dinsdag 4 februari 2020

Konstighe Wereldwijven van Toen

in een museum ben ik altijd op zoek naar werk van
vrouwelijke kunstenaars

Eerst even een tamelijk afschrikwekkend citaat uit het politiereglement van Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). Voor alle duidelijkheid, uit 1444. 'Een man mach sijn wijf slaen ende steken, upsniden, splitten van beneden tot boven ende waermen zijn voeten in haer bloet'. Wel op voorwaarde dat ze bleef leven. Maar dat is natuurlijk vanzelfsprekend.
Dit komt uit het nieuwe boek 'Oefeningen in Genot. Liefde en lust in de late Middeleeuwen' van Herman Pleij. Misschien zeg je nu 'oh ja, die Pleij uit DWDD met zijn heerlijke, enthousiaste geschiedenisverhalen'. Ja, die dus.

Nog wat citaten, maar dan van begin 20e eeuw. Bij de invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht in 1919. 'Maar wat blijft er dan over van de huisvrouw, wier hooge plicht het is zich bezig te houden met dagelijksche dingen' (A.F. de Savornin Lohman, fractievoorzitter CHU). En 'Deze beweging die bedoelt is de vrouw minstens als gelijk met den man te stellen en, zoo mogelijk hooger, acht ik in strijd met Gods Woord' (E.J.Beumer, kamerlid ARP).
Er veranderde in de tussenliggende eeuwen dus best wel iets qua toonzetting. Maar kun je 't een echt fundamentele verandering noemen in het beeld over de vrouw bij deze mannen?

En toch zijn er zelfstandige vrouwelijke kunstenaars geweest in de tussenliggende eeuwen.  Ik schreef er een paar weken geleden al over en noemde i.v.m. de Gouden Eeuw Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck (lees hier maar). Dat moeten beslist dijken van wijven zijn geweest. Echte wereldwijven. Oké, je had wel dat bekende zaklantaarntje nodig, maar toch! Rond 1720 verscheen het bekende, drie delen tellende overzichtswerk 'De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen' van Arnold Houbraken. En die schreef, zoals de titel al aangeeft, de kunstvrouwen niet weg. Zoals later in de 19e en 20e eeuw wel is gebeurd. Je moet er echt naar zoeken tussen de vele honderden mannennamen, maar hoe dan ook, ze zijn er.

Dat daarbij wat haar op de vrouwentanden heel nuttig kon zijn, bewijst Judith Leyster (1609-1660). Absoluut een eigenzinnig en ondernemend typje. In Haarlem werd ze in 1633 als meesterschilder, en als enige vrouw, ingeschreven bij het gilde voor de kunstschilders, de vakbond van toen. Als ongetrouwde vrouw zelfs! Dat zegt wel iets over haar omdat je dan een eigen atelier moest hebben en leerlingen mocht aannemen.
links haar beroemde zelfportret rond 1630, rechts een recent
ontdekt zelfportret van rond 1650
Ze ging ook conflicten met mannelijke collega's niet uit de weg. Dat blijkt uit een juridisch akkefietje van haar met de beroemde Haarlemse schilder Frans Hals bij wie ze vermoedelijk zelf eerst nog in de leer was geweest. Een leerling uit haar atelier liep over naar Frans Hals terwijl Judith nog leergeld van hem te goed had. Dat pikte ze niet en dus stelde ze Hals daarvoor aansprakelijk. En ze won! Maar zelf kreeg ze weer een boete omdat ze die leerling, toen die bij haar kwam, niet bij het gilde had aangemeld. Want gilderegels waren er natuurlijk wel om nageleefd te worden.

Dat ze bij Frans Hals in de leer is geweest, staat niet voor 100% vast, maar wordt afgeleid uit de overeenkomsten tussen haar en zijn schilderijen. Beiden waren ze namelijk heel goed in de zogenaamde genrestukken, afbeeldingen uit het dagelijks leven. Een typisch Lage Landen genre dat heel populair was in de 17e eeuw en daarom door veel kunstenaars werd beoefend. Allemaal mannen. De enige uitzondering in Holland? Judith Leyster.
 
hier een aantal van die genreschilderijen,
'Vrolijk gezelschap', 1629
Twee kinderen met een poes, 1629

Een gelukkig koppel, 1630

1635

De laatste druppel, 1639

Dat is vermoedelijk ook, afgezien van haar vrouwzijn, een reden geweest om in de eeuwen daarna schilderijen van haar aan Hals toe te schrijven. Tja, onder die naam bracht een werk nu eenmaal veel meer op en hun stijl was gelijkwaardig. Wat natuurlijk wel weer iets zegt over haar kwaliteiten.
 
kwaliteiten die Judith Leyster ook toont in
 'muziekwerken' en portretten, zoals hier
in 'Serenade', 1629

jonge fluitspeler, rond 1635

meisje met luit, 1631

portret van man met baard

portret van een vrouw

Die lagen trouwens ook op het zakelijk vlak. Met haar man Jan Miense Molenaer, ook schilder,woonde ze op verschillende plekken waarbij zij hun woonhuizen kocht en zij hun kunsthandel bestierde. Tussendoor kreeg ze nog even vijf kinderen. 't Zou heel goed kunnen dat er daardoor van haar na 1640 maar weinig schilderijen bekend zijn. Nog steeds een bekend euvel trouwens voor veel vrouwelijke kunstenaars die kinderen krijgen en daardoor minder aandacht kunnen geven aan hun carrière. Maar 't zou natuurlijk ook heel goed kunnen dat er in de toekomst meer werken van haar worden ontdekt die nu nog aan anderen zijn toegeschreven. Een verschijnsel dat veel vrouwelijke kunstenaars is overkomen. Maar dat is weer een ander verhaal.
haar beroemde 'Het voorstel', 1631,
gefotografeerd
in het Mauritshuis
aquarel van een tulp, 1643
'Blompotje', 1654
En die andere konstighe wereldwijven als Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck? Die schuiven gewoon door naar een volgend blog. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 28 januari 2020

Geen Jeroen Pauw meer en toch "We gaan beginnen!"

atelier Toos van Holstein, Korendijk 56 Middelburg

We gaan beginnen!
Een heel enkele keer in het jaar is er in Middelburg zo'n zondag waarop je zonder al te veel gevaar in de straten dat bekende kanon kunt afschieten. Bijvoorbeeld de eerste zondag in januari. Ten minste, als dat niet toevallig Nieuwjaarsdag is.
Maar op de eerste zondag van februari? Niet doen! Want dan start traditioneel altijd die bekende maandelijkse Kunst en Cultuurroute Middelburg. Voor de rekenaars onder ons, daarna dus ook nog 10 keer dit jaar. Met andere woorden, op zaterdag 1 februari  geldt "We gaan beginnen". Om die bekende startzin van Jeroen Pauw maar eens te gebruiken.
Hè, zaterdag? Maar Toos, je schrijft toch 1e zondag? Klopt helemaal! Maar, zoals dat in het Duits zo fraai heet, 'jede Konsequenz führt zum Teufel'. Vandaar dat de kunstroute in februari, maar ook alleen dan, een heel weekeinde beslaat. Waarom? Lees verder.

Drie kunstvliegen in één KLAP
In mijn eeuwenoude pakhuis 'Holstein' aan de Korendijk 56 kun je dan zelfs drie kunstvliegen in één klap slaan. Want de aftrap van de kunstroute gebeurt met 'Zeeuwse Gasten'. Een themaparaplu waaronder, nu al voor het 5e achtereenvolgende jaar, kunstroute-deelnemers een Zeeuwse vakgenoot kunnen uitnodigen om mee te exposeren in haar of zijn atelier. Maar om dat nou alleen voor één zondagmiddag te doen? Dat zou toch een beetje te Zeeuws zûnig zijn. Vandaar dat weekeinde. Van 1 tot 5 uur op zowel zaterdag als zondag.
Voor dat aantrekkelijke Zeeuwse Gasten idee heb ik vanaf het begin open gestaan. Dus ook nu weer. Dit keer is Marijke Leertouwer mijn Gast. Zij tovert met oude stukken textiel  en zogenaamde objets trouvés, gevonden oude voorwerpen, heel verrassende assemblages te voorschijn.
werk van Marijke Leertouwer
 Zo heb je dan in mijn atelier al twee kunstvliegen in één klap. En die derde? Daarvoor moet je de trap op naar de eerste etage, mijn woongedeelte. Voor 'Rooms of Now #4'.

Rooms of Now #4
Ik schreef daar eind november al over in dit blog (lees hier maar).  Heel kort samengevat is dat een project in samenwerking met 'Vleeshal'. HET instituut voor de moderne kunst in Zeeland. Gevestigd in het prachtige middeleeuwse stadhuis aan de Markt en bekend tot ver over onze grenzen. Bij 'Rooms of Now'  wordt door een uitverkoren kunstenaar een ingreep in een Middelburgs woonhuis gedaan. Bij mij is dat een installatie met twee grote schermen waarop' Beautiful  Isle of Somewhere' van Inge Meijer wordt getoond. Een video van 15 minuten. Inge toont daarin op subtiele manier haar interpretatie van de kunstmatigheid van sommige toeristische namaakwerelden. Let wel, deze vierde editie van 'Rooms of Now' draait alleen op zondag 2 februari van 1 tot 5 uur. 

Allemaal welkom dus bij deze kunstdrieklapper in mijn pand en bij de vele andere adressen van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute Middelburg (https://kunstroutemiddelburg.nl/). En anders? Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 21 januari 2020

Heel oude helden, minder oude helden en ook nog striphelden Asterix en Obelix

beelden van Vercingetorix

Een paar jaar geleden stond ik in Clermont Ferrand plotseling oog in oog met een woest uitgedoste Galliër. Vercingetorix, naar bleek. Hij moest mij overigens wel schriftelijk worden voorgesteld via de bijbehorende museumtekst. Want deze vrijheidsstrijder voor Gallië, dat wat nu dus zo'n beetje Frankrijk is,  bleek al bijna tweeduizend jaar dood. Begin 2018 schreef ik al eens over hem omdat hij me duidelijk maakte waarom stripheld Asterix er uitziet zoals ie eruit ziet (lees hier maar). Alle strips over Asterix en metgezel Obelix heb ik in de loop der jaren gretig tot me genomen. Zalig! Dus als er een nieuwe verschijnt, moet ik die absoluut lezen.

 Daardoor werd ik recent opnieuw met Vercingetorix geconfronteerd omdat hij blijkbaar ook nog een dochter had. Althans, zo blijkt uit de natuurlijk altijd betrouwbare annalen van het nieuwste en 38ste Asterix stripboek, 'De dochter van de veldheer'. Waarin Adrenaline, de puberende dochter van de door Julius Ceasar verslagen en gedode Vercingetorix ten tonele wordt gevoerd. Of zij net zoals haar vader tot het nationale erfgoed van de Franse natie zal gaan behoren? Dat is maar helemaal  de vraag. Hoe dat zit?

In dat museum in Clermont Ferrand stond en hing een hele kunstverzameling Vercingetorixen. Alles 19e eeuws. De tijd dat in Europa allerlei regio's aaneen groeiden tot natiestaten. Denk maar aan Duitsland en Italië. Maar daarvoor moesten ook nationale helden gecreëerd worden. Iets met saamhorigheid, horen bij een land, nationalisme, identiteit. Niks nieuws onder de zon zou je bijna kunnen denken. Denk ook maar eens aan Rembrandt. Heeft die niet in opdracht voor het nieuwe Amsterdamse stadhuis, nu het Paleis op de Dam, 'De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis' geschilderd? Onze eigen Claudius die, net als Vercingetorix, in opstand kwam tegen de Romeinen. De parallel met de Tachtigjarige Oorlog is snel getrokken.
 
Rembrandt, 'De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis'
Logisch dus dat Claudius terugkwam in de 19e eeuw toen het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden wel weer wat nationale helden kon gebruiken na het verlies van België in 1831.
 
Barend Wijnveld, 1835, Claudius Civilis spoort
de Batavieren tot opstand aan
Nog meer voorbeelden uit die heldenverzameling? Ene Jan van Schaffelaar die in 1482 van de Barneveldse toren sprong om zijn manschappen te redden. Of Kenau Simonsdochter Hasselaer die kokende pek over de Spanjaarden goot vanaf de Haarlemse stadswallen. Of die Jan 'dan maar liever de lucht in' van Speijk. Of het feitelijk allemaal klopte? Geen kniesoor zijn. Als 'we' ons maar met die iconen konden identificeren om daar onze Nederlandse identiteit aan te ontlenen.
 litho van A.F.Zürcher, 2e helft 19e eeuw
 
 Johannes Hindrikus Egenberger, Frans Hals Museum, Kenau
 Hasselaar op de wallen van Haarlem
Jacobus Schoenmaker Doyer, Jan van Speyk 
Asterix en Obelix zal dat niet meer overkomen, maar Vercingetorix kon in die 19e eeuw  ook mooi gebruikt worden als trots der Franse natie. Hij had eerst toch maar mooi Julius Ceasar verslagen bij Gergovia. Wel jammer natuurlijk dat hij bij Alesia alsnog het onderspit moest delven en als krijgsgevangene naar Rome werd afgevoerd.

En nu komt dus ineens zijn dochter te voorschijn in de nieuwste Asterix-strip. Met nog meer jeugd. Zoals Gambix, zoon van de vishandelaar, zijn schattige kleine broertje Scampix met een vergiet als helm, Selfix als zoon van de smid, zoon Ludwikamadeus van de Romeinse generaal Pipappus en Pacifix die zijn boot vol bloemen schildert. Alleen die namen al!



En dan natuurlijk die altijd weer heerlijke, kleine tekengrappen.


Charles Aznavour als piraat 'Laaaa bohêêême ' zingend terwijl zijn dronken medepiraten uit volle borst het oh zo bekende drinklied aanheffen uit de beroemde opera La Traviata van Verdi.


Ludwikamadeus die niet alleen in Gotische letters spreekt maar er ook in trommelt.


Het steeds terugkerend 'pok' geluid als de twee begeleiders van Adrenaline, Monolitix en Kalorinix, weer eens per ongeluk met de geweien op hun helmen tegen elkaar aanrammen.

 En natuurlijk Obelix's  trouwe hondje Idéfix. Altijd ergens in de tekeningen terug te vinden. Dat maakt die strips zo heerlijk om te lezen en te bekijken. Ook kunst! Eigenlijk zou onze eigen hedendaagse Willemsorde-held Marco Kroon ook eens in die strip moeten voorkomen. De Romeinen omver waterend bijvoorbeeld. Maar ja, Marco kennen ze in Frankrijk waarschijnlijk niet. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 14 januari 2020

Mannelijk Chauvinisme en Vrouwen in de Kunst

National Museum of Women in Arts, Washington

In Washington gebeuren ook best wel goeie dingen. Want naast die 'grab them by the pussy' president met zijn dikke-vinger-tweets vind je min of meer om de hoek bij het Witte Huis sinds 1987 het National Museum of Women in the Arts. Zo zie je dat God toch best wel een beetje straft. Net dit weekeinde sloot daar  de expositie 'Women Artists of the Dutch Golden Age'. Over vrouwelijke kunstenaars dus in onze 'eigen' Gouden Eeuw. Die overigens in het Amsterdams Museum sinds kort niet meer zo mag heten vanwege doorgeslagen politieke correctheid. Maar dat weten ze dus in Amerika blijkbaar nog niet.

zelfportret van Judith Leyster
 Hadden we in de Gouden Eeuw dan ook bekende vrouwelijke kunstenaars buiten Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Vermeer en nog zo wat beroemde schilders? Ja, natuurlijk hadden we die. Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, om er maar een paar te noemen. 
Maar ja, ze werden in de kunstgeschiedenis heel gewoontjes weggeschreven. Door mannen, om te beginnen in de 19e eeuw. Als gevolg van bijvoorbeeld de Verlichtings-filosoof  Immanuel Kant (1724-1804) die, een beetje voor zich uit filosoferend, stelde dat alleen mannen een genie konden zijn omdat de vrouw te weinig controle zou hebben over haar emoties. En zo wist die andere beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) ook zeker dat vrouwen over te weinig passie zouden beschikken. Laten dat nou net een paar interessante eigenschappen zijn die in de 19e eeuw aan het geromantiseerde, mythische en geniale kunstenaarschap werden toegeschreven.
mogelijk een zelfportret van Clara Peeters
zelfportret van Maria van  Oosterwijck
 Gevolg? Vrouwen exit in boeken over de kunstwereld. Zoals in twee heel belangrijke 20ste eeuwse kunstbijbels waarin geen vrouw voorkomt. The Story of Art (1950) van kunstpaus en kunsthistoricus Ernst Gombrich. En Janson's History of Art (1962) dat bij elke academiedocent op het nachtkastje lag. Vrouwen? Nada, niente! Kun je nagaan hoeveel nog steeds in de kunstwereld functionerende leraren en academici zijn opgevoed zonder ook maar enige kennis over vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Judith Leyster, portret van een vrouw
 Maar het tij keert. Vooral omdat in de USA begin jaren 70 vorige eeuw de feministische beweging zich met die kunstgeschiedenis begon te bemoeien. Heel langzaam aan is het besef gegroeid dat er iets goed mis was in die door mannen geschreven historie. Met als gevolg dat er nu de laatste paar jaar ineens de ene na de andere grote expositie over juist die volstrekt genegeerde kunsthoek wordt gelanceerd. Je zou 't een soort MeToo-beweging kunnen noemen maar dan met vergeten, verwaarloosde en ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars.
Ga maar na. Het oude, beroemde Prado Museum in Madrid toont, let wel, al hun tweede expositie over vrouwen. Maar daar hebben ze dan wel tweehonderd jaar voor nodig gehad.  Onderwerp zijn Sofonisba Anguissola en Lavinia Fontana, kunstenaars over wie ik een poosje geleden al eens schreef (lees maar hier). In datzelfde stukje viel ook de naam van Artemisia Gentileschi, mijn eigen rockstar uit de kunstgeschiedenis. Laat die nu in april een grote overzichtstentoonstelling krijgen in The National Gallery in Londen. En wat doet het Centraal Museum in Utrecht binnenkort? Daar komt een tentoonstelling over surrealisme met, quote, 'voor het eerst veel ruimte voor vrouwelijke surrealisten als Leonora Carrington en Leonor Fini'. Zoals gezegd, het tij keert: de kunstgeschiedenis wordt terecht herschreven.
 
ArtemisiaGentileschi, schilderij waarin ze zichzelf heeft
afgebeeld als de heilige Catharina, te zien in Londen
werk van Leonore Fini
Daarom wordt 't eigenlijk best wel tijd dat het Rijksmuseum of Mauritshuis die tentoonstelling van ver weg in Washington als voorbeeld nemen. 't Is toch eigenlijk van de gekke dat je in Nederland met een zaklantarentje moet zoeken naar werk van onder anderen die Judith Leijster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck. Alleen als je heel goed oplet, zie je er wel eens wat van hangen.
 
stilleven van Clara Peeters, foto gemaakt in het Mauritshuis
bloemstilleven van Rachel Ruysch, uitleen van
het Mauritshuis aan het Rijksmuseum voor de
expositie Rembrandt-Velazquez
schilderij van Judith Leyster, gefotografeerd in
het Mauritshuis
Een goeie reden dus om er zelf zo af en toe maar eens wat blogs over die vrouwen tegenaan te gooien. Leve de Gouden Eeuw en de vrouwelijke kunstenaars van toen! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 7 januari 2020

'The 70-Series on Tour': volgende stop Eersel

Domein Oogenlust met daarin Galerie Persoon, Eersel (bij  Eindhoven)

Je hebt dit jaar de, vermoedelijk, Final Tour van de Rolling Stones en vanzelfsprekend ook de Tour de France. Maar daarnaast ook nog 'The 70-Series Tour' waarvoor ondergetekende verantwoordelijk is. Die Tour begon afgelopen oktober met als startplaats Galerie Peter Leen XL in Breukelen. Maar snelt nu voort in Nederland met als volgende stop Galerie Persoon in Eersel, gevestigd in Domein Oogenlust. En later dit jaar nog weer in andere etappeplaatsen.

Even de herinnering opfrissen. Afgelopen jaar was ik heel toevallig weer eens jarig en 't leek me leuk om naar aanleiding daarvan een reeks schilderijtjes te maken die ik, om verder niet interessante redenen, 'The 70-series' noemde. Bestaande uit 35 olieverfschilderijen van 20-20 cm en 35 mixed media werken op alu-dibond van 25 bij 25 cm.
 
deel van 'The 70-Series' in Galerie Peter Leen XL

Ik mag rustig stellen dat de expositie 'The 70-Series and More' daar in Breukelen een groot succes was. Maar elk voordeel heb z'n nadeel, om groot-filosoof Cruijf maar eens te parafraseren. Want afspraken in andere etappeplaatsen stonden al vast. En 70 is ten slotte 70 en moet voorlopig ook gewoon 70 blijven. Dus dat werd echt flink schilderen de afgelopen paar maanden om die serie weer compleet te krijgen. Dat ik van mijn passie mijn beroep heb kunnen maken en me altijd heel gelukkig voel in mijn atelier kun je dan rustig een voordeel noemen. Maar een nadeel bij die kleine schilderijtjes is dan weer dat ik ze niet op mijn ezel kan zetten maar ze horizontaal moet leggen om er overheen gebogen op te kunnen schilderen. Waardoor aan het einde van de dag mijn rug regelmatig van 'au' deed en mijn nekgewrichten wat minder flexibel waren. Maar voor de kunst moet je wat over hebben, nietwaar?
werkend aan de vernieuwde 'The 70-Series'

Het resultaat is binnenkort te bekijken in die al genoemde Galerie Persoon in Eersel. Misschien zijn er nu lezers die zeggen 'hé, ik ken wel Galerie Hans Persoon, maar Galerie Persoon?'. Klopt helemaal. Ik heb daar al diverse tentoonstellingen gehad, maar toen bij Hans en Jacqueline Persoon, lang geleden de oprichters van de galerie.
 
opening van mijn vorige expositie bij, toen nog, Galerie Hans Persoon

Noor in, nu, Galerie Persoon

Vorig jaar echter werd hun kunstscepter overgenomen door Noor van de Ven. Van beroep edelsmid, van leeftijd nog jong en van inzet 'ik ga er helemaal voor'. Nou, de omstandigheden daarvoor zouden beslist slechter kunnen zijn.
Want de galerie maakt onderdeel uit van het Domein Oogenlust (Hees 4d, Eersel). Een volkomen terechte naam. Loop er binnen en je kijkt je ogen uit vanwege alle lust daar. Bloemen, planten, natuurlijke creaties, keramiek, glaswerk, dat alles in de prachtigste combinaties. Overal in Oogenlust worden je zintuigen zeer prettig geprikkeld. Voor mij geldt dat in ieder geval elke keer weer. Want telkens zijn er nieuwe opstellingen te bewonderen. Net zoals dus in de galerie met nu mijn volgende editie van 'The 70-Series and More'.
 
een deel van 'Oogenlust'

Op zaterdag 18 januari kunnen we er vanaf 15 uur met z'n allen het glas heffen op die nieuwe expositie tijdens de Nieuwjaarsreceptie van de galerie. Maar vanaf dinsdag 14 januari is de tentoonstelling al te bekijken. Tot 22 februari trouwens, op alle dagen van 10-17.30 uur behalve op zondag en maandag.

Wie weet dus tot zaterdag de 18e. Welkom, welkom! En sowieso tot volgende week.
TOOS