dinsdag 2 juni 2020

Kunst binnen gemaakt voor buiten

Fort Rammekens nu

We schrijven het jaar 10vC, tien voor Corona. In de oude jaartelling dus 2010. Ik loop in februari rond in de donkere krochten van Fort Rammekens bij Ritthem, bij de monding van de Westerschelde. Voor het eerst van m'n leven trouwens. Want als import-Brabander zei Fort Rammekens me toen nog niet zoveel. Helemaal fout natuurlijk, weet ik nu.

mijn Buitenkunst in de 'etalage' van mijn
atelier aan de Korendijk 56
 Dat beeld van destijds kwam weer boven toen het bestuur van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg enige maanden geleden voorstelde om te beginnen met een project 'Van binnen naar buiten'. Want coronatijden. Galerieën en ateliers voornamelijk dicht. Ook op de 1e zondagen van de maand, onze gebruikelijke routedag. Het idee: hang toch de routevlag uit, doe wat met je etalage, zet kunst voor je ramen, zet gewoon toch wat buiten. Op die manier kon een kunstige zondagmiddagwandeling door Middelburg langs gesloten deelnemersdeuren best aangenaam verrassend gemaakt worden. Dat gebeurde dus ook want we vormen met z'n allen een enthousiaste club.

Voor mij was 't gelijk duidelijk, dat wordt dus mijn Buitenkunst. En daarvoor moet ik weer terug naar de historische grond van Fort Rammekens. Want historisch is die, voor mij nu ook. Gebouwd rond 1550 in opdracht van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en zuster van Karel V, keizer van het gigantische Habsburgse Rijk. Want de wereldhaven Antwerpen moest worden beschermd tegen vijandige machten.  En de beslist niet onbelangrijke haven van Middelburg werd daardoor ook direct meegenomen. Waar kon dat beter gebeuren dan aan de monding van de Westerschelde.
Fort Rammekens eeuwen geleden, met nog bebouwing op het
binnenterrein en schepen die liggen te wachten op gunstige wind
Willem Hermansz. van Diest, Zicht op de rede van Fort Rammekens
bij Vlissingen
 Op die historisch heilige grond liep ik dus in 10vC voor het eerst rond. Want de directie van het Vlissingse MuZEEum had me gevraagd of ik er mogelijk voor voelde een grote expositie op te zetten in het fort. Een aantrekkelijk idee. Maar zoals altijd, eerst de locatie bekijken.
Prachtig vond ik 't. Duistere krochten, lange donkere gangen, heerlijk verweerde oude muren. Daar kon ik wel wat mee.
enkele van de gangen en krochten van het fort



Maar één dingetje was voor mij gelijk duidelijk, met mijn olieverfschilderijen kon ik 't daar wel schudden. Kort samengevat: te koud, te vochtig en te zout. Wat wil je ook, een meer open dan dicht fort direct aan het zoute water van de Westerschelde. 's Avonds gingen dan wel de krochtdeuren en de grote poort dicht, maar verwarming? Niet functioneel. En die expositie zou een half jaar gaan duren. Nou,dan kon je er vergif op innemen dat daarna alle olieverfschilderijen naar de sloop hadden kunnen worden gebracht. Dat soort omstandigheden konden ze echt niet aan. Dus gelijk als bij Tom Poes, kwam het er op neer 'Toos, verzin een list'. Of eigenlijk heel veel listen. Want ik wilde 't liefst het hele fort zoveel mogelijk gaan gebruiken. Het moest groots worden.
nog een paar van die krochten

Al denkende en zoekende kwam ik een techniek tegen die net in opkomst was. Die van het drukken op een voor mij toen nog onbekend materiaal. Alu-dibond. Een plaat van kunststof aan beide zijden bedekt met een laag aluminium waarbij op een van die zijden op het aluminium digitaal een afbeelding kon worden aangebracht. Dat was 't! Op die manier kon ik op hoge resolutie ingescande dia's van mijn schilderijen op het alu-dibond laten overbrengen. Maar in Nederland waren er nog nauwelijks bedrijven die dat én goed én op allerlei grootten konden. Nu doet elke fotozaak 't voor je, maar 10vC was een andere tijd. Zoekend op internet kwam ik terecht bij het bedrijf ZWF in Bolsward. Die hadden net een nieuwe grote flatbed printer waarmee heel veel mogelijk was. En ach, Bolsward is in ons kleine landje ten slotte niet het eind van de wereld. Het gevolg? Ik werk nog steeds naar volle tevredenheid met ze samen.
ik hang een van de grote aludibonds op in het fort
 
vorig jaar nog in Bolsward: overleg met eigenaar Geoffrrey Schippers
 over een opdracht
Daar dus, in Bolsward, en vooraf in mijn fantasie vond mijn Buitenkunst vorm. In 9vC uitgebreid te aanschouwen in Fort Rammekens en vandaag de dag dus in mijn atelieretalage in het kader van die actie 'Van binnen naar buiten'. Zolang de coronasluiting duurt. Want ook op de eerste zondag van juni houd ik toch nog maar even mijn deuren dicht. Misschien weer in juli. Maar wel is zeker dat er over die Buitenkunst, dat fort en met kunst versierde tuinen nog veel meer te vertellen is? Daaraan ga ik me de volgende keer opnieuw te buiten. 
nog zo'n kunstwerk op aludibond
Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 26 mei 2020

Vrijetijds Kunstprofeten, Kunst als fundamentele Levensbehoefte en 'The 70-Series and More'

expositie 'The 70-Series and More' in Vellekoop & Vellekoop
Kunsthandel, De Lier

Als ik me weer de beelden van afgelopen Hemelvaartdag voor de geest haal, zou ik bijna gaan wensen dat 't in het Pinksterweekeinde af en toe even lekker doorgiet. Want wie kunnen zich nou eigenlijk in deze coronatijden bij hun volle verstand als kuddes lemmingen op de boulevards en stranden willen storten? Een aantal verfrissende buien zouden dat 'volle verstand' dan misschien wel goed doen.  Net zoals het besef dat 1,5 meter toch echt niet zo'n  rekbaar begrip is dat je die behoorlijk kunt laten inkrimpen. Zou er nou echt niks anders te verzinnen zijn voor die vrije tijdsbesteding?
Zelf zal ik daar in het Pinksterweekeinde niet zoveel problemen mee hebben. Want juist dan gaat toch nog, na een paar maanden uitstel, mijn nieuwe editie van 'The 70-Series and More' echt van start. Bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier, Pastoor van Rooijplein 3. Dus mocht je nog wat vrije tijd over hebben? Van harte welkom. Maar daarover straks meer.
 
een paar maanden geleden, toen ik het werk voor de expositie bracht
Want over vrije tijd gesproken! De geschiedkundige schellen zijn me onlangs eindelijk van de ogen gevallen. Dankzij het nieuwe college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Mogelijk heb je er over gelezen. VVD, CDA en iets provinciaals hebben met Forum voor Democratie een nieuw college in elkaar geflanst. Gaande dat flansen deden ze een geweldige ontdekking. Namelijk dat kunst en cultuur eigenlijk niks anders voorstellen dan iets dat  wel kon  vallen onder een nieuw te benoemen gedeputeerde voor Vrije Tijd. Wel een bezuinigingsgezinde natuurlijk. Geniaal toch?

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat cultuur en kunst intrinsiek waren aan de menselijke geest. Dat ze een onmisbaar onderdeel vormen van ons mens-zijn. Maar volgens dit Brabantse college is 't  eigenlijk allemaal alleen maar vrijetijdsgedoe. Die tienduizenden jaren oude brokstukken van wat zeer waarschijnlijk een primitieve fluit is geweest? Gewoon een stukje huisvlijt van iemand die toen al teveel vrije tijd had. Een fundamentele behoefte tot het maken en genieten van ritme en muziek? Kom op zeg! Je moet toch iets doen met die overvloed aan vrije tijd tussen jagen en verzamelen door. En die oude grotschilderingen? Waarschijnlijk meer zoiets van 'wat zal ik vandaag eens gaan doen, oh ja, mijn grot een beetje opleuken'. En die prachtige gotische kathedralen uit de Middeleeuwen? Een uit de hand gelopen vrijetijdshobby natuurlijk. Of Rembrandt? Een typische zondagsschilder. Vergeet trouwens Vincent van Gogh niet. Dankzij de financiële steun van zijn broer Theo had ie natuurlijk veel te veel vrije tijd. Kon ie gelijk lekker een beetje kwasten. Dat ik nou FvD, VVD, CDA en dat iets provinciaals nodig had om dat te ontdekken! Zo zie je maar, als mens en als kunstenaar ben je nooit te oud is om nog wat  te leren van zo'n groep diepe doordenkers. Nu weet ik ten minste weer waar ik als kunstenaar sta in deze maatschappij.
in de galerie
 Maar goed, terug naar De Lier (https://www.vellekoopkunsthandel.nl/ ). De opening van mijn 'The 70-Series and More' stond gepland op 21 maart. In mijn blog van 12 maart schreef ik daarover. Maar ja, corona. Galerie eigenaar Piet Vellekoop had er zelfs al een film over laten maken die vertoond werd op de WOS, de regionale omroep van het Westland.
filmopname


Dat had natuurlijk niet meer zoveel zin bij een feitelijk gesloten galerie. Piet en ik besloten toen alles maar te laten hangen tot we een duidelijker kijk kregen op de loop der gebeurtenissen. Nu de corona-mist wat aan het optrekken is, wisten we het. De officiële vernissage gaat plaatsvinden in het Pinksterweekeinde. Ooit daalde volgens het Nieuwe Testament met Pinksteren de Heilige Geest neer. Mocht nu, naast af en toe die al genoemde plensbui van hierboven, de kunstgeest dat ook gaan doen over ons als vrije-tijds-mens, dan zou ik dat helemaal niet erg vinden. De expositie hangt, al zeg ik 't zelf, prachtig. Die anderhalve meter zal geen probleem zijn. En die film draait alweer op de WOS. Net zoals trouwens hieronder via een link met mijn YouTube-kanaal.

overleg met Piet over de inrichting van de
expositie
 Op mijn Facebook en Instagram pagina's heb ik de laatste maanden ook de nodige aandacht gegeven aan de 70 kunstwerken uit mijn 'The 70-Series'. Met als gevolg dat er nu ook al werken op heel andere adressen hangen. Maar 70 moest natuurlijk wel 70 blijven. Kom maar tellen .
De expositie loopt voorlopig van zaterdag 30 mei tot zondag  14 juni elke dag van 1 tot 5 uur. Zelf ben ik op Pinksterzondag en maandag aanwezig. Om bijvoorbeeld kopers van mijn nieuwe boek 'TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind' te plezieren met een opdracht erin. Maar ook om het glas te heffen op een goede afloop van alle corona-misère. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 19 mei 2020

Kunstinitiatieven contra de corona crisis


We leven op dit moment toch maar in bizarre tijden! Want stel nou dat je na een aantal alcoholrijke Brabantse of Limburgse carnavalsdagen eind februari had gehallucineerd dat half mei kapperszaken met wel of niet met mondkapjes bekapte kappers zouden worden overstroomd door langharig tuig. Dan was de kans op een aantal dagen thuisquarantaine beslist groot geweest. Zelf kan ik er trouwens weken over dubben of ik nou wel of niet naar de kapper zal gaan. Dus in deze situatie nog een paar weken langer twijfelen? Voor mij geen probleem.
 
in mijn atelier met mijn uitgegroeide haardos
Of stel dat je eind februari na je gebruikelijke skivakantie in Noord-Italië een bezoekje aan je nagelstudio nog maar even liet zitten. Oeps, kardinale fout! Nu blijkt uit de met afspraken vol stromende agenda's dat in onze welvaartswereld de nagelstudio een eerste levensbehoefte vormt voor velen. Onze grootouders zouden wel heel erg magisch realistisch hebben moeten kunnen dromen om zich dat voor te kunnen stellen. Ik trouwens ook. Want mijn nagels zijn onderdeel van mijn schildersgereedschap. Er lekker mee krassen in de verf of zelfs verf ermee wegkrabben, ik hoef er echt geen kleurpatroontjes op te laten smeren. En het schilderslinnen manicuurt ze vanzelf.
 
hier is mijn duimnagel er goed voor
Maar de laatste paar weken gebeurt dat toch iets minder. In feite is dat de dikke schuld van het CBK Zeeland, het Centrum Beeldende Kunst in Middelburg. Daar werd in april het initiatief genomen tot de website Kunstbezorgd.nl. Toen schreef ik er al over. Lees maar. Naar aanleiding daarvan startte ik met wat ik maar mijn 'Corona Serie' ben gaan noemen. Hieronder een kort filmpje met daarin  voorbeelden ervan. Best makkelijk, zo'n iPad Pro die dat bijna helemaal uit zichzelf even voor je uitzoekt.

Allemaal kunstwerken ter grootte van een in de brievenbus passend A4'tje. Maximaal dus 21,0 bij 29,7 cm. Want dat was één van de voorwaarden bij deze actie. Zoals ook dat je ingeschreven moest zijn als professioneel Zeeuws kunstenaar. En je moest akkoord gaan met de standaardprijs van €100 voor alle kunstwerken. Ongeacht je status als kunstenaar. Ongeacht wel of geen provinciale, landelijke of internationale bekendheid. Ongeacht het kunstcircuit waarin je verkeerde. Ongeacht lage of hoge verkoopprijzen in atelier of galerie en ongeacht het type kunstwerk. Gewoon gelijke kunstenaars, gelijke kunstkappen. Een sympathiek initiatief. Levensgezel en ik hebben daarbij onderling nog wel even over die prijs gediscussieerd. Want €100 was toch eigenlijk wel rijkelijk laag gezien de prijsopbouw van mijn kunst in de loop van mijn kunstcarrière. Maar het regionaal Zeeuwse aspect en de hele opzet gaven de doorslag. Gewoon doen. Maar dan met wat?
werkend aan een kunstwerk uit mijn 'Corona Serie'
Nou, om ideeën zit ik meestal niet verlegen. Struinend door de materiaalvoorraad in mijn atelier kwam ik ineens weer die stapel lekker dunne aluminiumplaten tegen. Een aantal jaren geleden gekregen van een vriendelijke drukker. Een ideale ondergrond om op te werken. En ook zodanig groot dat ik er met een scherp mes makkelijk twee keer een A4 uit kon snijden.
Nu zijn er dus al zo'n twintig van die Corona Serie verkocht op Kunstbezorgd.nl. Ik lever de foto's aan bij het CBK, ze worden geplaatst en binnen de kortste keren zijn ze weg. Veren zat dus in mijn achterwerk. Zittend werken gaat nauwelijks meer.
een van de verkochte kunstwerken uit de 'Corona Serie'
Daardoor ben ik de laatste weken voornamelijk met die mixed media Corona Serie bezig en kan ik mijn nagels even wat minder manicuren aan mijn olieverven. Wat die mixed media techniek dan wel inhoudt? Tja, dat blijft lekker het geheim van deze kunstenaar. Sommige technieken houd ik gewoon binnen de muren van het atelier 'Holstein'.
afgelopen maandagmorgen geplaatst op Kunstbezorgd.nl,
een paar minuten later al weer verkocht

Zo wellen er in Middelburg meer kunstinitiatieven op ter bestrijding van de beperkende corona omstandigheden. Want 't is natuurlijk heel jammer dat de april en mei edities van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute niet konden doorgaan. Daarom hebben we nu de actie 'Kunst van binnen naar buiten'. Lees op https://www.kunstroutemiddelburg.nl/ maar eens wat dat inhoudt. De stad stikt tegenwoordig zowat van de bijbehorende affiches die achter vele ramen zijn geplakt.
 

in de etalage van mijn atelier
Zelf doe ik er aan mee met mijn 'BUITENKUNST/KUNST VOOR BUITEN'.Daar schrijf ik vast nog wel een keer iets over. Voor nu moet een foto maar genoeg zijn.

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 12 mei 2020

Gekkenwerk in een gekkenhuis



Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Klik eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik 't heb.
Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, 't spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.
 
deel van de oude stad van Gubbio
Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.
 
met Giampietro in overleg in zijn atelier
Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van 'jede Konsequenz führt zum Teufel'.
 
voor de winkel en het atelier van Ceramiche Rampini
met op de 2e etage mijn tijdelijke woonruimte en op
de 1e etage de woonruimte van 'mama'
Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die 'ceri' met daarop de heiligen Sant'Ubaldo, San Giorgio en Sant'Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo'n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.





 
bezig in het atelier
Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de 'ceri' oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is 't hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ....... Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.
 
een hoek in het museum met enkele van de kruiken
waarover ik hierboven schrijf
Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.
de overhandiging van dat bord op het Piazza Grande

op datzelfde Piazza Grande op het terras daar: la dolce far niente
In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de 'Ceri'. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!


Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 5 mei 2020

Én een dijk van een wijf én one of the boys, Niki de Saint Phalle


Vrijdag de 13e een ongeluksdag? Hoezo! Donderdag 12 maart kom ik aan in Nice, vrijdag 13 maart loop ik daar met mijn Nicoise vrijkaart gratis het Mamac binnen, het museum voor de moderne kunst, en zaterdag 14 maart sluit dat plotsklaps voor onbepaalde tijd. Parijse corona-beslissing! Ik had dus gewoon dikke mazzel op die vrijdag de dertiende. Want ik wilde in de week dat ik in Nice zou zitten hoe dan ook absoluut beslist per se naar dat Mamac. Dat zit zo.
in het Mamac bij een 'schietschilderij' van Niki de Saint Phalle

Niki de Saint Phalle
Als ik in Nice ben, ga ik sowieso altijd wel een keer. Voor de speciale tijdelijke tentoonstelling én zeker ook voor de zalen gereserveerd voor de ruime collectie van het museum zelf. Met meestal werk van kunstenaars uit de zogenaamde École de Nice.  Maar die zogenaamde School van Nice komt nog wel eens. Dit keer ging ik gericht voor Niki de Saint Phalle (1930-2002), een vrouwelijke kunstenaar die ik steeds meer ben gaan waarderen. En dan niet zozeer vanwege al haar kleurige, rondborstige, dijïge, reuzengrote en ook kleine Nana's die je over de hele wereld kunt vinden. Nee, veel meer vanwege de kunst die ze maakte in aanloop naar die aaibare, vrolijke Nana's. Kunst die ik leerde kennen juist in het Mamac. Want uit die periode waarin ze zich ontwikkelde als feministe, als een vrouw die zich niet weg liet blazen in de kunstwereld van de mannen, als iemand die duidelijk succes wilde hebben, als een dijk van een wijf dus, heeft het Mamac een grote verzameling. Honderd en negentig kunstwerken. Door Niki, Française van geboorte, in 2001 aan het museum geschonken bij een grote overzichtsexpositie van haar.
 
werk uit de schenking

Maar waarom wilde ik hoe dan ook absoluut beslist per se gaan kijken in die week in maart? Omdat ik niet lang daarvoor een grote tentoonstelling van haar werk had gezien in het Scheveningse ´Beelden aan Zee´. Een prachtig aan de boulevard gelegen en toch verscholen in de duinen gebouwd museum. Met een teleurstellende expositie. In mijn ogen dan. Want heel veel andere bezoekers vermaakten zich uitstekend met al die vrolijke Nana´s en met de gekleurde fantasiekatten, slangen en andersoortige fabeldieren. Die zelfs op carrouselachtige platforms alsmaar aan het ronddraaien waren.
de expositie in museum Beelden aan Zee


beelden op een binnenplaats van het museum
één van de oer-nana's, geleend van het Mamac

Juist dat irriteerde me. Net zoals het feit dat 't vooral om die welbekende Nana´s draaide, letterlijk dus, en veel te weinig over de aangrijpende, intrigerende kunst die ze eerder maakte. Zoals de oer-nana's en haar schietschilderijen uit de jaren 60/70 waar juist in het Mamac de nadruk op ligt. Zonder kermistoestanden er omheen. Kunst ook met een achtergrond.


Geboren in Frankrijk, opgegroeid in de USA, als kind misbruikt door haar vader, van een katholieke school weggestuurd, een paar jaar in een meisjesinternaat, daar het feminisme ontdekt, fotomodel, op 19-jarige leeftijd getrouwd, twee kinderen, naar Frankrijk om daar al snel te scheiden waarbij de kinderen aan de vader worden toegewezen, zonder opleiding met kunst begonnen en juist in de kunstwereld je levenspartner, de opkomende ster Jean Tinguely, tegengekomen. Zoiets vormt natuurlijk je karakter. Ze werd daardoor ook, zoals ik dat interpreteer, one of the boys. Kijk alleen maar naar onderstaande foto's. Gemaakt toen ze meedeed met een expositie in het Amsterdamse Stedelijk Museum, nog onder leiding van de legendarische directeur Sandberg. Die beelden spreken voor zich.
 
Niki in Amsterdam met links van haar Jean Tinguely
in Amsterdam met zittend Sandberg
Of haar oer-nana's mogelijk uit dat misbruik in haar jeugd voortkomen? Zou heel goed kunnen. Maar zoiets duiden laat ik liever aan de Freuds in onze wereld over. In ieder geval zijn ze uniek.
oer-nana's in het Mamac met rechts de nana die ook in
Beelden aan Zee hing (zie hierboven)
 Net zoals haar schietschilderijen, de zogenaamde Tirs. Kijk maar eens naar dit filmpje.

Sommigen zullen 't niks vinden, ik geniet ervan. In het Mamac hangt onderstaande. En op internet kwam ik nog een foto tegen dat ze juist op dit werk aan het schieten is.



Aaibaar zoals de latere Nana's? Nou nee, niet direct! Dat geldt trouwens ook voor een reeks altaren die ze maakte. Misschien iets vanwege haar niet in dank afgenomen katholieke opvoeding?
 
een klein altaar in Beelden aan Zee
een groot altaar met wapens erop in het Mamac
Maar uiteindelijk stroomde door het wereldwijde succes van haar Nana's de bankrekening zodanig over dat ze in Toscane een droom kon realiseren. Haar nu beroemde Giardino dei Tarocchi, gebaseerd op figuren van Tarotkaarten. Twintig jaar werk zit daarin. Hier vind je een uitgebreide documentaire over die tuin die ooit op NPO2 werd uitgezonden.



Ik moet er nog trouwens steeds heen, echt een lacune in mijn kunstontwikkeling. Maar wie weet lukt dat in het jaar 1 n.C. van onze nieuwe jaartelling. Het jaar 1 na Corona. Tot volgende week.
TOOS  

dinsdag 28 april 2020

Waarom een cholera-epidemie de Côte d'Azur groot maakte

op een door het coronavirus hallucinant lege Promenade
des Anglais in Nice moet een wandelaar zijn bewijs tonen
waarom hij daar loopt

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?
Matisse, Promenade des Anglais, 1917
 En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d'Art Moderne et d'Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?
 
deel van het Mamac in Nice
Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z'n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo'n soort opmerking komt als 'als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?'. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham
 Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo'n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.
Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet 't maar, toen wisten ze er ook al van.
het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes
In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.
 
Promenade des Anglais in 1886
La Régina in Nice, het zeer luxueuze complex waarvan
Queen Victoria de helft in beslag nam als ze er verbleef
Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.
Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais
Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle op
het plein ervoor
 Is 't gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?
 Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ....? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.
TOOS