Posts tonen met het label Jeroen Bosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeroen Bosch. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2016

GLOW in duistere dagen

GLOW 2016

Eindhoven Lichtstad. Leerden we dat vroeger niet? Ten slotte werd Eindhoven toch groot door Philips en bijbehorende gloeilampen. Maar nu? Philips zit met het hoofdkantoor al heel lang in Amsterdam, de lichtdivisie wordt afgekoppeld met een op handen zijnde beursgang en het concern wil zich helemaal richten op gezondheidstechnologie. Als je dat 30 jaar geleden luidkeels had verkondigd, was je waarschijnlijk in een psychiatrische kliniek terecht gekomen. Dus Lichtstad?? Daar kun je wel een paar vraagtekens bij zetten. Maar eens per jaar proberen ze die faam toch nog waar te maken. Met "GLOW". Een groots opgezet en gratis te bezoeken evenement waarbij lichtkunstenaars en dit jaar ook wetenschappers van de Technische Universiteit de stad letterlijk in de schijnwerpers zetten.
 
GLOW 2016
De keren dat ik in het verleden GLOW bezocht was ik behoorlijk onder de indruk. Wat was er gigantisch veel mogelijk met moderne technieken  op basis van lasers en LED's. Grote gebouwen die met bewegende projecties in vuur en vlam werden gezet. Feeërieke paleizen met van kleur verschietende led's. Vloeren die op de gekste manieren oplichtten als je er over liep. Een bewegende driedimensionale draak geprojecteerd op het waterscherm van een fontein. Ik vond het fascinerend. Hier nog mijn YouTube filmpje uit 2013.



De laatste paar jaar kwam er echter telkens iets tussen waardoor een hernieuwd bezoek niet lukte.
Maar nu kon ik weer. Dus vorige week op naar Eindhoven. Voor die GLOW-week wordt 's avonds de hele stad overhoop gehaald. Belangrijke doorgangswegen in het centrum worden afgesloten en het verkeer omgeleid. Overal staan medewerkers langs de kilometerslange route om alles letterlijk en figuurlijk in goede banen te leiden. Toch werd 't niet helemaal wat ik verwachtte. Te weinig wow-gevoel. Nou was het miezerige capuchonweer ook niet echt stemmingsbevorderend. En treedt er misschien ook enige gewenning op?  De verrassingen voor mij waren vooral te vinden op het TU-terrein. Daar hadden studenten en wetenschappers de nodige natuurkundige trucs uit de kast hadden gehaald om het talrijke publiek te vermaken en verbazen met installaties en spectaculaire lichtverschijnselen.



Bijvoorbeeld een kunstmatig opgewekte bliksemflits van tientallen meters lang. Waarbij levensgezel met zijn natuurkundige achtergrond vooraf al meldde dat ze dat niet voor 100% ging lukken bij dat nattige weer. Iets met geleiding. Hij bleek gelijk te hebben. Dat lukte beter bij de installatie met dikke TL-buizen. Daarin speelde zich een volledige lichtshow af die ook nog eens veranderde als je je hand om zo'n buis klemde (zie video).


Ook niet te vergeten de torenhoge monumentale schoorsteenpijp die zich in een voortdurend veranderend ingewikkeld lichtpatroon toonde. Of die schermen met lichtsensoren die de bewegingen van je lichaam omtoverden in bijna abstracte, kunstzinnige vormen.





Wat zich in het stadscentrum afspeelde, was voor mijn gevoel van minder imponerende kwaliteit dan wat ik me van de voorgaande keren herinnerde.

Net wat minder inventief uitpakkende attracties die ook nog eens verder uit elkaar lagen. Alhoewel een 3D-lichtshow met benodigd brilletje dan toch wel weer vernieuwend was. En een van de hoogtepunten blijft toch altijd de show op de hoge voorgevel van de Catharinakerk. Dit keer met Jeroen Bosch als uitgangspunt.




De horeca pakte trouwens wel behoorlijk stevig uit met talrijke tenten langs de route. Wat wil je ook. Er moet natuurlijk wel geld verdiend worden bij zo'n gratis en groots opgezet evenement dat afhankelijk is van subsidie, sponsoring en van de omzet van de vele bezoekers. Vorig jaar waren dat er zo'n 730.000 in de acht dagen dat GLOW duurt. Best wel héééél veel dus.


Lichtfestivals zijn trouwens helemaal in. Helsinki, Lyon, Londen, noem maar op, allemaal zetten ze zich in de donkere dagen voor Kerst op de lichtkaart. Binnenkort heeft Amsterdam zijn eigen evenement. Het Amsterdam Light Festival. Zelfs een aantal weken lang. Met een speciale vaarroute door de grachten en een wandelroute door het oude centrum. Hoofdstedelijke concurrentie dus voor de Lichtstad. Misschien moet ik toch ook maar eens in Amsterdam gaan kijken. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 9 augustus 2016

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


Metropolitan Museum in New York
Aanbidding door de Drie Koningen, Jeroen Bosch
 Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.
Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto's gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van "De aanbidding door de Drie Koningen" van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. 


 Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa's moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. 's Morgens erin en met donker er weer uit.
Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. 

Nu bleken ze verdwenen. Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, 't is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+'ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij "Aristoteles met de buste van Homerus". Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee. 
afdeling Middeleeuwen
even een zaaltje Rembrandt
Rembrandt, Aristoteles met de buste van Homerus
Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner. 
Rafaël, Madonna met kind en heiligen

werk van William Turner
En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell'Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische "De paardenmarkt". Ook zo'n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.
Rosa Bonheur, De paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
 Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 2 augustus 2016

Geen pokemons maar heel veel moergrobben in Den Bosch

Moergrobben? In den Bosch? Is dat daar soms een of andere plaag, die moergrobben? Nee hoor, juist het tegendeel. Ze zijn een feest. Een feest voor het oog. Dit vraagt vanzelfsprekend om enige opheldering.


Dat intrigerende, prachtige woord moergrobben heeft schrijver Theun de Vries (1907-2005) verzonnen voor de vele vreemde wezens en verschijningen die onze beroemde Jeroen Bosch verwerkte in zijn schilderijen en tekeningen. Maar daar waar je van Jeroen dus beslist niet kunt zeggen dat hij is weggezakt in vergetelheid, is dat proces naar mijn indruk nu jammer genoeg wel gaande bij die grote verteller Theun de Vries. Schrijver van vooral historische en sociale romans, ooit in 1962 geëerd met de in de literaire wereld zo begeerde P.C.Hooftprijs. Die vertellersgave pakt heel goed uit in "Het raadselrijk, de roman van een schilder". Een boek dat in 1964 eerst verscheen onder de titel "Moergrobben" en losjes is gebaseerd op het leven van Jeroen Bosch. Maar dan wel heel losjes. Want al kennen we weinig feiten over het leven van Bosch, zelfs van dat weinige heeft de Vries zich niet al te veel van aangetrokken. Daarbij laat hij Bosch ook nog acteren onder een andere naam. Melchior Hintham. Maar het boek geeft een levendige, avontuurlijke en realistische indruk van het leven van een kunstenaar in de tijd rond 1500 in een stad die je meer provinciaal dan grootsteeds kunt noemen. Met een inventief en heerlijk archaïsch aandoend taalgebruik van eigenzinnige woorden als klepgebrom, drankroerig gezwets, dompende schaduwen en billefacie. En dus ook moergrobben. Een aanrader, dat boek, als je geïnteresseerd bent in de middeleeuwse wereld van Jeroen Bosch. 't Te pakken krijgen is overigens al een avontuur op zich. Dat valt niet mee.
 
een Bossche moergrob
Hoe ik op dit alles kom? Omdat ik net een dag in Den Bosch vertoefde. Om te kijken hoe 't de stad vergaat na de grote expositie over Jeroen Bosch en de verhuizing van zijn werk naar de tentoonstelling nu in het Madrileense Prado. Nou, dat valt best mee. Want ze blijven het hele jaar door feestvieren rond de dood van Bosch 500 jaar geleden. Met in het weekeinde 's avonds een grote Jeroen Bosch lichtshow op de Markt. Daar waar nog het pand staat waarin Bosch woonde en waar je wel ziende blind moet zijn om je het grote beeld van hem op dat plein te laten ontgaan. 
foto's van de lichtshow

Met ook een speciale rondvaart over de Binnendieze. Het riviertje dat dwars door de stad stroomt en dat is opgesierd met allerlei van die moergrobben. 
een moergrob
dezelfde moergrob in de Binnendieze

Overigens geldt dat niet alleen voor die boottocht. Overal in de stad vind je ze, de Boschgedrochten. Er zijn zelfs hele wandelingen voor uitgezet. Denk dus niet dat het Boschjaar voorbij is. Nog bij lange na niet. Ga er heen, naar 's-Hertogenbosch.
 
moergrobben in de binnenstad
Dat geldt ook zeer zeker voor het Jheronimus Bosch Art Center. Want ze beweren nou wel in het Prado dat ze dit jaar de grootste en de prachtigste hebben, groter en prachtiger dan die eerder dit jaar in Den Bosch, maar dan vergeten ze even dat Art Center in de grote, voormalige Sint-Jacobskerk. 



Jheronimus Bosch Art Center
Daar tonen ze permanent al het werk dat aan Bosch wordt toegeschreven. Jaar in jaar uit. Jammer genoeg alleen niet de echte, maar prints ervan. De kwaliteit van die prints viel me wel wat tegen. Dat kan tegenwoordig echt beter, dus daar zou eens in geïnvesteerd moeten worden. Maar wat geeft dat als je moergrobben wilt kijken. Dat kan daar in overvloed. In alle rust. Met ruimte zat. Veel meer dan bij die grote tentoonstelling in het Noordbrabants Museum.

En weet je wat 't mooie is? Je mag de drieluiken van De Hooiwagen en De Tuin der Lusten gewoon met je eigen handjes open en dicht doen. Zo vaak je maar wilt. 
De Tuin der Lusten
Ik moest gelijk denken aan een scene die beslist klassiek gaat worden, zo die dat al niet is. In de interessante documentaire over het technisch en wetenschappelijk onderzoek dat voorafging aan de expositie in Den Bosch is een Nederlandse delegatie op bezoek in het Prado. Een groepslid vraagt nogal plompverloren, geheel volgens de Nederlandse normen van nogal eens te botte directheid, aan de verantwoordelijke, wat afstandelijke conservatrice of de zijluiken van "De Tuin der Lusten" even dicht mogen. Reactie en gezichtsuitdrukking van die niet al te geweldig Engels sprekende strenge meesteres spreken dikke Spaanse boekdelen. Dat ging dus niet gebeuren, echt niet. Later overruled een hiërarchisch hogere Pradomeneer haar ook nog. Dus tussen haar en Nederland komt 't nooit meer goed, echt niet. Zo spreekt ze, in verband met de Prado expositie, nu ook allerlei Nederlandse wetenschappelijke conclusies heftig tegen. Die conclusies zeggen dat sommige aan Bosch toegeschreven werken in het Prado toch niet van zijn hand zijn. Niet waar! Gigantisch subjectieve onzin. Zij weet wel beter.
 
impressie van Jeroen Bosch in zijn atelier in het Art Center
Maar ik mocht zomaar, daar in dat Jheronimus Bosch Art Center, de luiken van De Tuin der Lusten zelf dicht en open doen. Had ik me toch even een "lekker puh"gevoel! Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 12 april 2016

3 Overeenkomsten tussen Karel Appel en Jeroen Bosch

Karel Appel in het Haags Gemeentemuseum
karel Appel, Narrenschip
 Wat Jeroen Bosch en Karel Appel (1921-2006) met elkaar te maken hebben? Eigenlijk niet veel. Behalve dan dat ze beiden schilderden en beiden al geruime tijd geleden zijn overleden. Jheronimus Bosch 500 jaar en Karel Appel 10 jaar. Mooie ronde getallen dus. En daar zijn musea nogal gevoelig voor bij het maken van overzichtsexposities over dooie kunstenaars. Over Jeroen hoef ik 't hier niet meer te hebben. Die is dit jaar niet weg te slaan uit zowel het nieuws als uit Den Bosch. Bij Appel is dat wat minder prominent maar ook hij heeft nu een heel interessante retrospectieve tentoonstelling. Nog tot 16 mei in het Haagse Gemeentemuseum.
Oh ja, er is nog een overeenkomst! Beiden schilderden een werk met de titel "Narrenschip", nu ook alle twee te zien op hun eigen expositie. Dat het Narrenschip van Appel er een tikje anders uitziet dan die van Bosch? Ach, dat zal niet verbazen. Of hij zich daarbij door Bosch heeft laten inspireren? Geen idee!

Maar toen ik dat werk uit 1986 zag hangen tussen nog twee andere collage-achtige schilderijen moest ik wel gelijk aan een andere, ook al dode kunstenaar denken. 
Karel Appel, schilderijen uit 1986
Basquiat, werk uit 1982
De heftig levende en jong gestorven Michel Basquiat (1960-1988). Gek eigenlijk dat in de beschrijving bij die drie atypische Appel-werken wordt gesproken over "een opmerkelijke stijlbreuk" en "raadselachtige, op zichzelf staande beelden".  Bij mij kwam toch echt direct die Basquiat als inspiratiebron opborrelen.

Een soortgelijke ervaring had ik bij een paar naakten van Appel uit 1963. 
Karel Appel, werken uit 1963

Willem de Kooning
 De tijd waarin "onze" Rotterdamse Willem de Kooning (1904-1997)al grote furore had gemaakt in New York met zijn abstract expressionistische naakten uit de jaren 50. Ook hier geen vermelding van die voor mij duidelijke inspiratiebron. En dat terwijl Appel bij zijn eerste bezoek aan New York in 1957 de Kooning wel degelijk had ontmoet. Mogelijk hebben de tentoonstellingscuratoren geen afbreuk willen doen aan het imago dat Appel zelf zorgvuldig opbouwde tijdens zijn leven. Dat imago van de vrijgevochten, energieke Amsterdamse lefgozer met borstelsnor en verf in zijn bloed. De schilder van "ik rotzooi maar wat an", zijn beroemde uitspraak in een documentaire van Jan Vrijman in 1961.

Maar aan de andere kant zorgt de tentoonstelling er ook weer voor dat die kreet duidelijk wordt weersproken. Gewoon door een paar studietekeningen en schilderijen te combineren die heel erg op elkaar lijken , maar in jaren ver uit elkaar liggen. 
tekening uit 1954
schilderij uit 1958
Daaruit kun je afleiden dat Appel heel goed wist wat hij deed. Die vaak gehoorde standaardopmerking bij Appels werk van "dat kan mijn zoontje van vijf ook" kan dus in het vervolg met een kilo zout worden genomen. Natuurlijk heeft zijn spontane en snelle manier van werken gezorgd voor het nodige rommelige en middelmatige werk.  Maar daar staan ook heel wat echte topstukken tegenover. Schilderijen waaraan je wel degelijk kunt afzien dat hij op de academie drommels goed had geleerd wat kleur en compositie voor zeggingskracht hebben. In sommige zalen werd ik gewoon vrolijk van de energie en kleur die van de doeken spatten. Ook trouwens bij sommige van zijn beelden en van zijn beschilderde boomstronken.



Terecht dus dat Appel al vrij snel internationaal wist door te breken. Dank zij de juiste contacten op de juiste momenten. Bij zijn Nederlandse Cobra kompanen Constant en Corneille gebeurde dat ook wel maar toch wat minder. Alhoewel Constant (1920-2005) heel duidelijk bezig is aan een opmars. En terecht. Voor mij is hij door zijn heel persoonlijke ontwikkeling door de jaren heen een groter kunstenaar dan Appel. Daarom ben ik ook heel benieuwd naar de grote overzichtstentoonstelling later dit jaar van zijn "Nieuw Babylon" en "de Spelende Mens" periode uit de jaren 60 en 70. Ook in het Gemeentemuseum. Waarom hebben ze dat eigenlijk vorig jaar niet gedaan? Toen was Constant juist 10 jaar dood. Tot volgende week.

TOOS