Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen

dinsdag 22 december 2020

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket 'roofkunst'

Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk're dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, 't is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, 'plaats delict' liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. 't Liep van 'ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven', walgelijke wandaad, toch ook verdriet, 'die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn' tot 'goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard'. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan 's avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. 'In afwachting'. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan 'In afwachting'

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839.
Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn 'Bild mit Haüsern',  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is 't nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

foto van de speciale Amerikaanse eenheid die naar naziroofkunst moest zoeken, de eenheid
waarop de interessante film 'The Monuments Men' is gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van 'In afwachting' beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer. 

Kunstpark Vlissingen met één van de kunstborden van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 21 juli 2020

Een typerend MeToo-slachtoffer, kunstenaar Artemisia Gentileschi, maar wel al uit de 17e eeuw!


in 2012 in Parijs bij een expositie over Artemisia

Je vingers ingeklemd in een martelwerktuig om, letterlijk, uit je te persen dat jij, het slachtoffer, bij je aanklacht voor verkrachting de waarheid en niets dan de waarheid hebt verteld.  Dezelfde vingers die ook jouw volstrekt onmisbare gereedschap vormen. Je bent namelijk de supergetalenteerde dochter van de in Rome gevestigde kunstenaar Orazio Gentileschi en als assistent werkzaam in je vaders atelier. We schrijven 1612 en die dochter is de 17-jarige Artemisia Gentileschi. Vorige week schreef ik al over haar.

Artemisia, 'Judith onthoofdt Holofernes'

Kijk je met die kennis naar bovenstaand schilderij van Artemisia, dan is de inhoud daarvan met wat simpele psychologie van de koude grond misschien wel aardig te duiden. Want die verkrachting had inderdaad  plaatsgevonden. De uiteindelijk veroordeelde dader? Kunstenaar Agostino Tassi, bij wie Artemisia toen in de leer was. Zeven maanden, inclusief marteling, duurde het proces dat vader Orazio had aangespannen tegen Tassi. En een wonder geschiedde, hij won! Omdat de rechtbankannalen van dit proces grotendeels bewaard zijn gebleven, kon onderstaand filmpje gemaakt worden. Met daarin letterlijk overgenomen teksten. 

Maar de naam van Artemisia als vrouw was natuurlijk sterk bezoedeld. Logisch toch? Roddels te over van 'waar rook is, is vuur. Rome kon ze als opkomend kunstenaar voorlopig wel vergeten. In het geheim getrouwd met een tweederangs schilder vertrok ze naar dat andere grote Italiaanse kunstcentrum, Florence. Daar kon ze ten minste met een schone lei beginnen. Want de social media werkten destijds toch wat trager dan tegenwoordig en programma's als Showtime lieten nog wat eeuwen op zich wachten.

En Tassi? Die bleek zelfs al een eerdere verkrachtings en mogelijk moordgeschiedenis te hebben? Hij kreeg twee jaar, kwam na acht maanden al vrij en pakte gewoon zonder probleem zijn werk als kunstenaar weer op.

fresco van Tassi in een paleis in Rome


Artemisia, Zelfportret met luit
 In Florence bleef het talent van Artemisia zogezegd niet onopgemerkt. Ze presteerde 't zelfs om in 1616 als eerste vrouw ooit te worden opgenomen in de prestigieuze Accademia delle Arti del Disegno. Een soort Rotary avant la lettre van de beroemdste Florentijnse kunstenaars. Absoluut een gigantische prestatie voor een vrouw toentertijd. Maar ze had dan ook de gave zich soepel te kunnen bewegen in de hoogste culturele en literaire kringen. Naast natuurlijk ook nog haar schildersgave waarmee ze heel wat opdrachten in die hoogste kringen verwierf. Opdrachten die als onderwerp regelmatig sterke vrouwen hadden. Zoals dus Judith uit dat schilderij hierboven. Waar ze met zichtbare afschuw maar ook duidelijke standvastigheid met hulp van haar dienstmeid generaal Holofernes letterlijk een kop kleiner maakt. Overigens wel een verhaal uit het Oude Testament dat destijds behoorlijk populair was.Van lekker heftige dramatiek in de beeldende kunst was men toen niet echt vies. Koppen mochten rollen, geen probleem. Dat gebeurde ten slotte ook nog met regelmaat in het echt op het schavot. Hebben we in Nederland niet ons eigen verhaal van Johan van Oldebarnevelt? Misschien moet ik toch nog maar eens een blogaflevering maken met de verzameling foto's van schilderijen uit de 16e en 17e eeuw met afgehakte hoofden die ik op mijn harde schijf heb staan. 

Dat populaire thema van Judith en Holofernes heeft Artemisia dus nog een paar keer gebruikt voor haar opdrachtgevers.

Artemisia, de dienstmeid wikkelt het hoofd
van Holofernes in een mand
 
Judith en haar dienstmeid sluipen het kamp
van Holofernes uit

Maar David met het hoofd van de door hem gedode reusachtige Goliath, nog zo'n verhaaltje uit de reeks 'voor het slapen gaan' in het Oude Testament, was vanzelfsprekend ook niet te versmaden.

 

recent ontdekt schilderij van Artemisia
met David en het hoofd van Goliath aan zijn voet
David met het hoofd van Goliath

Net zoals het verhaal over de stoutmoedige Jaël die een tentharing slaat door het hoofd van de aan haar voeten slapende Sisera, ook alweer een generaal. Echte oudtestamentische horror.

 

Nog een paar voorbeelden van moedige vrouwen? Wat dacht je van Cleopatra die volgens de overlevering voor de dood door een giftige slangenbeet kiest. Liever dat dan zich volledig over te geven aan de Romeinse keizer Octavianus.


Cleopatra laat zich bijten door de slang

het dode lichaam van Cleopatra wordt ontdekt

Of Lucretia. Dochter van een belangrijke Romeinse familie die in 510 v.C. wordt verkracht door een koningszoon, haar ontering opbiecht aan vader en echtgenoot om daarna met een mes zelfmoord te plegen. Niet zo vreemd, denk ik dan, dat dit verhaal Artemisia heeft aangesproken.

 

de verkrachting van Lucretia

de zelfmoord van Lucretia

een recent ontdekt schilderij van Artemisia met 
hetzelfde thema

Overal waar ze kwam liet ze wel een aantal speciale vrouwen achter. In Rome waar ze als gescheiden en dus alleenstaande vrouw vanuit Florence weer terugkwam, in Venetië, in Napels en zelfs in Londen. Waar nu, zo leerde ik uit een reactie op Facebook, die Artemisia-expositie toch vanaf 3 oktobernog door lijkt te gaan. IJs en corona dienende denk ik dan tegenwoordig maar. Maar voor die tijd kom ik hier vast nog wel een keer op haar terug. Artemisia is, met haar leven en haar kunst, te fascinerend om dat niet te doen. Tot volgende week.

TOOS


dinsdag 9 juni 2020

Caravaggio en zijn Corona-perikelen

Caravaggio, Narcissus, nu in het Rijksmuseum

't Zou hier nu opnieuw gaan over mijn Buitenkunst, zo verkondigde ik vorige week. Maar ja, ik kan ook niet buiten kunst. Vandaar een onvoorziene interruptie. De musea mochten namelijk weer open op  1 juni en daar wilde ik dus héééél snel gebruik van maken. Samen met levensgezel trouwens. Die ook zowel binnen als buiten niet buiten kunst kan. Dus zat hij 's morgens 21 mei, de eerste dag dat er weer kaartjes online geregeld konden worden voor het Rijksmuseum, binnen paraat voor zijn pc-scherm. Want we wilden nog snel naar de expositie 'Caravaggio-Bernini, Barok in Rome', die  op 7 juni zou eindigen. En ja! Het lukte om met onze Rembrandtpassen twee gratis toegangsbewijzen te scoren voor dinsdag 2 juni. Binnen het tijdslot van 14.15-14.30 uur. Want zo zijn tegenwoordig de regels in het corona-museumspel en zo moet 't gespeeld worden. Online met een tijdslot en niet anders.
Bernini, Medusa, nu in het Rijksmuseum
Wij lopen dus op 2 juni om 14.14 uur het Rijksmuseum binnen. Dat soort logistiek vernuft laat ik altijd met een gerust hart aan levensgezel over! Kaartjes worden gescand, Rembrandtpas getoond, handjes ontsmet en doorlopen naar die expositie. Ja, had je dus gedacht! In de grote hal stond al een soortement rij. Want 'rij' is tegenwoordig met die 1,5 meter toch wel een wat diffuser en ongeregelder begrip geworden.

 Enigszins in twijfel sluiten we aan. Maar die twijfel verdween snel toen een museummedewerker, laat ik die nr.1 noemen, aan ons een verzoek had. Of we wilden kijken hoe laat 't nu was en hoe laat we de expositie binnen konden lopen opdat we onze wachttijd aan een aldaar geposteerde andere medewerker  konden doorgeven. Dat was voor hun nuttige informatie. Nou, natuurlijk! Wel begonnen we toen enige figuurlijke nattigheid te voelen. Dat was helemaal het geval toen we zo'n 6 à 7 minuten later en na een aantal meters terreinwinst een nogal nonchalant tegen een muur geplaatst Efteling-achtig bordje tegen kwamen. 'Vanaf hier een uur'. Hè? Maar een langslopende medewerker, zeg maar nr.2, wist bij navraag te melden dat dit wel ongeveer klopte.

 De diffuse rij met die grote afstandsgaten schoof inderdaad tergend langzaam op. Medewerker nr.3 kwam langs met klapstoeltjes voor wachtenden die knikkende knieën en vervelende voeten begonnen te krijgen. Levensgezel, die een praatje aanknoopte met medewerker 4 die de klapstoeltjes bij inleveren gelijk weer ontsmette, leerde dat het Rijksmuseum eigenlijk ook in een leerproces zat. Want hoeveel bezoekers kan je in zo'n tijdslot binnenlaten en hoe snel stromen die door in de zalen waar maar weer een beperkt aantal mensen te gelijkertijd mag verkeren? In feite waren we proefkonijnen in een logistiek experiment. Dat Eftelingbordje klopte trouwens. Het duurde inderdaad een uur voor we aan medewerker 5 volgens belofte konden vertellen dat het beloofde uur inderdaad een uur was. Zo bleek de Cruyffiaanse uitspraak 'dat elk nadeel zo ze voordeel heb' toch weer op te gaan. Want hadden we in de tussentijd niet in alle rust met diverse museumsuppoosten gezellig een praatje kunnen maken? Iets wat er anders nooit zo snel van komt.
één groot voordeel van het beperkte aantal toegestane bezoekers:
 je kunt in alle rust kijken
Caravaggio, De doornenkroning, 1603
Bernini, buste van Thomas Baker, rond 1637
En die expositie? Hier tussendoor heb ik al met foto's gestrooid. Interessant, maar geen echte topper. Dat komt ook omdat de allerbeste werken van Caravaggio gewoon vast gespijkerd zitten aan kerkmuren in Italië en op Malta. En omdat Bernini alle Rome-bezoekers natuurlijk al helemaal heeft afgebluft met zijn beroemde, grootse barokfonteinen en beeldengroepen. Daar kom je in 't museum echt niet meer overheen. Wel was voor mij opnieuw duidelijk dat toch maar enkele Caravaggistische schilders in kwaliteit in de buurt komen van hun grote meester. Zelfs al hingen de topwerken van Caravaggio er dus niet.
Orazio Gentileschi (1563-1639) Judith en haar dienstmeid
met het hoofd van Holofernes, rond 1608
dochter Artemisia Gentileschi (1593-1654),
De extase van Maria Magdalena

Annibale Caracci (1560-1609), De bewening van Christus 1604
Maar toch mooi dat Nederlander  Hendrick ter Brugghen (1588-1629) daar zeker  bij hoort.
Hendrick ter Brugghen, De ongelovige Thomas 1622
Hendrick ter Brugghen, Jonge vrouw die een luit stemt 1627
Hoe dan ook, ik liep toch maar lekker rond  in het net weer geopende Rijksmuseum. En dat 's avonds op de 21e juni, dus nadat levensgezel 's morgens die tickets had vastgelegd, bekend werd dat de expositie met alle uitlenen erbij verlengd had kunnen worden tot 13 september? Ach, dat is eigen aan deze telkens opnieuw verrassende coronatijden. Nu hebben anderen ook nog de gelegenheid. Bij een, naar ik hoop, beter logistiek ingespeeld Rijksmuseum. En die Buitenkunst van mij? Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 14 april 2020

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci

Zelfportret da Vinci

 Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt 't gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.


Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z'n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent 'm niet. Vandaar dan ook die toevoeging 'beruchte' hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo'n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.


Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.
 
de abdij in Tongerlo
de zaal daar met 'Het Laatste Avondmaal' 
Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo's atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo's eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire 'The Search for the Last Supper'. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI  
Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo's beroemde muurschildering 'De slag bij Anghiari'. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo'n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.
 
studieschets van Leonardo voor 'De Slag bij Anghiari'
Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z'n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.
Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo'n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.


Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.


Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 16 april 2019

Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is 't eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet 'Rome'. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.
het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt
Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z'n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.
Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. 't Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. "Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?" Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.
 
binnenplaats van het complex van de Biennale
Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell'Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of 't nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.  

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? 't Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z'n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.
 
de hoek van het plein
de toegang van het restaurant
de kelder
Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe 't stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was 't! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.
 
GoogleMap foto met middenin het dak met die opbouw en links het station
Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 12 februari 2019

Caravaggio, grote schurk en groot kunstenaar

Caragaggio, de kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus

Toen ik in oktober 2015 in Rome voor de twee schilderijen van hierboven stond, realiseerde ik me niet, zoals nu wel, dat op precies diezelfde plek in de eerste helft van de 17e eeuw andere Nederlandse kunstenaars hadden gestaan. Welke die in eeuwen onveranderde plek is? De Cerasi-kapel in de kerk van Santa Maria del Popolo. De eerste kerk die kunstenaars uit het Noorden zagen als ze door de stadspoort daar de Eeuwige Stad betraden. En wie die Nederlandse schilders waren? Onder anderen Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen. En waarom ik me dat nu wel realiseer? Omdat aan die drie mannen een prachtige, indrukwekkende expositie is gewijd in het Centraal Museum van Utrecht: 'Utrecht, Carravagio en Europa'.
 
drukte in het Centraal Museum
Want Caravaggio was de maker van die twee schilderijen. Of voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610).Daar kwam hij vandaan, van de plaats Caravaggio.  De ideale schoonzoon was die Michelangelo niet. Steengoed in het beledigen van mensen van zowel lage als hoge komaf. Met voortdurend een  zweem om hem heen van homoseksualiteit oftewel sodomie zoals 't toen heette. Overigens zonder enig concreet  bewijs daarvoor. Als heethoofd ook altijd tuk op een lekkere vechtpartij. Soms met zijn zwaard dat hem goed in de hand lag. Gevolg? In 1606 een dodelijk slachtoffer en een vlucht uit de stad waar hij furore maakte met zijn geheel nieuwe manier van schilderen. Want schilderen kon hij als de beste.
 
één van de twee werken van Carravagio zelf op de expositie: De mediterende Hiëronymus 1605-06 
Net zoals Braque en Picasso in het begin van de 20e eeuw samen een heel nieuwe schilderstijl ontwikkelden, het kubisme, deed hij dat in z'n eentje aan het begin van de 17e eeuw. Met wat we nu het Caravaggisme noemen. Een zo boeiende, moderne stijl  dat hij al snel getalenteerde navolgers kreeg. Want Rome was toen de place to be zoals Parijs dat in de 19e eeuw werd. Voor je goeie kunstenaarsfatsoen moest je daarheen wel een studiereis maken. Meestal te voet, maanden lang door weer en wind en door gevaarlijke streken. Een tikje andere manier van reizen dan tegenwoordig, je moest er wel wat voor over hebben. Sommigen bleven en maakten daar carrière. Anderen vertrokken weer als overtuigde Caravaggisten. Zoals dus Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen.  
 
Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus ca. 1617
Dirck van Baburen, Christus en de schrifgeleerden 1618
Hendrick ter Bruggen, detail van De bevrijding van Petrus 1624
Onafhankelijk van elkaar vertrokken voor hun kunst-bedevaartstocht en na terugkomst alle drie furore makend in Utrecht met die nieuwe, levendige, vaak dramatische schilderstijl. Vol contrasterende schaduw en lichtpartijen en levensechte mensen die zo van de straat geplukt konden zijn. Met het zogenaamde clair-obscur waardoor later Rembrandt, op zijn geheel eigen manier, ook weer sterk werd beïnvloed.
 
Gerard van Honthorst, De onthoofding van Johannes de Doper 1617-18
Gerard van Honthorst, De heilige Sebastiaan 1623
Gerard van Honthorst, De koppelaarster 1625
Gerard van Honthorst, De liederlijke student 1625
Dirck van Baburen, De graflegging van Christus 1617-18
Hendrick ter Brugghen, De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd 1625
Hendrick ter Brugghen, De annunciatie 1629
Kunstliefhebbers moeten beslist naar Utrecht.  Niet omdat er veel van de maestro zelf is te zien, twee werken slechts. Maar wel vanwege die Utrechtse caravaggisten en nog wat anderen. Uit Italië natuurlijk maar Frankrijk en Spanje zijn ook vertegenwoordigd. Hierdoor kun je hun vakmanschap onderling mooi vergelijken. Voor mij springt dan Gerard van Honthorst er echt uit. Het niveau van maestro Caravaggio haalt hij net niet maar dat is ook vrijwel onmogelijk bij dat schildersgenie. Een soort Italiaanse Rembrandt. Die was trouwens pas een paar jaar oud was toen Caravaggio in 1610 totaal berooid en in de hoop op vergiffenis terugkeerde naar Rome, onderweg ziek werd en veel te vroeg stierf.
 
de achterkant van het tweede werk van Carravagio met Het hoofd van Medusa
Maar gelukkig hadden we nog zijn navolgers. Zoals Orazio Gentileschi  (1563-1639) en zijn nog veel talentvollere dochter Artemisia Gentileschi (1593-1653) aan wie ik hier beslist extra aandacht ga geven in het kader van 'vrouwen in de kunst'.
 
Orazio Gentileschi, David en Goliath 1605-07
bij nog een ander schilderij van Orazio Gentileschi
Simon Vouet, Judith met het hoofd van Holofernes 1620-25
 Of Spanjaard Gusepe de Ribera (1591-1652) en Fransman Simon Vouet (1590-1649). Van die laatste vond ik het schilderij hiernaast toch wel heel curieus.

Zie dat afgehakte hoofd rechtsonder. En de dame die haar onderarm er met een vredig gezicht op laat rusten. Met de pink omhoog! Net zoals een keurig opgevoede dame die met een precieus gebaar aan een kopje thee wil gaan nippen met duim en wijsvinger rond het oortje geklemd. Toch heeft ze net zelf dat hoofd afgehakt.  Dat van generaal  Holofernes die volgens het Oudtestamentische verhaal haar stad belegerde. Uit wraak verleid deze Judith hem en hakt zijn hoofd af als hij slaapt. Een populair verhaal dat door heel wat schilders is verbeeld. Mannen én vrouwen. Zoals door Artemisia, maar dan volstrekt anders. Ook iets om nog op terug te komen. Tot volgende week.
TOOS