dinsdag 11 maart 2014

Boeddha's, nog meer Boeddha's en dan nog veel meer



 In het Frans hebben ze er twee mooie woorden voor om het verschil aan te geven: artiste en artisan. Kunstenaar en ambachtsman/maker. Is bijvoorbeeld een architect of ontwerper nu een artiste of een artisan? Er lopen heel wat beroemde architecten en designersego's rond die zichzelf graag onder de eerste categorie geschaard zien, maar ik neig toch meer naar die tweede.  Omdat voor mij kunst en emotie sterk met elkaar verbonden moeten zijn en de artisan veel meer bezig is met gebruiksfuncties. Maar ja, de scheidslijn is soms dun.

Bij mijn reis door Laos en Cambodja werd ik weer eens met dat dilemma van "is het kunst of is het prachtig vakwerk" geconfronteerd. Want je komt daar natuurlijk heel veel Boeddhistische tempels tegen met daarin dus heel veel beelden van Boeddha. En niet alleen in die tempels, vanzelfsprekend ook daarbuiten. Je kunt er zelfs wel eens een beetje Boeddha-moe van worden. Hoeveel honderden miljoenen Boeddhabeelden zouden er in de loop van de eeuwen niet zijn geproduceerd? Allemaal in een beperkt aantal voorgeschreven houdingen. Toch is er dan af en toe ineens weer een beeld dat er uitspringt, dat je door uitvoering en kleur raakt. Het over-overgrote deel is alleen maar artisan-werk, maar is dat af-en-toe beeld dat je raakt dan kunst?







 Ik ben er voor mijzelf niet uit omdat de scheppers van die beelden zo sterk aan voorschriften zijn gebonden. Heb je voor het maken van kunst niet veel meer vrijheid nodig? Waarom maakten in de 15de eeuw in Vlaanderen de zogenaamde Vlaamse Primitieven als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memling de prachtigste werken? Kort door de bocht geformuleerd omdat ze voor een rijke burgerij konden werken en als kunstenaar niet meer alleen van opdrachten van de kerk afhankelijk waren. En geldt datzelfde niet ook voor de opkomst van de Renaissance in  Florence? Ook in die 15de eeuw.

Hoe dan ook, ik kwam op mijn tocht in Zuidoost Azië heel veel Boeddha's tegen en heb daar dus ook heel veel foto's van. Oordeel zelf maar aan de hand van de selectie hier. Is het werk van een artiste of van een artisan



Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 4 maart 2014

Ouwe Rockers en Krasse Knarren

Af en toe een intens toneelstuk, een mooie opera of een stevig rockconcert, geen probleem. Ik mag dan van professie wel beeldend kunstenaar zijn, maar mijn liefde voor de kunsten gaat echt wel een stukje verder dan dat. Allerlei cultuuruitingen kunnen mij enthousiast maken als er maar gewerkt wordt met inzet, passie, creativiteit en het broodnodige vakmanschap. Zoals dus ook bij opera of rock, hoe tegenstrijdig dat misschien voor sommigen dan ook mag lijken. Beide soorten muziek kunnen mijn zieltje raken.
Net zoals bij de beeldende kunst trouwens. Ik kan genieten van zowel abstracte schilderkunst als van fijnschilderen, terwijl ik mezelf op het schildersdoek toch vooral uit in expressionistische figuratie. Als je maar kunt zien en voelen dat je geen amateuristisch of charlatangedoe voor je neus hebt dat probeert zichzelf groter te maken dan het is. Er moet creativiteit en echte professionaliteit aan te pas zijn gekomen.

Golden Earring lang geleden
 Vanwaar deze gedachtekronkels? Omdat ik afgelopen zaterdag bij een concert was van een stelletje ouwe rockers dat ‘t al heel lang samen uithoudt. Als band vanaf begin jaren 60 en in de huidige samenstelling, als toen nog jonge rockgoden, vanaf 1970. Met natuurlijk wel de nodige ups en downs zoals dat bij die roerige wereld van sex, drugs and rock and roll hoort. Maar hoe dan ook uniek voor Nederland. George Kooymans, Barry Hay, Rinus Gerritsen en Cesar Zuiderwijk, de Golden Earring dus.

Kijk, de wereld heeft de Rolling Stones, maar in Nederland hebben we die Golden Earring. Mijn levensgezel maakte van die krasse knarren van nu al in 1972 een concert mee toen ze door Europa toerden in het voorprogramma van The Who. Héééél lang geleden dus. En als je dan nu nog steeds optreedt en door al die jaren heen telkens weer nummers weet te maken die aansluiten bij de tijdgeest ontbreekt 't je beslist niet aan die passie, creativiteit en professionaliteit die ik hierboven bedoelde.

Golden Earring nu
Alle vier zijn ze al AOW’er. Maar als je een bewijs wilt hebben voor de stelling dat muziek jong houdt, zijn zij een heel goed voorbeeld. Het rockte, stuwde en stoomde aan alle kanten, daar in het World Forum Theater Den Haag. Want een stel van die Haagse gasten moet je natuurlijk wel meemaken in Den Haag zelf in een zaal vol Hagenaars en Hagenezen.

Barry Hay en George Kooyman

Cesar Zuiderwijk

Rinus Gerritsen

Nog steeds heel goed bij stem, die expressieve Barry en George. Nog steeds als een vrolijk lachende god Donar achter zijn druminstallatie, die Cesar. En nog steeds stuwend op de basgitaar en in zichzelf gekeerd op de achtergrond, die Rinus. Korte versies van een aantal Gouwe Ouwe hits, heerlijk uitgesponnen concertversies van andere. Die Haagse zaal regelmatig overeind om mee te klappen en stampen bij nog steeds echte rock. Het was absoluut top. Ik kreeg helemaal dat gevoel dat ik af en toe probeer uit te beelden in muziekschilderijen van mij zoals hieronder. 
The concert, olieverf 90-160 cm



Ik hoop dat die ouwe rockers nog heel lang op deze manier aan de gang kunnen blijven. Leve de krasse knarren. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 25 februari 2014

Daar waar het allemaal begon

terras in Saint Paul de Vence
Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.
Saint Paul de Vence
Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.
 
Grande Rue
Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf van Chagall

schilderij van Chagall met Saint Paul


















Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall.Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 18 februari 2014

Oranje Nederlands? Hoezo?

Schaatsen, Olympische Winterspelen. Dus de kleur oranje is al een aantal dagen niet van het televisiescherm weg te branden. Dat hoeft trouwens ook niet wat mij betreft. 't Is gewoon een mooie, opvallende, warme kleur. Eentje die in Nederland is geannexeerd als "onze" nationale kleur. Oranje is van ons! Nou, mooi niet dus.

Ooit in een boeddhistisch land rondgedwaald? Dan weet je dat oranje daar al eeuwenlang het straatbeeld en de tempels kleurt. Boeddhistische monniken in oranje gewaden, je komt ze de hele dag door tegen. Prachtig, dat oranje dat er ineens uitspringt in het totaalbeeld! Daarom gebruik ik in mijn schilderijen ook liever gedekt oranje schakeringen. Een feller oranje is veel te bepalend in een compositie. Tijdens mijn recente reis door Laos en Cambodja heb ik dat heel wat keertjes mogen ervaren.

   

Je blijft voortdurend plaatjes schieten van die monniken in hun helder oranje, eenvoudige gewaden. Zonder oorlogskleuren op het gezicht trouwens en zonder uitzinnige hoofdtooien en uitdossingen, zoals dat in Nederland dan blijkbaar weer verplicht is. Het leek me leuk juist nu, tijdens de Nederlandse oranje euforie, wat van die monnikenfoto's van mijn reis te laten zien.

 's Morgens vroeg, vanaf 6 uur, begint 't al. Als ze langs de straten lopen en hun dagelijks voedsel van de plaatselijke bevolking krijgen. Een ritueel dat in Luang Brabang in Laos eigenlijk al te veel een toeristische attractie begint te worden, zo moest ik jammer genoeg ervaren.
Dan is daarentegen de rust in heel veel tempels weer een verademing. Vaak prachtig onderhouden gebouwen met in de woongedeelten al die oranje gewaden aan de waslijn er tussendoor. Want als monnik kun je er vanzelfsprekend niet smerig bijlopen.

Maar ook de moderne techniek is ze natuurlijk niet vreemd meer. Want ze staan wel midden in het leven. Zelfs getatoeëerd. Kijk zelf maar in welke foto. En heel wat heb ik er met hun smartphone of digitale camera zien rondlopen bij toeristische attracties. Of in musea. Want in hun eigen, eeuwenoude cultuur zijn ze beslist geïnteresseerd.





Overigens zag ik heel soms bij tempels en heilige plaatsen ineens witte gewaden. Vrouwen, vaak ouder, en ook kaal geschoren net als de mannen. Vrouwelijke monniken dus, in hun voorgeschreven wit. Maar veel minder in aantal dan de mannen. Want een man hoort in de boeddhistische traditie toch in ieder geval minstens enkele maanden van zijn leven in een klooster door te brengen. Een verplichting die voor de vrouwen niet geldt.

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 11 februari 2014

Gebakken lucht en kunstvibraties in Rotterdam

Op voetbalgebied mag Ajax al een paar jaar hoger staan dan Feyenoord, op een heel ander gebied  blaast Rotterdam toch een aardig toontje hoger. Zoals bij de Rotterdam Art Week. Die moet een beeld geven van de nieuwste ontwikkelingen in de moderne kunst en is een echt landelijke kunstgebeurtenis. Ga maar na.
Art Rotterdam als internationaal bekende kunstbeurs, de Raw Art Fair als meer nationaal. Daarnaast nog kleinere beurzen. Openingen van exposities in Museum Booymans van Beuningen, de Kunsthal en het Nederlands Fotomuseum. Designbeurs OBJECT, videopresentaties op diverse locaties, technische kunst bij TEC Art, enz. Heel erg veel dus.


Dat op zich hoeft natuurlijk nog niet positief te zijn. Want in al die moderne kunstontwikkelingen zit vaak een hoog gehalte aan gebakken lucht. De toekomst zal moeten uitmaken wat beklijft en wat volledig wegzakt in verdiende vergetelheid. Maar ik vind, als professioneel kunstenaar, dat je wel op de hoogte moet blijven van wat er zoal speelt. Natuurlijk heb ik niet alles kunnen bekijken. Veel te veel! Maar een paar bezoeken geven vaak al snel een aardig beeld. Of vibraties, om maar eens te spreken met de woorden van kunstenaar Terpentijn, één van die onsterfelijke creaties van Marten Toonder in zijn strips van Tom Poes en heer Bommel. Fans hebben nu ongetwijfeld het beeld van Terpentijn met onafscheidelijke baret en pijp direct al op hun netvlies staan. Een prachtig kunstenaarskarakter, heel gevoelig voor kunstvibraties, zowel goede als slechte. Wat Terpentijn ervaren zou hebben weet ik niet, maar ik ervoer daar in Rotterdam toch meer slechte dan goeie vibraties.



Staat daar in een Engelse galerie een plastic emmer op de grond eenzaam te zijn. Slechts € 3.000. Daarvoor is ie, oorspronkelijke zwart, nog wel prachtig geel gespoten. Conceptuele kunst dus. Maar probeerde Marcel Duchamp in 1917 niet al een door hem gesigneerd urinoir als kunstvoorwerp op een New Yorkse beurs geplaatst te krijgen?  Nu een in de kunstgeschiedenis wereldberoemde act. Moet ik dan bij zo'n emmer, bijna 100 jaar later, denken aan moderne kunstontwikkelingen? Ik vraag me echt af of zo'n galeriehouder nou hikkend van de lach bezig is een goed plekje voor die emmer op de grond te vinden of er echt bloedserieus mee bezig is hoe die emmer het beste is uit te lichten.
 
vazen van Hella Jongerius
Natuurlijk was er ook echt vakkundig gemaakte kunst. Maar vaak zo kil en afstandelijk. Kunst zonder ziel, zonder emotie. En die emotie  is voor mij persoonlijk toch wel heel belangrijk. Verder extreem gephotoshopte foto's, met een eigen wereld erin, vaktechnisch goed. Maar voor prijzen die echt over de top zijn. Hoe lang zal die hype nog stand houden? Een paar honderd gelijkvormige vazen van de internationaal bekende Nederlandse  ontwerpster Hella Jongerius. Voor slechts € 999 per stuk. Maar dan wel met BTW inbegrepen natuurlijk. Knip- en plakwerk waarmee ik vroeger mijn leerlingen probeerde esthetiek bij te brengen. Modern? Soms ook schilderijen waarvan ik me afvroeg of die nu bewust onbeholpen waren gemaakt of dat het echt onbeholpen was.


Ik heb maar wat foto's door dit stukje heen gestrooid die mijn "Terpentijnse vibraties" moeten illustreren. Overigens gaat dit natuurlijk over het gevoel dat ik had. Ongetwijfeld liepen er velen rond die het anders hebben gezien en ervaren. Maar toch moest ik iets te veel denken aan het sprookje van Andersen over de Kleren van de Keizer. Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 4 februari 2014

Vlees, gotiek en moderne kunst in een Middelburgse mix

Venetië, Biënnale 2013
De Vleeshal, Middelburg
 Een bruggetje maken. Zo heet dat toch tegenwoordig als je in een TV-programma twee verschillende onderwerpen op een logisch lijkende manier aan elkaar wilt praten? Zo is er een mooi bruggetje tussen deze blogaflevering en die van vorige week. Maar dan wel met twee foto's. Die van hierboven, vorig jaar gemaakt bij de Kunst Biënnale  in Venetië, de stad waarover die vorige aflevering ging. En die hier links. Een paar dagen geleden gemaakt in museum De Vleeshal in Middelburg.

Twee bruggetjes dus eigenlijk met twee verschillende beelden die duidelijk van één kunstenaar zijn. Hoe zit dat? Vorig jaar mocht kunstenaar Mark Manders, met Vleeshaldirecteur Lorenzo Benedetti als curator, het Nederlandse paviljoen op het Venetiaanse Biënnaleterrein inrichten. Die expositie werd toen gezien als één van de beste landententoonstellingen. Een opinie waarmee ik het helemaal eens kon zijn. Het MoMA, 't Museum for Modern Art in New York, kocht zelfs het grote beeld op de 1ste foto aan. Samen trouwens met nog een andere installatie die hieronder staat. Maar gelukkig is een sculptuur in dezelfde sfeer nu ook te bewonderen in De Vleeshal. En durf aan de hand van de foto daarvan maar eens te beweren dat moderne kunst niet goed combineert met de middeleeuwse beelden in die gotische ruimte!
 
Biënnale Venetië
De Vleeshal
Want de Vleeshal (http://vleeshal.nl/nl/), tot 1900 als zodanig ook in gebruik, stamt inderdaad uit de middeleeuwen. Ten minste, een deel ervan nog.  In mei 1940 namelijk werd de hal samen met het prachtige 15de eeuwse stadhuis voor een groot deel door het Duitse leger in puin geschoten. Na de oorlog werd het complex weer opgebouwd. Met, jammer genoeg, binnen de fraai gerestaureerde gevels en buitenmuren slechts hier en daar nog dat wat restte van de oorspronkelijke pracht . Het oude stadhuis is nu onderdeel van de Roosevelt Academy, De Vleeshal is al weer vele jaren een kleine, maar internationaal gerenommeerde tentoonstellingsruimte. Heel wat buitenlandse, later bekend geworden kunstenaars hebben daar in het begin van hun carrière geëxposeerd. Met vaak tentoonstellingen geïnspireerd door die gotische ruimte. Zoals nu dus Mark Manders met "Acolyte Frena".


Zonder daar een ingewikkeld kunstverhaal van te maken komt 't er op neer dat hij bij exposities al jaren werkt aan zijn "zelfportret als gebouw". Daarin bevinden zich beelden en elementen die niet zijn zoals je denkt dat ze zijn. Brons is beschilderd als hout, natte klei is in werkelijkheid epoxyhars,  gedroogde klei is geen klei, kranten bevatten alleen maar onmogelijke woorden en zinnen. De zogenaamde rotzooi in wat lijkt een werkruimte/atelier te zijn, is helemaal geënsceneerd. Ga maar eens heel goed kijken en ontdekken. De toegang is zelfs ook nog helemaal gratis voor niks. Tot 23 maart.

Doe je dat op bijvoorbeeld zondag 2 maart, dan zijn er in Middelburg nog een kleine 40 andere kunstadressen ook vrij toegankelijk. Met daaronder mijn atelier. Want de Middelburgse Kunst en Cultuurroute is in februari opnieuw van start gegaan. Voor het 15de jaar alweer. Elke 1ste zondag van de maand van 13-17 uur. Dus ook die 2de maart. Kijk maar eens op de geheel vernieuwde website http://www.kunstroutemiddelburg.nl/

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 28 januari 2014

Waarom Dan Brown mij irriteerde in Laos

Toeval? Geen toeval? Hoe dan ook, bij mijn terugkomst uit Zuidoost Azië las ik dat Dan Brown op bezoek was in Nederland. Je weet wel, die Dan Brown van "De Da Vinci Code" en het recente "Inferno", het meest verkochte boek in Nederland in 2013. En toevallig of niet, in Laos had ik dus net dat "Inferno" gelezen.
La Mappa dell' Inferno, Botticelli
Op zo'n reis neem ik namelijk altijd flink wat leesvoer mee. 't Is heerlijk om me bij alle nieuwe indrukken in een nog onbekend land af en toe met een boek even terug te trekken in mijn eigen wereld. Daarbij was "Inferno" eigenlijk wel verplichte kost. Want De Hel uit de Divina Commedia van Dante ligt aan de basis van Brown's nieuwste boek. En trouwe lezers van dit blog weten dat ik via Galerie Qvadrige in Nice betrokken was bij de illustratie van een nieuwe Franstalige uitgave van Dantes middeleeuwse meesterwerk. Om "Inferno" kon ik dus niet heen. Ook al omdat Brown vaak beeldende kunst een grote rol geeft in zijn avontuurlijke verhalen.  Denk maar aan de schilderijen van Leonardo da Vinci in de "Da Vinci Code". In "Inferno" is dat het geval met een werk van de beroemde Sandro Botticelli (1445-1510). "Kaart van de Hel", één van de illustraties die Botticelli destijds maakte bij de Divina Commedia (zie boven en hieronder).
 
detail van La Mappa dell' Inferno
Maar waarom dan die irritatie over "Inferno" in dat verre Laos?  Omdat Dan Brown een deel van het verhaal zich laat afspelen in Venetië en omdat hij daarbij een volstrekt onwaarachtig beeld van die stad geeft. Van "mijn" Venetië nog wel, van die stad waarop ik verliefd ben en waar ik al heel wat keertjes ben geweest!  Even tegengas geven dus.

Zo schrijft hij, als zijn hoofdpersoon Robert Langdon het station uitkomt,  "tientallen schippers zwaaiden met hun armen en riepen naar de toeristen, in de hoop passagiers te lokken voor hun watertaxi, gondel, vaporetto of speedboot". Dat beeld heb ik daar dus nog nooit gezien. En schippers van de vaporetto, de openbare waterbus van Venetië, die naar toeristen zwaaien? Kom nou toch. Wat te denken van de "drijvende verkeersopstopping" en "op de een of andere manier was een filevorming die hem in Boston tot wanhoop zou drijven in Venetië schilderachtig". Tja, alles in Venetië is schilderachtig, maar filevorming? Ik verbaas me er juist altijd over dat al dat verkeer op het water zo soepel langs elkaar heen glijdt. Ondanks die drukte op sommige plaatsen. Het wemelt van dat soort beschrijvingen die echt voor geen meter kloppen.


Zo heb ik zelf ervaren dat er af en toe zo'n groot cruiseschip met ik weet niet hoeveel dekken boven elkaar bij het San Marco plein langs vaart. Echt geen gezicht! Dan lijkt Venetië ineens een soort Madurodam dat in het niet valt bij zo'n gigant met enkele duizenden passagiers die zich op de bovenste dekken verdringen om letterlijk over de stad uit te kijken. Maar dat er "dag en nacht een eindeloze reeks cruiseschepen voorbij voer"? Dat slaat helemaal, maar dan ook echt helemaal nergens op. Overigens wordt er al wel heftig geprotesteerd tegen dit gedoe met cruiseschepen. Volkomen terecht.


Interessant in het boek is ook dat onze Harry Langdon van het een op het andere moment van het San Marco plein de San Marco basiliek instapt. Als je ooit de rijen bezoekers buiten die basiliek hebt ervaren, weet je dat een uur wachttijd heel normaal is. Maar ja, "Inferno" speelt zich af binnen 48 uur. Een uurtje wachten gaat dan vanzelfsprekend niet.
Jammer van dat soort missers. Dat doet af aan het verhaal, voor zover dit al geloofwaardig is. Want geloofwaardig is natuurlijk iets anders dan spannend. Dat laatste is het zeker, 't leest als een trein.  En met alle culturele en kunstzinnige info die het boek geeft, zij het Dan Brown dan maar vergeven dat hij "mijn" Venetië onrecht aandoet. Tot volgende week.

dinsdag 21 januari 2014

Waarom twee Chinese vrouwen met mij in Cambodja op de foto staan


Een klein voorval onthult soms fundamentele veranderingen. Neem nou bovenstaande foto. Gewoon een plaatje van mij met twee jonge Chinese vrouwen in de Banteay Samré, een Khmer-tempel uit de 12de eeuw. Te vinden in  het Cambodjaanse oerwoud waar ooit de machtige stad Anchor lag. Niks bijzonders toch? Hoewel? Cambodja, Khmer, Anchor, 't klinkt natuurlijk behoorlijk ver weg. Maar iedereen zou er in principe heen kunnen. Neem wel het vliegtuig , lopend duurt 't nogal lang.

Maar wat is er nou zo bijzonder aan die foto?
In 1995 bezocht ik China voor 't eerst. Bij die rondreis kwamen veel kinderen op ons af met de vraag "What's your name?" Na ons antwoord kwamen we nooit verder, want dat was het enige Engelse zinnetje dat ze kenden. Wel kwamen we nog ergens een oudere man tegen met wie we, heel traag en moeizaam, een gesprek in het Engels konden voeren. Zijn accent maakte hem bijna onverstaanbaar. Uiteindelijk bleek dat hij leraar Engels was. Arme leerlingen van hem! Die dachten vast dat ze Engels hadden leren spreken. Ik neem aan dat ze in die verwachting flink teleurgesteld zijn geraakt.
 Dertien jaar later, in 2008, was ik als artist in residence een maand te gast in Peking. Niet alleen die stad bleek in dertien jaar ongelooflijk veranderd te zijn. Ook met de mensen was dat het geval. Nauwelijks meer mao-pakjes, vrijwel alleen maar westerse kleding. Kleding trouwens, die zeer waarschijnlijk made in China was. En het gebruik van Engels was duidelijk in ontwikkeling. Onze taxichauffeur luisterde in zijn auto naar bandjes met Engelse les. Niet dat hij het al sprak, maar hij begreep meestal vrij snel wat we bedoelden. En af en toe kwamen we een Chinese kunstenaar tegen met wie we enigszins in het Engels konden communiceren. Al een hele vooruitgang dus. In die maand maakte ik ook een dagelijks lees en foto blog dat nog steeds te vinden is op http://toosvanholstein.blogspot.nl/  .

Maar de echte vooruitgang kwamen we nu tegen in Cambodja. Die twee jonge vrouwen op de foto waren me al opgevallen door hun aandachtige manier van kijken en fotograferen. Terwijl ik zat te tekenen, kwamen we, door hun nieuwsgierigheid, met elkaar in gesprek. Ze bleken goed Engels te spreken, waren hoog opgeleid en werkten alle twee bij een bank in Peking. Één was getrouwd en had een kind, de ander had nog geen geschikte partner kunnen vinden. Dat bleek moeilijk. Hé, kennen hoger opgeleide vrouwen in West Europa dat verschijnsel ook niet? Daarbij waren ze samen op vakantie en niet in een groep, zoals veelal nog het geval is bij Chinese toeristen. We konden echt over van alles met elkaar praten. Voor mij heeft die foto dus een grote symbolische lading en wordt er de ongelooflijke verandering mee geïllustreerd die in China plaatsvindt. Een verandering die de hele wereld op zijn kop kan zetten.


Een symbolisch plaatje dus op ook nog een heel symbolische plek. Want die oude Banteay Samré tempel was ooit onderdeel van een stad waar in de hoogtijdagen van het uitgebreide Khmer-rijk van de 12de en 13de eeuw waarschijnlijk zo'n één miljoen mensen woonden. Een tijd dus waarin bij ons een stad al groot was met enkele tienduizenden inwoners. De tijd ook waarin bij ons de bouw van de gotische kathedralen begon, terwijl daar het nu wereldberoemde Angkor Wat werd gebouwd. Één van de echt grote culturele wonderen op onze aardbol. Ooit gehoord van de slinger van de geschiedenis, gezien Azië toen en Azië nu? 

Tot volgende week.
TOOS

dinsdag 14 januari 2014

Waarom de burgemeester van Norcia mij kuste

Afgelopen donderdag landde ik op Schiphol na een bezoek aan Laos en Cambodja. En direct al op de vrijdag werd ik, met de nodige jetlag in mijn lichaam, in Ridderkerk gekust door de burgemeester van het Italiaanse Norcia. In de wereld van de kunst is niets onmogelijk, dat blijkt maar weer. Eerst een aantal weken lang de cultuur van Zuidoost-Azië en direct daarop een Italiaanse burgervader die in Ridderkerk cultureel komt doen als gevolg van, onder andere, mijn kunst.


Vorig jaar namelijk, eind februari, deed ik mee aan een groepstentoonstelling in de stad Norcia. In Umbrië. Ik heb daarvan toen in een paar afleveringen van dit blog verslag gedaan. Die expositie daar, in het Castellino in het hart van de middeleeuwse stad, was tot stand gebracht door een goeie, Ridderkerkse vriend van mijn levensgezel. Via zijn bedrijf Imspa Productions en de Stichting Grenze(n)loze Kunst. Vier vrouwelijke kunstenaars uit zijn woonplaats met mijn persoontje als vreemde, Middelburgse eend in de bijt konden toen hun kunst tonen in Norcia. Een stad beroemd vanwege haar culinaire aantrekkelijkheden, zoals speciale worstsoorten, ham en truffels.
Nu vindt de tegententoonstelling plaats in het gemeentehuis van Ridderkerk. Vijf Italiaanse kunstenaars uit Umbrië zijn er te zien, in combinatie met telkens één werk van de vijf Nederlandse kunstenaars van vorig jaar in Norcia. Dus ook met een schilderij van mij.


Vandaar de titel  van deze expositie: "Incontro" (ontmoeting). En vandaar een zware Norciaanse delegatie bij de opening in Ridderkerk. Een opening met de Italiaanse consul in Nederland en de twee burgemeesters van Ridderkerk en Norcia.  Met daarna natuurlijk volgens goede Italiaanse traditie een uitgebreid diner gelardeerd met allerlei heerlijkheden uit Norcia, met groepsfoto's en met toespraken. Niet echt bevorderlijk trouwens voor de verwerking van mijn jetlag. Pas om half een 's nachts weer buitenstaan en dan nog naar Middelburg moeten! Maar je moet wat over hebben voor de kunst. Daar stond dan wel tegenover dat ik bij het afscheid op z'n Italiaans uitgebreid door de burgemeester van Norcia werd omhelsd met drie van die Italiaanse luchtzoenen. Kijk, dat maakt natuurlijk weer veel goed.


En mijn verhalen over en foto's van Laos en Cambodja dan? Die gaan de komende tijd zeker aan bod komen. Maar die burgemeester moest toch eerst even. Hoeveel Nederlanders kunnen ten slotte zeggen dat ze door een Italiaanse burgemeester zijn gekust? Vast niet heel veel. Tot volgende week.

TOOS