Posts tonen met het label Boeddha. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeddha. Alle posts tonen

dinsdag 9 mei 2017

Roeien met de benen die je hebt en andere zaken: fotoboek 2 over Myanmar

Inle Lake, Myanmar
Ik hoor 't al zeggen: "Toos, 't is roeien met de riemen die je hebt. Niet benen!" Dat weet ik ook wel, maar op het Inle Meer in Myanmar hebben ze daar andere ideeën over. Kijk maar eens naar dit korte filmpje dat ik maakte van de speciale roeitechniek die de vissers er daar op nahouden.

Vers van de pers plofte een paar dagen geleden mijn tweede fotoboek over Myanmar op de vloer in het halletje. Met daarin natuurlijk ook foto's van die vissers. Via de link http://bit.ly/2ponznf  kom je ze vanzelf tegen bij het doorbladeren. Tussen nog heel veel ander Inle Meer schoons in. Want die streek is echt niet zomaar een van de grootste toeristische trekpleisters in Birma aan het worden. Daarvoor hoefde ik alleen maar te kijken naar de aantallen loslopende baardige en gevarieerd gekapte westerse hipsters. 't Is hot daar.
En Erica Terpstra,toch niet direct het prototype van de hipster, is er ook al geweest. Aan o.a. dat Inle Lake. Voor het tv-programma "Erica op reis". Beslist leuk om die aflevering eens te bekijken https://www.npo.nl/erica-op-reis/25-03-2017/POW_03453899 .
 
foto's Inle Lake




Ze bezoekt daarin ook de Shwe Inthein Pagode bij het meer. Een pagode complex met eeuwenoude stupa's . Toen ik die tv-beelden zag was ik er gelijk door gegrepen. Later, er in werkelijkheid rondlopend, bleek mijn gevoel helemaal te kloppen. Sprookjesachtig prachtig en indrukwekkend, die gigantische verzameling van vervallen en hier en daar ook weer opgeknapte, elegante pieken. In gerestaureerde staat natuurlijk weer bedekt met goudverf of bladgoud. Absoluut een kunstig hoogtepunt!
 
foto's Shwe Inthein Pagode




Verder laat ik een kleine selectie foto's van mensen, tempels en markten uit dit tweede deel hier voor zich spreken. Een ding is zeker, je kunt in Myanmar blijven fotograferen (lees daaronder nog weer verder).









Toch wil ik één onderdeel er nog even speciaal uithalen. Die straat in Mandalay, na Yangon de tweede stad van het land. Een straat die op wonderbaarlijke wijze het hele jaar door bedekt lijkt  met een laagje sneeuw. Niet echt aannemelijk natuurlijk bij het klimaat daar. 't Is dan ook een dikke laag wit stof. Afkomstig uit een lange rij werkplaatsen waar Boeddha's van wit steen en marmer worden gemaakt. Ontzettend veel Boeddha's in allerlei formaten. Groot, klein, middelmaat, zittend, liggend, 't doet er niet toe. 



U vraagt? Wij hakken, slijpen en polijsten. Maar dan natuurlijk wel zonder een Arbowet. Want de werkomstandigheden daar? Niet te geloven. Stoflongen? Nooit van gehoord! Stofkapjes, wat is dat? En gehoorbeschermers tegen al het slijplawaai? Bestaan die dan? Wij kennen allemaal wel de nogal hilarische Nederlandse traditie van het koekhappen. Dat ik eigenlijk wel miste bij die Koningsdag in Tilburg. Maar dat terzijde. In Mandalay hebben ze daar dus hun eigen variant op ontwikkeld.  Stofhappen. Om een beschermend marmerlaagje op de binnenkant van je longen te creëren.

Arbotechnisch niet gezond, fototechnisch wel geniek. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 28 februari 2017

Nog meer Birmees blinkend bladgoud

Al dat blinkend bladgoud in Birma/Myanmar, zie vorige week, triggerde mijn kunstenaarshart natuurlijk wel. Ik moest dat beslist weer eens gaan gebruiken.  Dus schafte ik een boekje bladgoud aan in die werkplaats in Mandalay waar dat drietal tanige Birmese mannetjes hun bladgoudrap uitvoerden(zie op YouTube https://youtu.be/iQqs9nlKS5g)

de drie bladgoudslagers, zie video vorige week
Dat hadden ze wel verdiend, vond ik. En 9000 Myanmarese kyat, iets meer dan zes euro, voor een boekje met tien blaadjes kon me ook de kop niet kosten. Zes euro maar, zul je misschien zeggen? Voor goud? Maar bedenk dan wel dat zo'n bijna 24-karaats blaadje ongelooflijk dun is. Iets van 0,0001 mm. Je moet er dus 10.000 op elkaar leggen om tot een dikte van 1 mm te komen. Bagage overgewicht op de terugreis? Daardoor dus in ieder geval niet.

Phaung Daw Oo Pagode
 En 't had nog goedkoper gekund. De altijd nieuwsgierige levensgezel liep een aantal dagen later op zijn blote voetjes door de Phaung Daw Oo Pagode bij het Inle Lake. Want dat hoort zo, schoenen of sandalen en niet te vergeten sokken altijd uit. Ik had daar op dat moment even geen zin meer in. Weer die schoenen uit? Nee, laat maar. In die tempel kon ook geplakt worden. Op vijf heilige Boeddhabeelden zelfs. Daarvoor wilde hij zijn voeten nog wel een keertje extra ontbloten. Want die vijf waren ooit door een kantelende boot bij de jaarlijkse processie over het meer onder water verdwenen. Grote paniek natuurlijk. Zeker omdat er uiteindelijk maar vier konden worden terug gevonden. Die vijfde? Nergens te bekennen. Dat bleek achteraf ook uitermate logisch. Want dat beeld had uit zichzelf de weg naar de pagode terug gevonden en stond al weer pontificaal te stralen op zijn eigen plekkie toen de menigte verdrietige gelovigen de overgebleven vier maar kwamen terugbrengen.
de beelden in de pagode
Hoe die beelden er vroeger hebben uitgezien, is niet meer te achterhalen. De Boeddhavormen zijn bolvormen geworden. Door alle aangebrachte bladgoud dat je in het bijbehorende stalletje in de tempel kunt kopen. En waar levensgezel door zijn nieuwsgierig gevraag er verdorie achter kwam dat vijf blaadjes daar maar 3000 Kyat kostten. Of ie bij tien blaadjes een kwantumkorting kon krijgen? Nee, daar deden ze niet aan. Dus kwam hij op z'n blote pootjes de tempeltrap af naar mij toe met de vraag "zal ik nog maar wat kopen?". Ja, dat moest ie maar. Want ik kon 't natuurlijk niet hebben dat ik me in Mandalay voor twee euro had laten neppen.

Als je bedenkt dat de vorm van die beelden niet meer is te achterhalen, besef je ook hoe ongelooflijk veel van die ontzettend dunne bladgoudblaadjes er overheen moeten zitten. En dat in een arm land als Myanmar. Bladgoud is zogezegd een gouden handel daar. Ook bij de zogenaamde Gouden Rots, een ander groot Boeddhistisch heiligdom in Myanmar. 
de Gouden Rots
Rijen dik stonden ze er, devote en tot plakken bereidde mannen, proberend invloed uit te oefenen op de kwaliteit van hun volgende wedergeboorte.

Bij die Gouden Rots hoort ook weer zo'n prachtig verhaal. Ooit kreeg een heremiet als beloning van Boeddha een van zijn haren. Die schonk hij weer aan een koning met de vraag die als relikwie te bewaren in een nog te zoeken rots met de vorm van zijn hoofd. Ergens diep onder water vonden ze die, hesen de rots in een bootje en plaatsten het gevaarte met behulp van magische krachten op 1100 meter hoogte op de plek waar die nu wordt aanbeden. Waarbij het schijnbaar wankele evenwicht in stand wordt gehouden met die haar van Boeddha. Zelfs bij aardbevingen in de afgelopen eeuwen. Ook is de ongetwijfeld houten boot waarmee de rots werd vervoerd nog te vinden op een paar honderd meter afstand. Nu wel versteend trouwens. Geloof doet wonderen. Jezus liep ten slotte ook over water, kon water in wijn veranderen en brood vermenigvuldigen. En vergeet ook niet de miljoenen christelijke creationisten die er heilig van overtuigd zijn dat je de bijbel letterlijk moet nemen en dat de aarde nog geen 10.000 jaar geleden geschapen is.

Hoe dan ook, het hele terrein rond die Gouden Rots is niet alleen een verblijfplaats voor veel Boeddhabeelden geworden maar ook een plek voor een familiedagje uit. Eerst met verplichte, lekker doorscheurende speciale open bussen slingerend omhoog vanuit het dal en daarna je installeren met de volle picknickmandjes en de meegenomen kleedjes tegen het stof op de grond en de zon boven je hoofd. Wel natuurlijk op blote voetjes. Echt prachtig om mee te maken.




En die bladgoudboekjes? Die komen vast nog wel eens ter sprake als ik ze in een schilderij ga verwerken. Waarbij het gebruik op zich alleen al een kunst is. Bij de geringste ademtocht begint zo'n blaadje al gretig te wapperen. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 21 februari 2017

De bladgoudrap in Birma



Beatrice, olieverf  160 cm-90 cm
Af en toe gebruik ik wel eens bladgoud in een schilderij. Zoals bijvoorbeeld in onderstaande "Beatrice", een werk dat ergens in een Westlandse huiskamer letterlijk hangt te schitteren. Want dat doet 't, dat bladgoud. Bij mijn zeer recente verblijf in Myanmar, het land dat vroeger Birma heette maar uit politieke overwegingen die nieuwe naam kreeg van het militair dictatoriale regiem, moest ik daar heel vaak aan denken. Er is namelijk geen ontkomen aan, aan bladgoud daar. Of aan het goedkopere alternatief, goudverf. Of aan het nog goedkopere alternatief, dun metaal met goudkleur. Overal verwerkt in de bij volle zon prachtig oplichtende ontelbare boeddhistische tempels. En in de nog veel ontelbaardere goudgekleurde Boeddha's. Sommige zelfs lagen dik beplakt met die flinterdunne velletjes bladgoud door de vele gelovige Boeddhisten. Ter verering van de Boeddha zelf natuurlijk maar ook voor hun eigen verheffing. Wel alleen voorbehouden aan de mannen, dat plakken. Want vrouwen mogen dat natuurlijk weer niet. Een ernstig minpuntje voor het Boeddhisme in Myanmar.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben dus een aantal weken op reis geweest in Myanmar. Het land dat de laatste jaren probeert onder leiding van Aung San Suu Kyi de gevolgen van de decennia lange dictatuur van een verstikkend militair regime van zich af te schudden. Ondanks haar frêle gestalte is Aung een dijk van een wijf. Niet voor niets kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede. En, ook niet te vergeten, in 2006 in Middelburg de Roosevelt Freedom for Fear Award. Maar dat zijn allemaal andere verhalen.
 
Schwedagonpagode
Als er in Myanmar iets opvalt in het landschap en in de steden zijn 't wel die goudkleurige tempelkoepels. Overal staan ze het felle zonlicht te weerkaatsen. En veel zon is er. Elke dag weer in het droge seizoen. Hooguit af en toe wat mist in de bergen, maar verder zon, zon en nog eens zon. Heerlijk. Gelijk al op de eerste dag in hoofdstad Yangon. Vroeger, in mijn Bosatlas op school, gewoon Rangoon geheten. Maar ja, ook weer die militairen. In dat Yangon dus staat de Schwedagonpagode. De grootste tempel van het land en ook een van de grootste Boeddha heiligdommen. Er zouden zich in die pagode, ergens en onzichtbaar, namelijk wat haren bevinden van de laatste Boeddha en relikwieën van de drie aan hem voorafgaande Boeddha's. Waren er dan vier Boeddha's? Ja natuurlijk, wist je dat dan niet? Maar over die drie eerste moet je niet al te veel vragen stellen, die waren er gewoon. Een parallel met al die relikwieën van onze vele katholieke heiligen is vanzelfsprekend snel getrokken.
Schwedagonpagode


Zo'n belangrijke pagode mag je dan ook wel met  50.000 kilo bladgoud beplakken. Ik heb 't niet nagewogen. Kun je je voorstellen dat je daar af en toe even staat te knipperen met de ogen? Een en al bladgoud en goudverf wat de boeddhistische klok slaat. Daar is mijn "Beatrice" niks maar dan ook helemaal niks bij.
Mahamuni Pagode

 Dan zie je ook dat bladgoud door de lichtreflecties veel meer leeft dan goudverf. Dat was heel goed waar te nemen in Mandalay waar zich ook zo'n belangrijk heiligdom bevindt. De Mahamuni Pagode. De ruimten daar rond de centrale Boeddha zijn voor een groot deel bedekt met bladgoud. Met als gevolg een prachtige ambiance van voortdurend veranderende goudkleurschakeringen door het steeds anders invallende licht. 

Die Mahamuni Boeddha is trouwens een verhaal apart. Volgens de overlevering is het een van de vijf beelden die in de 6de eeuw v.C. naar het uiterlijk van de toen nog levende Boeddha zouden zijn gemaakt. Waarheid? In ieder geval wordt ie nu elke dag wat dikker door alle bladgoud dat op hem wordt geplakt. Want al is dat heel erg dun, als je eeuwenlang doorgaat met plakken heeft 't toch effect. Zelfs wanneer, zoals hierboven al gememoreerd, alleen mannen dat mogen doen. De vrouwen hebben hun bladgoud maar aan hun man of een mannelijke bewaker af te geven. Tja, geloofstradities! In welke godsdienst vind je dat soort dingen niet.
Mahamuni Boeddha


In Mandalay maakte ik ook mee hoe dat bladgoud vroeger werd gemaakt. Zie en hoor bijgaand filmpje.

De indruk werd gewekt dat dit in Birma nog steeds zo gebeurt, maar daarbij heb ik grote twijfel. Want alleen in die ene werkplaats heb ik dat zo meegemaakt, daarna niet meer. Echt ongelooflijk, dat gehamer daar. Eerst wordt een al dun, ingeklemd goudblaadje nog veel dunner gemept. Dat daardoor groter geworden blad wordt in stukken geknipt die elk opnieuw op dezelfde manier worden bewerkt. Uren en uren lang. Door van die tanige mannetjes die van geen Nederlandse Arbo-wetten weten. En voorgeschreven rusttijden? Wat is dat? Arbeidsloon? Vast heel minimaal. Maar ritmisch is 't wel. Je zou er zo een bladgoudrap bij kunnen maken. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 1 november 2016

De Maior Ecclesia van Cluny

de abdij van Cluny een aantal eeuwen geleden

Vliegen naar Nice? As 't effe kan graag.  Dat heeft toch zo zijn voordelen boven de auto. 't Gaat een ietsiepietsie sneller, is dus comfortabeler als je ten minste voor een paar uurtjes de behoorlijk krappe knieruimte in Transavia-vliegtuigen voor lief neemt en is ook nog eens een heel stuk goedkoper. Vloog levensgezel ergens eind jaren 90 voor zo'n 500 harde Nederlandse florijnen met gedwongen Parijse tussenstop op en neer met Air France, nu ben je rechtstreeks nog geen € 60 kwijt als je de goeie dagen eruit pikt. Dus geef mij het vliegtuig maar als ik weer eens naar mijn atelier in Nice wil.
Maar ja, soms moet 't wel met de auto. Met grote schilderijen onder je arm het vliegtuig in? Nee, niet erg handig. Maar dan is 't toch dik 1300 km vanaf Middelburg. En, oh wonder, terug ook weer die afstand. Dus al heet een groot deel van de weg heel lieflijk Route du Soleil, 't blijft een rottig lang stuk. Maar "La douce France" biedt gelukkig allerlei mogelijkheden dat toch wat te veraangenamen. Want heeft 't niet een heel lange geschiedenis met heel veel bijbehorende culturele overblijfselen?
 
maquette van de abdij op het hoogtepunt in de 13de eeuw
Vandaar een poosje geleden een tussenstop in Cluny, een uurtje noordwaarts vanaf Lyon. Historisch en cultureel gezien een magische plek. Want zo'n duizend jaar geleden l;ag hier het machtige christelijke hart van Europa. Met z'n in het jaar 910 gestichte gigantische Benedictijner abdij en de zogenaamde Maior Ecclesia. Eeuwen lang de grootste kerk in de christelijke wereld. Tot in 1626 in Rome de Sint Pieter werd ingewijd.
 
achterkant van de Maior Ecclesia
Heel lang geleden was ik er voor de eerste keer en lang geleden voor de tweede. Wat kon ik daar mijn fantasie laten gaan! Want van al die macht en pracht in de Romaanse bouwstijl rest niet veel meer. Van die kerk volgens de geleerden nog maar zo'n 10%. Alleen het deel van het kerktransept met de twee torens dat op onderstaande foto in de verte is te zien. Een foto gemaakt bij genoemde tussenstop. Bij mijn derde bezoek dus.


Je moet de rest van de later neergezette gebouwen wegdenken om de 180 meter lengte van die kerk  goed te kunnen invoelen. Mee dankzij de basementen van de dikke pilaren met meters omtrek die hier en daar nog staan. Stel je eens voor dat je daar als middeleeuwer ergens rond 1100 voor het eerst binnenloopt. Wij raken nog maar zelden geïmponeerd door een of ander gigantisch hoog atrium in een nog gigantischer architectonisch modern hoogstandje. Zie je tegenwoordig overal, gesneden koek. Maar zo'n middeleeuwer?  Een onvoorstelbare lengte voor een gebouw. Met een ook onvoorstelbaar hoog dak. Wij kunnen ons eigenlijk helemaal niet meer voorstellen hoe iemand uit die tijd zich daar moet hebben gevoeld. Maar ik denk overweldigd en nietig in het kwadraat.



En dan zie je op bovenstaande reconstructiefoto's nog niet eens de drukte die er geheerst moet hebben. Op het hoogtepunt, zo rond 1200, vielen in heel Europa bijna 1500 kloosters onder de orde in Cluny. Een soort Rooms-katholieke EU in een verrommelde lappendeken van allerlei grotere en kleinere machtsgebieden. Nou, daar horen heel wat monniken bij om dat alles in goede banen te geleiden, afgezien nog van de horden devote bezoekers. Waar nu toeristen in alle rust rondlopen, moet toen onder het hoge kerkdak en tussen de missen door een luid resonerend geroezemoes hebben geklonken. Hoe mooi zullen daar ook de Gregoriaanse gezangen van de monniken hebben gegalmd. Daar is die fantasie weer. Alhoewel die nu toch wat onderdrukt werd. Het terrein was voller geworden. Er bleken een paar nieuwe musea bijgekomen in gerestaureerde gebouwen en overal staat uitleg. Er was zelfs een 3D-animatiefilm van de vroegere toestand. Op zich natuurlijk prima voor de bezoekers. Maar ook prima voor mijn rijke fantasie die graag zelf invulling geeft? Eigenlijk niet.

Toch, ook bij dit derde bezoek, kreeg ik weer zo'n nietig gevoel bij die nog staande torens. 



Waar de rest is gebleven? Heel kort samengevat: verval, godsdiensttwisten, hoogmoed, slecht kerkelijk en financieel bestuur,maar vooral ouderwets, gedegen handwerk. Want tijdens het regime van de Franse Revolutie eind 18de eeuw en de daarop volgende Napoleontische periode waren staat en kerk even geen echte vriendjes meer. Het archief van de abdij en de grootse bibliotheek werden verbrand. Een nationalisatie volgde en de prachtige abdij werd letterlijk een stenenmijn. De gebouwen werden afgebroken, stenen netjes afgebikt en verkocht voor hergebruik elders. Cultuurbarbaren? Nu wel in onze ogen. Maar toen? Dat waren andere tijden. Alhoewel? Die opgeblazen grote Boeddha beelden in Afghanistan en de Taliban nog niet zo lang geleden? En de tempelvernietiging in Palmyra door IS? Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 8 april 2014

Acht dagen in een week? Graag!


Acht dagen in een week. Met natuurlijk nog wel steeds 52 weken per jaar. Dat zou ik echt een uitkomst vinden. Want met één zo’n dag extra zou ik alle ideeën die ik heb veel makkelijker kunnen realiseren.


Zo is het al weer een paar maanden geleden dat ik terug kwam van mijn reis door Laos en Cambodja. Een selectie van de foto’s uit Laos heeft in de tussentijd al wel geresulteerd in een fotoboek voor mijzelf. Een paar van die foto’s heb ik ook door deze blogaflevering heen gestrooid. Maar ik vond het toch wel leuk om iedereen die daarin zin heeft de gelegenheid te geven mijn impressies van Laos  mee te kunnen beleven via een filmpje op YouTube. En zo’n idee is dan waarvoor die achtste dag in de week prima zou kunnen dienen. Want dat kost tijd. iPhoto en iMovie op mijn MacBook zijn geduldige programma’s, maar de kaboutertjes doen het niet.

Dus heb ik die achtste dag er toch maar even tussenin geperst om een videootje “Laos in record time” te produceren. Want in iets meer dan 5 minuten reizen over de Mekong, door steden als Luang Prabang, Vientiane en Vang Vieng, langs de Laotiaanse wegen, op Khong Island en in de Boeddhistische tempels heeft toch wel iets van een record.


Die video staat hieronder ingebouwd, maar is ook aan te klikken met http://youtu.be/YJdP5WNYzxg 

 Overigens, dit is dus alleen Laos. Cambodja moet nog komen. Dat heb je met zo’n niet structurele achtste dag. Even wachten dus nog. Voorlopig vraagt The Dogparade (zie aflevering van vorige week) heel veel aandacht terwijl er ook nog een ander project zit aan te komen. Iets met zee, ouwe Grieken en nieuwe Zeeuwen. Maar daarover binnenkort waarschijnlijk meer. Tot volgende week.
TOOS