 Picasso's productie zal ik van z'n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte 'kom op Pablo, iets minder snel en 't was een stuk beter geweest'. Maar ja, 't blijft natuurlijk wel Picasso!


Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!
 
beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso
Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om 't maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd.
Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.



Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 2 oktober 2018

How nice to be in Nice


Een aantal jaren huurde ik aan de Côte d'Azur telkens een andere plek om daar zo'n drie maanden te kunnen werken. Tot er in Nice een appartement met ateliermogelijkheid voorbij kwam waaraan ik echt geen weerstand kon bieden. Dat 'Palais de Venise' uit 1908 was te aantrekkelijk. Middenin het echte Nice, het bruisende stadshart dat in de 19e eeuw vanuit het middeleeuwse deel sterk werd uitgebouwd. Een soort 'Parijs in het klein, maar dan op z'n Italiaans' zoals levensgezel dat dan kort en bondig uitdrukt.
 
links het Palais de Venise met de koepeltjes
Sommigen zoeken voor de rust een klooster, ik heb in Nice mijn retraite oord. Rust om te werken en rust om na te denken. Met voor de grofstoffelijke voeding, heel praktisch, 's morgens een dagelijkse groente en fruitmarkt voor het Palais. Een beeld dat 's middags een metamorfose ondergaat tot restaurantterrassen. 

En kunstzinnige voeding? Geen probleem in een stad vol kunst en musea. Daarbij nog  heel vaak zon met een heerlijke temperatuur en de uitdrukking 'leven als God in Frankrijk' behoeft geen verdere verklaring.

Dat ik tijdens zo'n verblijf op bezoek ga bij Jean-Paul Aureglia, mijn galerist van Galerie Quadrige, met wie ik al jaren samenwerk, spreekt voor zich. Laat er deze maand nou ook nog een vernissage zijn! Logisch dat ik daar acte de présence gaf.
 
vernissage in Galerie Quadrige
Logisch ook dat ik tijdens zo'n retraite af en toe wat kunstige bedevaartstochtjes maak. Zoals naar het MAMAC, het Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporain. Ik heb er vanwege mijn appartement in Nice altijd vrij toegang. Dus kan ik zomaar binnenlopen. Bijvoorbeeld om te zien of men ter verandering voor de vaste zaal van echte Niçois en kunsticoon Yves Klein (1928-1962) nog wat heeft gerommeld in de kunstopslag. Vooral van zijn beroemde, prachtig intens vibrerende Yves-Klein-blauw is 't elke keer weer genieten.
 
de Yves Klein zaal in het MAMAC
werk van Niki de Saint Phalle
 Niki de Saint Phalle (1930-2002) vind ik ook altijd zo'n bedevaartstochtje waard.  Voordat ze wereldberoemd werd door haar grote Nana's heeft ze nog heel wat andere interessante en gekke dingen gedaan. Ooit gehoord van haar 'schietschilderijen'? Google maar eens. Uit de grote collectie die ze naliet aan het MAMAC kan de curator nu te kust en te keur kiezen voor de 'Nikizaal'.

Tijdens mijn MAMAC-rondgang stond ik plotsklaps voor werk van een Nederlander. Marinus Boezem (1934), één van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Dat werk hing  op de tijdelijke expositie 'Cosmogonies, au Gré des Éléments'. Een onbegrijpelijke titel? Ach, dat strookte dan gelijk met het 'Wheather Drawing's, 1969' van Boezem. Een verzameling foto's van met de hand getekende weerkaarten. Je moet er maar op komen!
 
Marinus Boezem, Wheather Drawings 1969
Nee, dan liever "Matisse&Picasso, la comédie du modèle" in het Musée Matisse. Een prachtig gelegen oude villa bij een groot olijfbomenpark en Romeinse ruïnes. Met voor mij opnieuw kostenloze toegang.
 
Musée Matisse
Dit jaar gaan die twee grote kunstenaars, zowel elkaars bewonderaars als enigszins na-ijverige concurrenten, er een kunstzinnige strijd aan. De al wat oudere maestro Matisse en macho en ego Picasso! Echt een prachtige tentoonstelling die een uitgebreidere beschouwing verdient. Maar voor nu laat ik 't hieronder bij een paar foto's, want mijn bedevaartjes voerden ook nog naar het Musée National Marc Chagall.
 
Picasso en Matisse naast elkaa: wat is van wie


een serie indrukwekkende steendrukken van Picasso


Dat werd ook wel weer eens tijd. Een mooi museum dat destijds architectonisch om een geschonken verzameling Bijbelse schilderijen van Chagall heen is gebouwd. Boeiend om er na wat jaartjes weer eens rond te lopen. 
Musée National Marc Chagall.
Vooral door de extra expositie over Chagall's plannen voor een door hem aan te pakken kapel. Die kwam er niet, terwijl zoiets wel lukte aan Matisse, Picasso en Jean Cocteau. Oei, oei, niet goed voor het kunstenaarsego! 
voorstudie met knippen en plakken voor glas-in-lood ramen in de beoogde kapel
een al weer gedetailleerder voorstudie
genieten op z'n Niçois

 Trouwens beslist een verhaal waard, die kapellen. Maar misschien komt dat nog wel eens. Nu eerst bijkomen van al die kunstbedevaarten op mijn favoriete plein Place Garibaldi.

Tot volgende week.
TOOS