dinsdag 27 oktober 2015

William Turner: "The sun is God"

Ik verdwijn even voor een paar weken onder de internet-radar. Dat wil zeggen, die ziet mij niet, maar ik zie internet ook niet in die tijd. Kwestie van bereik. Toch wil ik mijn reeks van wekelijkse afleveringen niet onderbreken. Vandaar dat vanaf nu een paar korte, van te voren klaargezette blogjes verschijnen. Met eigenlijk reclame voor een aantal prachtige exposities die nu in het land zijn te zien en die op mijn bezoeklijstje staan.

Allereerst Joseph Mallord William Turner (1775-1851). In heel Nederland is maar één, let wel, maar één schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie te zien. In Museum De Fundatie in Zwolle. 
de "Turner" in bezit van De Fundatie in Zwolle
En laten ze nu net daar de komende maanden, in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe in Enschede over Turner een dubbeltentoonstelling organiseren. Rond dat ene schilderij en heel veel uitgeleend werk van de man die op zijn sterfbed als laatste woorden zou hebben gezegd "The sun is God". 

Een uitspraak die aan twijfel onderhevig is, maar hij zou 't gezegd kunnen hebben gezien zijn bijzondere werk. Ik ga er absoluut heen, maar vele anderen moeten dat beslist ook gaan doen. Op naar het Oosten des lands!Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 20 oktober 2015

Paradepaarden van het Prado

het Prado in Madrid 
 Lang, lang geleden, in de grijze oudheid toen ik zelf nog niet grijs was, studeerde ik af aan de Academie in Tilburg. Met Francisco José De Goya y Lucientes (1746-1828), kortweg Goya, als scriptie onderwerp. De man en zijn kunst fascineerden mij heel sterk. Niet dat ik zijn werk in werkelijkheid kon zien. Want in Nederland is er niet zoveel van hem te vinden in openbare collecties. In Spanje, in het Madrileense Prado, echter des te meer. Maar ja, prijsvechters als Ryanair, easyJet en Transavia bestonden toen nog niet. Dus een vliegreisje naar de Spaanse hoofdstad was destijds toch iets te begrotelijk voor een arm academiestudentje. Zodoende werden het boekenplaatjes waarmee ik 't moest doen. Plaatjes van schilderijen en van de serie etsen Los desastres de la guerra (De gruwelen van de oorlog). Of van Los caprichos.  Die andere serie etsen waarin Goya vaak met ironie de corrupte heerschappij van staat en kerk verbeeldt. Maar altijd heb ik de wens gehouden zijn kunst in werkelijkheid in dat Prado te mogen bewonderen.

En nu was ik daar, onlangs. In dat gigantische museum met een wirwar aan zalen, zaaltjes en grote langwerpige hallen. Met als verlangen "eerst Goya, de rest komt daarna wel". Overigens was dat wel even zoeken omdat zijn schilderijen over allerlei ruimten op verschillende verdiepingen zijn verspreid. Maar uiteindelijk zat ik daar dan toch. Eerst te midden van een geweldige collectie grote kartonnen.
diverse zalen met de "kartonnen" van Goya
Ontwerpen voor grote tapijten die de stenen muren van de koninklijke paleizen moesten decoreren en isoleren. Schilderingen van vaak vrolijke, volkse taferelen die je gelijk blij maken. Werk ook dat hem in aanraking bracht met het Spaanse vorstenhuis waardoor hij ten slotte zelfs de officiële hofschilder werd. Maar dan was daar als grote tegenstelling ook de zaal met de geheimzinnige serie Zwarte Schilderijen, gemaakt rond 1820. Toen Goya al 75 was. Een en al gruwelijkheid met afschuwelijke koppen, demonen en heksen. 
één van de 14 Zwarte Schilderijen
Eigenlijk al expressionisme pur sang terwijl dat expressionisme nog  op zich zou laten wachten tot einde 19de eeuw. Wat er nu hangt, zijn na zijn dood op doek overgebrachte muurschilderingen die hij maakte in een door hem gekocht huis aan de rand van Madrid, het Quinta del Sordo.  Goya was intussen doof geworden en de relatie met het koninklijk huis was ook niet meer zo tof. De Spaanse Inquisitie, onder de nogal repressief ingestelde vorst Ferdinand VII zeer machtig, zat hem dwars. Probeer daar trouwens maar eens vriendjes mee te blijven als je een onafhankelijk en kritisch ingesteld karakter hebt. Aan de ene kant jaren werken voor de royalty als hofschilder en te gelijkertijd de in jouw ogen corrupte wereld om je heen afkeuren. Ga er als broodschilder, afhankelijk van de rijken,maar aan staan!
Maar hoe dan ook, in zijn hofjaren ontstonden prachtige konings en koniginnenportretten. En die mocht ik nu zomaar aanschouwen. Met ook nog het wereldberoemde La Maja desdenuda, De naakte Maja, in gezelschap van haar meer aangeklede versie. Mooi om die twee iconische schilderijen naast elkaar te zien hangen.


Aangrijpend was 't om dat beroemde "De derde mei 1808" voor het eerst in werkelijkheid te zien. Een heel groot doek dat de fusillade voorstelt van Spaanse opstandelingen door het Franse leger van Napoleon die toen Spanje overheerste. 
De derde mei 1808
Voor mij de 19de eeuwse Guernica, het fameuze werk van Picasso uit de 20ste eeuw. En laat dat nu op een steenworp afstand van het Prado hangen! In het Museo Reina Sofia, het museum voor de moderne kunst.

Het totaal was voor mij een overweldigende, emotionele ontmoeting met Goya. Na zo lange tijd een grote wens in vervulling zien gaan. Prachtig! Het Prado kon voor mij al niet meer stuk terwijl de gigantisch grote rest nog moest komen.
Zoals het werk van Jheronimus Bosch (circa 1450-1516), tegenwoordig bij ons Jeroen Bosch maar in Spanje El Bosco. Daar krijg je vooral wazige blikken als je begint over Jeroen Bosch. Het Prado bezit relatief veel werken van onze bekendste middeleeuwse schilder. Een hele zaal is er aan gewijd. 
de zaal met Jeroen Bosch
Hoe die allemaal daar terecht zijn gekomen, in dat verre Spanje? Dat is een verhaal apart. Maar het pronkstuk Tuin der Lusten schijnt zelfs in Brussel bij onze Vader des Vaderlands Willem van Oranje te hebben gehangen.  In de tijd dat hij daar nog onder de adel verkeerde.  Later legde Alfa beslag op het schilderij en kreeg Philips II 't uiteindelijk in zijn bezit. Een ander pronkstuk, De Hooiwagen, kon ik ook nog net zien hangen. Nu zou dat niet meer lukken. Het pronkt voor de komende tijd namelijk in Nederland, in Museum Boymans van Beuningen. Ik zag recent zelfs een foto waarin ze het drieluik in Rotterdam aan het installeren zijn. En volgend jaar wordt 't Den Bosch, Jheronimus' woonplaats. Als ze daar uitgebreid zijn 500ste sterfdag gaan vieren.
De hooiwagen in het Prado
De hooiwagen in Boymans van Beuningen 
Heb je El Bosco gehad, dan komt de grote Velazquez nog eens een keer. Of een absolute topper van Rogier van der Weyden, een Kruisafname van Christus uit de 15de eeuw. 
Kruisafname van Christus, Rogier van der Weyden
Ik ben er diverse keren naar terug gelopen. En niet te vergeten de prachtigste Romantiek met stervende, al lijkbleke heldinnen en helden op gigantisch grote doeken. 
Romantiek ten top
Mijn harde schijf was op een bepaald moment helemaal mudje vol. Al het vele, vele andere moois, ik kon het gewoonweg niet meer opnemen. Een heel goeie reden om nog eens terug te keren naar Madrid. Om me ook opnieuw te kunnen laven aan Goya. Tot volgende week.

TOOS 

dinsdag 13 oktober 2015

Annie M.G. Schmidt, Toos en Bas+Mar de Jager

Laat in Zeeland de namen Bas en Mar de Jager vallen in een gesprek en de kans is heel groot dat je blikken van herkenning krijgt. Nog veel groter is natuurlijk die kans als je de naam Annie M.G.Schmidt gebruikt. Maar wat hebben die verschillende namen en ik met elkaar te maken?

Vorig jaar had ik een tentoonstelling bij Veldhoven Interieurs in Bilthoven. Een gerenommeerde interieurspecialist in het hoge segment van de markt. En ook lid van een zeer select Nederlands gezelschap van interieurspecialisten. Een gezelschap opgezet door Henri de Jager, zoon van Bas en Mar de Jager, en de tweede generatie die leiding geeft aan Bas+Mar de Jager. Kijk, daar is al een verband. Let overigens op dat +je. Want zo wordt de in 1962 opgerichte zaak officieel genoemd. Een zaak die, zoals gezegd, zeer gekend is in Zeeland, maar ook in aanpalende provincies en tot ver in Vlaanderen. Want vanuit al die verre streken komen de klanten aangereden naar het Kerkplein in Kapelle waar je te kust en te keur kunt op meubel, verlichtings en designgebied.
 
Bas+Mar de Jager in Kapelle met links het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt

Beatrice
 Henri wist door zijn contacten natuurlijk van mijn expositie destijds in Bilthoven. En ik wist van Henri gezien de bekendheid van Bas+ enz. Dus toen hij contact met mij opnam en vroeg of ik oren had naar een tentoonstelling bij hem was dat snel beklonken. Maar wat ik nog niet wist, was dat het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt (1911-1995) in zijn showruimte is geïntegreerd. De klassieke witte gevel links op de foto hierboven is de voorkant van dat geboortehuis. Ooit de woning van Johannes Daniël Schmidt, vanaf 1909 predikant in Kapelle. Nu staat alleen die gevel er nog en is de rest showroom. Maar hoe dan ook is hier de basis gelegd voor al die bekende boekenkarakters die Annie aan Nederland schonk. Jip en Janneke, Abeltje, Minoes, Pluk van de Petteflet, Floddertje, beertje Pippeloentje. Of die tv-karakters uit beroemde en beruchte tv-series destijds als Pension Hommeles en Ja zuster, nee zuster.
Prachtig voor mij om dan te beseffen dat daar, in die ruimte, nu bijvoorbeeld mijn interpretatie hangt van het wereldberoemde middeleeuwse karakter Beatrice uit de Divina Commedia van Dante. Naast nog heel veel ander werk. Olieverfschilderijen, aquarellen, mixed media werken op alu-dibond en beelden.




Meer dan 40 in totaal. Ik heb er in Zeeland dus eigenlijk voor een half jaar een heel grote en prachtige tentoonstellingsruimte bij. Want die expositie duurt tot 1 april komend jaar. Niet gek dus. Als bezoekers van mijn atelier tijdens de maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg op de 1ste zondag van de maand meer zouden willen zien, kan ik ze mooi verwijzen naar Kapelle. Naar het Kerkplein 57 waar ze op dinsdag t/m vrijdag terecht kunnen van 9-18 uur en op zaterdag van 9-17 uur.




 Komende week keer ik in dit blog weer terug naar Spanje. Maar dit Zeeuwse tussendoortje moest ik toch ook even kwijt. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 6 oktober 2015

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid

de Plaza Mayor in Madrid
Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.  
Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven. 
het bruisende Madrileense pleinleven
Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo'n ander verhaal.
 
Museo Thyssen-Bornemisza
Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto's ervan door deze blogaflevering.

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt's.
 
zelfs ons Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een werk van Rothko waarvan onlangs nog een grote expositie te zien was in het Haags Gemeentemuseum
Maar bij zo'n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen "Tita" Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum. Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto's spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.
 
de zalmroze vleugel van Tita
Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. 
Rogier van der Weyden
de heilige Catharina door Caravaggio
Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina! Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale "Christus aan het kruis" van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten. 
Christus aan het kruis, Anton van Dyck
Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh's (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.
 
een vroege Picasso
Salvador Dali
Mondriaan met vermoeide bezoekers
Karel Appel met bezoekster die van hem niet onder de indruk was
Echt ongelooflijk, zo'n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya's, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 29 september 2015

Hoe een bezoek aan het Steendrukmuseum in Valkenswaard leidde tot een foto in het Madrileense Thyssen-Bornemisza Museum

het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard
Het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard draag ik een warm hart toe. Niet voor niets hebben ze daar de complete verzameling steendrukken die ik in de loop der jaren maakte. En niet voor niets maakte ik er vorig jaar op de grote pers hun jaarlijkse relatiegeschenk-steendruk. Algemeen directeur Frank van Oortmersen en technisch directeur Cees van Rooij zijn dus voor mij beslist geen onbekenden. Vandaar ook dat ze vorig jaar september te gast waren op het grote feest dat levensgezel en ik toen gaven in verband met de combinatie van enkele mooi afgeronde getallen in ons beider levensfase. Daar ook begint eigenlijk dit verhaal.

Het kwam al vaker ter sprake dat mijn met pensioen gaande meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren mij toen een prachtig geschenk aanbood. Ik mocht voor alle feestgangers van toen bij hem nog een litho maken op zijn steendrukpers. Een pers die nu waarschijnlijk al naar China is verhuisd. Want daar willen ze aan hun academies graag alle ins en outs van die prachtige techniek van het steendrukken gaan beheersen. Maar dat is een heel ander verhaal.

de overhandiging van de feeststeendrukken aan Frank (links) en Cees (rechts)
Frank en Cees als persoon hadden die feeststeendruk nog van mij tegoed. En natuurlijk moest mijn collectie bij het museum er ook mee worden aangevuld. Die behoort vanzelfsprekend wel compleet te blijven. Daarom was ik een paar weken geleden te gast in Valkenswaard. Dat kwam mooi uit want zo kon ik ook nog de tot 4 oktober lopende expositie over Vincent van Gogh bewonderen. Het is namelijk 125 jaar geleden dat Van Gogh (1853-1890) overleed. Daar wordt op meer dan 30 locaties door heel Europa uitgebreid aandacht aan gegeven onder de noemer "Van Gogh 2015, 125 years of inspiration". Met Valkenswaard al één van die locaties.

Maar Van Gogh en het Steendrukmuseum? Is dat een voor de hand liggende combinatie? Natuurlijk bracht hij een tijd door in Nuenen, vlak in de buurt van Valkenswaard. Maar steendrukken? Ja, inderdaad, steendrukken! Want in die tentoonstelling "Vincent van Gogh als graficus" blijkt dat een van de onderbelichte aspecten in zijn kunstleven te zijn. Het Nederlands Steendrukmuseum laat daar nu veel meer licht op schijnen in samenwerking met niet de minste kunstinstituten. Het Van Gogh Museum, het Rijksprentenkabinet, het Kröller-Müller Museum en het British Museum.
Het is mooi dat dit gebeurt want hoeveel mensen zouden nu weten dat hij heeft geprobeerd zich in de techniek van het steendrukken te verdiepen? Of dat hij er zelfs ook nog een paar heeft gemaakt. Eén zelfs van een voorstudie van hem voor zijn beroemde De Aardappeleters. Ongedurig als hij was, gunde Vincent zich uiteindelijk niet de tijd om zich voldoende in de lithotechniek te verdiepen. Maar toch is er op 16 april 1885 in Eindhoven wel kleine oplage van die litho van De Aardappeleters gemaakt. Heb je er zo een, dan heb je natuurlijk goud in handen. En ik heb er nu een! Jammer genoeg geen oorspronkelijke, dat moet er wel gelijk bij. Maar eentje die heel recent is gemaakt. Dankzij dat Steendrukmuseum. Met speciale technieken heeft Gertjan Forrer, de meestersteendrukker waarmee ik vorig jaar ook samenwerkte in het museum, de oorspronkelijke litho weer opnieuw op steen gezet om er een nieuwe oplage mee te maken. 130 Jaar nadat Vincent dat deed. Van die oplage kreeg ik een exemplaar als cadeau mee naar huis van Frank en Cees. Echt een heel mooi cadeau!
de overhandiging van De Aardappeleters door Frank en Cees 
Wat wil nu vervolgens het toeval? Op maandag liep ik rond in dat intieme Nederlandse Steendrukmuseum in Valkenswaard en zag daar dus die litho van De Aardappeleters. Op donderdag liep ik rond in het indrukwekkende Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid. Daar waar een gigantisch rijke Duitse familie hun gigantisch rijke particuliere kunstcollectie toont. Eén van de grootste, zo niet de grootste ter wereld. En wat zag ik daar? Die steendruk van De Aardappeleters. In een museum vol met schilderijen van de middeleeuwen tot in de 20ste eeuw was dat het enige aanwezige grafische kunstwerk. 
steendruk De Aardappeleters in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid
Wonderbaarlijk toch? Nu één keer, nou vooruit, twee keer raden waarover dit blog de komende keer gaat. Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 22 september 2015

Eenvoudig blogje

Vaak heb je internet en soms niet. Dat soms speelt deze week een belangrijke rol. Daarom heb ik maar een eenvoudig blogje van te voren klaar gezet. Zoiets vergt toch enig nadenken, zo'n beperking. Daarom ter illustratie deze uitspraak van Vincent van Gogh:

"Hoe moeilijk is het om eenvoudig te zijn!"
Een ware uitspraak. Maar stel nu dat hij zo eenvoudig mogelijk was gebleven en onderstaande kunstwerk had gemaakt?
 
Jan Schoonhoven (1914-1994), Les 11 Reliefs
Hadden er dan al jaren lang al die lange rijen bij het Van Gogh Museum gestaan? Of zouden de mensen toch komen voor die ingewikkelder werken van hem?
Vincent van Gogh (1853-1890), Korenveld met kraaien
Toch is er bij de buurman aan het Museumplein, Het Stedelijk Museum Amsterdam, binnenkort een grote expositie waar dit type eenvoudig werk, niet voor niks Zero Art genoemd, is te bekijken. En ook daar zullen waarschijnlijk veel bezoekers komen.
Kunst is geen eenvoudige zaak! Tot volgende week.

TOOS

dinsdag 15 september 2015

Blues, rock en Seasick Steve

Waar zou je bij het volgende rijtje namen spontaan aan denken? Washboard Sam, Howlin' Wolf, Big Joe Turner, Blind Lemon Jefferson, John Lee Hooker. Grote kans dat 't iets wordt als "moet met blues te maken hebben". Want in dat segment van de muziekwereld stikte het vroeger van dat soort heerlijke namen. Ouwe bluesgiganten, of tamelijk recent of al heel lang geleden in de blueshemel opgenomen. En de naam Seasick Steve? Ook zo'n ouwe, dooie bluesman? Wat naam betreft zou hij mooi in dat rijtje hierboven passen. Maar niets is minder waar. Hij is nog springlevend en daarbij toch al een legende.
Seasick Steve
Hoe ik hier op kom? Trouwe lezers van dit blog weten dat ik af en toe een zijsprongetje maak naar andere gebieden van de kunst. Opera of blues, geen probleem. Van beide ben ik liefhebber. Zo kwamen op bluesgebied Joe Bonamassa en Popa Chubby al eens voorbij. Muzikanten waar de rhythm and blues tijdens hun concerten die ik bijwoonde aan alle kanten vanaf spatte. Heerlijk is dat, je een avond helemaal in de muziek onderdompelen. Niet voor niets kwamen en komen daar nog steeds "muziekschilderijen" van mij door tot stand. En dan daarbij te bedenken dat ik in mijn atelier tijdens het schilderen eigenlijk nooit muziek aan heb staan.
Playing the blues, Toos van Holstein
Maar goed, Seasick Steve dus. Door een vriend werd ik eens op hem gewezen: "daarvan moet je een keer een concert meemaken". Vorige week was dat zover. In de keurige Rotterdamse  Schouwburg nog wel. 
Seasick Steve in de Rotterdamse Schouwburg
Eigenlijk een gekke combinatie, pluche stoelen en ruige blues. Van een muzikant die nu 74 jaar oud is en pas in 2006 bekend raakte door een optreden bij de BBC. Absoluut curieus. Zwerf je door de hele wereld, wissel je allerlei baantjes af met optredens en breek je pas door op je 66ste. Om daarna op allerlei popfestivals op het hoofdpodium op te treden. Pinkpop, Rock Werchter, Lowlands, Nort Sea Jazz, noem maar op.  Nou heeft ie natuurlijk wel een heel speciale kop met die lange baard. Maar nog specialer zijn sommige instrumenten die hij bespeelt. Zelf gebouwde banjo's en gitaren, ik heb er wel tien verschillende zijn handen zien passeren. Met één of met drie snaren, geen probleem. Tijdens het concert stond er op een bepaald moment een 9-jarig jongetje vooraan die aan Seasick Steve zijn eigengebouwde elektrische gitaar liet zien. Met twee snaren! Steve nam dat ding aan en speelde er gelijk op alsof hij nog nooit anders had gedaan. Voor zo'n joch een moment om zijn hele leven lang niet meer te vergeten. Maar voor ons als publiek natuurlijk ook goud! Eigenlijk net zoals de hele avond.


Want 't was genieten in het kwadraat. Eerst ongecompliceerde ouwe blues. Je kon je gelijk verplaatsen naar het verre verleden, ergens in het zuiden van Amerika. Met een zwoele zomeravond op zo'n Amerikaanse veranda van wit geverfd hout. Maar ook stampende rock, samen met zijn drummer. Een soort Donar met een bos lang grijs haar die wild rondzwierde terwijl hij uit zijn instrumenten donder en bliksem tevoorschijn sloeg. 
de drummer
Wat die ouwe knakkers met z'n tweeën aan muziek tevoorschijn toverden! 't Was net een hele band. Je zag ook wat muziek dan kan doen met zo'n krakende hippie als Seasick Steve. Enigszins hinkend het podium opkomen, plaatsnemen op een soort omastoel met rechte rug en een dik kussen erop, maar in de loop van de avond af en toe rockend een performance weggeven waar massa's jongere gitaristen nog een puntje aan kunnen zuigen. Met ook nog een prima blues en rockstem. 

Die stembanden zijn ongetwijfeld heel wat keertjes tijdens hun bestaan flink in de alcohol gedrenkt geweest zijn, die keel heeft vast heel wat liters whisky te verklokken gekregen, maar dat bleek de kwaliteit alleen maar ten goede te zijn gekomen. Een avond om lang te heugen. Dan is het geen probleem om pas tegen half drie vrijdagnacht onder je Middelburgse dekbedje te glijden terwijl je op de zaterdagmorgen om 10 uur weer fris en vrolijk de deur opendoet in verband met de Nationale Monumentendag.

TOOS

dinsdag 8 september 2015

Van Scheringa tot Melchers en More

Van Heerdt tot Eversberg, van Harinxma thoe Slooten of van Tuyll van Serooskerken. Van die namen die horen bij oude geslachten, bij het zogenaamde Oude Geld. Maar die naam uit de titel, van Scheringa tot Melchers en More?  Onbekend? Dat kan dan helemaal kloppen!  Die hoort bij het Nieuwe Geld. En dan zelfs nog bij twee personen. Oud-politieman Dirk Scheringa, niet alleen bekend van de schaapwollen sokken die hij altijd draagt, en zakenman Hans Melchers, bij het grote publiek vooral bekend door de ontvoering van zijn dochter in 2005. Daarbij kan natuurlijk aangetekend worden dat Scheringa nu iets minder nieuw geld op zijn bankrekening heeft staan dan voor 2009. Het jaar dat zijn eigen DSB bank instortte.  En dat terwijl ie net bezig was een nieuw museum te laten bouwen voor zijn grote collectie realistische kunst. Een gebouw met 44 zalen en in oppervlak groter dan het Van Gogh museum. Het Grote Denken kon je rustig aan Scheringa overlaten. Twee  typische gevallen van jammer dus voor hem, die bank en dat museum.
het niet afgebouwde museum van Dirk Scheringa

Dirk, hevig behept geraakt met het kunstvirus, had met zijn aan anderen verdiende bankcentjes een zondermeer prachtige collectie opgebouwd. Van vooral Nederlandse realistische en magisch realistische schilders. Bijvoorbeeld Carel Willink(1900-1983), Pyke Koch(1901-1991), Raoul Hynckes(1839-1973) en Charley Toorop(1891-1955). 
Carel Willink, Zebra's in rood rotslandschap, ooit in de collectie van Scheringa

Maar ook van beroemde buitenlandse tijdgenoten van hen, zo als Magritte, Delvaux, de Chirico. Of van latere grootheden als Lucian Freud, Marlene Dumas en Fernando Botero. Nu was plots die unieke verzameling in beslag genomen en stond dat half afgebouwde Scheringa Museum voor Realisme ergens in de Noord-Hollandse polder zelf ook magisch realistisch te worden. Heel recent werd trouwens bekend dat het eind september in een on-line veiling bij opbod wordt verkocht. Onder voorwaarde dat het een culturele bestemming houdt. Wie weet kan Dirk het voor een appel en een ei terugkopen. Dat zou helemaal magisch realistisch zijn. Een museum zonder kunst erin.

Want in 2012 kocht Hans Melchers het Nederlandse deel van de collectie. Zo'n duizend werken en dat, naar de verhalen luiden, voor slechts 15 miljoen. Echt een koopje! Maar hij vertelde er wel gelijk bij dat ook hij een nieuw museum wilde laten neerzetten. In het Gelderse Gorssel. Prachtig natuurlijk als je dorp op die manier op de kunstkaart terecht komt. Een paar maanden geleden ging het open. En laat nu net een heel goeie kunstvriendin van me recent in Gorssel zijn komen wonen. Letterlijk om de hoek bij dat nieuwe museum MORE. Een samentrekking van MOdern REalisme. Dat werden dus twee vliegen in één klap. En een leuke afspraak én een bezoek aan MORE.

het nieuwe museum MORE

Echt een aanwinst, dat museum. Het oude gemeentehuis van Gorssel is helemaal omgeven geraakt door een nieuwe, architectonisch prachtig uitgebouwde schil van zalen. Met daarin de schilderijen uit de Melchers-collectie die er echt alle ruimte krijgen. Genieten. Vooral omdat er prachtige werken hangen. Carel Willink krijgt natuurlijk heel veel aandacht met ongeveer anderhalve zaal. Absoluut mooi maar niet heel verrassend door de aandacht die zijn werk al heel lang kreeg en nog steeds krijgt in de media.

de zalen met het werk van Willink

Wel verrassend was de onverwachte confrontatie met een prachtig schilderijtje van een Zeeuws echtpaar door Charley Toorop. Helemaal in die bekende stijl van haar met contrasterende kleuren en zware lijnen. Dan besef je gelijk weer dat ze jarenlang elke zomer in Westkapelle was te vinden waar ze een eigen atelier had.
Charley Toorop, Zeeuwsechtpaar

In die categorie van verrassingen viel ook een heel geheimzinnig stilleven van Raoul Hynckes. Zo waren er meer van dat soort momenten. 
Raoul Hynckes
Pyke Koch

Op de tweede verdieping ervoer ik dat veel minder. Daar hangen de nieuwere realisten. Zij die nog leven, zeg maar. En daar moet nog wel een en ander uitkristalliseren in kwaliteit. Alhoewel de oude Co Westerik(1924) van mij beslist mag blijven. Bij de vooroorlogse, nu dooie generatie, is dat uitkristalliseren natuurlijk al lang gebeurd. Tijd zeeft de kwaliteit er wel uit. Maar op zich is het weer interessant dat te kunnen constateren.
Co Westerik

Conclusie? MORE is een grote aanwinst in kunstland. Waar Hans Melchers zelfs nog een tweede aan toe gaat voegen. In kasteel Huize Ruurlo, ook al in de Achterhoek. 
Huize Ruurlo

Dat kasteel wordt na verbouwing helemaal aan Willink gewijd. Hoe 't dan gaat met die anderhalve zaal van hem in MORE? Dat zal blijken. Tot volgende week.
TOOS