Posts tonen met het label Prado. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Prado. Alle posts tonen

dinsdag 3 december 2019

Rembrandt 350 Jaar bijna verleden tijd

zo rustig zie je het Rijksmuseum niet vaak

Nog even en Rembrandt is al weer 351 jaar geleden overleden. Dus komend jaar is 't uit met de pret van al die speciale Rembrandt exposities van dit jaar. Maar als je snel bent, kun je er nog twee prachtige bezoeken. Tussen alle schildersdrukte door voor de volgende editie van mijn 'The 70-Series and More' half januari in Eersel wilde ik daarvoor absoluut tijd vrij maken.
Dus liep ik op een heel speciale donderdagavond rond in het Rijksmuseum bij 'Rembrandt-Velázquez' (nog tot 19 januari) en een paar dagen later bij 'Jonge Rembrandt-Rising Star' in Leiden (tot 9 februari). Alle twee om verschillende redenen meer dan de moeite waard.


Die donderdagavond was sowieso al bijzonder. Want heb ik op de foto hierboven het Rijksmuseum zomaar helemaal voor mijzelf? Nou, bijna! Levensgezel maakte deze foto terwijl we op dat moment echt de enigen waren in de beginzaal van 'Rembrandt-Velázquez'. Een kwestie van 'slim' rondlopen.
Het was een avond voor houders van de Rembrandtpas. Een soort Museumkaart, maar dan van de Vereniging Rembrandt. Met vergeleken bij de Museumkaart allerlei voordelen als vrij toegankelijke lezingen over kunst en cultuur, speciale toegangsdagen bij speciale exposities, een eigen magazine en nog zowat meer. Nu opende die donderdagavond het Rijksmuseum speciaal de deuren enkel en alleen voor Rembrandtpas-bezitters en kon je tot twee keer toe een boeiend verhaal aanhoren van de samensteller van 'Rembrandt-Velázquez'. Best aanleiding voor nog weer eens een ander verhaal, die Rembrandtpas. Nu terug naar die eerste zaal.
 
de beginzaal van 'Rembrandt-Velázquez'
Met 'De Vaandeldrager' waarin Rembrandt zelf in een lekker protserig pak stoer staat te wezen. Ik voelde me, heel eventjes maar trouwens, één van de Rothschilds. Want die niet echt onbemiddelde familie heeft daar al heel lang van kunnen genieten. Maar ze willen 't nu wel kwijt voor een leuk prijsje. Van de Franse regering echter mag 't de komende twee jaar het land nog niet uit. Cultureel erfgoed of zoiets. Behalve zoals nu voor zo'n speciale uitleen. Als in die tijd iemand daar minimaal 165 miljoen ophoest, blijft 't er. Lukt dat niet, dan, zo gaat het gerucht, wil het Rijksmuseum wel een poging wagen. Net zoals enkele jaren geleden bij Marten en Oopjen. Toen ook in het bezit van de Rothschilds. En nu als gemeenschappelijk bezit van het Rijksmuseum en het Louvre hangend naast een paar even grote  portretschilderijen van Velázquez.
 
alweer alle ruimte
Van Velázquez zag ik een aantal jaren geleden enkele van zijn beroemdste schilderijen hangen in het Prado in Madrid. Indrukwekkend! Maar nu met die twee portretten naast Rembrandt's Marten en Oopjen? In voetbaltermen, Ajax won overtuigend van Real Madrid. Ik zag het in vooral zwart geklede echtpaar nu voor de derde keer en ze worden steeds indrukwekkender. Zoals Rembrandt allerlei nuances zwart ongelooflijk levendig in de jurk van Oopjen heeft verwerkt is technisch echt ongelooflijk. Minimaal vijftig tinten zwart! Het zwart van Velázquez lijkt daarbij vergeleken zelfs saai en vlak. En dat zegt iets!
Zo worden Velázquez en Rembrandt meer met elkaar geconfronteerd.
 
en nog eens bij 'De Staalmeesters' van Rembrandt
en 'De smidse van Vulcanus' van Velázquez 
zelfportretten van Velázquez en Rembrandt
Velázquez 'Vrouwelijke figuur', Rembrandt 'Lezende oude vrouw'
zelfportret Rembrandt als apostel Paulus en 'Hofnar met
boeken' van Velázquez
Als je dat als een soort wedstrijd zou willen zien, vind ik dat over het geheel genomen Rembrandt wint. Hij schildert levendiger, menselijker, vriendelijker. Maar ja, ben ik wel objectief? De schilderkunst uit onze Gouden Eeuw (oeps, politiek correct niet meer helemaal de juiste term, geloof ik) heeft een heel andere basis dan de Spaanse kunst destijds. Even heel wit-zwart: protestantisme tegen katholicisme, burgerij tegen adel, grotere geestelijke vrijheid tegen strenge dogma's. En dat heeft invloed. Ik vond dit heel mooi geïllustreerd in onderstaande foto.

Eén van mijn lievelings-Rembrandts, Het Joodse Bruidje, naast 'Christus omhelst de heilige Bernardus' van Francisco Ribalta, een andere Spaanse grootmeester. Alle twee prachtige werken. Maar geef mij dan in plaats van de overgrote katholieke devotie en overgave toch maar die lieflijke tederheid in gebaar en blik.

En die Jonge Rembrandt in De Lakenhal in Leiden? Die komt er nog aan. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 2 augustus 2016

Geen pokemons maar heel veel moergrobben in Den Bosch

Moergrobben? In den Bosch? Is dat daar soms een of andere plaag, die moergrobben? Nee hoor, juist het tegendeel. Ze zijn een feest. Een feest voor het oog. Dit vraagt vanzelfsprekend om enige opheldering.


Dat intrigerende, prachtige woord moergrobben heeft schrijver Theun de Vries (1907-2005) verzonnen voor de vele vreemde wezens en verschijningen die onze beroemde Jeroen Bosch verwerkte in zijn schilderijen en tekeningen. Maar daar waar je van Jeroen dus beslist niet kunt zeggen dat hij is weggezakt in vergetelheid, is dat proces naar mijn indruk nu jammer genoeg wel gaande bij die grote verteller Theun de Vries. Schrijver van vooral historische en sociale romans, ooit in 1962 geëerd met de in de literaire wereld zo begeerde P.C.Hooftprijs. Die vertellersgave pakt heel goed uit in "Het raadselrijk, de roman van een schilder". Een boek dat in 1964 eerst verscheen onder de titel "Moergrobben" en losjes is gebaseerd op het leven van Jeroen Bosch. Maar dan wel heel losjes. Want al kennen we weinig feiten over het leven van Bosch, zelfs van dat weinige heeft de Vries zich niet al te veel van aangetrokken. Daarbij laat hij Bosch ook nog acteren onder een andere naam. Melchior Hintham. Maar het boek geeft een levendige, avontuurlijke en realistische indruk van het leven van een kunstenaar in de tijd rond 1500 in een stad die je meer provinciaal dan grootsteeds kunt noemen. Met een inventief en heerlijk archaïsch aandoend taalgebruik van eigenzinnige woorden als klepgebrom, drankroerig gezwets, dompende schaduwen en billefacie. En dus ook moergrobben. Een aanrader, dat boek, als je geïnteresseerd bent in de middeleeuwse wereld van Jeroen Bosch. 't Te pakken krijgen is overigens al een avontuur op zich. Dat valt niet mee.
 
een Bossche moergrob
Hoe ik op dit alles kom? Omdat ik net een dag in Den Bosch vertoefde. Om te kijken hoe 't de stad vergaat na de grote expositie over Jeroen Bosch en de verhuizing van zijn werk naar de tentoonstelling nu in het Madrileense Prado. Nou, dat valt best mee. Want ze blijven het hele jaar door feestvieren rond de dood van Bosch 500 jaar geleden. Met in het weekeinde 's avonds een grote Jeroen Bosch lichtshow op de Markt. Daar waar nog het pand staat waarin Bosch woonde en waar je wel ziende blind moet zijn om je het grote beeld van hem op dat plein te laten ontgaan. 
foto's van de lichtshow

Met ook een speciale rondvaart over de Binnendieze. Het riviertje dat dwars door de stad stroomt en dat is opgesierd met allerlei van die moergrobben. 
een moergrob
dezelfde moergrob in de Binnendieze

Overigens geldt dat niet alleen voor die boottocht. Overal in de stad vind je ze, de Boschgedrochten. Er zijn zelfs hele wandelingen voor uitgezet. Denk dus niet dat het Boschjaar voorbij is. Nog bij lange na niet. Ga er heen, naar 's-Hertogenbosch.
 
moergrobben in de binnenstad
Dat geldt ook zeer zeker voor het Jheronimus Bosch Art Center. Want ze beweren nou wel in het Prado dat ze dit jaar de grootste en de prachtigste hebben, groter en prachtiger dan die eerder dit jaar in Den Bosch, maar dan vergeten ze even dat Art Center in de grote, voormalige Sint-Jacobskerk. 



Jheronimus Bosch Art Center
Daar tonen ze permanent al het werk dat aan Bosch wordt toegeschreven. Jaar in jaar uit. Jammer genoeg alleen niet de echte, maar prints ervan. De kwaliteit van die prints viel me wel wat tegen. Dat kan tegenwoordig echt beter, dus daar zou eens in geïnvesteerd moeten worden. Maar wat geeft dat als je moergrobben wilt kijken. Dat kan daar in overvloed. In alle rust. Met ruimte zat. Veel meer dan bij die grote tentoonstelling in het Noordbrabants Museum.

En weet je wat 't mooie is? Je mag de drieluiken van De Hooiwagen en De Tuin der Lusten gewoon met je eigen handjes open en dicht doen. Zo vaak je maar wilt. 
De Tuin der Lusten
Ik moest gelijk denken aan een scene die beslist klassiek gaat worden, zo die dat al niet is. In de interessante documentaire over het technisch en wetenschappelijk onderzoek dat voorafging aan de expositie in Den Bosch is een Nederlandse delegatie op bezoek in het Prado. Een groepslid vraagt nogal plompverloren, geheel volgens de Nederlandse normen van nogal eens te botte directheid, aan de verantwoordelijke, wat afstandelijke conservatrice of de zijluiken van "De Tuin der Lusten" even dicht mogen. Reactie en gezichtsuitdrukking van die niet al te geweldig Engels sprekende strenge meesteres spreken dikke Spaanse boekdelen. Dat ging dus niet gebeuren, echt niet. Later overruled een hiërarchisch hogere Pradomeneer haar ook nog. Dus tussen haar en Nederland komt 't nooit meer goed, echt niet. Zo spreekt ze, in verband met de Prado expositie, nu ook allerlei Nederlandse wetenschappelijke conclusies heftig tegen. Die conclusies zeggen dat sommige aan Bosch toegeschreven werken in het Prado toch niet van zijn hand zijn. Niet waar! Gigantisch subjectieve onzin. Zij weet wel beter.
 
impressie van Jeroen Bosch in zijn atelier in het Art Center
Maar ik mocht zomaar, daar in dat Jheronimus Bosch Art Center, de luiken van De Tuin der Lusten zelf dicht en open doen. Had ik me toch even een "lekker puh"gevoel! Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 23 februari 2016

De slag om El Bosco


de zaal van El Bosco in het Prado bij mijn bezoek in september
zoals Bosch er zou hebben uitgezien, tekening uit 1550
 Iedere Madrileen begreep natuurlijk direct, toen ik vorig jaar september in Madrid was, dat ik naar de werken van Goya in "hun" Prado wilde. Maar dat ik daar ook naar ene Jeroen Bosch ging kijken? Hing die er dan ook? Raar hoor, die kenden ze niet. Tja, dat krijg je als "onze" Jeroen daar El Bosco heet. Terwijl hij zijn schilderijen toch echt officieel signeerde met zijn artiestennaam Jheronimus Bosch. Die fout zal ik in Spanje nu dus niet meer maken.
Ik moest daar weer aan denken omdat we de laatste tijd worden gebombardeerd met nieuws over Jheronimus, of Jerôme zoals hij in Frankrijk heet, of Hieronymus op z'n Engels. Je zult 't weten dat ze in Bois le Duc, oh ja, 's-Hertogenbosch of Den Bosch in het Nederlands,iets te vieren hebben! Namelijk de 500-ste sterfdag van Bosch (circa 1450-1516), geboren met de familienaam van Aken. Een feestje met de blockbuster "Jheronimus Bosch-Visioenen van een genie" als centraal hoogtepunt. Wil je de komende jaren een beetje over kunst kunnen meepraten en niet als cultuurbarbaar worden beschouwd, dan moet je daar absoluut geweest zijn. Er zijn dan ook al meer dan 100.000 kaarten online verkocht. Ook door mij. Voor ergens in maart.

In 1967 was dat heel anders. Het leuke van al die publiciteit in kranten, tijdschriften, social media en op tv is dat ineens de eerste Nederlandse blockbuster ooit, 't woord was zelfs nog niet uitgevonden, ook weer aandacht krijgt. In 1967 dus, ook in Den Bosch en ook over Jeroen Bosch. Een onbedoelde megatentoonstelling trouwens. In eerste instantie werd op niet meer dan 50.000 bezoekers gerekend. 't Werden er uiteindelijk meer dan 275.000! Een ongelooflijk aantal destijds. Met ook een voor nu ongelooflijk lage begroting. Zeven ton. In guldens natuurlijk. Die van nu werkt met meer dan 10 miljoen. Euro's dus! Met destijds als museum een wrakke kerk die beslist niet ingesteld was op de vele bezoekers.
de expositie in 1967
Stel je maar eens voor! Het echtpaar dat de horeca beheerde zette 's morgens een teiltje met heet water klaar want er was geen warmwatervoorziening.  Daar gingen op een drukke dag zo'n 2000 lege koffiekopjes in voor de afwas en 's avonds werd dat teiltje leeg gekieperd. Ik heb het lichte vermoeden dat de gang van zaken nu een tikje anders zal zijn.

Maar toch zijn er ook parallellen. Werd de expositie toen geopend door kroonprinses Beatrix, nu was de beurt aan Willem-Alexander.
opening in 1967
opening nu
Stonden er toen dagelijks ellenlange rijen voor de ingang, nu was die rij er ook weer op de eerste openingsdag.
destijds
openingsdag nu
Zijn er nu 17 schilderijen en 19 tekeningen van de oude meester te zien, toen waren 't er eigenlijk maar enkele minder. Destijds van over de hele wereld bij elkaar gebluft door organisator Ton Frenken. Naar een stad die zelf geen enkel werk van Bosch bezit. En nu ook weer met de nodige bluf en slimheid daarheen gepraat. Dat is prachtig te zien in twee documentaires. Eén in het programma "Andere tijden" over die eerste expositie (zie  http://bit.ly/1WrdMqB  op Uitzending Gemist) en één over de voorbereidingen van de huidige http://bit.ly/1nUArQZ. Je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat destijds soms een schilderij in een deken gewikkeld zo het vliegtuig mee in kon worden genomen. Zet dat eens af tegen al die verplichte verzekerings en vervoersmaatregelen van nu.

Maar dan moet je natuurlijk eerst  al die oh zo belangrijke museumego's van o.a. het Prado en de Gallerie dell'Accademia in Venetië ervan overtuigen dat ze er toch echt bij moeten zijn. Daar in de geboortestad van Bosch. Heel interessant om te zien hoe men als egeltjes om elkaar heen draait voor het tot een daad komt. Ook is treffend gefilmd hoe de organisatie in Den Bosch zich genomen en teleurgesteld voelt door de directeur van Museum Boymans van Beuningen. Want die versiert 't om het beroemde schilderij De Hooiwagen vanuit het Prado eerst naar Rotterdam te laten komen voordat 't naar het Noordbrabants Museum mag.
De hooiwagen, zoals ik die in het Prado fotografeerde
Maar ja, in Rotterdam hebben ze als enig Nederlands museum een paar werken van Jheronimus. Zoals bijvoorbeeld De Marskramer. En die wil het Prado ook graag wel eens lenen. Machtsvertoon en leed op de Nederlandse vierkante centimeter.
De marskramer, Boymans van Beuningen
Leed trouwens ook op die eerste openingsdag. Dat hoorde ik van een paar goeie vrienden die op die zaterdag als nummer twee en drie al vroeg in de wachtrij stonden. Nummer één voor hun werd uitgebreid geïnterviewd door de regionale omroep. Ja, hij wilde echt dolgraag als eerste naar binnen. Gaat het hek open, loopt hij snel naar een van de dames die de tickets controleren en blijkt juist bij haar het scanapparaat nog niet goed afgesteld. Kinderziektes bij de opening! En bij de andere scandames ziet hij de bezoekers hem links en rechts passeren. Er zijn vele vormen van menselijk leed, maar dit lijkt me er beslist een van. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 19 januari 2016

Madrid en Toledo in foto's

Een fotoboek maak je om bij doorbladeren te kunnen herbeleven. Om aan herinneringen herinnerd te worden. Om luikjes in je hersenen te openen die al weer een poos gesloten waren. Maar bij het maken van zo'n fotoboek speelt dat ook al een rol. "Oh ja, dat is waar ook". Tjé, 't was toch wel heel lekker weer daar". "Ja natuurlijk, dat hebben we toen ook nog gezien".  Dat kwam dus allemaal weer naar boven bij het selecteren van foto's voor mijn boek over Madrid en Toledo. Een reis van zo'n vier maanden geleden. Het werd dus echt wel tijd iets te doen met de vele plaatjes. Plaatjes die ik dan via mijn blog ook weer van harte deel met belangstellenden. Hierbij dus! Met de link

Maar niet alles staat in dat fotoboek. Hierbij dus nog een extra selectie bij dat "oh ja", "tjé" en "ja natuurlijk".


Want in het Prado hing natuurlijk "De hooiwagen" van Jeroen Bosch (rechts op de foto). Het schilderij dat nu nog heel even hangt in het Rotterdamse Museum Boymans van Beuningen bij een speciale expositie en vanaf 13 februari in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Bij de grote tentoonstelling daar vanwege het feit dat El Bosco, zoals hij in Spanje heet, 500 jaar geleden stierf.


Ook een "tjé" omdat ik in het Museo Thyssen-Bornemisza ineens stond voor ons eigen Binnenhof. geschilderd door Berckheyde (1638-1698) rond 1690. Toch mooi, daar in Madrid, tachtig jaar lang onze erfvijand van 1568 tot 1648. Maar we eren hem nog steeds, die koning. In ons volkslied!

En dan die twee strenge meesteressen aan weerszijden van Picasso's Guernica in het Museo Reina Sofia waarvan er op de foto maar eentje zichtbaar is.  Een icoon van de weerzin tegen oorlogsgeweld dat blijkbaar toch stevig bewaakt dient te worden tegen de grote massa's die er voor staan. Je mocht er zelfs niet fotograferen. Maar ja, levensgezel denkt dan "ze kunnen me wat".

Madrid is natuurlijk veel meer dan alleen museale kunst. Naast de heerlijk protserige bouw uit de 19de eeuw kun je er ook genieten van prachtige moderne architectuur. Vaak in een heel esthetische combinatie met de oudere gebouwen.







Of wat te denken van de grote levendigheid. Veel pleinen vol met leven. Een gigantische hoeveelheid terrassen die bij mooi weer volop bezet zijn.



Met daarbij een ruime keus aan restaurants. Zoals het familierestaurant in de buurt van ons Airbnb-appartement. Waar kun je in Nederland met z'n tweeën een eenvoudig en goed 3-gangen menu nuttigen voor in totaal maar € 18? Met wijn inbegrepen natuurlijk. De fles huiswijn komt automatisch op tafel. Leven als god in Spanje!


Wat in Madrid wel ontbreekt is een echte middeleeuwse binnenstad. Maar met de hogesnelheidstrein zit je in een half uur in Toledo. De vroegere Spaanse hoofdstad voordat het koninklijk hof van Philips II naar Madrid verhuisde. En daar vind je een prachtige oude stadskern. Met een overweldigende kathedraal. Naast ook nog de nodige Moorse invloed in gebouwen.





Al met al een perfecte combinatie voor een stedenvakantie, Madrid en Toledo. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 20 oktober 2015

Paradepaarden van het Prado

het Prado in Madrid 
 Lang, lang geleden, in de grijze oudheid toen ik zelf nog niet grijs was, studeerde ik af aan de Academie in Tilburg. Met Francisco José De Goya y Lucientes (1746-1828), kortweg Goya, als scriptie onderwerp. De man en zijn kunst fascineerden mij heel sterk. Niet dat ik zijn werk in werkelijkheid kon zien. Want in Nederland is er niet zoveel van hem te vinden in openbare collecties. In Spanje, in het Madrileense Prado, echter des te meer. Maar ja, prijsvechters als Ryanair, easyJet en Transavia bestonden toen nog niet. Dus een vliegreisje naar de Spaanse hoofdstad was destijds toch iets te begrotelijk voor een arm academiestudentje. Zodoende werden het boekenplaatjes waarmee ik 't moest doen. Plaatjes van schilderijen en van de serie etsen Los desastres de la guerra (De gruwelen van de oorlog). Of van Los caprichos.  Die andere serie etsen waarin Goya vaak met ironie de corrupte heerschappij van staat en kerk verbeeldt. Maar altijd heb ik de wens gehouden zijn kunst in werkelijkheid in dat Prado te mogen bewonderen.

En nu was ik daar, onlangs. In dat gigantische museum met een wirwar aan zalen, zaaltjes en grote langwerpige hallen. Met als verlangen "eerst Goya, de rest komt daarna wel". Overigens was dat wel even zoeken omdat zijn schilderijen over allerlei ruimten op verschillende verdiepingen zijn verspreid. Maar uiteindelijk zat ik daar dan toch. Eerst te midden van een geweldige collectie grote kartonnen.
diverse zalen met de "kartonnen" van Goya
Ontwerpen voor grote tapijten die de stenen muren van de koninklijke paleizen moesten decoreren en isoleren. Schilderingen van vaak vrolijke, volkse taferelen die je gelijk blij maken. Werk ook dat hem in aanraking bracht met het Spaanse vorstenhuis waardoor hij ten slotte zelfs de officiële hofschilder werd. Maar dan was daar als grote tegenstelling ook de zaal met de geheimzinnige serie Zwarte Schilderijen, gemaakt rond 1820. Toen Goya al 75 was. Een en al gruwelijkheid met afschuwelijke koppen, demonen en heksen. 
één van de 14 Zwarte Schilderijen
Eigenlijk al expressionisme pur sang terwijl dat expressionisme nog  op zich zou laten wachten tot einde 19de eeuw. Wat er nu hangt, zijn na zijn dood op doek overgebrachte muurschilderingen die hij maakte in een door hem gekocht huis aan de rand van Madrid, het Quinta del Sordo.  Goya was intussen doof geworden en de relatie met het koninklijk huis was ook niet meer zo tof. De Spaanse Inquisitie, onder de nogal repressief ingestelde vorst Ferdinand VII zeer machtig, zat hem dwars. Probeer daar trouwens maar eens vriendjes mee te blijven als je een onafhankelijk en kritisch ingesteld karakter hebt. Aan de ene kant jaren werken voor de royalty als hofschilder en te gelijkertijd de in jouw ogen corrupte wereld om je heen afkeuren. Ga er als broodschilder, afhankelijk van de rijken,maar aan staan!
Maar hoe dan ook, in zijn hofjaren ontstonden prachtige konings en koniginnenportretten. En die mocht ik nu zomaar aanschouwen. Met ook nog het wereldberoemde La Maja desdenuda, De naakte Maja, in gezelschap van haar meer aangeklede versie. Mooi om die twee iconische schilderijen naast elkaar te zien hangen.


Aangrijpend was 't om dat beroemde "De derde mei 1808" voor het eerst in werkelijkheid te zien. Een heel groot doek dat de fusillade voorstelt van Spaanse opstandelingen door het Franse leger van Napoleon die toen Spanje overheerste. 
De derde mei 1808
Voor mij de 19de eeuwse Guernica, het fameuze werk van Picasso uit de 20ste eeuw. En laat dat nu op een steenworp afstand van het Prado hangen! In het Museo Reina Sofia, het museum voor de moderne kunst.

Het totaal was voor mij een overweldigende, emotionele ontmoeting met Goya. Na zo lange tijd een grote wens in vervulling zien gaan. Prachtig! Het Prado kon voor mij al niet meer stuk terwijl de gigantisch grote rest nog moest komen.
Zoals het werk van Jheronimus Bosch (circa 1450-1516), tegenwoordig bij ons Jeroen Bosch maar in Spanje El Bosco. Daar krijg je vooral wazige blikken als je begint over Jeroen Bosch. Het Prado bezit relatief veel werken van onze bekendste middeleeuwse schilder. Een hele zaal is er aan gewijd. 
de zaal met Jeroen Bosch
Hoe die allemaal daar terecht zijn gekomen, in dat verre Spanje? Dat is een verhaal apart. Maar het pronkstuk Tuin der Lusten schijnt zelfs in Brussel bij onze Vader des Vaderlands Willem van Oranje te hebben gehangen.  In de tijd dat hij daar nog onder de adel verkeerde.  Later legde Alfa beslag op het schilderij en kreeg Philips II 't uiteindelijk in zijn bezit. Een ander pronkstuk, De Hooiwagen, kon ik ook nog net zien hangen. Nu zou dat niet meer lukken. Het pronkt voor de komende tijd namelijk in Nederland, in Museum Boymans van Beuningen. Ik zag recent zelfs een foto waarin ze het drieluik in Rotterdam aan het installeren zijn. En volgend jaar wordt 't Den Bosch, Jheronimus' woonplaats. Als ze daar uitgebreid zijn 500ste sterfdag gaan vieren.
De hooiwagen in het Prado
De hooiwagen in Boymans van Beuningen 
Heb je El Bosco gehad, dan komt de grote Velazquez nog eens een keer. Of een absolute topper van Rogier van der Weyden, een Kruisafname van Christus uit de 15de eeuw. 
Kruisafname van Christus, Rogier van der Weyden
Ik ben er diverse keren naar terug gelopen. En niet te vergeten de prachtigste Romantiek met stervende, al lijkbleke heldinnen en helden op gigantisch grote doeken. 
Romantiek ten top
Mijn harde schijf was op een bepaald moment helemaal mudje vol. Al het vele, vele andere moois, ik kon het gewoonweg niet meer opnemen. Een heel goeie reden om nog eens terug te keren naar Madrid. Om me ook opnieuw te kunnen laven aan Goya. Tot volgende week.

TOOS