Posts tonen met het label Braque. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Braque. Alle posts tonen

dinsdag 7 november 2017

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese

Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.
 
in Chamalières
Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l'Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d'art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.
een paar van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia
En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit 'onze' zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!
deel van de expositie rond de Divina Commedia

bij mijn eigen werk

een zaal verder bij Miró
Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo'n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.
 
de catalogus met een aantal pagina's over de Divina Commedia en galerie Quadrige
gevel van het Centre de la Gravure
 Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het 'Centre de la Gravure et de l'Image imprimée' bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en 't lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? 't Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo'n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .
 
een van de drie zalen met werk van Alechinsky
Hoewel Alechinsky, met z'n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.
oude kaart van Europa met Alechinsky's interpretatie van de dreiging uit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart
Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte 't zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.
 
Aden op een oude kaart van Yemen, fragment
set litho'svan Alechinsky
Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken (zie hierboven) voor de Divina Commedia en de opzet van een aantal van Alechynski's schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!


Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 19 september 2017

Mondriaans, heel veel Mondriaans

Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944
't Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?
 
één van de vele zalen met veel Mondriaans
Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  'De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York'. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.
 
het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan
Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo'n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt. Kijk maar bij  https://vimeo.com/222828403 .
 
de verschillende stijlen van Mondriaan
De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan 't alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego's die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.
Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar 't verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak 'onmogelijke' experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.
Molen bij Domburg, 1908

Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Duinen bij Domburg, 1910



Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar 't allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.
 
studie voor De grijze boom, 1911

De grijze boom, 1911

Compositie Bomen 1, 1912

Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat. 




Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken.Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 6 oktober 2015

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid

de Plaza Mayor in Madrid
Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.  
Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven. 
het bruisende Madrileense pleinleven
Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo'n ander verhaal.
 
Museo Thyssen-Bornemisza
Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto's ervan door deze blogaflevering.

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt's.
 
zelfs ons Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een werk van Rothko waarvan onlangs nog een grote expositie te zien was in het Haags Gemeentemuseum
Maar bij zo'n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen "Tita" Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum. Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto's spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.
 
de zalmroze vleugel van Tita
Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. 
Rogier van der Weyden
de heilige Catharina door Caravaggio
Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina! Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale "Christus aan het kruis" van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten. 
Christus aan het kruis, Anton van Dyck
Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh's (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.
 
een vroege Picasso
Salvador Dali
Mondriaan met vermoeide bezoekers
Karel Appel met bezoekster die van hem niet onder de indruk was
Echt ongelooflijk, zo'n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya's, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 4 augustus 2015

Aix? Gewoon doen!


Aix-en-Provence 
Ken je dat? Van die steden die je eigenlijk altijd al een keer wilde bezoeken, maar waaraan je toch steeds voorbij reed? Zo van "opzij, opzij, opzij, we hebben ongelooflijke haast".Voor mij is 't in ieder geval  geen onbekend verschijnsel. Elke keer als ik met de auto onderweg ben van Nederland naar mijn atelier in Nice, of juist omgekeerd, zijn er van die plaatsen. Aix-en -Provence bijvoorbeeld. Terwijl die stad toch zelfs bijna tegen de autoroute aangeplakt zit. En daarbij ook nog eens de woonplaats was van Paul Cézanne (1839-1906), geroemd als wegbereider voor de moderne kunst. Maar ja, van Aix naar Nice is nog maar een luizige 200 km. Gewoon doorrijden dus. En op de weg terug naar Nederland ben je eigenlijk net lekker op gang gekomen, dus waarom zou je er stoppen? Oké, voor de kunst dan, voor Cézanne en vanwege het grote toeristenbord langs de autoroute dat je opmerkzaam maakt op de Mont St.Victoire. De berg die je dan in de verte ziet liggen en die door Cézanne onsterfelijk is gemaakt via veel, heel veel schilderijen. Dus dit keer had ik me voor genomen "en nu ga ik".
 
Cézanne, Mont St.Victoire


Dat werd een echte Provençaalse verrassing. Een grote middeleeuwse stadskern met die bijbehorende maar altijd weer charmante kronkelstraatjes geplaveid met lekker ongelijk liggende hobbelstenen. Maar ook met heel veel pleinen vol terrassen vol met oud en jong. Want Aix herbergt flink wat universitaire studenten . En rond die kern 18de en 19de eeuwse wijken met brede, boomrijke lanen, prachtige statige panden en heel veel fonteinen. Een lust om er, onder de mediterrane zon, rond te dwalen, een terrasje te pakken en de relaxte sfeer op te snuiven.
middeleeuwse centrum
Ook een stad trouwens met onverwacht veel kunst. Natuurlijk veel aandacht voor Cézanne, daar wordt je mee doodgegooid. Met zijn atelier dat je nog steeds kunt bezoeken, met Cézanne-excursies en met die Mont St.Victoire.
het atelier van Cézanne
Overigens, dat is nu. Want rond 1900 gaf de toenmalige directeur van het Musée Granet, het grote kunstmuseum van Aix, nog aan dat er wat hem betrof nooit een werk van Cézanne het museum in zou komen. Stel je voor, werk van zo'n prutser die nauwelijks nog iets verkocht ook! De goede man kon er natuurlijk geen idee van hebben dat ruim een eeuw later een "Mont St.Victoire" voor meer dan 100 miljoen dollar geveild zou worden. En dat Cézanne's "Kaartspelers" in 2012 een slordige 250 miljoen opbracht. Lang was dus het Musée Granet "le musée sans Cézanne". Gelukkig hebben allerlei bruiklenen daar nu verandering in gebracht. Maar er is ook heel veel andere interessante kunst te bewonderen in dat prachtig verbouwde museum. Heel verrassend.
Musée Granet
Musée Granet
Tot voor een paar jaar had je 't dan met musea wel gehad in Aix. Dat veranderde toen Marseille verkozen werd tot Culturele Hoofdstad van Europa 2013. Aix-en-Provence pikte daarvan een behoorlijk grote zak met subsidiegraantjes mee. De hele regio rond Marseille mocht namelijk delen in de kunstvreugde. Hé, hadden ze niet nog ergens in de stad een leegstaande, grote middeleeuwse kapel die een nieuwe bestemming behoefde? En hadden ze niet ook een overeenkomst gesloten met de Fondation Jean et Suzanne Planque om de privéverzameling van Jean Planque een goed onderdak te geven? Een verzameling van meer dan 300 werken met daaronder Renoir, Monet, Van Gogh, Degas, Bonnard, Picasso, Braque, Léger en nog zo wat van dat soort namen. Nu is er dus sinds 2013 het Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs. 
Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs

Een verbazingwekkend mooie plek voor een verbazingwekkend mooie verzameling moderne kunst. Met heel weinig geld bijeengebracht door de Zwitser Planque die werkte voor de bekende galerie Beyeler in Bazel. Hij leerde daardoor heel veel kunstenaars kennen met wie hij ook nog eens  heel goed kon opschieten. Ook een manier om een kunstcollectie tot stand te brengen zonder met dollarflappen te hoeven zwaaien.

En om Aix helemaal op de kunstkaart te zetten is er nu ook het Caumont Centre d'Art. Zo'n groot 18de eeuwse Hotel de Ville zoals je er in Parijs vele hebt. Een paleisachtig herenhuis met prachtige tuin dat recent opende en waar alleen maar tijdelijke exposities worden georganiseerd. Want een eigen verzameling hebben ze daar niet. 
heerlijk vertoeven in de tuin van het Caumont Centre d'Art
Kom ik net van mijn eigen expositie in Venetië en wat hebben ze daar in dat Caumont? Een grote tentoonstelling met werken van Canaletto (1697-1768). En waar is die Canaletto beroemd mee geworden? Juist ja! Schilderijen van Venetië. 
Canaletto, San Marco plein
Ik kon dus prachtig controleren of hij dat goed had gedaan. Venetië is de laatste paar eeuwen ten slotte niet echt veel veranderd. De Dogenstad kon voor mij al niet stuk, maar nu helemaal niet meer. Trouwens, Aix eigenlijk ook niet. Echt de moeite waard. Tot volgende week.

TOOS