Posts tonen met het label Phoenix. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Phoenix. Alle posts tonen

dinsdag 10 november 2020

The Wild West, Gebleekte Koeienschedels en Fascinerende Landschappen


Hé, heb je die foto hierboven daar niet al eens eerder zien staan? Klopt. Drie weken geleden stond ie er ook. In deze aflevering over Georgia O'Keeffe, een van mijn schildershelden. Maar de verklaring van waarom die daar stond? Die moest ik toen nog schuldig blijven. Want anders liep de lengte van die aflevering echt uit de hand. Hierbij de inlossing van mijn schuld.

ergens onderweg in het Wilde Westen van Amerka

Toen ik begin jaren 90 voor het eerst The Wild West van Amerika doorkruiste, was dat een overweldigende ervaring. Wat een ruimte, wat een ongelooflijk landschap, wat een rijkdom aan fascinerende kleuren. Daardoor begon ik te begrijpen waarom de wereldberoemde Georgia O'Keeffe, daar in New Mexico, schilderde zoals ze schilderde. Zo'n groots landschap vanuit je eigen gevoel in verf weergeven zonder te vervallen in het puur naschilderen van een fotografische realiteit, is gewoon heel moeilijk. Dan moet je wel sterk vereenvoudigen. Dan moet je die prachtige aardtinten flink aanzetten, dan moet je sterke kleurtegenstellingen creëren. Kijk maar eens naar een paar van haar landschapsschilderijen en wat foto's uit de rijke verzameling die ik op latere reizen in die gebieden digitaal bij elkaar schoot.

een landschapsschilderij van Georgia O'Keeffe

gewoon weer zo'n foto van onderweg

Georgia O'Keeffe

foto onderweg

Georgia O'Keeffe

foto onderweg

Dit past ook helemaal bij wat ze eens schreef in een brief aan een kunstgenoot. 'Wat anderen vorm hebben genoemd, heeft niets van doen met mijn vorm- ik wil mijn eigen creëren. Ik kan niks anders doen dan dat- als ik denk aan wat anderen- autoriteiten of het publiek- of wie dan ook- zouden zeggen van mijn vorm zou ik niet in staat zijn om ook maar iets te doen'. Die houding van 'ik zoek zelf wel uit wat ik wil schilderen, ik laat me de les niet lezen' spreekt mij persoonlijk ook heel erg aan. Op de academie was ik al een van de weinigen die altijd figuratie in mijn werk wilde aanbrengen. Ik kon in feite niet anders. De abstracte kunst die toen helemaal 'in' was, paste niet in mijn wereld. Ik had ook mijn eigen vorm. En belangrijke leraren voor me, zoals Ru van Rossem en Nico Molenkamp hebben me daarin toen gelukkig gestimuleerd. Waarschijnlijk omdat zij in hun kunst ook altijd werkten met figuratieve elementen, ook in een geheel eigen vorm, een geheel eigen wereld. Een wereld die ik,ook al zijn ze al jaren dood, nog steeds van verre herken in hun schilderijen en grafiek.

Ru van Rossem, grafiek

Nico Molenkamp, olieverf

Maar nu nog die atelierfoto met de koeienschedel en wat dat met Georgia O'Keeffe heeft te maken. Die schedel kreeg ik in de grijze oudheid eens van een leerling. Toen ik nog op de Middelbare Detailhandelsschool les gaf in het vak Esthetische Vorming. Ik had me in een les spontaan laten ontvallen dat het hebben van een koeienschedel me wel interessant leek. Staat die leerling een aantal dagen later met een heel grote tas voor mijn neus. Wat daarin zat? Een afgesneden koeienkop! Had ie geregeld via zijn vader. Moest nog wel,zo wist hij met een grote grijns te vermelden, helemaal worden schoongemaakt. Ik zal je niet vermoeien met de mierenhoop waarin ik die kop heb gestopt en de grote uitkookpan die uiteindelijk nodig was. Maar dat die schedel nu al jarenlang mijn atelier siert, is gewoon een feit. Hij komt ook nog voor in kunstwerken van me. Bijvoorbeeld als warme welkomstgroet voor de zielen van overledenen die zich melden bij de Griekse onderwereld, de Hades.

 

Toos van Holstein, Hades, olieverf

En dan kom ik er op een goeie dag via foto's achter dat Georgia O'Keeffe ook een koeienschedel in haar pueblo in New Mexico had hangen en die gebruikte in schilderijen.

Georgia O'Keeffe in haar pueblo


Voor haar overigens niet zo moeilijk om die zonder vel en zongebleekt te verkrijgen. Die vond ze gewoon op haar wandelingen door de woestijn. Niks geen mierenhoop en uitkookpan voor haar. Gewoon kant en klaar. Nog mooier werd 't toen ik ergens in het Wilde Westen deze foto kon maken. Niet als verwelkoming voor de Hades maar op het hek van een haciënda.

En 't wordt nog mooier. Weet je waar nu dat schilderij 'Hades' van mij hangt? Ergens in dat Wilde Westen. Op exposities in Nederland, België en Frankrijk  had niemand er belangstelling voor. Maar bij een tentoonstelling in Scottsdale, een kunstzinnige voorstad van Phoenix in Arizona (waar tijdens het schrijven van dit stukje nog steeds stemmen worden geteld) was ie gelijk weg. Een kwestie van cultuur.

een hoekje van mijn expositie destijds in Scottsdale, met links 'Hades'

Oh ja, heb je op tv nog gekeken naar die documentaire over Georgia O'Keeffe waarop ik je drie weken geleden wees? Tot volgende week.

TOOS





dinsdag 23 april 2019

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell'Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat 't om een toen net uitgebracht apparaat. "Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou". Dus in zijn ruim bemeten auto, 't is natuurlijk wel Amerika, op naar zo'n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo'n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.
handtekening van Hockney
Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award "Lorenzo il Magnifico"for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen. 

Hockney in Florence 2003

 Dus had ik zijn 'China Diary' van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

En nu is er dan de tentoonstelling 'Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature' in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te 'plat'. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo'n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. 't Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.
enkele iPad-schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn 'echte' schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.






Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.


Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn 'China Diary' waard zijn? Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 7 januari 2014

Ongegeneerd lijken kijken


Klinkt dat niet wat onaangenaam? Ongegeneerd lijken kijken? Vast wel, want dat past toch niet echt bij de etiquette van onze huidige maatschappij. Waar in voorgaande eeuwen door slechte en onhygiënische leefomstandigheden de dood vaak heel dichtbij was, wordt die nu in mijn ogen wel eens wat te veel weggestopt. Ik herinner me nog een voorval van een paar jaar geleden in Phoenix in de Amerikaanse staat Arizona. Wij bezochten daar, net zoals ook een aantal schoolklassen, een grote kas hartstikke vol rondfladderende Monarch vlinders. Een van de grootste soorten ter wereld. Allemaal heel erg levend, nergens een dooie vlinder te bekennen. Tot we op een plekje achteraf ineens een doos zagen vol met niet meer vlinderende vlindertjes. Een dienstdoende vrijwilliger wilde ons na enig aandringen wel vertellen dat dooie vlinders zo snel mogelijk werden verwijderd. Want je kon die kinderen toch niet met een zielig vlinderlijkje confronteren. Denk eens aan de trauma's die daar uit voort konden komen!
Vreemd? Vind ik wel. Echt Amerikaans? Zou kunnen . Maar wordt niet altijd beweerd dat wat in Amerika gebeurt na verloop van tijd ook naar Europa komt?

Ik weet wel  zeker dat die Amerikaanse klasjes het Haags Gemeentemuseum de afgelopen maanden gemeden zouden hebben. Want bij de expositie "De anatomische les, van Rembrandt tot Damien Hirst" kon je er ongegeneerd naar lijken kijken. Wel 17de eeuwse lijken trouwens en dan alleen nog in het platte schildersvlak. Want in die tijd was de dood, ondanks onze Gouden Eeuw,nooit ver weg. Toeschouwers betaalden er zelfs voor om een anatomische les van chirurgijnen bij te kunnen wonen in een zogenaamd Theater Anatomicum. Daarbij werd een lichaam, vaak van een terechtgestelde misdadiger, gedurende een paar dagen wetenschappelijk ontleed. Wel in de winter trouwens. Want koelcellen bestonden natuurlijk nog niet. En ja, wat er in de zomer dan met de geur van de lucht in zo'n theater kon gebeuren?


Wie kent niet dat beroemde schilderij van Rembrandt "De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp"? Dat hangt dan ook in het Gemeentemuseum. Samen met de negen andere gelijksoortige werken die we uit de 17de eeuw kennen van ook andere kunstenaars. Daarbij is nog een tweede werk van Rembrandt. Een wel heel curieus schilderij omdat het grootste deel ervan begin 18de eeuw bij een brand is verwoest. Het centrale deel van "De anatomische les van Dr. Deijman" is echter gespaard gebleven. Daarin zie je de dokter uitleg geven bij de structuur van de opengelegde hersenen.

Een bijzondere tentoonstelling dus. Vooral ook omdat deze 10 schilderijen nog nooit gezamenlijk tentoongesteld waren geweest. Interessant was ook de toevoeging van een aantal hedendaagse kunstwerken. Vaak wat macaber. Want bijvoorbeeld Francis Bacon, één van de duurste kunstenaars van de laatste jaren, maar wel dood en één van mijn favoriete kunstenaars , staat nu niet direct bekend om zijn aangename mensbeeld. En ook Marc Quinn kan er wel wat van. Van Folkert de Jong, een internationaal doorgebroken Nederlandse kunstenaar, stond er zelfs een heel intrigerende, speciaal voor het Gemeentemuseum gemaakte installatie.


Jammer vond ik dat de oude en nieuwe kunst echt van elkaar gescheiden waren in aparte zalen. Waarom  bijvoorbeeld Rembrandt niet naast Bacon. Dat zou echt heel apart zijn geweest. Maar hoe dan ook, 't was de moeite waard. Tot volgende week.
TOOS