Posts tonen met het label Sint Petersburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint Petersburg. Alle posts tonen

dinsdag 7 april 2020

Was Jan van Eyck bijziend en andere afleidingen voor corona-dips

Man met rode tulband, vermoedelijk een
zelfportret van Jan van Eyck, 1433

Soms zit 't mee en soms zit 't tegen. Was je één van die 70.000 die van te voren al een kaartje had gekocht voor de 'once in a lifetime' expositie in Rome over kunstenaarsgenie Rafaël (1483-1520)? Dan had je dus dikke pech. Op 4 maart geopend, drie dagen later weer dicht. Coronavirus! Had je een ticket op 13 maart of later voor de ook 'once in a lifetime' tentoonstelling over Jan van Eyck (1390?-1441) in Gent? Idem dito! Maar voor mij zat 't mee. Levensgezel en ik hadden toegangsbewijzen met datum 2 maart. Voor toen de wereld, nog maar vijf weken geleden, er radicaal anders bij lag. Niks dicht, alles open. Hoe lang geleden lijkt dat al.


Ik had er naar uitgekeken, naar die tentoonstelling 'Van Eyck, een optische revolutie'. Daarbij, ik was 't eigenlijk ook wel moreel verplicht er heen te gaan. Want had ik niet diverse keren in de jaren 90 geëxposeerd onder het toeziend oog van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck? Nou ja, van hun standbeeld dan, op het grote marktplein van hun vermoedelijke geboorteplaats Maaseik.


Met op de hoek de prachtige Galerie Den Peroun. Dat waren schone exposities, al zeg ik 't zelf op z'n Vlaams. Maar ja, galerieën komen en galerieën gaan terwijl kunstenaars blijven bestaan. Den Peroun is niet meer. Maar hun Maaseikse beeld en de schilderijen van de Van Eyck's, vooral van Jan, bestaan nog steeds.
 
uitsnede van een paneel van Het Lam Gods
Een twintigtal werken zijn dat maar, verspreid over de hele wereld. Met voor het eerst de helft daarvan ingevlogen vanuit alle windstreken naar dat nu gesloten Museum voor Schone Kunsten in Gent. Om daar volgens schema tot 30 april getoond te worden in samenhang met acht recent gerestaureerde zijpanelen van 'Het Lam Gods´. Het grootse, wereldberoemde veelluik dat al eeuwenlang alleen maar te zien was in de Gentse Sint Baafskathedraal. Nu kon je er bijna met je neus op gaan staan. En toen kwam die vraag bij me op. Was Jan van Eyck mogelijk bijziend­? Die vraag lijkt me best relevant als je ziet hoe ongelooflijk gedetailleerd Van Eyck op de vierkante centimeter schilderde. Even een voorbeeld.


In de entreezaal van de expositie staat een metershoog scherm met daarop een deel van één van die gerestaureerde zijpanelen (middelste rij, 2e van links). Heel sterk uitvergroot dus. En die gigantische uitvergroting staat nog als een huis. Ongelooflijk!
Ik moest gelijk denken aan vriend, collega en fijnschilder Poen de Wijs. Die kon je best behoorlijk kippig noemen met zijn brillenglazen van min zeven. Als hij die bril omhoog schoof op zijn voorhoofd kon ie letterlijk met zijn neus op het doek de fijnste details schilderen. Zou dat bij Van Eyck ook hebben kunnen spelen? Maar dan rijst natuurlijk de vraag hoe 't dan in zijn tijd met brillen zat. Geen Specsavers of EyeWish om de hoek. Vergeet 't maar. En waarom wordt Van Eyck juist ook geroemd om zijn waarnemingsvermogen van de omgeving? Hij was de eerste in zijn tijd die gedetailleerde stadsgezichten als achtergrond voor zijn schilderijen gebruikte. Als Poen zijn sterke bijziendheidsbril niet op had, was de buitenwereld voor hem niet veel meer dan een vage brei aan beelden.
Nog een ander voorbeeldje. Van Eyck's formidabele Annunciatie, ook hangend op de expositie. Een werk van 90 bij 34 cm.
 
links de Annunciatie, rechts een tipje van de mantel van de engel
Gabriël dat over de vloer valt
 Kijk eens hoe ongelooflijk gedetailleerd en goed geschilderd zelfs zo'n klein stukje uit de mantel van de engel nog is. Dus hoe zat dat nou eigenlijk met die ogen van Van Eyck? Waren dat uitzonderlijke haviksogen of was hij stevig bijziend? En zo ja, hoe zat 't dan met de rudimentaire brillen in zijn tijd? En hoe kon hij dan scherp zien in de verte? Zou daar ooit wetenschappelijk onderzoek naar zijn gedaan? In mijn ogen best een interessante vraag.
Ook nog even de Heilge Barbara, mijn lievelingswerk van hem. Maar 32 bij 18 cm groot!! Zelfde verhaal dus.
links het schilderij van de Heilige Barbara, rechts een detail
Al met al een prachtige expositie, verspreid over vele zalen met heel veel werk van tijdgenoten van Jan van Eyck. Maar helaas, dicht, dicht, dicht! En of 't daar voor 30 april nog weer open gaat?
de grote zaal waarin een video draait over Het Lam Gods
 
een paar persfoto's zonder het vele publiek


Toch is er nog een lichtpuntje. Want op 24 september staat in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de opening gepland van ´Facing van Eyck-The Miracle of the Detail'. Daar sluit dan mooi een prachtige en heel informatieve nieuwe website bij aan http://closertovaneyck.kikirpa.be/. Met daarop alle werken van de gebroeders in een ongelooflijk hoge resolutie.
En dan nu op naar een vreemde Pasen. Zie bijvoorbeeld deze overbekende frescoschildering. Daar is iets mee.

Wat dan wel? Na Pasen de oplossing. En mocht je tijdens de Paasdagen nog wat losse uurtjes over hebben en de Hermitage, dat overweldigende museum in Sint Petersburg, nog nooit hebben gezien?

Neem dan de tijd voor deze meer dan vijf uur durende, in één take opgenomen video. Heel bijzonder! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 8 november 2016

De Russen zijn er!


de Peredvizhniki

't Kan verkeren. Was nog niet eens zo lang geleden de kreet "de Russen komen" reden tot het graven van diepe schuilkelders, nu hebben ze met groots onthaal Assen mogen innemen! Of om nauwkeuriger te zijn, het Drents Museum daar. 't Is me de bende wel, die Russen. Een groep van woest uitziend snorren en baardenvolk, de Peredvizhniki, de zwervers, de trekkers. Maar ach, 't zijn maar kunstenaars en dus niet gevaarlijk. Zeker ook omdat ze allemaal al lang dood zijn.
 
Drents Museum met halfondergrondse uitbreiding
Omdat ik naar het hoge Noorden moest om een beeld af te leveren, lag een bezoek aan dat Drents Museum eigenlijk wel voor de hand. Allereerst omdat ik de nieuwe, half ondergrondse uitbreiding van al weer vijf jaren geleden nog steeds niet had aanschouwd en daar best nieuwsgierig naar was. En ten tweede vanwege de expositie van dat eind 19de eeuwse snorren en baardenvolk. Een kunstenaarsgroep waarvan ook de beroemde Ilja Repin(1844-1930) deel uitmaakte. De schilder die in Nederland pas bekend werd door een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in 2002 in het Groninger Museum. Aan bezoekers toen geen gebrek. In totaal 250.000 en daar was ik niet bij. Dus kon ik nu die scha inhalen. Daar heb ik geen spijt van gekregen.


Die Peredvizhniki vormden rond 1870 een groep die het strenge regime van de Keizerlijke Kunstacademie in St.Petersburg wilde ontvluchten en meer kunstzinnige vrijheid wilde. Vrijheid om te schilderen zoals ze zelf wilden. Vrijheid om naast het Russisch landschap en de Russische cultuur ook het Russisch plattelandsleven te vereeuwigen. Dat gigantisch uitgestrekte platteland waar het grootste gedeelte van de bevolking leefde. In overwegend heel diepe armoe. Vrijheid ook om met hun schilderijen door het hele land te trekken en ver buiten Moskou en St.Petersburg de bevolking met kunst in aanraking te brengen. Vandaar die naam Peredvizhniki , de Zwervers. Schrijnende schilderijen zaten daarbij. Met als grote voorbeeld "De Wolgaslepers" van Ilya Repin uit 1873. Destijds in Groningen al het icoon van zijn solotentoonstelling en ook nu weer in de groepsexpositie.
 
De Wolgaslepers

detail

Figuurlijk en letterlijk een meeslepend schilderij. Met daarop een groep armoezaaiers in vreselijke lompen gehuld die een schip op de Wolga voorttrekken. Zogezegd het lompenproletariaat. Als je zoiets ziet, begrijp je direct dat uit een dergelijke maatschappij met een gigantisch verschil tussen arm en rijk een revolutie moet voortkomen. Daarom is het ook zo frappant dat dit werk werd aangekocht door de zoon van de tsaar die toevallig ook nog directeur was van de kunstacademie en die het werk zelfs uitleende voor buitenlandse tentoonstellingen. Hoe verdraaid kan je kijk op je eigen maatschappij zijn! Hoe werkt dat in het hoofd van zo'n man die volledig buiten de werkelijkheid van zijn eigen volk leeft?
In dat opzicht trof mij ook een werk uit 1905 van Valentin Serov(1865-1911), "Soldaatjes, stoere jongens, waar is jullie glorie nu?". 

Daarin geeft hij weer hoe een vreedzame demonstratie waarin het hongerige volk een petitie aan de tsaar wil afgeven, door het leger in een bloedbad wordt veranderd.
Werken dus die voor mij de revolutionaire omwenteling in Rusland verklaren.

Zo waren er meer van die eye openers. Wat te denken van onderstaande twee schilderijen "Na de nederlaag" en "Na de overwinning" van Vasily Vereshchagin(1842-1904) uit 1868?

Is er sinds die tijd veel veranderd in de wereld? Bij de linker moest ik gelijk denken aan de foto's uit de Abu Ghraip gevangenis in Irak die in 2004 de Westerse wereld schokten vanwege het gedrag van Amerikaanse soldaten. En bi j de rechter had ik direct de walgelijke beelden van onthoofdingen door IS voor ogen.

Ook hangt er werk dat voor mij eigenlijk best onder de noemer edelkitsch zou mogen worden geschaard als 't niet die harde werkelijkheid van destijds zou weergeven.



Want als je ouders allebei dood zijn, wat wacht er je dan als wees nog voor leven? Bovenal heel veel ellende. Eigenlijk vreselijk sentimentele schilderijen. Maar toch ook weer voorbodes van die revolutie.
Er is natuurlijk veel meer dan dit. Zoals voorlopers van het sociaal realisme dat onder het Sovjet bewind zo'n opgang maakte. Of enkele heel interessante landschapsschilderijen. Ook werken over sprookjes en geschiedenis die aangeven dat de Russische cultuur echt een heel andere is dan die van de Westerse wereld.





En nog één werk van Repin. Want hij springt er voor mij, vergeleken met de rest van zijn baardige medebroeders, toch echt wel uit.


Een stel dat langs de zee loopt die net aan het bevriezen is. Bijna magisch realistisch. Een aanrader, die Peredvizhniki tentoonstelling. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 24 juni 2014

Een onverwachte Von Holstein in Musée Picasso in Antibes


Mijn ouderlijk huis in Nuenen had een kleine serre. Daar zat ik vaak mijn middelbareschool-huiswerk te maken. Om die ruimte wat op te fleuren had ik er een paar plaatjes van schilderijen opgehangen. "Het straatje" van Vermeer en één met bootjes in een duidelijk méditerrane sfeer. Die plaatjes had ik gevonden tussen het oud papier dat mijn vader, een tuinder, kreeg van anderen om zijn groenten en fruit in te verpakken. Van wie die bootjes waren? Geen idee! Pas veel later, op de Academie, kwam ik er achter dat het werk was van Nicolas de Staël (1914-1955). Altijd hebben zijn schilderijen voor mij een grote aantrekkingskracht gehouden. Zeker die van de laatste jaren van zijn leven. Een leven waaraan hij in Antibes aan de Côte d'Azur zelf een einde maakte.
Musée Picasso in Antibes
Een speciale achternaam wel, de Staël. Maar die werd nog specialer toen een vriend, galeriehouder en kunstenaar in St.Paul de Vence, tegen me zei "Toos, weet jij dat die de Staël van achteren ook Von Holstein heet?". Dat was dus een volstrekte verrassing! Nicolas, geboren in het Russische Sint Petersburg, bleek als vader een baron Staël von Holstein te hebben. Een vader met een functie in het leger van de tsaar. Dat werd dus vluchten na de oktoberrevolutie van de bolsjewieken in 1917.
Kort samengevat had ik dus, zonder dat te weten, als beginnende puber die altijd al met tekenen en schilderen bezig was, een zelf gekozen plaatje voor mijn neus hangen van iemand met dezelfde achternaam. Nou ja, vooruit, bij mij met "van" en bij hem met "von". Over toeval gesproken! Maar nu de rest van de titel van deze aflevering.

Le concert van Nicolas de Staël
Een aantal weken geleden streek ik weer neer in Nice. Om in alle rust te kunnen werken in mijn atelier daar. Toen ik las dat er een grote expositie was van Nicolas de Staël in het Musée Picasso in Antibes sprak ’t vanzelf dat ik daar heen moest. Naar mijn beroemde naamgenoot die juist die naam nooit gebruikte. Nou is een reisje naar dat museum nooit een straf. Ooit was 't een prachtig oud kasteel van de familie Grimaldi. Inderdaad, die van Monaco. Nu dus een museum waar Picasso in 1946 eens twee maanden heeft gewerkt. Maar dat is een heel ander verhaal. Nu ging 't me om de Staël.


 Spijt heb ik er niet van gehad. Het draaide vooral om het werk uit zijn laatste vijf levensjaren. Met daarbij het geweldige "Le concert". Een doek van 3,5 bij 6 meter. Een ultiem, imposant werk! Verder, naast natuurlijk nog meer olieverven, veel studies en tekeningen van het vrouwelijk naakt. Opnieuw werd ik, na al die jaren met dat plaatje in mijn huiswerkserre, gepakt door zijn kunst. Jammer dat je officieel niet mocht fotograferen. Officieus heb ik dat natuurlijk toch gedaan.


Stap je, opgetild door de moderne kunst,  met vederlichte tred dat Musée Picasso uit, dan ligt direct daarnaast de middeleeuwse kerk van Antibes. Met daarbinnen dus een volstrekt andere wereld. Met bijvoorbeeld een religieus veelluik van Brea. Nooit van gehoord? Driewerf foei! Want in de 16de eeuw was aan de Côte d'Azur en in zeer verre omstreken tot aan Turijn en Genua toe, een Brea zelfs het zelfstandig naamwoord om een veelluik mee aan te duiden. Van welke kunstenaar dan ook. Maar ook dat is weer een heel ander verhaal. Tot volgende week.
middeleeuwse kerk naast het museum

TOOS