dinsdag 7 maart 2017

De kunstpracht van Baganese megalomanie

Bagan

"For me art is travelling the mind" is al heel lang mijn kunstenaarsmotto. Er wordt ten slotte heel wat afgereisd in mijn hersenen. Zowel geestelijk als natuurkundig. Denk maar aan alle miljoenen elektrische pulsjes die door de verbindingskanalen tussen onze hersencelletjes heen en weer schieten. Maar al die reisactiviteit laat ik ook graag voeden door het fysieke reizen. Naar vaak verre bestemmingen en andere culturen. Daar zijn in de afgelopen decennia heel wat schilderijen uit voort gekomen. Met als inspiratiebronnen o.a.  het oude Egypte, de prachtige leemarchitectuur in Jemen, de Mayatempels in Midden-Amerika, het moderne New York en het middeleeuwse Venetië. Om maar een paar dwarsstraten te noemen. 
Uxmal
City
Riva

Daarbij zit het intrigerende Angkor Wat van Cambodja nog steeds onder mijn hersenpan te wroeten en heeft recentelijk Cuba al tastbare resultaten opgeleverd in mijn atelier. En nu is daar ook nog Bagan bijgekomen.



 Bagan, een gebied van vele vierkante kilometers in Myanmar waar van de 11de t/m de 13de eeuw een machtige dynastie van koningen het grote rijk van Pagan tot bloei bracht en zich ook architectonisch helemaal uitleefde. In steeds rijker, versierder, groter, hoger. Het gevolg? Een ongelooflijk uitgebreid complex aan kleine en grote Boeddhistische tempels, pagodes en kloosters. Met destijds nog de prachtigste kunstzinnige versieringen. Hoe we dat weten? Door musea in Europa! Want kunst roven, zowel door de koloniale machten als in opdracht van particulieren, was in de 19de en begin 20ste eeuw ook tot een hogere kunst verheven.

Maar meer dan tweeduizend van die bouwsels hebben gelukkig de tand des tijds min of meer doorstaan.  In een gebied dat er nu ongetwijfeld heel anders uitziet dan al die eeuwen geleden. Want de huizen van hout en bamboe van de tienduizenden, zo niet honderdduizenden bewoners van toen zijn weggerot. Of in as en rook opgegaan bij van die grote, alles vernietigende stadsbranden zoals er in de Middeleeuwen in Europa ook vele zijn geweest. Of ingestort bij de aardschokken in dit aardbevingsgevoelige gebied. Daardoor staan nu alleen nog de stenen tempels en pagodes overeind. Alhoewel,overeind? Er wordt heel wat gerestaureerd sinds recente aardbevingen. En nu ook eindelijk goed.




Het dictatoriale militaire regime heeft namelijk bij voorgaande restauraties flink aan zitten klooien. Ongekwalificeerde krachten, slechte materialen, verkeerde plannen, foute planning. En niet te vergeten ook eigen verrijking eerst. Zoals bij die volstrekt belachelijke hoteltoren die een invloedrijkmilitair met zeer weinig gevoel voor ambiance in het historisch gebied, sorry voor het woordgebruik, neer pleurde. 
foutje!

De vergunning ervoor, zo al nodig, was voor zo'n figuur natuurlijk een eitje. Maar nu moet dat vreselijke ding gelukkig verdwijnen. Vanwege de toekomstige benoeming van dit hele gebied tot Unesco World Heritage. Maar daarvoor stelt de Unesco wel strenge voorwaarden. Zoals goede restauratie door gekwalificeerde mensen met de juiste en mogelijk nog oorspronkelijke materialen. En dus ook de afbraak van die toren. Ik ben benieuwd. Want de financieel zeer machtige militaire clan van Myanmar heeft nog overal heel dikke vingers in heel veel papjes. Mar dat is een ander verhaal.  


Cultuur-historisch gezien is 't overigens volkomen terecht als Bagan op die Unesco World Heritage lijst komt. Natuurlijk is het megalomaan wat daar is gebouwd. Want wat voegt een 21ste grote tempel aan de voorgaande twintig toe? En die 2017-de pagode? Was die nou echt nog nodig? Of nog weer een klooster voor nog meer Boeddhistische monniken? Maar macht in combinatie met rijkdom leidt nogal eens tot grootheidswaanzin. Unieke voorbeelden te over, zowel tegenwoordig als toen. Wel vaak met als gevolg het op gang brengen van onvoorspelbare en onbeheersbare processen. Zodat zo'n machtig rijk als dat van Pagan ineens zijn ondergang tegemoet gaat. De rijksspaarpot raakt leeg door te grote uitgaven aan dat buitenissige bouwen. De uitdijende Boeddhistische clerus slorpt een te groot deel op van wat we nu het bruto nationaal product noemen. Leiders in onderworpen gebieden aan de grenzen van het rijk ruiken hun eigen kansen op macht en aanzien. En tot overmaat van ramp komen vanuit het noorden de woeste Mongoolse horden van Kublai Khan aangedenderd. Een lastige combinatie. Einde dus van het grote koninkrijk van Pagan. Maar niet het einde van de stenen nalatenschap op de huidige vlakte van Bagan. 






Daar kunnen we nog steeds van genieten. Zo heeft de megalomanie van destijds toch een bouwkundige wonder voortgebracht dat de eeuwen kon doorstaan. Maar eens afwachten hoe dat met die protserige Trump Tower in New York gaat. Tot volgende week.

TOOS

Geen opmerkingen: