Posts tonen met het label galerie Qvadrige. Alle posts tonen
Posts tonen met het label galerie Qvadrige. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2020

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland

Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

kunststadje Saint-Paul-de-Vence met in de verte de kust van de Côte d'Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d'Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij

Leonor Fini
 Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo'n twintig Perzische katten op nahield. 

Leonor Fini rechts met links de
wereldberoemde filmster Brigitte Bardot
Leonor Fini, olieverf

Leonor Fini met een van haar katten

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt 't al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ....... Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

links Jean-Paul en rechts zijn compagnon 
Pierre Cottalorda
 
Leonor Fini, steendruk

olieverfschilderijen van Leonor Fini


Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst 'live' olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman 'Histoire d'O' niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken 'De 120 dagen van Sodom' en 'Justine' van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo'n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie 'De Tranen van Eros' in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo'n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over ...... Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendrukken van Leonor Fini bij 'De Tranen van Eros' in het Centraal Museum in Utrecht
Leonor Fini, steendruk in de Nederlandse uitgave van 'Justine' van Marquis de Sade

steendruk van Leonor Fini in de Histoire d'O

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen

Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 3 mei 2016

Hoe de macht van de IJslandse goden tot in Alexandrië reikt

uitbarsting van de Eyjafjallajökull
steendruk uit de Edda: de goden beschikken
 We schrijven april 2010. De vliegtickets voor Alexandrië liggen klaar. Maar dan krijgt de Eyjafjallajökull op IJsland 't op zijn heupen. De vulkaan begint vuur, lava en stof te spuwen. Heel veel stof. Daardoor komt het vliegverkeer boven Europa een aantal dagen bijna volledig lam te liggen. Weg reis naar Egypte, weg reis naar de Bibliotheca Alexandrina, weg het bijwonen van de opening van de Biënnale voor het Kunstboek aldaar. En dat terwijl er juist mijn "Edda" werd tentoongesteld. Met steendrukken van mij en een deel van de overgeleverde teksten van de oude mythologische verhalen uit Noordelijk Europa. Over goden en helden en hoe die goden beschikken over het menselijk lot. Lang, lang geleden opgeschreven op IJsland. Het was duidelijk, de IJslandse goden beschikten in 2010 dat het voor mij nog geen tijd was om naar Alexandrië af te reizen.
 
aan de baai van Alexandrië
Maar nu is dat dus wel gebeurd. Geen stofspuwende vulkanen of ander natuurlijk ongerief in april 2016. Nu kon ik de tickets wel effectueren. Om aanwezig te zijn bij de opening van de Bibliotheca Alexandrina International Biennial for the Artist's Book. 



Met een ander kunstboek. Dat over de Four Freedoms Awards. Ik schreef er in de vorige aflevering al over. Over de handgekalligrafeerde citaten van een aantal laureaten van die Awards, geïllustreerd met originele tekeningen. Nu kon ik dus met eigen ogen zien hoe 't lag te pronken in een eigen vitrine. 
vitrine met "The Four Freedoms"
het treffen met Jean P


aul Aureglia
 In een grote zaal waar van meer dan 70 kunstenaars uit 12 verschillende landen hun artistieke kunnen werd getoond. En waar ik ook mijn galerist uit Nice, Jean Paul Aureglia, trof. Hij had daar namelijk een hele hoek ter beschikking gekregen voor een aan de bibliotheek geschonken collectie van zijn livres d'art. Kunstboeken in beperkte oplage waarmee hij via zijn galerie/uitgeverij met de prachtige namen Qvadrige enLa Diane Française de liefhebbers verblijdt.
Prachtig om elkaar daar nu tegen te komen terwijl dat over een week ook weer gaat gebeuren. Maar dan in Nice zelf omdat daar in zijn galerie een expositie van mij start. Met als centraal thema de Odyssee van Homerus.

Maar eerst was er dus nu mijn unieke kunstboek over die Four Freedoms. Dat mijn statement aansloeg was duidelijk. Er werd heel wat afgefotografeerd bij de getoonde selectie van de in totaal tien gekalligrafeerde en geïllustreerde citaten. Want een statement is het natuurlijk, daar in Egypte. Denk maar aan de vrijheid van meningsuiting. Dat die niet staat op het niveau dat we in Nederland gewend zijn, hoef ik niet echt te verduidelijken. Of wat te denken van de vrijheid van religie. Werden een paar jaar geleden, onder de toenmalige regering van de Islamitische Broederschap, niet nog Koptische kerken aangevallen? Dat de freedom for fear, de vrijwaring van angst, daarmee direct samenhangt moge duidelijk zijn. En in een land met heel veel werkloosheid en nog steeds zo'n 50 procent analfabetisme, vooral bij vrouwen, komt natuurlijk de freedom for want, de vrijwaring van gebrek, nog niet echt uit de verf.

Daarvan was trouwens bij het personeel van de bibliotheek niet veel te merken. Veelal jonge mannen en vrouwen die, zoals ik dat kon waarnemen, heel gelijkwaardig met elkaar omgingen. Die ook trots waren op "hun" Bibliotheca Alexandrina. Die ook hun talen spraken. Engels, Frans, Duits was geen probleem, afhankelijk van de persoon. Werkelijk een allerhartelijkste ontvangst met, de dag na de opening, een persoonlijke rondleiding door het gigantische complex van de bibliotheek met verrassend veel verschillende musea. Over de oudheid, over keramiek, met hedendaagse kunst en natuurlijk met de vele kunstboeken die zich al in de verzameling bevinden.   
 
persoonlijke rondleiding
de grote leeszaal van de bibliotheek

Al met al een zeer inspirerend verblijf. Zowel figuurlijk als letterlijk. Want we waren ondergebracht in het Metropole Hotel. Zo'n hotel met nog de ambiance van de grandeur die Alexandrië in vroeger tijden heeft gekend. Met een lounge en ontbijtzaal waar je je nog kon wanen tussen de vooroorlogse vermogende klassen van zowel Egypte, Europa als Amerika. 
het Metropole Hotel

Geen hotel dat ik zelf zou boeken. Iets te duur! Maar als je zoiets in de schoot krijgt geworpen, kan ik er beslist van genieten. Samen met andere kunstenaars die er ook zaten. Zoals met de zelfs wat Nederlands sprekende Nobuho Nagasawa. Een in Manhattan wonende Amerikaans/Japanse kunstprofessor met wie we van de weeromstuit maar voor het exorbitante bedrag van ongeveer één euro per persoon in een authentiek Egyptische omgeving zijn gaan genieten van kusheri, het Egyptische volksvoedsel. 

En dat Alexandrië niet meer is wat het vroeger was? Tja, dat is natuurlijk weer een heel ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 25 februari 2014

Daar waar het allemaal begon

terras in Saint Paul de Vence
Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.
Saint Paul de Vence
Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.
 
Grande Rue
Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf van Chagall

schilderij van Chagall met Saint Paul


















Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall.Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 22 oktober 2013

La Traviata in La Fenice in La Serenissima

En waarom een héééél klein ietsiepietserig stukje van het beroemde operagebouw Teatro  La Fenice in Venetië eigenlijk van mij is. Dat zou namelijk ook boven deze aflevering kunnen staan. Maar voor een titel is dat toch wat lang. Overigens, zowel de lange als de korte titel verdienen natuurlijk wel enige uitleg.


Uit voorgaande stukjes is wel duidelijk dat ik kort geleden een week in Venetië doorbracht. Eén van de mooiste steden ter wereld en ook een lievelingsstad van mij. Die speciale binding begon ergens in de tweede helft van de jaren 90. La Fenice was weer eens afgebrand, niet voor de eerste keer dus in haar bestaan sinds 1792. Zoiets gaat natuurlijk geld kosten, heel veel geld voor restauratie en herbouw. Vanuit mijn Niçoise galerie Qvadrige ontstond het idee om met een aantal kunstenaars een benefiettentoonstelling te organiseren in Venetië in samenwerking met een bevriende galerie daar. De verkoopopbrengsten zouden voor het opbouwfonds van La Fenice zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Vandaar dat er ineens werk van mij in Venetië hing en ik daar vanzelfsprekend ook was. Daar begon mijn liefde voor La Serenissima, een liefde die nog steeds voortduurt.
 
Links boven mijn "ansjovisjes"
Er hangt overigens nog steeds werk van mij. Vanuit verkoop aan particulieren maar ook in een restaurant. Aciugheta, vlak bij de Piazza San Marco, een naam die met ansjovis heeft te maken. Door de connecties van onze Venetiaanse galeriehouder Antonio konden we daar toen voor een inboorlingprijs eten. En dat scheelt behoorlijk met de toeristenprijs, neem dat maar van mij aan. Als tegenprestatie hebben wij, de kunstenaars, destijds elk een klein kunstwerkje gemaakt. Ik een tekening met oprukkende ansjovisjes. Een paar weken geleden ben ik even op controle geweest, en ja hoor, het hangt er nog steeds.

 Door die benefietactie kan ik dus met recht beweren dat een heel klein restauratiestukje van La Fenice  door mij is bekostigd. Maar van het bijwonen van een voorstelling daar was 't tijdens al mijn Venetiaanse bezoeken nog nooit gekomen. Nou kost je dat ook echt een rib uit je lijf. Maar voor alles in het leven is er een eerste keer. Ook dus voor zo'n opera in La Fenice. Zeker toen ik op internet zag dat La traviata van Verdi werd opgevoerd. Dat beroemde werk beleefde er ten slotte zijn wereldpremière in 1853 en was ook de eerste productie bij de heropening in 2004. Mooier kon gewoonweg niet!

Ik heb ontzettend genoten. Wat wil je ook bij zo'n operadrama  met bijna alleen maar klassieke tophits en een prachtige bezetting. Maar dat laatste zijn ze daar aan hun stand wel verplicht. Het blijft natuurlijk een draak van een verhaal met alle bijbehorende liefde, zieligheid, leed, ziekte, opofferingsgezindheid en dood. Maar die muziek! Kippenvelmomenten zoals goeie muziek die kan veroorzaken. Bij een volgende keer in Venetië, en die komt allicht, misschien toch maar weer die rib uit mijn lijf? 

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 15 oktober 2013

De kunstkronkelweg van Nice via Middelburg naar Drusenheim

Achter gebeurtenissen in het leven zit eigenlijk altijd wel een logica. Zo lijken Nice, mijn woonplaats Middelburg en Drusenheim  in de Elzas op het oog weinig met elkaar te maken te hebben. En toch  zorgde logica ervoor dat ik afgelopen weekeinde bij de opening van het Musée PASO in Drusenheim was.


Want lezers van "TOOS&ART" kunnen weten dat ik samenwerk met Galerie Qvadrige/La Diane Française in Nice (http://www.galerie-quadrige.com/) . Die galerie vertegenwoordigt diverse kunstenaars. Uit Italië, Spanje, Denemarken, Duitsland en natuurlijk ook Frankrijk. Eén van de Franse kunstenaars is PASO, kunstenaarsnaam van Paul Klein. Een succesvolle, oude rot in het vak met wie ik bevriend ben geraakt. Hij woont in Straatsburg, maar is geboren in het nabij gelegen Drusenheim. En wat maar enkele kunstenaars bij leven overkomt, is hem nu overkomen. Hij heeft een eigen museum gekregen. Nog wel in zijn geboorteplaats. Zo'n museum moet natuurlijk geopend worden. Met toeters en bellen, en vanzelfsprekend met de nodige kunstminnende en politieke hotemetoten. 

 Niet dat ik mijzelf daartoe reken, maar de uitnodiging om aanwezig te zijn heb ik toch in dank aanvaard. Vooral omdat 't zo bijzonder is, als kunstenaar bij leven en welzijn je eigen museum in de schoot geworpen krijgen. Alhoewel, PASO heeft daarvoor wel een schenking van vele honderden schilderijen aan zijn Musée gedaan. Ten slotte moet er wel wat getoond kunnen worden en is 't toch ook wel handig als er regelmatig van schilderijen gewisseld kan worden.
Echt iets om als kunstenaar jaloers op te zijn, de ruimten die PASO nu ter beschikking heeft om zijn sterk geabstraheerde en kleurige schilderijen te tonen. Jammer toch dat al die verschillende Nederlandse overheidslagen minder cultuurminnend zijn dan de Franse. Dat valt me altijd weer op, Frankrijk hecht echt veel meer aan haar cultuur dan wij dat in ons land doen. Cultuur mag er wat kosten.


Ik heb overigens gelijk maar Nederland vertegenwoordigd, gezien het feit dat mijn lief en ik de enige aanwezige  Nederlanders waren. Zowel bij de opening overdag als bij het vriendendiner 's avonds bij PASO en zijn vrouw Helga thuis. Daar hebben we het feest op de bekende Franse wijze nog even voortgezet. Met champagne vooraf en kaas aan het eind! Zo is zo'n weekendje Elzas beslist niet onaangenaam. Zeker niet in combinatie met een bezoekje aan het nieuwe museum voor moderne kunst dat het Parijse Centre Pompidou in Metz heeft laten bouwen. Het Centre Pompidou-Metz dus. Maar daarover een volgende keer. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 27 augustus 2013

Leven als god in Frankrijk

 Het is een bekende uitdrukking, dat "leven als god in Frankrijk". Maar ik kan aardig aanvoelen waar dat gevoel over het goede Franse leven vandaan komt. Dat krijg je wel als je regelmatig in Nice verkeert. Dat Parijs in het klein, maar dan op z'n Italiaans.
Nu ook weer. 's Middags aangekomen met Transavia vanaf Rotterdam en 's avonds gelijk aan tafel met kunstliefhebbers in diverse soorten en maten op een terras in het bergachtige achterland. Een kunstverzamelend echtpaar had mijn Niçoise galerist Jean-Paul Aureglia, mij en mijn lief, en nog een ander kunstenaarskoppel uitgenodigd. Hun nieuwe huis was bijna klaar, de kunstverzameling hing en dat moest gevierd worden. Met veel champagne en een overvloedige barbecue. En natuurlijk een bezichtiging van hun kunstverzameling. Zo stond ik dan ineens samen met hun voor één van de schilderijen die ze van mij hebben hangen op prominente plekken in de woonkamer.
Loop ik de volgende morgen het Palais de Venise uit, het gebouw waarin zich mijn atelier/appartement bevindt, dan bots ik bijna tegen de markt aan die zich daar dagelijks tot 13 uur bij mij voor de deur en in de omgeving afspeelt. Groenten, fruit, vis, bloemen, wat al niet.

 's Avonds is diezelfde omgeving omgetoverd tot een soort Quartier Latin met een keur aan restaurants. Allemaal met terras natuurlijk. Want vrijwel elke avond is ook een zomerse avond waarbij je tot laat buiten kunt zitten.


Tel daarbij ook nog maar op het strand met de beroemde Promenade des Anglais op loopafstand, net zoals trouwens ook vele musea. Acht gemeentelijke musea telt Nice, naast nog een aantal andere. Normaal zijn die acht vrij toegankelijk. Deze zomer moet je echter €10 toegang in totaal betalen vanwege een circuit van acht exposities die allemaal met Henri Matisse (1869-1954) hebben te maken. Die wereldberoemde kunstenaar die een groot deel van zijn leven in Nice woonde en er ook stierf. Maar daarover een volgende keer. 
 Nu ben ik alweer terug in Middelburg. Na vanzelfsprekend een afscheidsetentje met Jean-Paul onder de arcaden van mijn favoriete plein in Nice, place Garibaldi. Leven als god in Frankrijk! Hoezo? Nu moet er echter weer worden gewerkt vanwege komende exposities. Ook daarover meer de komende tijd. Tot volgende week.
TOOS