dinsdag 28 februari 2017

Nog meer Birmees blinkend bladgoud

Al dat blinkend bladgoud in Birma/Myanmar, zie vorige week, triggerde mijn kunstenaarshart natuurlijk wel. Ik moest dat beslist weer eens gaan gebruiken.  Dus schafte ik een boekje bladgoud aan in die werkplaats in Mandalay waar dat drietal tanige Birmese mannetjes hun bladgoudrap uitvoerden(zie op YouTube https://youtu.be/iQqs9nlKS5g). 

de drie bladgoudslagers, zie video vorige week
Dat hadden ze wel verdiend, vond ik. En 9000 Myanmarese kyat, iets meer dan zes euro, voor een boekje met tien blaadjes kon me ook de kop niet kosten. Zes euro maar, zul je misschien zeggen? Voor goud? Maar bedenk dan wel dat zo'n bijna 24-karaats blaadje ongelooflijk dun is. Iets van 0,0001 mm. Je moet er dus 10.000 op elkaar leggen om tot een dikte van 1 mm te komen. Bagage overgewicht op de terugreis? Daardoor dus in ieder geval niet.

Phaung Daw Oo Pagode
 En 't had nog goedkoper gekund. De altijd nieuwsgierige levensgezel liep een aantal dagen later op zijn blote voetjes door de Phaung Daw Oo Pagode bij het Inle Lake. Want dat hoort zo, schoenen of sandalen en niet te vergeten sokken altijd uit. Ik had daar op dat moment even geen zin meer in. Weer die schoenen uit? Nee, laat maar. In die tempel kon ook geplakt worden. Op vijf heilige Boeddhabeelden zelfs. Daarvoor wilde hij zijn voeten nog wel een keertje extra ontbloten. Want die vijf waren ooit door een kantelende boot bij de jaarlijkse processie over het meer onder water verdwenen. Grote paniek natuurlijk. Zeker omdat er uiteindelijk maar vier konden worden terug gevonden. Die vijfde? Nergens te bekennen. Dat bleek achteraf ook uitermate logisch. Want dat beeld had uit zichzelf de weg naar de pagode terug gevonden en stond al weer pontificaal te stralen op zijn eigen plekkie toen de menigte verdrietige gelovigen de overgebleven vier maar kwamen terugbrengen.
de beelden in de pagode
Hoe die beelden er vroeger hebben uitgezien, is niet meer te achterhalen. De Boeddhavormen zijn bolvormen geworden. Door alle aangebrachte bladgoud dat je in het bijbehorende stalletje in de tempel kunt kopen. En waar levensgezel door zijn nieuwsgierig gevraag er verdorie achter kwam dat vijf blaadjes daar maar 3000 Kyat kostten. Of ie bij tien blaadjes een kwantumkorting kon krijgen? Nee, daar deden ze niet aan. Dus kwam hij op z'n blote pootjes de tempeltrap af naar mij toe met de vraag "zal ik nog maar wat kopen?". Ja, dat moest ie maar. Want ik kon 't natuurlijk niet hebben dat ik me in Mandalay voor twee euro had laten neppen.

Als je bedenkt dat de vorm van die beelden niet meer is te achterhalen, besef je ook hoe ongelooflijk veel van die ontzettend dunne bladgoudblaadjes er overheen moeten zitten. En dat in een arm land als Myanmar. Bladgoud is zogezegd een gouden handel daar. Ook bij de zogenaamde Gouden Rots, een ander groot Boeddhistisch heiligdom in Myanmar. 
de Gouden Rots
Rijen dik stonden ze er, devote en tot plakken bereidde mannen, proberend invloed uit te oefenen op de kwaliteit van hun volgende wedergeboorte.

Bij die Gouden Rots hoort ook weer zo'n prachtig verhaal. Ooit kreeg een heremiet als beloning van Boeddha een van zijn haren. Die schonk hij weer aan een koning met de vraag die als relikwie te bewaren in een nog te zoeken rots met de vorm van zijn hoofd. Ergens diep onder water vonden ze die, hesen de rots in een bootje en plaatsten het gevaarte met behulp van magische krachten op 1100 meter hoogte op de plek waar die nu wordt aanbeden. Waarbij het schijnbaar wankele evenwicht in stand wordt gehouden met die haar van Boeddha. Zelfs bij aardbevingen in de afgelopen eeuwen. Ook is de ongetwijfeld houten boot waarmee de rots werd vervoerd nog te vinden op een paar honderd meter afstand. Nu wel versteend trouwens. Geloof doet wonderen. Jezus liep ten slotte ook over water, kon water in wijn veranderen en brood vermenigvuldigen. En vergeet ook niet de miljoenen christelijke creationisten die er heilig van overtuigd zijn dat je de bijbel letterlijk moet nemen en dat de aarde nog geen 10.000 jaar geleden geschapen is.

Hoe dan ook, het hele terrein rond die Gouden Rots is niet alleen een verblijfplaats voor veel Boeddhabeelden geworden maar ook een plek voor een familiedagje uit. Eerst met verplichte, lekker doorscheurende speciale open bussen slingerend omhoog vanuit het dal en daarna je installeren met de volle picknickmandjes en de meegenomen kleedjes tegen het stof op de grond en de zon boven je hoofd. Wel natuurlijk op blote voetjes. Echt prachtig om mee te maken.




En die bladgoudboekjes? Die komen vast nog wel eens ter sprake als ik ze in een schilderij ga verwerken. Waarbij het gebruik op zich alleen al een kunst is. Bij de geringste ademtocht begint zo'n blaadje al gretig te wapperen. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 21 februari 2017

De bladgoudrap in Birma



Beatrice, olieverf  160 cm-90 cm
Af en toe gebruik ik wel eens bladgoud in een schilderij. Zoals bijvoorbeeld in onderstaande "Beatrice", een werk dat ergens in een Westlandse huiskamer letterlijk hangt te schitteren. Want dat doet 't, dat bladgoud. Bij mijn zeer recente verblijf in Myanmar, het land dat vroeger Birma heette maar uit politieke overwegingen die nieuwe naam kreeg van het militair dictatoriale regiem, moest ik daar heel vaak aan denken. Er is namelijk geen ontkomen aan, aan bladgoud daar. Of aan het goedkopere alternatief, goudverf. Of aan het nog goedkopere alternatief, dun metaal met goudkleur. Overal verwerkt in de bij volle zon prachtig oplichtende ontelbare boeddhistische tempels. En in de nog veel ontelbaardere goudgekleurde Boeddha's. Sommige zelfs lagen dik beplakt met die flinterdunne velletjes bladgoud door de vele gelovige Boeddhisten. Ter verering van de Boeddha zelf natuurlijk maar ook voor hun eigen verheffing. Wel alleen voorbehouden aan de mannen, dat plakken. Want vrouwen mogen dat natuurlijk weer niet. Een ernstig minpuntje voor het Boeddhisme in Myanmar.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben dus een aantal weken op reis geweest in Myanmar. Het land dat de laatste jaren probeert onder leiding van Aung San Suu Kyi de gevolgen van de decennia lange dictatuur van een verstikkend militair regime van zich af te schudden. Ondanks haar frêle gestalte is Aung een dijk van een wijf. Niet voor niets kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede. En, ook niet te vergeten, in 2006 in Middelburg de Roosevelt Freedom for Fear Award. Maar dat zijn allemaal andere verhalen.
 
Schwedagonpagode
Als er in Myanmar iets opvalt in het landschap en in de steden zijn 't wel die goudkleurige tempelkoepels. Overal staan ze het felle zonlicht te weerkaatsen. En veel zon is er. Elke dag weer in het droge seizoen. Hooguit af en toe wat mist in de bergen, maar verder zon, zon en nog eens zon. Heerlijk. Gelijk al op de eerste dag in hoofdstad Yangon. Vroeger, in mijn Bosatlas op school, gewoon Rangoon geheten. Maar ja, ook weer die militairen. In dat Yangon dus staat de Schwedagonpagode. De grootste tempel van het land en ook een van de grootste Boeddha heiligdommen. Er zouden zich in die pagode, ergens en onzichtbaar, namelijk wat haren bevinden van de laatste Boeddha en relikwieën van de drie aan hem voorafgaande Boeddha's. Waren er dan vier Boeddha's? Ja natuurlijk, wist je dat dan niet? Maar over die drie eerste moet je niet al te veel vragen stellen, die waren er gewoon. Een parallel met al die relikwieën van onze vele katholieke heiligen is vanzelfsprekend snel getrokken.
Schwedagonpagode


Zo'n belangrijke pagode mag je dan ook wel met  50.000 kilo bladgoud beplakken. Ik heb 't niet nagewogen. Kun je je voorstellen dat je daar af en toe even staat te knipperen met de ogen? Een en al bladgoud en goudverf wat de boeddhistische klok slaat. Daar is mijn "Beatrice" niks maar dan ook helemaal niks bij.
Mahamuni Pagode

 Dan zie je ook dat bladgoud door de lichtreflecties veel meer leeft dan goudverf. Dat was heel goed waar te nemen in Mandalay waar zich ook zo'n belangrijk heiligdom bevindt. De Mahamuni Pagode. De ruimten daar rond de centrale Boeddha zijn voor een groot deel bedekt met bladgoud. Met als gevolg een prachtige ambiance van voortdurend veranderende goudkleurschakeringen door het steeds anders invallende licht. 

Die Mahamuni Boeddha is trouwens een verhaal apart. Volgens de overlevering is het een van de vijf beelden die in de 6de eeuw v.C. naar het uiterlijk van de toen nog levende Boeddha zouden zijn gemaakt. Waarheid? In ieder geval wordt ie nu elke dag wat dikker door alle bladgoud dat op hem wordt geplakt. Want al is dat heel erg dun, als je eeuwenlang doorgaat met plakken heeft 't toch effect. Zelfs wanneer, zoals hierboven al gememoreerd, alleen mannen dat mogen doen. De vrouwen hebben hun bladgoud maar aan hun man of een mannelijke bewaker af te geven. Tja, geloofstradities! In welke godsdienst vind je dat soort dingen niet.
Mahamuni Boeddha


In Mandalay maakte ik ook mee hoe dat bladgoud vroeger werd gemaakt. Zie en hoor bijgaand filmpje.

De indruk werd gewekt dat dit in Birma nog steeds zo gebeurt, maar daarbij heb ik grote twijfel. Want alleen in die ene werkplaats heb ik dat zo meegemaakt, daarna niet meer. Echt ongelooflijk, dat gehamer daar. Eerst wordt een al dun, ingeklemd goudblaadje nog veel dunner gemept. Dat daardoor groter geworden blad wordt in stukken geknipt die elk opnieuw op dezelfde manier worden bewerkt. Uren en uren lang. Door van die tanige mannetjes die van geen Nederlandse Arbo-wetten weten. En voorgeschreven rusttijden? Wat is dat? Arbeidsloon? Vast heel minimaal. Maar ritmisch is 't wel. Je zou er zo een bladgoudrap bij kunnen maken. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 14 februari 2017

De schoonheid van architectonisch verval

Teotihuacan, marouflé, 50 cm-70 cm
Nog even en mijn gedurende de laatste weken zeer beperkte internetuitzicht breidt zich weer uit tot de gebruikelijke verre verten. Volgende week bevind ik mij weer boven de internetradarhorizon. Waar ik heb ondergedoken gezeten? Dat komt wel. Nu eerst nog een al eerder klaar gezet stukje. Over de schoonheid van verval. Naast muziek, poorten en Venetië één van die zaken waardoor ik mij altijd al heb laten inspireren.


City afternoon, olieverf, 110 cm-120 cm

Hidden culture, olieverf, 60 cm-90 cm
Porta di Pisa, olieverf, 70 cm-50 cm
 Want zeg nu zelf, een afbladderende muur met allerlei door elkaar heen schimmerende, verschillend gekleurde lagen stucwerk, is dat niet schilderachtig prachtig? Of verbrokkelende muren en ruïne- achtige resten van oude, al lang vervallen en onbewoonde steden, ooit gebouwd door nu verdwenen beschavingen? Daar kan ik volop van genieten. Ter plekke kijkend, horend en voelend, maar ook in stilte werkend in mijn atelier in Middelburg of in Nice. Op het doek met paletmes op mijn eigen karakteristieke manier die lagen van zo'n afbladderende muur weer opnieuw te voorschijn toveren, die schoonheid van het architectonische verval proberen weer te geven, een nieuwe oude wereld creëren met olieverf, dat is heerlijk. Tot volgende week.

TOOS  

dinsdag 7 februari 2017

Nog even Venetië, maar dan heel anders

Toos van Holstein, Venezia, olieverf 130 cm-100 cm

Nog even en ik kom weer langzaam boven de internethorizon. Maar nu nog niet. Vandaar ook deze keer nog  een al weken geleden klaar gezet blog. Een soortement vervolg op de Venetië-aflevering van vorige week.



Kunst veroorzaakt kronkelwegen die volstrekt onverwacht kunnen zijn. Want ik had nooit kunnen bedenken dat ik eind vorig jaar op een zondag in de Sint-Antoniuskerk in Edegem zou zitten. Een plaats iets ten Zuidoosten van Antwerpen waar die zondagmiddag het koor Sin'al Fine en het muziekensemble Tamburini vocale en instrumentale renaissancemuziek ten gehore brachten. Met boven hen hoog hangend in het kerkkoor de print van mijn schilderij "Venezia".

Een aantal maanden voor hun concert kreeg ik een mailtje van Sin'al Fine. Op mijn website www.toosvanholstein.nl hadden ze dat "Venezia" ontdekt. En of ze die afbeelding mochten gebruiken bij hun 20-jarig jubileumconcert. Venetië was in de baroktijd ten slotte een heel belangrijke stad met bijvoorbeeld componist Vivaldi bovenaan de toenmalige hitlijsten. Nou, dat mocht. Maar dan wilde ik wel graag een paar toegangskaarten voor hun concert ontvangen. Geen probleem.


En zo zat ik daar die zondagmiddag als eregast. Met een toegangsbewijs in handen waarop dat "Venezia", met een programmaboekje waarop dat "Venezia", vlak bij een grote poster met daarop "Venezia" en met die grote print op alu-dibond hoog voor mij in de kerk. En met een heerlijk concert van een voor amateurs heel hoog niveau. Zijn dat geen heerlijk kunstige kronkelwegen? Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 31 januari 2017

Venetië, mijn Droomstad

Riva, olieverf 100 cm-90 cm

Ik verkeer al een paar weken onder de internetradarhorizon en dat zal ook nog een paar weken zo blijven. Dat komt wel eens meer voor, dan ben ik er dus gewoon even niet. Maar trouwe lezers hebben 't al gemerkt, ik laat ze niet in de steek. Hier dus nog weer zo'n van te voren klaar gezette aflevering. Iets korter en iets anders van karakter dan normaal. Dit keer over Venetië.
 
La dolce far niente, 100 cm-120 cm

Bij mijn eerste bezoek aan La Serenissima, de meest serene,  was ik gelijk verliefd op die stad. En u, heel veel jaren later, is dat nog steeds zo. Elke keer als ik er terugkom zuig ik de stad weer opnieuw in me op, elke keer is weer fascinerend. Dit oneven jaar 2017 gaat dat ook weer gebeuren. Want in de oneven jaren is er altijd de Biënnale. Een kunstgebeurtenis die ik eigenlijk niet mag missen en die altijd een goed excuus is om weer naar Venetië te gaan. Om weer te kunnen zien hoe dicht schoonheid en verval bij elkaar liggen. Om weer te verdwalen in tegen het water doodlopende steegjes. Om 's avonds te dwalen door de volkswijken als de horden dagjesmensen zijn verdwenen. Om ergens rond vijven op een terras plaats te nemen met een spritz in de hand. Aan een plein zonder auto's en brommers want die heb je niet in Venetië. Of op een kade waar de vaporetto's, de openbare waterbussen,  en de vele vrachtbootjes en watertaxi's voorbij komen.
 
Campo, olieverf 80 cm-70 cm
Ricercatore, olieverf 80 cm-70 cm
Mezzobuio, olieverf 80 cm-90 cm
Nebbia a Venezia, olieverf  65 cm-45 cm
Ik heb in de loop der jaren heel wat Venetiëschilderijen gemaakt. Elke Venetiaan zal daarin La Serenissima herkennen maar de weergegeven plekken nooit kunnen vinden. Die bestaan namelijk alleen in mijn gedroomde Venetië, het Venetië dat al schilderend in mijn atelier langzaam op het doek te voorschijn komt.
Nog heel lang hoop ik terug te kunnen komen naar één van de mooiste steden van de wereld. Zo niet de mooiste! Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 24 januari 2017

Muziek

Ik ben voor wat weken onder de internetradarhorizon verdwenen. Dat gebeurt wel eens meer, maar mijn lezers laat ik natuurlijk niet in de steek. Vandaar dus van te voren klaar gezette wekelijkse afleveringen. Maar wel wat korter en iets anders van karakter.
 
Toos van Holstein, Musica, olieverf 80 cm-160 cm
Is de poort één van de terugkerende thema's in mijn schilderijen, muziek is dat ook. Beide, poorten en muziek, zijn voor mijn gevoel universeel. Want waar ik ook kwam, er zijn poorten en er is muziek. Bij de mariachi op het grote plein in Mexico Stad en bij de muzikant met zijn bluesgevoel in de Vlissingse kroeg. Bij de gitarist die improviserend in de Heineken Music Hall de sterren van de hemel rockt en bij het strak gedirigeerde symfonieorkest in het Amsterdamse Concertgebouw. 
Toos van Holstein, Your own world, olieverf 80 cm-80 cm

Bij de ouwe mannenband op een pleintje in Cuba en bij het ouwe mannenorkest ergens in China met die zo andere klank dan Westerse oren gewend zijn. Bij de Franse saxofonist die vanwege de galm onder een arcade zijn melancholieke geluid laat horen en bij het Vlaamse amateurkoor dat met vuur barokmuziek doet herleven. Overal hoorde en zag ik muziek in allerlei soorten.
Toos van Holstein, Cantare, olieverf 90 cm-120 cm
Toos van Holstein, Fortissimo, olieverf 130 cm-100 cm

 Dat schilder ik graag. Waarbij ik probeer dat horen en zien te combineren in een geluidloos schilderij dat toch moet vibreren van de klank. Mee ook omdat ik in mijn jongere jaren regelmatig back stage verkeerde. Bij het schilderen betrapte ik me er dan ook op dat ik in mijn muziekschilderijen van vroeger vaak een rockband van achter het podium weergaf. Terwijl dat tegenwoordig meer van voren gebeurt. Maar hoe dan ook, die muziek zal terug blijven keren in mijn werk. Van tijd tot tijd "moet er een muziekschilderij uit". Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 17 januari 2017

Poorten

Ik verdwijn voor een viertal weken onder de internetradarhorizon. Dat gebeurt vaker, maar zoals gewoonlijk laat ik mijn lezers daarbij niet in de steek. Dus verschijnt er toch elke week een aflevering die ik van te voren heb klaar gezet. Maar noodgedwongen wat korter en anders van karakter. Laat je verrassen.
 
Toos van Holstein, Zocalo, olieverf 90 cm-120 cm
Regelmatig hoor ik bij mijn werk de opmerking "oh, Toos van Holstein, die met de poorten". Op zich klopt dat. Want poorten komen regelmatig voor op mijn schilderijen. Zij het op maar een beperkt gedeelte ervan. Maar zoals dat voor mij ook het geval is, laat een poort blijkbaar sterke indrukken achter bij velen. Die poort is dan ook een archetype, een sterk symbool voor het bestaan van de mens.


Toos van Holstein, Dame blanche, olieverf 70 cm-50 cm
 Ga maar na. Al duizenden jaren komt ze in allerlei architectonische vormen voor bij allerlei culturen verspreid over de hele aarde. Maar is 't ook niet een poort die ons bij de geboorte toegang geeft tot het leven? En krijgen mensen met een bijna doodservaring niet vaak een beeld van een tunnel met aan het eind een opening, een poort met heel veel licht erachter?
Daagt ook de fysieke poort de van nature nieuwsgierige mens niet uit om er doorheen te gaan en nieuwe gebieden, nieuwe verten aan de andere kant te ontdekken? Maar symboliseert ze juist ook niet het omgekeerde? De geborgenheid van de thuiskomst? Na een korte of lange reis, na een dag werken of na een avontuurlijke periode?
Te gelijkertijd kun je die poort zien als afweermiddel tegen het onbekende,  tegen gevaar. Dan doen we 'm dicht uit angst of als afweer tegen de vijand. Je zou kunnen zeggen dat daardoor die poort tegenwoordig ook weer een sterk symbolische functie heeft. Hoe doen we 't met de poort naar Europa? Open of dicht?
 
Toos van Holstein, Harmony, olieverf 80 cm-120 cm
Voor mij heeft de poort dus een veelvormige symbolische betekenis. Daarbij vind ik 't gewoon een heerlijke vorm om van tijd tot tijd op het doek te zetten. Maar dat lukt me alleen als ik mijn poort openzet, er in gedachten of in werkelijkheid op uit ga om de uitingen van andere culturen te absorberen en te verwerken in die schilderijen. Ik denk dan ook dat ik nog lang niet klaar ben met het weergeven van de poort in al haar variaties en alle mogelijke contexten. Mijn slogan is ten slotte niet voor niets "for me art is travelling the mind". Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 10 januari 2017

Tinguely, spelen als kunst

Jean Tinguely

Als je alle interessante tentoonstellingen van dit moment in Nederland wilt zien, moet je kilometers gaan vreten en de tank van je auto zeker een paar keer volgooien. Tenzij je een fervent aanhanger bent van het openbaar vervoer. Maar ook dan blijven die kilometers er. Ga maar na. Alma-Tadema in Leeuwarden en Russische schilders in Assen. Over beide schreef ik al eens. Of Rodin in Groningen, De Lairesse in Enschede en "Het Vleiend Penseel van Caesar van Everdingen" in Alkmaar. Of toch maar liever de "Hollandse Meesters uit Boedapest" in Haarlem, Hercules Segers in het Rijksmuseum en Daubigny in het Van Gogh? Niet te vergeten trouwens de renaissanceschilder Fra Bartolomeo in het Rotterdamse Boymans Van Beuningen en "Hollanders in Huis" uit de Britse koninklijke collectie in het Haagse Mauritshuis. Hoezo keuzestress? Alleen bij het op een rijtje zetten hiervan krijg ik al de bibbers.
Maar één expositie heb ik hier bewust nog overgeslagen. Die wilde ik echt absoluut zien! De overzichtstentoonstelling "Machinespektakel" van Zwitser Jean Tinguely (1925-1991) in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Hieronder al vast een klein YouTube filmpje dat ik ervan maakte.




Voor die Tinguely kan ik echt bewondering opbrengen. Hoe die in de jaren 60 en 70 de kunstwereld letterlijk maar ook figuurlijk in beweging zette met zijn kinetische kunst, in één woord magnifiek.
Probeer 't maar eens. Van schroot, tandraderen, motortjes en gewoon ouwe rotzooi  allerlei bewegende gekkigheid zodanig in elkaar lassen, schroeven en timmeren dat iedereen er gefascineerd naar blijft kijken. Want dat deed ie. Gewoon lekker ludiek spelen met spullen uit de oudijzerhandel.


nooit zomaar ouwe rotzooi weggooien

machine waarmee je zelf kunst kunt maken op papier
Al ruim voor de ludieke tijden van onze Nederlandse Provobeweging aanbraken en voordat de hippiebeweging op gang kwam. Heel goed de tijgeest aanvoelend zoals bleek uit populaire exposities in het Stedelijk in 1961 (Bewogen Beweging) en 62 (Dylaby). Ook ruim voordat de Beatles in 1964 hun eerste en enige optreden in Nederland in Blokker hadden. En voordat de Rolling Stones in datzelfde jaar zorgden voor een in een mum van tijd verbouwd Kurhaus in Scheveningen.
Heerlijk toch dat je als kunstenaar zo de tijdgeest kunt aanvoelen? Door met volstrekt idiote, zinloos bewegende machientjes al die toekomstige maatschappelijke veranderingen op een prettig gestoorde manier van te voren symboliseren. Ten minste, zo zie ik 't.



In het Stedelijk is in "Machinespektakel"zijn hele ontwikkeling vanaf eind jaren 50 mooi te volgen. Van klein naar steeds groter en ingewikkelder. Van zomaar naar meer symbolische lading. Van roestig schroot naar zwart geschilderde installaties. Want dat vond Tinguely na verloop van tijd toch chiquer. En daarin kan ik hem alleen maar gelijk geven.
Mooi ook dat zijn levensgezellin Niki de Saint Phalle (1930-2002) in de tentoonstelling goed aan bod komt. 
Tinguely met Niki de Saint Phalle
door Niki beschilderde kop
 De kunstenaar van de zogenaamde vaak meer dan levensgrote Nana's. Opgeblazen vrouwenfiguren die nu over de hele wereld zijn terug te vinden. Maar ook de kunstenaar die, voordat ze daarmee begon, al heel wat experimenten achter de rug had. Zoals haar schietschilderijen. Schietschilderijen? Ja, inderdaad. Maar dat is weer een ander verhaal dat nog wel eens ter sprake zal komen. Want ze heeft veel van haar kunst geschonken aan het Mamac, het museum voor de moderne kunst in Nice. En zoals je weet, verkeer ik daar nog wel eens.

Terug naar Tinguely. Want er moet bij die expositie toch nog wel een negatieve noot geplaatst worden. Er heerst namelijk in de Tinguely-zalen veel te vaak een serene rust. Waar is dat bijbehorende schuren en piepen, knarsen en kraken van zijn installaties? Dat is er dus meestal niet. Want het grootste deel van de tijd staat alles stil. Te oud, te fragiel, te versleten. 't Mag allemaal niet meer te veel bewegen. Dan zou  er namelijk tegen het eind van de tentoonstelling in maart geen tentoonstelling meer over zijn. Dan zou alles als een vorm van recycling weer op één grote schroothoop kunnen worden gegooid. 

tekening van Tinguely

deel uit de installatie Mengele-Totentanz, 1986


Alleen eens in de zoveel tijd begint er iets te bewegen. En dan moet je er ook snel bij zijn. Want tegen de tijd dat je met gezwinde pas  vanuit zo'n stille zaal in die ineens schurende en piepende ruimte aankomt, kan alles daar al weer zijn stil gevallen. Dat is echt jammer. Want zo heeft Tinguely het natuurlijk nooit bedoeld. Maar elk nadeel hep ze voordeel. Zo moet je gewoon veel geduld opbrengen tot de volgende bewegingscyclus begint en kun je alles rustig laten bezinken. Ook een onthaastingstentoonstelling dus. Maar gelukkig kon ik toch nog het nodige filmen waarvan het filmpje bovenaan getuigt. Een uitgebreidere documentaire over deze expositie van Tinguely? Klik dan op de volgende link http://bit.ly/2iTwQEg . Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 3 januari 2017

Van Briljant naar Blijmoedig


Van Briljant in 2016 naar Blijmoedig in 2017. Dat karakteriseert voor mij deze jaarwisseling. In 2016 was ik ten slotte Nederlands Briljanten Kunstenaar. Daar heb ik met feestelijke exposities volop van genoten. Genoeg reden dus om tevreden 2016 te verlaten en via de poort die ons scheidt van 2017 blijmoedig dat nieuwe jaar tegemoet te treden. Want dat vind ik zo mooi aan de poort als symbool. Wat zit erachter, welke vergezichten openen zich, welke verrassingen wachten daar?

Wat er van 2017 ook komt, ik vind dat we in één van de beste landen van de wereld leven. Ondanks de natuurlijk altijd voorkomende menselijke en maatschappelijke tekortkomingen. Maar met een positieve instelling van ons allen en met alle beschikbare aanwezige talenten is het oplossen daarvan beslist mogelijk.
Met mijn kunst hoop ik in de toekomst dat positieve en blijmoedige gevoel te kunnen blijven overbrengen. Ik wens een ieder hierbij een goed, kunstzinnig en vooral Blijmoedig 2017 toe.

Toos van Holstein.