Posts tonen met het label Domburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Domburg. Alle posts tonen

dinsdag 8 september 2020

Kunstkwaliteit is ook maar een mening oftewel het pijnlijk gemis van Charley Toorop

 

links in Kröller-Müller, rechts in Kunstmuseum Den Haag


Tweemaal trof ik haar de laatste weken en tweemaal keek ze me vorsend aan met haar grote, doordringende ogen. Eerst in het Kröller-Müller Museum op de Hoge Veluwe. Daarna, een week geleden, in het Kunstmuseum Den Haag toen ik de tentoonstelling 'Breitner vs Israël' bezocht en nog even doorliep naar andere zalen. Niet dat ik haar letterlijk tegen het lijf liep. Beetje moeilijk bij iemand die in 1955 stierf. Nee, ze staarde me aan vanaf de museummuren. Maar ook één keer trof ik haar juist niet terwijl dat absoluut had gemoeten. Namelijk in het nieuwe boek 'GREAT  WOMEN ARTISTS'.  Foei, wat een omissie, wat een kneiter van een fout! Charley Toorop (1891-1955), want om haar gaat 't, was daarin nergens te bespeuren. Terwijl er toch meer dan 400 beroemde vrouwelijke kunstenaars van de laatste vijf eeuwen in voor zouden komen. Waarover straks meer.



 Dat boek moest ik natuurlijk hebben! Ik schrijf ten slotte niet zomaar regelmatig over vrouwen in de kunst. Een onderwerp dat me zeer na aan het hart ligt. Dus plaatste ik gelijk een bestelling in Engeland. Bleek ineens een paar dagen later dat er ook een Nederlandse vertaling, 'HET GROTE VROUWEN KUNST BOEK', op de markt kwam. Maar Engels of Nederlands, over Charley Toorop niets, nothing, rien, niente, nada. En dat terwijl ze in alle belangrijke Nederlandse musea voor moderne kunst hangt. Gewoon zoals 't behoort bij zo'n kunsticoon, bij die grande dame in de Nederlandse kunstwereld van de eerste helft van de 20e eeuw. Want reken maar dat ze dat was.

 

Even kort door de bocht. Dochter van de beroemde schilder Jan Toorop. Opgroeiend in de avant-gardistische kringen rond haar vader waarbij de kunst met de paplepel werd ingegoten. Al jong bevriend met Piet Mondriaan, daardoor bezoeken aan Parijs met zelfs een tentoonstelling in die stad. Een turbulent leven met veel verhuizingen en  veel mannen na een mislukt, vijf jaar durend huwelijk waaruit drie kinderen werden geboren. Maar altijd met de drang naar schilderen, dat was het ultieme. Zonder academie weliswaar, maar met de kennis van haar vader en over de vloer komende schildersvrienden ontwikkelde ze een geheel eigen stijl. Al zoekende kwam ze uit bij Vincent van Gogh waardoor ze ook net als hij een poosje ging wonen in de Borinage, de mijnstreek in Wallonië.

 

Arbeiders uit de Borinage 1923, houtskool op papier
Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Twee vrouwen uit de Borinage 1922
Gemeentemuseum Helmond

Dichter bij huis vond ze inspiratie in de boerengemeenschap van Westkapelle op Walcheren. Dat spreekt mij als ZeBra, Zeeuwse Brabander, natuurlijk wel aan. Heel wat zomers verkeerde ze er omdat haar roemrijke vader dan het middelpunt was van de nu zo bekende Domburgse kunstenaarskolonie. Met o.a. Mondriaan, Henri le Fauconnier en Jacoba van Heemskerck. Maar de sociaal bewogen en eigenzinnige Charley verkeerde liever enkele kilometers verderop. Bij de boeren in Westkapelle.

 

 Boeren (1930), Centraal Museum Utrecht

Boerengezin in Zeeland 1927
Stedelijk Museum Amsterdam

Muzikanten en dansende boeren 1927
Kröller-Müller Museum

Uiteindelijk kwam ze in het voornamelijk mannelijke kunstbolwerk tot die heel persoonlijke stijl die bij geen enkele kunststroming hoort maar die je overal direct herkent.

 

Medusa kiest zee 1939-41, Kröller-Müller

Zelfportret met haar drie kinderen (1929)
Groninger Museum

De maaltijd der vrienden 1932-33,
Boijmans van Beuningen

Zelfportret tegen palet 1934
Kröller-Müller Museum

Portretgroep van H.P.Bremmer en zijn vrouw
met kunstenaars uit hun tijd 1936-38 Kröller-Müller

Zelfportret 1943-44, Kröller-Müller

Oude bloeiende appelboom 1949

'Drie generaties', met haar al overleden vader
als bronzen kop en schilderszoon
Edgar Fernhout 1941-50, Boijmans

Charley Toorop voor dat beroemde schilderij
'Drie generaties'


Misschien is dat wel de reden dat ze niet in 'GREAT WOMAN ARTISTS' voorkomt en die al genoemde, expressionistisch schilderende Jacoba van Heemskerck wel.  Net zoals trouwens Artemisia Gentileschi, Sofonisba Anguisola, Judith Leyster, Clara Peeters en Rachel Ruysch. Vrouwen waarover ik al herhaaldelijk schreef. En waarbij aan sommigen door curatoren van het Mauritshuis korte video's zijn gewijd in het kader van dat nieuwe boek.





Maar over die namen heeft dan ook de geschiedenis geoordeeld. Die hebben het schiftingsproces van tijd en kwaliteit ruimschoots doorstaan. Wat je niet kunt zeggen van een aantal in de uitgave voorkomende kunstenaars van pas zo'n 30, 40 jaar oud. Eigenlijk een grote schande voor zo'n salontafelboek van een paar kilo met teveel Angelsaksische pretenties . Een paar voorbeelden.

 

 werk van Tschabalala Self (geb. 1990 New York)

werk van Amalia Ulman (geb. 1989 Buenos Aires)

Zouden die echt over een halve eeuw nog bij de grote vrouwelijke kunstenaars horen? Ik mag toch echt hopen van niet. Dat ze daarbij dan ook nog 'mijn' Leonor Fini (zie deze blogaflevering ) geen bladzijde gunnen ten koste van dit 'gedoe', maakt 't alleen nog maar erger.

Ik verwacht dat Karin Haanappel het beter gaat doen. Karin Haanappel? Ja, de kunsthistoricus die zich in Nederland zeer beijvert voor de positie van de vrouw in de kunst. Met lezingen, seminars, optredens voor radio en tv,enz. En met boeken. Kijk maar eens bij https://www.haanappelart.com/.Volgend jaar moet haar 'Herstory of art' uitkomen. Een geheel herziene versie van de 1e druk uit 2012 die nergens meer is te krijgen. Een Nederlandse uitgave trouwens, ondanks de titel. Maar die is natuurlijk te mooi om niet te gebruiken. En Karin, zorg dat Charley Toorop erin voorkomt. Owee als dat niet het geval is! Want dan moeten we toch eens ernstig met elkaar praten. Tot volgende week.

TOOS





dinsdag 9 april 2019

Een echte Zeeuwse godin


Kijk, Friesland heeft zijn eigen schoonheidsgodin in de vorm van Doutzen Kroes. Maar die schoonheid gaat zeker en vast vergankelijk blijken. De Haagse Anouk wordt ook behoorlijk aanbeden om vooral haar muzikale kwaliteiten. Waarbij 't dan maar de vraag is of dat nog eeuwen gaat duren. In Zeeland ligt dat heel anders. Daar hebben we Nehalennia. Al een paar duizend jaar lang. Een Zeeuwse godin die gewoon voort blijft leven. Zoals in de naam van de Middelburgse Nehalennia Scholengemeenschap en het Nehalennia Hotel in Domburg. En, eigenlijk veel belangrijker, ook in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
 
ontvangsthal van Rijksmuseum van Oudheden
Ik was daar laatst voor de nu afgelopen tentoonstelling 'Goden van Egypte', maar toch ook voor Nehalennia. Als lokale godin aanbeden in Zeeland gedurende de Romeinse tijd. Daarna letterlijk in zee verdronken en eeuwen lang uit het oog verdwenen om uiteindelijk haar kop weer boven water uit te steken en erop te wijzen dat ze nog wel degelijk bestond. Waardoor ze een prachtige rol ging spelen in de roman 'Waterproef' van de Vlaamse schrijver Paul Koeck met als gevolg weer inspiratie voor mij om haar te vereeuwigen op het schilderij 'Nehalennia'. Godinnen kunnen rare sprongen maken om weer in beeld te komen.
 
Toos van Holstein, Nehalennia, drieluik olieverf
In dat Rijksmuseum van Oudheden kan ze nu opnieuw aanbeden worden. Gewoon zoals dat in de 2e en 3e eeuw rond de monding van de Westerschelde werd gedaan door reizigers en handelaren in het Noordzeegebied. Die lieten graag stenen altaartjes en platte votiefstenen met inscriptie maken om Nehalennia gunstig te stemmen of te danken voor bewezen diensten bij een goed verlopen handelsreis naar Brittannië. Brexit? Hoezo?.
 
beeld van Nehalennia
3 etages oudheden van Egypte naar de Romeinen naar Nehalennia
 Die altaren kwamen terecht in tempels bij Colijnsplaat en Domburg. De eerste verdween door heftige stormen onder het Oosterschelde-water. De tweede raakte eerst bedolven onder het stuifzand van nieuwe duinen tot ook daar stormen de kustlijn landinwaarts sloegen. Waardoor de locatie zich nu ergens in zee bevindt bij Domburg. Eeuwen  later zorgden weer andere stormen ervoor dat brokstukken aanspoelden op de kust, terwijl in 1970 een visser een stukje Nehalennia opviste bij Colijnsplaat. Met als gevolg uitgebreide zoektochten op de bodem van de Oosterschelde en een geweldige verzameling Nehalennia-altaren in Leiden.

Die wilde ik al heel lang eens zien. Maar ja, zoals dat dan gaat, 't kwam er maar niet van. Tot nu dus. Prachtig om daar in Leiden vanuit de oude Egyptische cultuur met een paar stappen terecht te komen in de Zeeuwse historie van bijna tweeduizend jaar geleden.





In het Zeeuws Museum in Middelburg bevinden zich ook nog wel een paar Nehalennia overblijfselen maar Leiden spant toch echt de kroon. Net zoals dat boek van Paul Koeck van mij ook een kroontje mag krijgen. Ik heb 't een aantal jaren geleden met grote gretigheid gelezen. Magisch realistisch. Een tijd van eeuwen bestrijkend. Een stenen Nehalennia die er in rondloopt en diepe voetstappen in de zompige Zeeuwse klei achterlaat. In een Zeeuws decor dat door stormen,  dijkdoorbraken en overstromingen in de loop van die eeuwen voortdurend veranderd. Een absolute aanrader. En dat Nehalennia-schilderij van me? Daarvan heb ik nog geen afscheid kunnen nemen, dat heb ik nog steeds in mijn atelier. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 4 september 2018

Zeeuwse Zomer aan Zee

Jan Toorop, Zeen en Duin bij Zoutelande 1907
De zomervakanties zijn voorbij. Ten minste die van de scholen. Wat niet wil zeggen dat de drukte aan de Walcherse kust dan ook voorbij is. Nu wordt 't, zoals levensgezel dat uitdrukt, grijze-koppen-tijd. Een paar jaar geleden zagen we dat begin september op een zaterdag levendig geïllustreerd. Zeeland  binnenrijdend vanaf Bergen op Zoom constateerden we dat het tegemoet komend verkeer substantieel bestond uit met gezinnen gevulde campers en gezinsauto's met fietsen en fietsjes achterop of met de bekende sleurhut er achter. En Zeeland in? Ook zoiets, maar dan met een vulling van veelal 'grijze koppen'. Een Zeeuwse Zomer aan Zee bestrijkt tegenwoordig dan ook flink wat maanden. Was die periode begin 20ste eeuw absoluut korter en rustiger, ze was er niet echt minder zomers door. Kijk maar.
Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op het dorp Zoutelande 1912
Dit schilderij maakt deel uit van 'Aan Zee', een heerlijk zomerse tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum helemaal gewijd aan Walcheren. De rust die Zoutelande hier nog uitstraalt is deze stralende zomer trouwens wel anders geweest. Zou de hit 'Zoutelande' van het Zeeuwse Bløf hier ook een aandeel hebben gehad? 't Is maar een vermoeden! Grappig dat in de bijbehorende video ook een soortgelijk vogelvluchtoverzicht van het dorp wordt gegevens als op het schilderij.

 
Maar waarom nu juist Walcheren in het Gemeentemuseum? Gewoon omdat ze er de grootste verzameling Mondriaans ter wereld bezitten. En daar willen ze af en toe natuurlijk wat mee. In dit geval in samenhang met werken van Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en dus Ferdinand Hart Nibbrig. Want al die kunstenaars kwamen rond 1910 een aantal zomers lang samen in Domburg. Destijds the place to be voor de adel en de rijken van Europa. En daardoor dus ook voor kunstenaars. Een kwestie van follow the money. Maar dat is weer een ander verhaal.
Het viertal kwam er trouwens niet alleen om te schilderen bij het beroemde Zeeuwse licht maar ook om te discussiëren en filosoferen over kunst in het algemeen in samenhang met hun eigen werk.
Jan Toorop (1858-1928), al behoorlijk beroemd tijdens zijn leven, was daarvan de aanstichter. Hij maakte de anderen enthousiast voor Domburg en omstreken en introduceerde bij hen ook het zogenaamde pointillisme. Een manier van schilderen met kleine kleurige puntjes die hij meenam vanuit zijn verblijf in Brussel waar dat weer was komen aanwaaien vanuit Parijs. Destijds het magisch en episch kunstcentrum van de wereld. Maar ook dat zijn weer andere kunstverhalen.
 
Jan Toorop, Zee en duinen te Domburg 1908
Jan Toorop, Dijkweg bij Westkapelle 1910
 Hart Nibbrig (1866-1915) bleef daarna zijn leven lang dat pointillisme trouw. Ook was hij zo enthousiast over Zoutelande dat hij er maar gelijk Huize Santvlught liet bouwen. Een nog steeds bestaande villa. Hij zal vast wel een paar losse familiekapitaalcenten hebben gehad want met zijn schilderen heeft ie 't vermoedelijk niet verdiend.
 
Ferdinand Hart Nibbrig, Zeeuws meisje 1914
Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag uiteindelijk meer in het kubisme en de Duitse Expressionisten. 
Jacoba van Heemskerck, Twee bomen 1908-1910
Jacoba van Heemskerck, Kasteel van Westhove 1913
contributies voor het Badpaviljoen in Domburg
Maar ze bleef Domburg wel trouw. Niet zo moeilijk trouwens. Want haar rijke vriendin Marie Tak van Poortvliet, de eerste Nederlandse verzamelaar van moderne kunst, hoefde daar geen villa meer te laten bouwen, die bezat ze namelijk al. Villa Loverendale, een huis van zoete inval voor kunstenaars, kunstcritici en verzamelaars. Een grotendeels niet onbemiddeld gezelschap. Want ga maar na. Het boven op de duinen gelegen oude Badpaviljoen, een prachtig cultureel trefcentrum voor de toenmalige jetset, was alleen voor leden en introducees toegankelijk via een contributie van 10 gulden voor 4 maanden (zie foto). Beslist een hoop geld meer dan een eeuw geleden. Maar daarvoor had je dan ook wat met vanzelfsprekend een speciale herenzaal en aparte leesruimte voor de dames.
 
linsboven dat Badpaviljoen op het duin
En Mondriaan? Voor hem waren die Walcherse zomers en de schilderijen die hij er maakte van kerktorens en duinlandschappen vooral de opmaat naar zijn nu wereldberoemde abstractie met vlakverdeling door verticale en horizontale lijnen. 

Mondriaan,Duin IV 1909
Mondriaan, Duinlandschap 1911
Mondriaan, Kerk te Domburg 1911
Mondriaan, Kerkgevel I kerk te Domburg 1914
Hij is duidelijk de meest zoekende en vernieuwende van de vier kunstenaars, zo blijkt wel uit de expositie. Echt een aanradertje (nog tot 18 november). Je houdt er gewoon een heel blij en zomers gevoel aan over. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 19 september 2017

Mondriaans, heel veel Mondriaans

Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944
't Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?
 
één van de vele zalen met veel Mondriaans
Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  'De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York'. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.
 
het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan
Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo'n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt. Kijk maar bij  https://vimeo.com/222828403 .
 
de verschillende stijlen van Mondriaan
De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan 't alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego's die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.
Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar 't verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak 'onmogelijke' experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.
Molen bij Domburg, 1908

Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Duinen bij Domburg, 1910



Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar 't allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.
 
studie voor De grijze boom, 1911

De grijze boom, 1911

Compositie Bomen 1, 1912

Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat. 




Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken.Tot volgende week.

TOOS