Die foto hierboven met een brede glimlach heeft een heel
duidelijke, vrolijke verklaring. Want was ik van plan hier deze week nog wat
meer over Venetië en de Biënnale te schrijven, haalt de heel prettige actualiteit
me in. In mijn achterhoofd wist ik 't eigenlijk wel, maar in die
architectonische wonderstad was 't echt tot in een zeer verre uithoek van mijn
grijze cellen weggedrukt. Wat? De verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Die
start namelijk altijd op 1 juli. Met als uiteindelijk resultaat de bekendmaking
van de winnaar begin november. Zij of hij mag zich dan de Kunstenaar van het
Jaar 2020 noemen.
Ik heb er voorgaande jaren al
wel vaker over geschreven. Omdat het door de jaren heen geleidelijk aan veranderend
kunstpanel mij elke keer opnieuw weer gunstig is gezind met een nominatie. Zo
ook nu. Toch mooi van die zo'n 100 museumdirecteuren, conservatoren, docenten
kunstgeschiedenis, kunsthistorici,kunstrecensenten en verzamelaars.
Dus zit ik opnieuw in de groep van 90
genomineerde kunstenaars. Met daaronder natuurlijk niet de minsten. Even een
greepje. Marlene Dumas, tegenwoordig miljoenen waard. Jeroen Krabbé, jazekers,
die heeft de kunstacademie gedaan. Erwin Olaf, de beroemde fotograaf die net
een expositie in het Haags Gemeentemuseum afsloot en een nieuwe opende in het
Rijksmuseum. Daan Roosegaarde, de regelmatig omstreden kunstenaardesigner die
nu een tentoonstelling heeft in het Groninger Museum. herman de vries, ja, zo
wil hij zelf zijn naam geschreven hebben, die wat jaartjes geleden het
Nederlands paviljoen bij de Biënnale in Venetië tot zijn beschikking had. En
daar mag ik, alfabetisch, zomaar weer tussen staan.
Logisch toch dat ik Venetië even voor een weekje opschuif
en iedereen graag wil wijzen op die verkiezing: https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/?
Of je op mij zou willen stemmen ga ik natuurlijk niet vragen. Maar dat ik 't op
prijs stel, ligt vanzelfsprekend wel een ietsiepietsie voor de hand. 't Zou
sowieso al heel leuk zijn als ik in deze ronde kan doordringen tot bij de
laatste 25 kunstenaars die dan weer door de mallemolen van het kunstpanel gaan.
De komende paar maanden is in ieder geval de keus aan het kunstliefhebbende
publiek.
Eind juni zit ik
toch altijd wel een beetje in spanning. Al een aantal jaren elke keer weer. Want
dan komt er, net als bij de pausverkiezing in het Vaticaan, witte rook uit de
schoorsteen van de Stichting Kunstweek. De stichting die ooit in 2002 begon met
de organisatie van de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar. En
bij die witte rook daalt de lijst neer met de namen van de 90 genomineerden voor
die titel. Die negentig krijgen altijd al een dag eerder bericht van hun
uitverkiezing. Vandaar dus de hierboven aangehaalde spanning. Krijg ik opnieuw
dat mailtje? Want ik blijf het een grote eer vinden mijn naam op de verkiezingslijst
terug te vinden, ook al heb ik er al heel wat keertjes op gestaan. En ja hoor, ook
in deze 16e editie zat ik er weer bij!
Het selecterend
panel van zo'n 100 museumdirecteuren, conservatoren, kunsthistorici, kunstcritici,
verzamelaars en kunstdocenten mag dan door de jaren heen veranderen, ik heb er
als kunstenaar dus nog steeds genoeg draagvlak. En dat maakt blij. Want ga maar
na. Dit jaar worden er zes nieuwe namen voorgedragen vergeleken met 2017. Maar
als je kijkt naar de lijst van tien jaar geleden is de helft van de namen van
toen vervangen door andere. In mijn ogen best veel.
Er kan nu volop
gekozen worden door het publiek. Uit namen van bekende kunstenaars als Jan
Cremer (wie kent zijn naam niet!), Marlene Dumas (wereldberoemd), Henk
Helmantel (van de hele dure stillevens), Jeroen Krabbé (ook van film en tv),
Ans Markus (kijk maar in DE bladen), Erwin Olaf (van de glamorous foto's van de
koninklijke familie dit jaar), Daan Roosegaarde (van de Afsluitdijk en nog heel
veel meer)) en Henk Visch (met afgelopen jaar nog een groot beeld in Middelburg
tijdens de 5-jaarlijkse Façade). Daar sta ik toch maar mooi tussen! Best een
toost waard, vind je niet?
Als ik daardoor bij de overblijvende 20 kunstenaars
terecht kom, zou ik dat helemaal niet erg vinden. Want dat is de bedoeling van
deze verkiezingsronde. Twintig van de negentig gaan door naar de derde ronde. Het
panel is dan weer aan de beurt voor de keuze van de overblijvende laatste acht.
Maar zover is 't voorlopig nog niet. Want er kan in deze tweede ronde gestemd
worden tot 15 september. Ik ben benieuwd. Tot volgende week.
Als je snel bent, kun je nog net de, terecht, wereldwijd
meest besproken tentoonstelling van dit jaar bezoeken. Maar daarvoor moet je dan
wel even naar Venetië. Voor 'Treasures
from the Wreck of the Unbelievable' van Damien Hirst. Ik was er al, zo'n
twee maanden geleden. Toch kwam 't er steeds niet van om er over te schrijven.
Nu eindelijk wel. Hieronder al vast een filmpje om voor te proeven.
Die Damien Hirst (1965) is een apart mannetje wiens kunst
ik nooit zo heb zien zitten. Tegen 1990 brak hij door toen de beroemde
kunstverzamelaar en public relations goeroe Charles Saatchi zijn 'The Physical Impossibility Of Death In The Mind
Of Someone Living' kocht. Een volstrekt
belachelijke titel voor alleen maar een haai op sterk water.
The Physical Impossibility Of Death In The Mind Of Someone Living
Na Saatchi, die de haai later met
een gigantische winst doorverkocht, moesten heel veel anderen natuurlijk ook
zoiets hebben. De start dus van een kunstcarrière die Hirst tot de rijkste
levende kunstenaar maakte met een, enkele jaren geleden, geschat vermogen van
rond de 300 miljoen Engelse ponden. Of euro's. Dat weet ik niet zo goed meer.
Maar ach,al staat de euro dan wat lager dan het pond, er van leven lukt ook dan
nog wel. Met die haai heb ik niet zoveel. Net zo min als met het platina
doodshoofd vol geplakt met diamanten dat onder de titel 'For the love of God'
in 2008 een wereld tournee maakte die
begon in het Rijksmuseum.
Stel je voor, lange rijen in
Amsterdam voor een doodshoofd. Want in publiciteit genereren is Hirst een
meester. Dat ding moest, dacht ik, 90 miljoen dollar opbrengen. Of 't verkocht
is? Wat dacht je! Net zoals trouwens honderden, zoniet duizenden van zijn
pillenschilderijen.
Allemaal gefabriekt door zijn
ateliertroepen die bij het inkleuren natuurlijk wel binnen de vooraf door de
meester vastgestelde lijntjes moesten blijven. Ik heb echt bewondering voor de
manier waarop hij dat allemaal flikt. Maar al zijn conceptueel kunstgedoe met bijbehorende kunstklets en vele
kubieke meters gebakken lucht? Laat maar.
Toch heeft ie me nu in Venetië
echt prettig verrast. Met twee grote exposities in het monumentale Palazzo
Grassi aan het Canal Grande en het prachtig gerenoveerde pakhuis van de Punta
della Dogana aan het begin daarvan. Allebei in bezit van Hirst's gigantisch
rijke Franse kunstvriend François Pinault. Denk bij die laatste maar aan Gucci,
Samsonite en veilinghuis Christie's. Dan weet je gelijk waar zijn miljarden vandaan
komen. Samen hebben Damien en François die 'Treasures from the Wreck
of the Unbelievable' bekostigd. Een project van vele jaren en vele
miljoenen op basis van een prachtig, volstrekt uit de duim gezogen verhaal. Fantasievol
fake news zogezegd. Zogezegd helemaal
in de trant van deze tijd. Lees maar.
met Venetiaanse vriend Roberto in Palazzo Grassi
gigantisch groot beeld van kunststof
In 2008 wordt in de Indische Oceaan een groot wrak
ontdekt van een vrachtschip dat daar zo'n 2000 jaar geleden was gezonken. Aan
boord: een ongelooflijke schat met vooral veel beelden. Van klein tot
gigantisch groot, in brons, marmer, graniet, goud en zilver. Van over de hele
antieke wereld bij elkaar gebracht door een onder de Romeinen vrijgemaakte
slaaf die daarna een groot fortuin vergaarde. De bedoeling: dit alles
onderbrengen in een nog te bouwen tempel. Maar helaas dus. De inhoud van dit
schip wordt nu, na gedeeltelijke restauratie, getoond op de twee exposities.
Als bezoeker van de expositie wordt je gelijk
geconfronteerd met een volstrekt realistische documentaire waarin je kunt zien
hoe duikers alles opdelven uit de zeebodem en naar boven laten takelen. Inclusief
het aan de beelden vastgegroeide, prachtig gekleurde koraal. Maar als je van te
voren je erin hebt verdiept, weet je ook dat al die voorwerpen eerst vanaf het
schip op de bodem zijn neergelaten om ze daarna weer snel op te hijsen. En dat
het zogenaamde koraal van beschilderd brons is. Fake koraal en ook een fake
documentaire dus. Toch liepen er in Palazzo Grassi mensen rond die er in eerste
instantie helemaal instonken. We waren
namelijk in gezelschap van onze Venetiaanse vriend Roberto die rondlopende
Italianen een ietsiepietsie beter verstond dan wij. Wat bleek af en toe? Pure
verbazing over al dit duizenden jaren oude, prachtige antiek. Net zoiets als
volwassenen die nog geloven in Sinterklaas.Want als je nou een beeld van Mickey Mouse met
beschilderde koraal tegenkomt of zelfs
Goofy, dan moet er toch wel een hele grote lamp gaan branden?
Mickey Mouse wordt opgevist uit het wrak
Micky Mouse op de expositie
waar doet dit nou aan denken?
Wat zal het Hirst-team, dat jarenlang aan dit project
heeft gewerkt, een lol hebben gehad. Wat zullen we nu weer eens voor geks
bedenken? Hoe gaan we in de begeleidende teksten nu weer eens allerlei
klassieke mythologische verhalen gebruiken en verdraaien? Allemaal absoluut prachtig
en vakkundig uitgedacht en gemaakt.
Logisch dat allerlei moderne kunstgoeroes dit alles
volledig hebben afgebrand. Schande, pure schande, met pek insmeren die Hirst, kitsch,
allemaal kitsch! Maar voor mij dan als
totaal wel magistrale superkitsch waar massa's enthousiaste bezoekers op af
kwamen. En waar ook diverse miljonairs tevreden op terug kijken die, afgaande
op de Panama en Paradise papers, nog iets leuks konden doen met hun
overgebleven belastingcentjes.
kop van Medusa in brons
idem, maar dan in goud
Want ja, nu nog die duvel en de grote hoop uit de titel.
Alles op die exposities was namelijk van te voren al te koop. Er hingen in Venetië
dan wel geen prijskaartjes aan, maar reken maar dat je zonder diamanten of
platina credit card niet ver kwam. Zo las ik over een rijke verzamelaar die aan
de hand van foto's al een beeld voor twee miljoen had gekocht. Hij stootte
echter zijn neus bij nog een paar andere beelden. Tussendoor al uitverkocht! En
dan te weten dat van elk beeld een serie van drie is gemaakt. Reken er maar op dat
dit bij heel veel andere items ook is gebeurd. Want al die particuliere musea
die tegenwoordig uit de grond worden gestampt in bijvoorbeeld de Emiraten,
Rusland en China door lui die van gekkigheid niet weten waar ze met hun
miljoenen heen moeten, hebben vulling nodig. De prijzen op kunstveilingen rijzen
niet voor niks volstrekt waanzinnig de pan uit .
Ik wil wedden dat meneer Damien Hirst er aardig wat bij
krijgt op zijn al met 300 miljoen gevulde spaarrekening. Of dat meneer François
Pinault net als Dagobert Duck in een nog beter gevuld geldzwembad kan duiken.
De duvel schijt nog steeds op de grote hoop. Maar ze hebben daarvoor wel een
spraakmakende en heel succesvolle tentoonstelling gemaakt. En niet te vergeten,
te gelijkertijd de kunstaanhangers van de kleren van de keizer behoorlijk in
hun hemd gezet. Kan dat laatste trouwens nog wel? Tot volgende week na deze qua
lengte en foto's
Het is een bekende uitdrukking, dat "leven als god
in Frankrijk". Maar ik kan aardig aanvoelen waar dat gevoel over het goede
Franse leven vandaan komt. Dat krijg je wel als je regelmatig in Nice verkeert.
Dat Parijs in het klein, maar dan op z'n Italiaans.
Nu ook weer. 's Middags aangekomen met Transavia vanaf Rotterdam
en 's avonds gelijk aan tafel met kunstliefhebbers in diverse soorten en maten
op een terras in het bergachtige achterland. Een kunstverzamelend echtpaar had mijn
Niçoise galerist Jean-Paul Aureglia, mij en mijn lief, en nog een ander
kunstenaarskoppel uitgenodigd. Hun nieuwe huis was bijna klaar, de
kunstverzameling hing en dat moest gevierd worden. Met veel champagne en een overvloedige
barbecue. En natuurlijk een bezichtiging van hun kunstverzameling. Zo stond ik
dan ineens samen met hun voor één van de schilderijen die ze van mij hebben
hangen op prominente plekken in de woonkamer.
Loop ik de volgende morgen het Palais de Venise uit, het
gebouw waarin zich mijn atelier/appartement bevindt, dan bots ik bijna tegen de
markt aan die zich daar dagelijks tot 13 uur bij mij voor de deur en in de
omgeving afspeelt. Groenten, fruit, vis, bloemen, wat al niet.
's Avonds is
diezelfde omgeving omgetoverd tot een soort Quartier Latin met een keur aan
restaurants. Allemaal met terras natuurlijk. Want vrijwel elke avond is ook een
zomerse avond waarbij je tot laat buiten kunt zitten.
Tel daarbij ook nog maar op het strand met de beroemde
Promenade des Anglais op loopafstand, net zoals trouwens ook vele musea. Acht
gemeentelijke musea telt Nice, naast nog een aantal andere. Normaal zijn die
acht vrij toegankelijk. Deze zomer moet je echter €10 toegang in totaal betalen
vanwege een circuit van acht exposities die allemaal met Henri Matisse (1869-1954)
hebben te maken. Die wereldberoemde kunstenaar die een groot deel van zijn
leven in Nice woonde en er ook stierf. Maar daarover een volgende keer.
Nu ben
ik alweer terug in Middelburg. Na vanzelfsprekend een afscheidsetentje met Jean-Paul
onder de arcaden van mijn favoriete plein in Nice, place Garibaldi. Leven als
god in Frankrijk! Hoezo? Nu moet er echter weer worden gewerkt vanwege komende
exposities. Ook daarover meer de komende tijd. Tot volgende week.
Ooit geluncht of gedineerd te midden van originele werken van Picasso,
Braque, Léger, César, Míro? Dat zijn toch niet de minsten in de kunstwereld van
de 20ste eeuw. Nee? Dan heb ik een tip. Je moet er wel even een eindje voor
rijden of vliegen, maar dan heb je ook wat.
Ik moest hier de afgelopen dagen aan denken omdat het
bekende filmfestival in Cannes weer is losgebarsten. Met daarbij natuurlijk
allerlei filmberoemdheden op de rode loper van het congrescentrum daar. Maar
over Cannes gaat 't hier niet, wel over La Colombe d'Or in het nabijgelegen kunstzinnige
vestingstadje Saint Paul de Vence. Daar zoeven deze week de Rolls-Royces en
limousines af en aan om die beroemdheden in en uit te laden. Die prikken
namelijk graag een vorkje in dat La Colombe d'Or, omringd door kunst van andere
beroemdheden die overigens allemaal al wel het tijdelijke voor het eeuwige
hebben verwisseld. Ik heb zelf ooit drie
maanden gewoond en gewerkt in Saint Paul dus La Colombe en die limousines zijn
me niet onbekend. Ook de kunst daar niet, wat overigens niet betekent dat ik er
regelmatig dat vorkje oppakte. Dat is tot enkele keren beperkt gebleven. Gewoon
toch iets te prijzig voor een eenvoudig kunstenaar.
Maar hoe komt zo'n prachtige kunstcollectie daar aan de
muren? Vooruit, een tweede tip. Open een restaurant/hotelletje in een gebied waar veel en
ook veelal arme kunstenaars komen en laat ze met hun kunst betalen voor een
koel glas bier, een vin de Provence,
een maaltijd en een verblijf. Dat deed
in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw eigenaar Paul Roux van La Colombe d'Or.
Niet voor niets stond op het uithangbord dat hij in 1931 aan de muur bevestigde
"Hier, bij La Colombe, komt men te voet, te paard of per schilderij".
Paul Roux en later zijn zoon Francis hadden 't in zich om met veel van die
kunstenaars aan de Côte d'Azur een goede band op te bouwen. Zoals wel blijkt
uit de anekdote dat zoon Francis in het atelier van Picasso een schilderij kon
komen uitzoeken toen die had vernomen dat Paul niet lang meer te leven had. “Ik
weet dat je vader houdt van wat ik maak, kom naar mijn atelier en zoek een doek
uit dat hem zal bevallen”.
Na de Tweede Wereldoorlog ging dit proces door met
bijvoorbeeld kunstenaars als César, Arman, Míro en Calder. Namen die je nu over
de hele wereld in de musea voor moderne kunst tegenkomt.
Geen restaurant ter wereld heeft daardoor zo'n
kunstcollectie aan de muur als La Colombe d'Or. Ik heb ze nooit gevraagd naar
de verzekeringspremie die ze moeten betalen, maar ik kan me zo voorstellen dat die
toch een deel uitmaakt van de prijzen op de menukaart. Trouwens, nog een derde
tip. De lunch is er beslist goedkoper dan het diner.
Over Saint Paul de Vence vallen overigens nog veel meer
verhalen te vertellen. Maar dat komt dan misschien een andere keer wel eens.
Tot volgende week.
Sinds 1 juli kan ’t weer, stemmen voor de Kunstenaar van het
Jaar. Dat is al voor het 10de achtereenvolgende jaar. En het mooie
is, ik ben ook weer genomineerd!! Toch niet onaardig, al zeg ik ’t zelf. Daarom
heb ik boven dit stukje maar een feestelijk schilderij van mijn hand gezet.
Want zoiets mag toch best lichtelijk worden gevierd. Het zegt ten slotte iets
over mijn positie als beeldend kunstenaar. Ik wil me zeer beslist niet meten
met kunstenaars als de oude Armando, fotografe Rineke Dijkstra (die nu
exposeert in het beroemde Museum of Modern Art in New York), Marlene Dumas (die
op veilingen boven de miljoen Euro zit met haar schilderijen),
kunstenaar/societystar Ans Markus of good old schilder/schrijver Jan Cremer,
die ook op de lijst staan. Maar het streelt me natuurlijk wel.
Even wat meer uitleg over die verkiezing. Sinds 2003 wordt
door de Stichting Kunstweek een verkiezing gehouden voor de Kunstenaar van het
Jaar. Die steeds populairder wordende verkiezing verloopt vooral via internet.
Alweer een aantal jaren zorgt een groot kunstpanel voor een voorselectie van
genomineerden. In dat panel zitten zo’n 100 museumdirecteuren, kunstcritici,
kunstkenners, leraren van academies en kunstverzamelaars. Een representatieve
doorsnee dus van de kunstwereld in ons land. Elk voor zich mogen zij 20
kunstenaars opgeven. En dan wordt het tellen. Welke namen zijn het vaakst
opgegeven. Daardoor blijven er uiteindelijk 90 beeldende kunstenaars over die
op de genomineerdenlijst komen te staan. Die lijst is vanaf 1 juli publiek
geworden op de site www.kunstweek.nl/verkiezing2012/
. En op die alfabetische lijst val ik dus onder de H.
Aan de lijst zijn nog allerlei toeters en bellen verbonden,
maar dat zie je vanzelf als je er heen gaat via de link hierboven. Uiteindelijk
blijven er via deze eerste publieke stemmingsronde 20 van de 90 genomineerden
over. Wat daarna volgt leg ik tegen die tijd wel uit.
Ik zou het natuurlijk best leuk vinden om bij die 20 te
zitten! Tot half september kan er worden gestemd. Tot volgende week.