Posts tonen met het label Romaans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Romaans. Alle posts tonen

dinsdag 14 maart 2017

Toos en Tefaf te gelijkertijd in Maastricht

Terwijl Myanmar nog steeds bezig is zich te settelen op een comfortabele plek ergens in mijn hersencellen, heeft de dagelijkse gang van kunstzaken zich natuurlijk ook weer hervat. In feite speelde dat al in 't verre Myanmar. Want waar heb je tegenwoordig geen wifi? Oké, misschien niet midden in de Sahara of in de Marianentrog tienduizend meter onder de zeespiegel. Maar verder? Ook in Myanmar schrijdt, of beter gezegd holt, de internetontwikkeling voort. Over globalisering gesproken! Of zouden de antiglobalisten dit wereldwijde internet ook willen afschaffen? 't Is maar een vraag. Die globalisering betekent natuurlijk niet dat wifi in Myanmar altijd even goed werkt. Soms vulde de hotellobby zich met langdurige zuchten en steunen van een significant deel van de reisgenoten. Wat we tegenwoordig bijna als "dat hoort er gewoon bij" beschouwen, werkte dan niet helemaal jofel. Helemaal niet dus of tergend langzaam. Maar hoe dan ook, af en toe kwamen er toch digitale rooksignalen door vanuit het thuisland. Zoals voor mij een mailtje uit Maastricht. Of ik zin had in een expositie in de Onze Lieve Vrouwe Galerie daar.
 
met mijn auto bij de Onze Lieve Vrouwe Galerie
Nu heb ik in Mestreech jarenlang samengewerkt met galerie Tracé. Maar ja, een probleem voor kunstenaars is dat hun houdbaarheidsdatum vaak flink veel verder ligt dan die van de galerieën waarmee ze samenwerken. Kijk, ik ga gewoon lekker door met schilderen zolang dat kan. Bij galerieën ligt dat om allerlei verklaarbare redenen anders. Dus een aantal jaren geleden was Tracé passé. En weg dus mijn vertegenwoordiging in Limburg. Tot in Myanmar dat mailtje via een wel werkend wifinetwerk tot mij kwam. Hé, Maastricht? Het Onze Lieve Vrouweplein? Da's een toplocatie in het oude centrum. Met de indrukwekkende romaanse Onze Lieve Vrouwebasiliek en de zeer vele terrassen waar het goed toeven is. Dan maar gelijk eens kijken op hun website. Wat? Tonen ze daar werk van Nico Molenkamp? Toen was ik eigenlijk al verkocht!
 
het Onze Lieve Vrouweplein met de basiliek en de terrassen
Want Nico Molenkamp is voor mij aan de Kunstacademie in Tilburg een heel belangrijk en maatgevend docent geweest. Samen met Ru van Rossem. Beiden al een aantal jaren dood, beiden kunsticonen in het Brabantse en beiden met werk dat ik altijd heb bewonderd. Wat me van hen, naast hun vakmanschap, zo raakte was dat ze me mijn eigen schilderswereld lieten behouden. Want tegen de toen heersende kunsttrend in wilde ik niet aan de pure abstractie. Er sloop bij mij onvermijdelijk altijd iets figuratiefs in. Ik kon er niks aan doen, 't moest gewoon, die figuratieve pop-ups. Net zoals trouwens in het eigen werk van Nico en Ru. Maar die waren al wel veel ouder.
galeriste Monique Thelen met mijn werk en een schilderij van Molenkamp op de achtergrond
deel van mijn werk in de galerie

 En nu zou ik zomaar kunnen exposeren in een galerie waar ook nog werk van mijn oude leermeester hing. Te gek! En wat bleek bij terugkomst uit Myanmar toen ik telefoneerde met galeriste Monique Thelen? De opening was gepland op 9 maart. Niet zomaar een datum, maar de openingsdag van de TEFAF, the European Fine Art Fair. De dag dus dat van over de hele wereld kunstverzamelaars met diamanten creditcards, museumdirecteuren met goedgevulde aankoopfondsen, kunstbezielde curatoren, kunsthandelaren in het dure segment , directeuren van wereldwijd werkende veilinghuizen en ook nog een paar gewone mensen met toch wel een paar losse centen op zak zich in Maastricht verzamelen. Want deze kunst en antiekbeurs is een van de meest prestigieuze ter wereld.

Logisch dat allerlei aan kunst en horeca gelieerde zaken in en wijd rondom Maastricht daarvan een graantje willen meepikken. Ook de Onze Lieve Vrouwe Galerie dus (www.olvrouwegalerie.nl). Maar waar die TEFAF tien dagen duurt, loopt mijn tentoonstelling veel langer door. Tot Pinksteren namelijk. In een prachtig nostalgisch pand waar mijn schilderijen heel goed tot hun recht komen.
Terwijl ik dit alles zit te overpeinzen en te schrijven in mijn kunstcocon in Nice, waar ik recent ben neergestreken, komt ineens het volgende bij me op. Stel nou eens hypothetisch dat er een kunstenaarshemel is. Zou Nico Molenkamp daar dan, verkerend tussen al die andere kunstenaars, een goedkeurend knikje voor mij over hebben? Zo in de trant van "goed gedaan meissie"? Dat zou toch wel heel mooi zijn. Misschien dat ik toch nog maar een kaarsje moet gaan branden in de kapel van de basiliek. Baat dat niet, dan helpt 't in ieder geval toch mee om een prachtige ambiance in stand te houden. 
kapel bij de basiliek

Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 1 november 2016

De Maior Ecclesia van Cluny

de abdij van Cluny een aantal eeuwen geleden

Vliegen naar Nice? As 't effe kan graag.  Dat heeft toch zo zijn voordelen boven de auto. 't Gaat een ietsiepietsie sneller, is dus comfortabeler als je ten minste voor een paar uurtjes de behoorlijk krappe knieruimte in Transavia-vliegtuigen voor lief neemt en is ook nog eens een heel stuk goedkoper. Vloog levensgezel ergens eind jaren 90 voor zo'n 500 harde Nederlandse florijnen met gedwongen Parijse tussenstop op en neer met Air France, nu ben je rechtstreeks nog geen € 60 kwijt als je de goeie dagen eruit pikt. Dus geef mij het vliegtuig maar als ik weer eens naar mijn atelier in Nice wil.
Maar ja, soms moet 't wel met de auto. Met grote schilderijen onder je arm het vliegtuig in? Nee, niet erg handig. Maar dan is 't toch dik 1300 km vanaf Middelburg. En, oh wonder, terug ook weer die afstand. Dus al heet een groot deel van de weg heel lieflijk Route du Soleil, 't blijft een rottig lang stuk. Maar "La douce France" biedt gelukkig allerlei mogelijkheden dat toch wat te veraangenamen. Want heeft 't niet een heel lange geschiedenis met heel veel bijbehorende culturele overblijfselen?
 
maquette van de abdij op het hoogtepunt in de 13de eeuw
Vandaar een poosje geleden een tussenstop in Cluny, een uurtje noordwaarts vanaf Lyon. Historisch en cultureel gezien een magische plek. Want zo'n duizend jaar geleden l;ag hier het machtige christelijke hart van Europa. Met z'n in het jaar 910 gestichte gigantische Benedictijner abdij en de zogenaamde Maior Ecclesia. Eeuwen lang de grootste kerk in de christelijke wereld. Tot in 1626 in Rome de Sint Pieter werd ingewijd.
 
achterkant van de Maior Ecclesia
Heel lang geleden was ik er voor de eerste keer en lang geleden voor de tweede. Wat kon ik daar mijn fantasie laten gaan! Want van al die macht en pracht in de Romaanse bouwstijl rest niet veel meer. Van die kerk volgens de geleerden nog maar zo'n 10%. Alleen het deel van het kerktransept met de twee torens dat op onderstaande foto in de verte is te zien. Een foto gemaakt bij genoemde tussenstop. Bij mijn derde bezoek dus.


Je moet de rest van de later neergezette gebouwen wegdenken om de 180 meter lengte van die kerk  goed te kunnen invoelen. Mee dankzij de basementen van de dikke pilaren met meters omtrek die hier en daar nog staan. Stel je eens voor dat je daar als middeleeuwer ergens rond 1100 voor het eerst binnenloopt. Wij raken nog maar zelden geïmponeerd door een of ander gigantisch hoog atrium in een nog gigantischer architectonisch modern hoogstandje. Zie je tegenwoordig overal, gesneden koek. Maar zo'n middeleeuwer?  Een onvoorstelbare lengte voor een gebouw. Met een ook onvoorstelbaar hoog dak. Wij kunnen ons eigenlijk helemaal niet meer voorstellen hoe iemand uit die tijd zich daar moet hebben gevoeld. Maar ik denk overweldigd en nietig in het kwadraat.



En dan zie je op bovenstaande reconstructiefoto's nog niet eens de drukte die er geheerst moet hebben. Op het hoogtepunt, zo rond 1200, vielen in heel Europa bijna 1500 kloosters onder de orde in Cluny. Een soort Rooms-katholieke EU in een verrommelde lappendeken van allerlei grotere en kleinere machtsgebieden. Nou, daar horen heel wat monniken bij om dat alles in goede banen te geleiden, afgezien nog van de horden devote bezoekers. Waar nu toeristen in alle rust rondlopen, moet toen onder het hoge kerkdak en tussen de missen door een luid resonerend geroezemoes hebben geklonken. Hoe mooi zullen daar ook de Gregoriaanse gezangen van de monniken hebben gegalmd. Daar is die fantasie weer. Alhoewel die nu toch wat onderdrukt werd. Het terrein was voller geworden. Er bleken een paar nieuwe musea bijgekomen in gerestaureerde gebouwen en overal staat uitleg. Er was zelfs een 3D-animatiefilm van de vroegere toestand. Op zich natuurlijk prima voor de bezoekers. Maar ook prima voor mijn rijke fantasie die graag zelf invulling geeft? Eigenlijk niet.

Toch, ook bij dit derde bezoek, kreeg ik weer zo'n nietig gevoel bij die nog staande torens. 



Waar de rest is gebleven? Heel kort samengevat: verval, godsdiensttwisten, hoogmoed, slecht kerkelijk en financieel bestuur,maar vooral ouderwets, gedegen handwerk. Want tijdens het regime van de Franse Revolutie eind 18de eeuw en de daarop volgende Napoleontische periode waren staat en kerk even geen echte vriendjes meer. Het archief van de abdij en de grootse bibliotheek werden verbrand. Een nationalisatie volgde en de prachtige abdij werd letterlijk een stenenmijn. De gebouwen werden afgebroken, stenen netjes afgebikt en verkocht voor hergebruik elders. Cultuurbarbaren? Nu wel in onze ogen. Maar toen? Dat waren andere tijden. Alhoewel? Die opgeblazen grote Boeddha beelden in Afghanistan en de Taliban nog niet zo lang geleden? En de tempelvernietiging in Palmyra door IS? Tot volgende week.

TOOS