dinsdag 28 maart 2017

Niet te versmaden, de Kunst en Cultuurroute en 't 800-jarige Middelburg

 800 Jaar geleden kreeg Middelburg stadsrechten. Best reden tot een feestje! En aan die 800 jaar stadsgeschiedenis doet de Middelburgse Kunst en Cultuurroute toch maar mooi al voor bijna het 1/40ste deel mee. Wij, d.w.z. bestuur, vrijwilligers, deelnemende kunstenaars en galerieën worden dit jaar namelijk 18. Wettelijk volwassen zogezegd. Ook de moeite waard toch?  Dus Toos, zo zei laatst iemand tegen me, moet jij als Middelburgse Brabander niet eens iets in je blog vermelden over die 18 en 800 jaar en al die 1ste zondagen van de maand? Ja, eigenlijk wel. Bij deze dus.

Daar zijn trouwens best nog een paar redenen meer voor op te noemen. De eerste? Komende zondag 2 april is er een muzikaal extraatje bij de Kunst en Cultuurroute. Het jaarlijks terugkerende thema "Van Klassiek tot Populair".
Normaal is er dan op allerlei routelocaties allerhande muziek te beluisteren van opkomende en al gevestigde muzikanten. Ook bij mij. Door organisatorische wisselingen kon het thema dit jaar echter niet zo uit de muzikale verf komen als gewoonlijk het geval is. Vandaar een kleiner aanbod aan optredens. Met wel weer een in mijn atelier. De hele middag door.  Van een duo dat twee jaar geleden ook al optrad en graag terug wilde komen. "Die akoestiek is zo lekker en 't was zo gezellig" volgens zangeres Anoushka Koppelaar en gitarist Huibert-Jan Vader.
 
Anoushka Koppelaar en Huibert-jan Vader in 2015 in mijn atelier
Dat hadden diverse muziekgroepen voor hen ook al geconstateerd. Ik heb er heel wat gehad in de loop der jaren(zie foto's). Zoals de frêle zangeres met harp en speeldoosje als instrumenten, de jazzy groep, de nu landelijk bekende klezmerband, het klassiek ensemble met die expressieve saxofoniste. 




En niet te vergeten een band met een gigantische hoeveelheid geluidsapparatuur waarvan ze uiteindelijk maar een derde konden installeren omdat ze anders zelf buiten moesten blijven staan. Mijn atelier is best groot maar 't is natuurlijk geen Ziggo Dome. Hoe dan ook, 't spetterde die middag wel, luid hoorbaar tot ver op de Korendijk.

Meer weten over dit thema "Van Klassiek tot Populair"? Dan naar site van de kunstroute www.kunstroutemiddelburg.nl.

Maar ik had 't over een paar redenen. De tweede dus. Op 7 mei is Middelburg weer Boekenstad. Ooit begonnen als een van de thema's van de kunstroute en nu uitgegroeid tot de grootste boekenmarkt van Zuid-West Nederland. Met naast de openluchtmarkt heel veel routedeelnemers die "iets met boeken" doen. Ook ik. Want maakte ik afgelopen jaar voor elke laureaat van de bekende "Four Freedoms Awards" niet een uniek boek als toevoeging aan hun medaille? Een Engelstalig boek met uitspraken van vorige winnaars zoals Nelson Mandela, alle geïllustreerd met originele tekeningen. Nu onder anderen in bezit bij Angela Merkel en onze eigen Willem-Alexander.
 
aan het werk voor mijn bijdrage aan de Four Freedoms Awards
En heb ik ook niet nieuwe Franstalige uitgaven van de Ilias en de Odyssee van Homerus voorzien van steendrukken? Om 't nog maar niet te hebben over litho's bij de levensbeschrijvingen van onze eigen Sint Nicolaas en degene die zorgde voor mijn eerste voornaam, de heilige Catharina van Alexandrië. Vergeet daarbij ook niet de IJslandse sagen in de Edda en de Italiaanse Divina Commedia van Dante. Genoeg dus om op 7 mei in mijn atelier flink aandacht te geven aan al die kunstboeken. Met de bijbehorende steendrukken, zeefdrukken en tekeningen.
 
aan het werk in de steendrukpers
diverse boekuitgaven met bijbehorende steendrukken

Oh ja, en dan nog die 800 jaar stadsrechten van Middelburg. Bij de zogenaamde city marketing heet 't "Rotterdam Bruist", "Er gaat niets boven Groningen", "Den Haag mooie stad achter de duinen", maar reken maar dat we in Middelburg ook van wanten weten. Kijk maar op https://middelburg800.com/agenda. Je kunt je dit jaar helemaal te pletter amuseren met alle festiviteiten. Zodra die met kunst hebben te maken is er een heel dikke kans dat ik daar op terugkom. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 21 maart 2017

Blauw, blau, bleu, blue

 Toon Hermans zong 't heel lang geleden al, "Mediterranee, zo blauw, zo blauw". Want niet voor niks heet de Côte d'Azur zoals die heet. Dus als ik, zoals nu, in Nice verblijf, zijn associaties met blauw niet echt vreemd. Zeker niet als ik aan de voet van de Promenade des Anglais op het Blue Beach strandterras het prachtige lenteweer tot me neem. Met zicht op kilometers azuurblauw water voor me en kilometers blauwe lucht boven me. En met naast me ook nog een blauwe parasol.
Daardoor dacht ik ineens aan het nieuwe pigment blauw dat een paar jaar geleden bij toeval door chemici werd gemaakt terwijl ze op zoek waren naar heel iets anders. Toen volgde logischerwijs de associatie met Yves Klein en zat ik een poos later in het Mamac. Toch maar even uitleggen, denk ik.

Ultramarijn is een lievelingskleur van me. Zie ik ergens iets met die kleur, dan word ik er als door een magneet heen getrokken. Dus toen ik op een of andere kunstsite het bericht over dat nieuwe blauw zag, had dat direct mijn hele aandacht. YInMn blue dus,er stond niet bij hoe je dat moet uitspreken. Onlangs gepatenteerd en nu in de handel verkrijgbaar. Blijkbaar een heel duurzaam en gifvrij blauw pigment dat prima als vervanger van het ouderwetse ultramarijn kan dienen. Maar tot mijn stomme verbazing stond nergens in dat uitgebreide artikel ook maar iets over IKB, het International Klein Blue. Duidelijk een geval van te weinig cultuurhistorische kennis of besef. Want als 't gaat over de kleur blauw in combinatie met patenten hoor je dat als kunstjournalist gewoon te weten en te vermelden. Ziedaar dus die Yves Klein (1928-1963) uit mijn associatiereeks. Zelfs geboren en getogen in Nice. Een echte Niçois dus, met ook nog een echte kunstenaarsgeest.
 
Yves Klein
Klein was bezeten van het idee een ultramarijn pigment te ontwikkelen dat al het andere blauw zou verslaan. Iets dat hem in samenwerking met een chemicus ook lukte. Het zogenaamde International Klein Blue kwam ter wereld. In 1960 kregen ze zelfs een Frans patent op het technische productieproces. Je moet het in werkelijkheid zien om te beseffen hoe je er ins Blaue hinein in kunt verzinken, in kunt worden gezogen. 
Vénus bleue, gebaseerd op de beroemde Venus in het Louvre

Dat diepgloeiende blauw wordt blijkbaar veroorzaakt door het samenspel van weerkaatsend licht met het aan een heel specifiek bindmiddel gebonden pigmentpoeder. Overigens doet die wetenschappelijke verklaring niks af aan de magie van het IKB.
 
Victoire de Samothrace bleue, gebaseerd op het beroemde Samothrace beeld in het Louvre
Dat ultramarijn zorgde voor Yves Klein's wereldwijde doorbraak. En dat echt niet alleen vanwege alle schilderijen, beelden en installaties van hem in die kleur. Want er waren eind jaren vijftig ook nog  zijn happenings met het IKB in o.a. Parijs. Toen the place to be voor kunstenaars. Neem maar rustig aan dat die bijeenkomsten volop de publiciteit haalden. Welgeschapen naakte vrouwelijke modellen, besmeurd met dikke lagen van zijn blauwe verf, wentelden zich over of drukten zich tegen nog onbeschilderd canvas of papier. Of werden er overheen gesleurd. Dat alles onder muzikale begeleiding van een klassiek strijkje.
happening
schilderingen ontstaan bij zo'n happening

Kijk ook maar eens op YouTube bij https://youtu.be/gj9nHa7FtQQ .
Succes verzekerd natuurlijk. Zeker in die tijd toen normen en waarden langzaam aan het verschuiven waren naar de definitieve omslag in de jaren 60. Hé, normen en waarden die veranderen? Heb ik daarover de laatste tijd niet heel wat gezien, gelezen en gehoord? Nog nieuws onder de zon? Dat valt dus wel mee!

Maar als je in Nice aan Yves Klein denkt, komt ook gelijk het Mamac als associatie aanzetten. Het grote en bekende gemeentelijk museum voor moderne kunst. Voor bewoners van Nice altijd gratis toegankelijk met een speciale pas. Net zoals veel andere musea in de stad. En vanwege mijn atelier/appartement hier heb ik zo'n pas. Die ik meestal ook gewoon op zak heb want niet vooruit geplande museumvisites zijn per definitie onverwacht.
Van Niçois Yves Klein bezit het Mamac natuurlijk een groot kunstlegaat. Op de bovenste etages, met regelmatig wisselende keuzes uit de vaste museumcollectie, is altijd wel werk van hem te zien. Dit keer had ik ook nog mazzel. Een geheel monochrome IKB zaal! 
Yves Klein zaal in Mamac, Nice

Ik heb me er volledig gelaafd aan dat opzuigende ultramarijn voordat ik met verlichte schreden weer richting atelier ging. Waar blauwe associaties al niet toe leiden!Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 14 maart 2017

Toos en Tefaf te gelijkertijd in Maastricht

Terwijl Myanmar nog steeds bezig is zich te settelen op een comfortabele plek ergens in mijn hersencellen, heeft de dagelijkse gang van kunstzaken zich natuurlijk ook weer hervat. In feite speelde dat al in 't verre Myanmar. Want waar heb je tegenwoordig geen wifi? Oké, misschien niet midden in de Sahara of in de Marianentrog tienduizend meter onder de zeespiegel. Maar verder? Ook in Myanmar schrijdt, of beter gezegd holt, de internetontwikkeling voort. Over globalisering gesproken! Of zouden de antiglobalisten dit wereldwijde internet ook willen afschaffen? 't Is maar een vraag. Die globalisering betekent natuurlijk niet dat wifi in Myanmar altijd even goed werkt. Soms vulde de hotellobby zich met langdurige zuchten en steunen van een significant deel van de reisgenoten. Wat we tegenwoordig bijna als "dat hoort er gewoon bij" beschouwen, werkte dan niet helemaal jofel. Helemaal niet dus of tergend langzaam. Maar hoe dan ook, af en toe kwamen er toch digitale rooksignalen door vanuit het thuisland. Zoals voor mij een mailtje uit Maastricht. Of ik zin had in een expositie in de Onze Lieve Vrouwe Galerie daar.
 
met mijn auto bij de Onze Lieve Vrouwe Galerie
Nu heb ik in Mestreech jarenlang samengewerkt met galerie Tracé. Maar ja, een probleem voor kunstenaars is dat hun houdbaarheidsdatum vaak flink veel verder ligt dan die van de galerieën waarmee ze samenwerken. Kijk, ik ga gewoon lekker door met schilderen zolang dat kan. Bij galerieën ligt dat om allerlei verklaarbare redenen anders. Dus een aantal jaren geleden was Tracé passé. En weg dus mijn vertegenwoordiging in Limburg. Tot in Myanmar dat mailtje via een wel werkend wifinetwerk tot mij kwam. Hé, Maastricht? Het Onze Lieve Vrouweplein? Da's een toplocatie in het oude centrum. Met de indrukwekkende romaanse Onze Lieve Vrouwebasiliek en de zeer vele terrassen waar het goed toeven is. Dan maar gelijk eens kijken op hun website. Wat? Tonen ze daar werk van Nico Molenkamp? Toen was ik eigenlijk al verkocht!
 
het Onze Lieve Vrouweplein met de basiliek en de terrassen
Want Nico Molenkamp is voor mij aan de Kunstacademie in Tilburg een heel belangrijk en maatgevend docent geweest. Samen met Ru van Rossem. Beiden al een aantal jaren dood, beiden kunsticonen in het Brabantse en beiden met werk dat ik altijd heb bewonderd. Wat me van hen, naast hun vakmanschap, zo raakte was dat ze me mijn eigen schilderswereld lieten behouden. Want tegen de toen heersende kunsttrend in wilde ik niet aan de pure abstractie. Er sloop bij mij onvermijdelijk altijd iets figuratiefs in. Ik kon er niks aan doen, 't moest gewoon, die figuratieve pop-ups. Net zoals trouwens in het eigen werk van Nico en Ru. Maar die waren al wel veel ouder.
galeriste Monique Thelen met mijn werk en een schilderij van Molenkamp op de achtergrond
deel van mijn werk in de galerie

 En nu zou ik zomaar kunnen exposeren in een galerie waar ook nog werk van mijn oude leermeester hing. Te gek! En wat bleek bij terugkomst uit Myanmar toen ik telefoneerde met galeriste Monique Thelen? De opening was gepland op 9 maart. Niet zomaar een datum, maar de openingsdag van de TEFAF, the European Fine Art Fair. De dag dus dat van over de hele wereld kunstverzamelaars met diamanten creditcards, museumdirecteuren met goedgevulde aankoopfondsen, kunstbezielde curatoren, kunsthandelaren in het dure segment , directeuren van wereldwijd werkende veilinghuizen en ook nog een paar gewone mensen met toch wel een paar losse centen op zak zich in Maastricht verzamelen. Want deze kunst en antiekbeurs is een van de meest prestigieuze ter wereld.

Logisch dat allerlei aan kunst en horeca gelieerde zaken in en wijd rondom Maastricht daarvan een graantje willen meepikken. Ook de Onze Lieve Vrouwe Galerie dus (www.olvrouwegalerie.nl). Maar waar die TEFAF tien dagen duurt, loopt mijn tentoonstelling veel langer door. Tot Pinksteren namelijk. In een prachtig nostalgisch pand waar mijn schilderijen heel goed tot hun recht komen.
Terwijl ik dit alles zit te overpeinzen en te schrijven in mijn kunstcocon in Nice, waar ik recent ben neergestreken, komt ineens het volgende bij me op. Stel nou eens hypothetisch dat er een kunstenaarshemel is. Zou Nico Molenkamp daar dan, verkerend tussen al die andere kunstenaars, een goedkeurend knikje voor mij over hebben? Zo in de trant van "goed gedaan meissie"? Dat zou toch wel heel mooi zijn. Misschien dat ik toch nog maar een kaarsje moet gaan branden in de kapel van de basiliek. Baat dat niet, dan helpt 't in ieder geval toch mee om een prachtige ambiance in stand te houden. 
kapel bij de basiliek

Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 7 maart 2017

De kunstpracht van Baganese megalomanie

Bagan

"For me art is travelling the mind" is al heel lang mijn kunstenaarsmotto. Er wordt ten slotte heel wat afgereisd in mijn hersenen. Zowel geestelijk als natuurkundig. Denk maar aan alle miljoenen elektrische pulsjes die door de verbindingskanalen tussen onze hersencelletjes heen en weer schieten. Maar al die reisactiviteit laat ik ook graag voeden door het fysieke reizen. Naar vaak verre bestemmingen en andere culturen. Daar zijn in de afgelopen decennia heel wat schilderijen uit voort gekomen. Met als inspiratiebronnen o.a.  het oude Egypte, de prachtige leemarchitectuur in Jemen, de Mayatempels in Midden-Amerika, het moderne New York en het middeleeuwse Venetië. Om maar een paar dwarsstraten te noemen. 
Uxmal
City
Riva

Daarbij zit het intrigerende Angkor Wat van Cambodja nog steeds onder mijn hersenpan te wroeten en heeft recentelijk Cuba al tastbare resultaten opgeleverd in mijn atelier. En nu is daar ook nog Bagan bijgekomen.



 Bagan, een gebied van vele vierkante kilometers in Myanmar waar van de 11de t/m de 13de eeuw een machtige dynastie van koningen het grote rijk van Pagan tot bloei bracht en zich ook architectonisch helemaal uitleefde. In steeds rijker, versierder, groter, hoger. Het gevolg? Een ongelooflijk uitgebreid complex aan kleine en grote Boeddhistische tempels, pagodes en kloosters. Met destijds nog de prachtigste kunstzinnige versieringen. Hoe we dat weten? Door musea in Europa! Want kunst roven, zowel door de koloniale machten als in opdracht van particulieren, was in de 19de en begin 20ste eeuw ook tot een hogere kunst verheven.

Maar meer dan tweeduizend van die bouwsels hebben gelukkig de tand des tijds min of meer doorstaan.  In een gebied dat er nu ongetwijfeld heel anders uitziet dan al die eeuwen geleden. Want de huizen van hout en bamboe van de tienduizenden, zo niet honderdduizenden bewoners van toen zijn weggerot. Of in as en rook opgegaan bij van die grote, alles vernietigende stadsbranden zoals er in de Middeleeuwen in Europa ook vele zijn geweest. Of ingestort bij de aardschokken in dit aardbevingsgevoelige gebied. Daardoor staan nu alleen nog de stenen tempels en pagodes overeind. Alhoewel,overeind? Er wordt heel wat gerestaureerd sinds recente aardbevingen. En nu ook eindelijk goed.




Het dictatoriale militaire regime heeft namelijk bij voorgaande restauraties flink aan zitten klooien. Ongekwalificeerde krachten, slechte materialen, verkeerde plannen, foute planning. En niet te vergeten ook eigen verrijking eerst. Zoals bij die volstrekt belachelijke hoteltoren die een invloedrijkmilitair met zeer weinig gevoel voor ambiance in het historisch gebied, sorry voor het woordgebruik, neer pleurde. 
foutje!

De vergunning ervoor, zo al nodig, was voor zo'n figuur natuurlijk een eitje. Maar nu moet dat vreselijke ding gelukkig verdwijnen. Vanwege de toekomstige benoeming van dit hele gebied tot Unesco World Heritage. Maar daarvoor stelt de Unesco wel strenge voorwaarden. Zoals goede restauratie door gekwalificeerde mensen met de juiste en mogelijk nog oorspronkelijke materialen. En dus ook de afbraak van die toren. Ik ben benieuwd. Want de financieel zeer machtige militaire clan van Myanmar heeft nog overal heel dikke vingers in heel veel papjes. Mar dat is een ander verhaal.  


Cultuur-historisch gezien is 't overigens volkomen terecht als Bagan op die Unesco World Heritage lijst komt. Natuurlijk is het megalomaan wat daar is gebouwd. Want wat voegt een 21ste grote tempel aan de voorgaande twintig toe? En die 2017-de pagode? Was die nou echt nog nodig? Of nog weer een klooster voor nog meer Boeddhistische monniken? Maar macht in combinatie met rijkdom leidt nogal eens tot grootheidswaanzin. Unieke voorbeelden te over, zowel tegenwoordig als toen. Wel vaak met als gevolg het op gang brengen van onvoorspelbare en onbeheersbare processen. Zodat zo'n machtig rijk als dat van Pagan ineens zijn ondergang tegemoet gaat. De rijksspaarpot raakt leeg door te grote uitgaven aan dat buitenissige bouwen. De uitdijende Boeddhistische clerus slorpt een te groot deel op van wat we nu het bruto nationaal product noemen. Leiders in onderworpen gebieden aan de grenzen van het rijk ruiken hun eigen kansen op macht en aanzien. En tot overmaat van ramp komen vanuit het noorden de woeste Mongoolse horden van Kublai Khan aangedenderd. Een lastige combinatie. Einde dus van het grote koninkrijk van Pagan. Maar niet het einde van de stenen nalatenschap op de huidige vlakte van Bagan. 






Daar kunnen we nog steeds van genieten. Zo heeft de megalomanie van destijds toch een bouwkundige wonder voortgebracht dat de eeuwen kon doorstaan. Maar eens afwachten hoe dat met die protserige Trump Tower in New York gaat. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 28 februari 2017

Nog meer Birmees blinkend bladgoud

Al dat blinkend bladgoud in Birma/Myanmar, zie vorige week, triggerde mijn kunstenaarshart natuurlijk wel. Ik moest dat beslist weer eens gaan gebruiken.  Dus schafte ik een boekje bladgoud aan in die werkplaats in Mandalay waar dat drietal tanige Birmese mannetjes hun bladgoudrap uitvoerden(zie op YouTube https://youtu.be/iQqs9nlKS5g). 

de drie bladgoudslagers, zie video vorige week
Dat hadden ze wel verdiend, vond ik. En 9000 Myanmarese kyat, iets meer dan zes euro, voor een boekje met tien blaadjes kon me ook de kop niet kosten. Zes euro maar, zul je misschien zeggen? Voor goud? Maar bedenk dan wel dat zo'n bijna 24-karaats blaadje ongelooflijk dun is. Iets van 0,0001 mm. Je moet er dus 10.000 op elkaar leggen om tot een dikte van 1 mm te komen. Bagage overgewicht op de terugreis? Daardoor dus in ieder geval niet.

Phaung Daw Oo Pagode
 En 't had nog goedkoper gekund. De altijd nieuwsgierige levensgezel liep een aantal dagen later op zijn blote voetjes door de Phaung Daw Oo Pagode bij het Inle Lake. Want dat hoort zo, schoenen of sandalen en niet te vergeten sokken altijd uit. Ik had daar op dat moment even geen zin meer in. Weer die schoenen uit? Nee, laat maar. In die tempel kon ook geplakt worden. Op vijf heilige Boeddhabeelden zelfs. Daarvoor wilde hij zijn voeten nog wel een keertje extra ontbloten. Want die vijf waren ooit door een kantelende boot bij de jaarlijkse processie over het meer onder water verdwenen. Grote paniek natuurlijk. Zeker omdat er uiteindelijk maar vier konden worden terug gevonden. Die vijfde? Nergens te bekennen. Dat bleek achteraf ook uitermate logisch. Want dat beeld had uit zichzelf de weg naar de pagode terug gevonden en stond al weer pontificaal te stralen op zijn eigen plekkie toen de menigte verdrietige gelovigen de overgebleven vier maar kwamen terugbrengen.
de beelden in de pagode
Hoe die beelden er vroeger hebben uitgezien, is niet meer te achterhalen. De Boeddhavormen zijn bolvormen geworden. Door alle aangebrachte bladgoud dat je in het bijbehorende stalletje in de tempel kunt kopen. En waar levensgezel door zijn nieuwsgierig gevraag er verdorie achter kwam dat vijf blaadjes daar maar 3000 Kyat kostten. Of ie bij tien blaadjes een kwantumkorting kon krijgen? Nee, daar deden ze niet aan. Dus kwam hij op z'n blote pootjes de tempeltrap af naar mij toe met de vraag "zal ik nog maar wat kopen?". Ja, dat moest ie maar. Want ik kon 't natuurlijk niet hebben dat ik me in Mandalay voor twee euro had laten neppen.

Als je bedenkt dat de vorm van die beelden niet meer is te achterhalen, besef je ook hoe ongelooflijk veel van die ontzettend dunne bladgoudblaadjes er overheen moeten zitten. En dat in een arm land als Myanmar. Bladgoud is zogezegd een gouden handel daar. Ook bij de zogenaamde Gouden Rots, een ander groot Boeddhistisch heiligdom in Myanmar. 
de Gouden Rots
Rijen dik stonden ze er, devote en tot plakken bereidde mannen, proberend invloed uit te oefenen op de kwaliteit van hun volgende wedergeboorte.

Bij die Gouden Rots hoort ook weer zo'n prachtig verhaal. Ooit kreeg een heremiet als beloning van Boeddha een van zijn haren. Die schonk hij weer aan een koning met de vraag die als relikwie te bewaren in een nog te zoeken rots met de vorm van zijn hoofd. Ergens diep onder water vonden ze die, hesen de rots in een bootje en plaatsten het gevaarte met behulp van magische krachten op 1100 meter hoogte op de plek waar die nu wordt aanbeden. Waarbij het schijnbaar wankele evenwicht in stand wordt gehouden met die haar van Boeddha. Zelfs bij aardbevingen in de afgelopen eeuwen. Ook is de ongetwijfeld houten boot waarmee de rots werd vervoerd nog te vinden op een paar honderd meter afstand. Nu wel versteend trouwens. Geloof doet wonderen. Jezus liep ten slotte ook over water, kon water in wijn veranderen en brood vermenigvuldigen. En vergeet ook niet de miljoenen christelijke creationisten die er heilig van overtuigd zijn dat je de bijbel letterlijk moet nemen en dat de aarde nog geen 10.000 jaar geleden geschapen is.

Hoe dan ook, het hele terrein rond die Gouden Rots is niet alleen een verblijfplaats voor veel Boeddhabeelden geworden maar ook een plek voor een familiedagje uit. Eerst met verplichte, lekker doorscheurende speciale open bussen slingerend omhoog vanuit het dal en daarna je installeren met de volle picknickmandjes en de meegenomen kleedjes tegen het stof op de grond en de zon boven je hoofd. Wel natuurlijk op blote voetjes. Echt prachtig om mee te maken.




En die bladgoudboekjes? Die komen vast nog wel eens ter sprake als ik ze in een schilderij ga verwerken. Waarbij het gebruik op zich alleen al een kunst is. Bij de geringste ademtocht begint zo'n blaadje al gretig te wapperen. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 21 februari 2017

De bladgoudrap in Birma



Beatrice, olieverf  160 cm-90 cm
Af en toe gebruik ik wel eens bladgoud in een schilderij. Zoals bijvoorbeeld in onderstaande "Beatrice", een werk dat ergens in een Westlandse huiskamer letterlijk hangt te schitteren. Want dat doet 't, dat bladgoud. Bij mijn zeer recente verblijf in Myanmar, het land dat vroeger Birma heette maar uit politieke overwegingen die nieuwe naam kreeg van het militair dictatoriale regiem, moest ik daar heel vaak aan denken. Er is namelijk geen ontkomen aan, aan bladgoud daar. Of aan het goedkopere alternatief, goudverf. Of aan het nog goedkopere alternatief, dun metaal met goudkleur. Overal verwerkt in de bij volle zon prachtig oplichtende ontelbare boeddhistische tempels. En in de nog veel ontelbaardere goudgekleurde Boeddha's. Sommige zelfs lagen dik beplakt met die flinterdunne velletjes bladgoud door de vele gelovige Boeddhisten. Ter verering van de Boeddha zelf natuurlijk maar ook voor hun eigen verheffing. Wel alleen voorbehouden aan de mannen, dat plakken. Want vrouwen mogen dat natuurlijk weer niet. Een ernstig minpuntje voor het Boeddhisme in Myanmar.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben dus een aantal weken op reis geweest in Myanmar. Het land dat de laatste jaren probeert onder leiding van Aung San Suu Kyi de gevolgen van de decennia lange dictatuur van een verstikkend militair regime van zich af te schudden. Ondanks haar frêle gestalte is Aung een dijk van een wijf. Niet voor niets kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede. En, ook niet te vergeten, in 2006 in Middelburg de Roosevelt Freedom for Fear Award. Maar dat zijn allemaal andere verhalen.
 
Schwedagonpagode
Als er in Myanmar iets opvalt in het landschap en in de steden zijn 't wel die goudkleurige tempelkoepels. Overal staan ze het felle zonlicht te weerkaatsen. En veel zon is er. Elke dag weer in het droge seizoen. Hooguit af en toe wat mist in de bergen, maar verder zon, zon en nog eens zon. Heerlijk. Gelijk al op de eerste dag in hoofdstad Yangon. Vroeger, in mijn Bosatlas op school, gewoon Rangoon geheten. Maar ja, ook weer die militairen. In dat Yangon dus staat de Schwedagonpagode. De grootste tempel van het land en ook een van de grootste Boeddha heiligdommen. Er zouden zich in die pagode, ergens en onzichtbaar, namelijk wat haren bevinden van de laatste Boeddha en relikwieën van de drie aan hem voorafgaande Boeddha's. Waren er dan vier Boeddha's? Ja natuurlijk, wist je dat dan niet? Maar over die drie eerste moet je niet al te veel vragen stellen, die waren er gewoon. Een parallel met al die relikwieën van onze vele katholieke heiligen is vanzelfsprekend snel getrokken.
Schwedagonpagode


Zo'n belangrijke pagode mag je dan ook wel met  50.000 kilo bladgoud beplakken. Ik heb 't niet nagewogen. Kun je je voorstellen dat je daar af en toe even staat te knipperen met de ogen? Een en al bladgoud en goudverf wat de boeddhistische klok slaat. Daar is mijn "Beatrice" niks maar dan ook helemaal niks bij.
Mahamuni Pagode

 Dan zie je ook dat bladgoud door de lichtreflecties veel meer leeft dan goudverf. Dat was heel goed waar te nemen in Mandalay waar zich ook zo'n belangrijk heiligdom bevindt. De Mahamuni Pagode. De ruimten daar rond de centrale Boeddha zijn voor een groot deel bedekt met bladgoud. Met als gevolg een prachtige ambiance van voortdurend veranderende goudkleurschakeringen door het steeds anders invallende licht. 

Die Mahamuni Boeddha is trouwens een verhaal apart. Volgens de overlevering is het een van de vijf beelden die in de 6de eeuw v.C. naar het uiterlijk van de toen nog levende Boeddha zouden zijn gemaakt. Waarheid? In ieder geval wordt ie nu elke dag wat dikker door alle bladgoud dat op hem wordt geplakt. Want al is dat heel erg dun, als je eeuwenlang doorgaat met plakken heeft 't toch effect. Zelfs wanneer, zoals hierboven al gememoreerd, alleen mannen dat mogen doen. De vrouwen hebben hun bladgoud maar aan hun man of een mannelijke bewaker af te geven. Tja, geloofstradities! In welke godsdienst vind je dat soort dingen niet.
Mahamuni Boeddha


In Mandalay maakte ik ook mee hoe dat bladgoud vroeger werd gemaakt. Zie en hoor bijgaand filmpje.

De indruk werd gewekt dat dit in Birma nog steeds zo gebeurt, maar daarbij heb ik grote twijfel. Want alleen in die ene werkplaats heb ik dat zo meegemaakt, daarna niet meer. Echt ongelooflijk, dat gehamer daar. Eerst wordt een al dun, ingeklemd goudblaadje nog veel dunner gemept. Dat daardoor groter geworden blad wordt in stukken geknipt die elk opnieuw op dezelfde manier worden bewerkt. Uren en uren lang. Door van die tanige mannetjes die van geen Nederlandse Arbo-wetten weten. En voorgeschreven rusttijden? Wat is dat? Arbeidsloon? Vast heel minimaal. Maar ritmisch is 't wel. Je zou er zo een bladgoudrap bij kunnen maken. Tot volgende week.

TOOS